Categoriearchief: Drugsbeleid

drugs en verkeer nr 2 ( zie eerder op deze website nr 1)

Daar waar de afgelopen decennia in allerlei interdepartementale commissies over het invoeren van drugscontroles  in het verkeer door beleidsambtenaren ( voornamelijk die van VWS) en externe deskundigen ( zoals een tijd lang mijn persoontje) gewezen werd op de noodzaak van zorgvuldigheid van dat er verschil gehanteert moet worden tussen gebruik en het daadwerkelijk onder invloed van drugs deelnemen aan verkeer ( en wel zodanig aan mate aan promillage in het bloed van dat dit daadwerkelijk de rijvaardigheid aantast) is daar een ander aspect bijgekomen van de onduidelijkheid van wat nou onder een drug verstaan moet worden. Wat ik bedoel is dat bij de recent ingevoerde drugscontroles de eerste praktijken leert dat de speekseltest positief reageert op het geneesmiddel Ritalin. Het antwoord van het Landelijke OM dat in de verdere afhandeling van dergelijke positieve reacties van de speekseltest voldoende corrigerende handelingen ingebouwd zijn/worden stelt gerust.

Echter is het de vraag of er wel aldoende gerealiseerd wordt hoe grijs het gebied is tussen allerlei soorten ( semi) geneesmiddelen en middelen die om andere, lees recreatieve motieven gebruikt worden. Een toelichting! Kijkend naar alle drugs die in de loop van de afgelopen honderd jaar een recreatieve markt hebben veroverd zijn deze, op een aantal uitzonderingen na, allemaal afkomstig uit de farmaceutische wereld. En als er in diezelfde periode allerlei nieuwe varianten aan geneesmiddelen zijn ontwikkeld die die scheidslijn tussen een drug uit dezelfde farmaceutische familie alleen maar vager maakt, ligt daar een groot probleem in de uitvoering van de drugscontroles in het verkeer, met voor de toekomst “meer ruis op de naald”, dan alleen Ritalin voor zowel de handhaver als de verkeersdeelnemer wat niet ten goede komt aan het preventieve effect van de controles van het terugdringen van het ( daadwerkelijk) onder invloed van drugs deelnemen aan het verkeer ( een preventieve werking die sowieso gering is wegens de dubbele positie van de overheid van zowel als verbieder als controleur optreden van drug en druggebruik)

En dan is er nog het probleem van het (semi) medisch/therapeutische gebruik van cannabinoiden, een afgelopen jaren stormachtige ontwikkeling ( zie over deze ontwikkelingen mijn andere berichten in deze website). Hoe dit allemaal ingepast moet worden in de drugscontroles in het verkeer vergt nog zeer veel nadenken!

Het zijn allemaal voorbeelden die mijn kritiek uit mijn vorige artikel over drugcontroles in het verkeer onderbouwen van dat er te weinig nagedacht is van wat er allemaal komt kijken bij dit dossier. Een jonge leerling uit het VMBO waar ik drugsvoorlichting aan gaf zei dat kernachtig: “Alleen al dat ten opzichte van alcohol het woord drugs meervoud is betekent dat je bij het invoeren van drugscontroles in het verkeer honderd keer meer moet nadenken dan dat bij alcoholcontroles”. “Hoe minder hierover nagedacht wordt hoe minder preventief effect er van drugscontroles uitgaat”. Toen ik hem vroeg om dat wat concreter toe te lichten zei hij dat hele volksstammen aan blowers er vanuit gaan dat je stoned achter het stuur veiliger rijdt. “De start van de drugscontroles had dus gepaard moeten gaan met een intensieve voorlichtingscampagne met onder andere het wegnemen van allerlei veronderstellingen in de wereld van gebruikers zoals het voorbeeld van die onder blowers”.

XTC IN DOORDRUKSTRIPS een plan van aanpak over de legale verkoop van XTC

 

 

Inleiding

De laatste jaren neemt vanuit uiteenlopende kringen de roep toe om de verkoop van XTC uit het strafrecht te halen, zoals recent de oproep vanuit de jongerenafdeling van D,66. Hiermee sluiten zij aan op de loop van de geschiedenis van dat al in de jaren negentig van de vorige eeuw D,66 minister Borst van Paars 2 opdracht gaf om hier nadere voorstellen over uit te werken.  In een van haar denktanken is toen het idee geopperd om XTC te verkopen in doordrukstrips met op de strip de meest belangrijke tips voor verstandig gebruik (een idee afkomstig uit de smartshopbranch waar paddo,s verkocht werden in zogenaamde versbakjes met op de verpakking de verstandige gebruiktips over dit middel). Het is dit waar deze notitie haar naam aan te danken heeft.

Aansluitend op het idee van de doordrukstrips was het voorstel van dat diezelfde branche een licentie kreeg voor de legale  verkoop van XTC.

Deze notitie legt uit dat het sinds die jaren negentig volstrekt anders is gegaan met het Nederlandse XTC beleid met als algemene conclusie dat dit weinig goeds heeft opgeleverd. Dit wordt toegelicht aan de hand van de belangrijkste feiten over bijna 30 jaar trends in het gebruik van XTC  en wat de bestrijding van productie, handel en gebruik van XTC voor negatieve gevolgen heeft gezorgd. Kortom, er is meer dan voldoende reden voor het inslaan van nieuwe wegen in het XTC beleid.

Maar dat niet alleen!  Met meer dan 40 jaar werkervaring  zie ik steeds weer dat alles rond drug en druggebruik als een op zichzelf staand fenomeen beschouwd word, een van buiten- en bovenaf gevaar waar de maatschappij zich tegen moet wapenen. De werkelijkheid leert echter dat zowel productie, handel als gebruik diep verankerd liggen binnen maatschappelijke kaders. Veranderen die maatschappelijke kaders dan veranderen alle aspecten rond drug en druggebruik ( de relatie tussen tijdgeest en drugtrends).

Kortom, een effectief XTC beleid kan niet zonder het ontwikkelen van allerlei andere beleidskaders zoals bij deze uitgaansdrug het verhogen van de veiligheid van uitgaan, het weerbaar maken van jongeren, maar vooral het erkennen dat het gebruik van drugs een essentieel onderdeel vormt van de sociaal/culturele ontwikkelingen van een samenleving. Daar waar het drugsbeleid nu bepaald wordt vanuit de ministeries van Justite/Veiligheid en van VWS (de combinatie; bestrijding/bevoogding) is in mijn ogen het onderbrengen van het drugsbeleid onder het Ministerie van Genotsmiddelen meer op z,n plaats..

Trends

 

Feiten

 

  • XTC is vanaf de opkomst in het gebruik (1987) uitgegroeid tot de meest populaire uitgaansdrug.

 

  • XTC is van een witte-middenklasse-drug (van gebruik binnen de “witte” House Partywereld) uitgegroeid tot een multi-culti-drug ( van gebruik binnen uiteenlopende uitgaanscircuits) met vooral bij die  laatste ontwikkeling van dat dit ten koste ging van de populariteit van andere uitgaansdrugs van vooral cocaïne en speed

 

  • De beleving die consumenten aan XTC  toedichten is de afgelopen decennia van zeer veel invloed geweest op de  leef- en denkwereld van uiteenlopende categorieën van mensen van zowel die wel als die geen XTC gebruiken. Deze invloed is terug te zien in het ontstaan van nieuwe vormen van muziek, kunst ( en daaraan gelieerde andere culturele uitingsvormen), uitgaanspatronen, mode , taal, enz.

 

Commentaar: Met deze opsomming kan gesteld worden dat XTC uitgegroeid is tot een “vervolkst” genotsmiddel, zowel wat betreft aard en omvang van gebruik als wat het aan veranderingen teweeg heeft gebracht binnen allerlei maatschappelijke sectoren, (sub)jeugd en uitgaansculturen. En zo leert de geschiedenis van dat het van weinig inzicht getuigd om te veronderstellen dat een “vervolkst” fenomeen met bestrijden en bevoogden weer terug in de fles te krijgen is (n.b. ik neem met de term “vervolkst” bewust afstand van “genormaliseerd”, een term die drugsinstanties en drugsonderzoekers toedichten aan de gestegen populariteit van XTC. In mijn ogen kleven er twee nadelen aan deze term van dat het veel te weinig uitdrukking geeft aan dat trends in drug en druggebruik diep verankerd liggen binnen maatschappelijke processen plus dat als reactie op deze term het hardnekkige vooroordeel in stand blijft als zou iedere opeenvolgende generatie jongeren er een extremer gebruik van drugs op nahouden van ten aanzien van XTC; “van dat die jeugd van tegenwoordig – zonder enige norm- er maar op los slikt!”. Mijn reactie daarop is;  “Als dat zo zou zijn zouden er, mede gelet op het rouleren van “foute “ XTC-tabletten, ieder weekend tientallen, zo niet honderden ernstige voorvallen zich rond XTC moeten voordoen; zelfs in de meest heftige periode in het gebruik van XTC van die van de Gabbertijd gebeurde dat niet!

 

 

Risico’s van gebruik

 

Feiten

 

  • Gebruik van XTC tijdens uitgaan beperkt ingrijpend het gebruik van alcohol.

 

  • Zoals eerder aangegeven heeft de populariteit van XTC in bepaalde kringen van uitgaanders de populariteit van cocaine en speed doen afnemen. Vandaar dat de opkomst en verdere populariteit  van XTC  omschreven wordt als de lighttrend in het gebruik van uitgaansdrugs

 

  • Gebruik/werking van XTC leidt niet tot agressie.

 

  • Van door-de-weeks-gebruik van XTC is niet of nauwelijks sprake. Hiermee onderscheidt XTC zich van andere uitgaansdrugs zoals cocaine, speed, GHB, middelen met meer kans van door-de-weeks- gebruik, ergo middelen met een verhoogd risico van dwangmatig gebruik

 

  • Als XTC-eerste-hulp nodig is, is de patient veelal meegaand, wat een hoog succespercentage van de eerste hulp oplevert, plus dat van XTC-eerste-hulp een hoog preventief effect uit gaat ( van; dit, maar geen tweede keer!”)

 

  • Onderzoek naar aanleiding van de berichtgeving in de media over dodelijke voorvallen rond XTC toont aan dat altijd meer factoren dan alleen het gebruik een rol speelt, zoals: 1) verborgen ziektes, 2) dat uit privacyoverwegingen het slachtoffer niet of te laat naar de eerste hulp is gegaan, 3) combigebruik met andere middelen/medicijnen, 4) onbekendheid over de dosering, 5) het gevolg van het gebruik van “vervuilde“ tabletten, 6) gebruik binnen een te risicovolle omgeving zoals te hete zalen. Al deze factoren rechtvaardigen de one-liner van; “XTC-doden bestaan niet!”.

 

  • Het gebruik van XTC is binnen de uiteenlopende groepen van gebruikers omgeven met rituelen plus dat het in bijna alle gevallen in groepsverband gebruikt wordt. En zo leert de ervaring van dat als binnen dergelijke condities genotsmiddelen gebruikt worden het risico van dwangmatig gebruik beperkt blijft

 

Commentaar: Met deze opsomming kan gesteld worden dat de risico’s van het gebruik van XTC beperkt is. In populaire termen is XTC de “softdrug onder de uitgaansdrugs”.

 

 

Landelijk beleid van bestrijding, productie, handel en gebruik van XTC

 

Feiten

 

Daar waar in 1996 de toenmalige regering ( Paars 2) met de oprichting van de landelijke Politie/Justitie Unit Synthetische Drugs (USD) zowel productie, handel als gebruik van XTC wilde bestrijden (“aan XTC de genadeklap toedienen” ,zoals premier Kok/ minister Sorgdrager op de persconferentie Nieuwspoort November 1996 dit nieuwe beleid aankondigde) heeft het omgekeerde plaatsgevonden, zoals

 

  • Een direct na deze aankondiging een scherpe toename van de criminalisering van productie en handel van XTC . Uit angst voor de veramerikanisering van het Nederlandse politie- en justitieapparaat ( de start van de USD werd in de publieke media gepresenteerd met bedrieglijk veel overeenkomsten met de War on Drugstaal uit de USA. Alleen al de introductie in Nederland van het begrip synthetische drugs is daar een voorbeeld van) stapte een groot deel van de vanaf 1987 generaties van niet-criminele XTC-producenten en handelaren uit de XTC markt. Daarvoor in de plaats kwam een netwerk aan nieuwe producenten van voor een groot deel uit de vanaf de jaren vijftig criminele netwerken van speedproducenten (uit vooral het zuiden van het land). Met het opkopen van de know-how  van de gestopte XTC producenten kreeg de speedhandel op een eenvoudige en snelle manier haar aandeel op de markt van uitgaansdrugs weer terug, een aandeel die zij door de toenemende populariteit van XTC vanaf 1987 kwijt waren geraakt. Dit, plus dat XTC redelijk makkelijk lokaal te produceren is, zijn sinds die tijd onafhankelijk van elkaar opererende XTC productie- en handels netwerken ontstaan[1].

 

  • In het kielzog van deze ontwikkeling nam het aantal gelukszoekers en opportunisten in de productie en handel van XTC toe met als gevolg een toename in het aanbod van slechte kwaliteit XTC-tabletten, zoals tabletten met goedkopere werkzame stoffen dan MDMA.

 

 

  • Overproductie van het MDMA-poeder met als gevolg een daling van de prijs van een XTC-tablet van 25 gulden in de jaren negentig tot, vanaf het nieuwe millennium, 3 tot 4 euro.

 

 

  • Het vanaf het nieuwe millennium geleidelijk ontstaan van een scheiding tussen de producenten van de werkzame stof MDMA en de makers van tabletten, met als gevolg een enorme toename aan verschillende typen XTC-tabletten in vorm, kleur en logo met daardoor een enorme variëteit aan doseringen en verschillen aan werkzame stoffen in de tabletten , een vanuit het oogpunt van gezondheidspreventie voor de gebruikers zeer onwenselijke situatie[2].

 

  • Vanaf 1997 een scherpe toename in het aanbod van “vervuilde” XTC-tabletten.

 

  • Vanaf het begin van de eeuwwisseling een toename van het dumpen van XTC drugslab- en chemicaliënafval in de natuur.

 

  • En tenslotte heeft het aangescherpte XTC beleid geen enkele invloed gehad op de afname van de populariteit van XTC. Integendeel; vanaf 1997 is de populariteit van XTC alleen maar toegenomen volgens de patronen zoals eerder in deze notitie beschreven. In het licht van de afnemende kwaliteit in het aanbod van XTC ,die zich in diezelfde periode voordeed, is dit een opmerkelijke constatering. Het is een indicatie van het bestaan van wat ik omschrijf als het zelfcorrigerend vermogen van de illegale drugsmarkt van dat kennelijk vanuit de consument een invloed uitgaat op het aanbod van dat er toch voldoende partijen drugs van redelijke kwaliteit in omloop blijven waardoor het risico getrotseerd wordt om drugs te blijven gebruiken/te beginnen van in dit geval XTC.

 

Commentaar

Bovenstaande toelichting toont aan hoe bizar Paars 2 heeft geopereerd in aanvankelijk  eerst het voornemen van het uit het strafrecht halen van de verkoop van XTC om vervolgens twee jaar later met de oprichting van de USD starten van een op Amerikaanse leest geschoeide XTC beleid. Naar aanleiding van zorgelijke geluiden over deze omslag ( een breuk met het internationaal alom geprezen Nederlandse drugsbeleid) reserveerde het Ministerie van VWS 1 miljoen gulden voor onderzoek naar de, vanuit  gezondheidspreventie,  negatieve gevolgen van de werkwijze van de USD. Het is bizar dat niet alleen dit onderzoek er nooit gekomen is maar ook dat niemand daar ooit enig ophef over gemaakt heeft. In plaats daarvan verscheen na ongeveer 10 jaar een lovend WODC rapport over de USD, waarbij op geen enkele wijze  gerefereerd werd naar de oorspronkelijke doelstelling van het beleid van; “ een genadeklap toedienen aan productie, handel en gebruik van  XTC” , laat staan naar de negatieve gevolgen van een scherpe toename van de criminalisering van de XTC-markt, de schade voor het milieu, enz. Sterker nog, deze en de nog andere negatieve gevolgen van de omslag in het XTC beleid  was vanaf 2007 aanleiding voor het geven van extra geld en ( wettelijke) bevoegdheden aan diezelfde USD. En tenslotte stond een aantal jaren geleden de USD model voor de oprichting van  de Landelijke Taskforce in de bestrijding van wietkwekerijen toen dit onderwerp in de politieke spotlight kwam te staan. En wat daar weer de gevolgen van zijn laat zich raden!

 

Lokaal politie- en justitiebeleid

 

  • In het verlengde van de oprichting van de USD vond er ook een omslag plaats in het lokale Politie- en Justitiebeleid van de start van een op de XTC-consument gericht arrestatiebeleid rond vooral grootschalige House Parties van arrestaties/snelrecht bij de voordeur en undercoverpolitie op de dansvloer. Deze omslag was een direct gevolg van het, via de USD, door de lokale driehoek adopteren van de denktrant van de Amerikaanse DEA van dat de drugsmisdaad de vorm heeft van een pyramide van aan de top de drugsbazen met daartussen de dealers en tenslotte op de bodem de consument van als je die laatste maar vaak genoeg arresteert informatie binnenkomt over de hogere structuur van de pyramide tot die van de drugsbaas aan toe. Deze omslag zorgde voor veel onrust en irritatie onder zowel personeel als bezoekers van House Parties en versterkte de al alom heersende politieke en publieke beeldvorming als zouden House Parties drugsfeesten zijn.  Het gevolg van dit beleid was dat de House Partywereld in het defensief gedrongen werd wat vervolgens ten koste ging van de innovatieve ontwikkelingen van deze belangrijke stroming in de uitgaans- en muziekwereld.

 

  • Met het op gebruikende bezoekers gerichte politie en justitiebeleid op House Party,s viel de belangrijkste voorwaarde weg van het testen van drugs op grootschalige evenementen. Het niet meer kunnen garanderen van de anonimiteit van de bezoekers die hun drugs getest wilden hebben was voor het Adviesburo Drugs in 1999 aanleiding om met haar SAFE HOUSE CAMPAGNE te stoppen, de campagne waar het drugstesten op grote evenementen een onderdeel van was[3].

 

  • Het politiebeleid op House Parties (en eerder in de jaren negentig van grootschalige politieacties in discotheken) is van grote invloed geweest op de toename van zinloos geweld in het uitgaanscircuit, c,q, geweld tegen de “platte pet” politie en andere overheidsdienaren in uniform, zoals personeel van ambulances[4].

 

  • Onder invloed van bovenbeschreven politie-en justitiebeleid plus allerlei ontwikkelingen in de Gezondheidszorg (zoals de stormachtige ontwikkeling van hersenonderzoek met de rol die zij zichzelf toegeëigend/toegedicht kreeg in het drugsdebat) veranderde de opvattingen binnen de verslavingszorg/drugspreventie zodat een rigide voorlichting over uitgaansdrugs de overhand kreeg boven die van secundaire drugspreventie met als resultaat een geleidelijk demoniseren van de drug XTC van zowel het middel zelf als de mate van vervuiling in het aanbod, de wereld van gebruikers, van de party’s waar het gebruik zich afspeelt, enz.

 

Commentaar: Alles overziend kan gesteld worden dat er van het streven van de overheid naar het terugdringen van productie, handel en gebruik van XTC weinig terecht is gekomen.

 

 door drukte ergens anders stop ik nu weer effe met deze notitie met nog een verbetering /aanvulling op onderstaande tekst met vooral een haarscherpe uitleg op de impact van wat designerdrugs teweeg gaan brengen; een van de belangrijkste argumenten om met het huidige XTC beleid te stoppen!!!  

 

 

Door de invloed van de bestrijding van XTC en het demoniseren van het gezondheidsrisico van dit middel is de afgelopen jaren een volstrekt nieuw fenomeen ontstaan van de doorbraak in het gebruik van designerdrugs. Dit fenomeen is een van binnenuit de drugswereld een reactie op de bestrijding/criminalisering van de klassieke uitgaansdrugs. Klassieke uitgaansdrugs zoals Amfetamine, Cocaine, XTC van die middelen die hun oorsprong hebben in de farmaceutische industrie, ergo een voorgeschiedenis hebben van een medische toepassing met daarna de opkomst van recreatief gebruik.  Designerdrugs wijken daar fundamenteel van af!  Deze ontwikkeling is in elk opzicht zeer zorgelijk.

 

Al deze aspecten overziend geven zeer veel aanleiding voor een radicale verandering in het drugsbeleid met ten aanzien van XTC mijn visie van een verkoopcircuit binnen smartshops van XTC in doordrukstrips, vergelijkbaar met de versbakjes van Sclerotia. Daarnaast is een flankerend beleid gewenst van veilig uitgaan waarbij dit beleid op geen enkele manier de eigenheid van de afzonderlijke uitgaansculturen aantast Veel van deze ideeën staan in de voorstellen van het Amsterdamse Horizontaal Overleg Grootschalige evenementen

 

Wordt vervolgd

 

April 2016  August de Loor

 

 

[1] Lees geen van “bovenaf” strak  aangestuurde organisaties, maar  van “onderaf” van  een uitgebreid “vervolkst” netwerk van productie en handel van XTC . Mijn mening is dat dat laatste  meer ondermijnend is voor de maatschappelijke cohesie dan de- per definitie kleiner in omvang – georganiseerde drugsmisdaad. Zolang de veronderstelling overheerst dat de drugshandel in handen is van de georganiseerde misdaad zal niet alleen de bestrijding averechts uitpakken maar ook het besef achterwege blijven van wat de “vervolksing”van de drugswereld teweeg brengt

[2] Van vooral het risico van look-a-like tabletten; van op het oog exact dezelfde uitziende tabletten maar met een groot verschil in dosering of werkzame bestanddelen.

[3] Het is opmerkelijk dat tot op de dag van vandaag in de zeer publiek/politiek gevoelige discussie over het wel/niet herstarten van het drugstesten op grote evenementen de werkelijke motieven waarom de SAFE HOUSE CAMPAGNE gestopt is nooit de aandacht heeft gekregen die het verdiende. In plaats daarvan worden  door zowel  voor- als tegenstanders van die herstart argumenten in de strijd gegooid die nauwelijks terzake doende zijn.  Degenen die hier het verst in gaat is het Ministerie van VWS die menigmaal beweerd als zou de  drugtesttechniek dermate onbetrouwbaar zijn dat dit een verantwoorde wijze van drugsvoorlichting op de dansvloer onmogelijk maakt terwijl het Ministerie de SAFE HOUSE CAMPAGNE jarenlang financieel ondersteund heeft, door het NFI onderzoek heeft laten uitvoeren naar de door het Adviesburo gehanteerde testmethode en dat die methode tot op de dag van vandaag nog steeds het logistieke hart vormt van het landelijke drugsmonitoproject van het Trimbosinstituut. Maar belangrijker is dat de discussie over het herstarten van het drugstesten op evenementen de aandacht afleid van wat het politie- en justitiebeleid de laatste decennia heeft aangericht in de wereld van uitgaan

[4] Het dieptepunt van dat geweld was de woede-uitbarsting onder de bezoekers van een strandfeest in Hoek van Holland tegen een groep undercoveragenten die doordat zij op de dansvloer zo in het nauw gedreven werden hun pistolen moesten trekken met een dodelijk slachtoffer onder de bezoekers tot gevolg. Doordat dit zeer ernstig voorval vervolgens werd weggezet als het geweld van voetbalhooligans zijn nooit die lessen geleerd die met bovenbeschreven veranderend politiebeleid tegen druggebruik in het uitgaanscircuit te maken heeft

Suggesties voor de legalisering van de kweek van Nederwiet, lees het regelen van de achterdeur van coffeeshops

Bij de afgelopen jaren voorstellen over de regulering van de kweek van Nederwiet zijn kritische opmerkingen te plaatsen of die regulering wel automatisch leidt tot een verbetering van de situatie van minder overlast van illegale kwekerijen, van een meer transparante situatie bij de achterdeur van coffeeshops, enz. Dit stel ik omdat er in mijn ogen nogal makkelijk over het legaliseren van cannabis gedacht wordt. Natuurlijk, legalisering is meer dan ooit noodzakelijk maar is dit dossier, na 50 jaar geleden doorbraak in cannabisgebruik, na 45 jaar coffeeshops en na 41 jaar schizofreen softdrugsbeleid, uitgegroeid tot een zeer complex dossier.In al die decennia zijn er allerlei processen ontstaan in productie, handel en gebruik van cannabis die even schizofreen zijn als dat softdrugsbeleid. Als die complexheid niet “meegenomen” wordt in de beraadslagingen hoe de legalisering er uiteindelijk uit moet zien zijn we verder van huis als de huidige situatie. Bij deze een aantal voorstellen van een fasegewijze aanpak van de legalisering van cannabis

Voor het op orde houden van de heden ten dage uitgebreide menukaart van coffeeshops is er bij de achterdeur een aanvoer van diverse soorten binnen- en buitenlandse hasj en wiet noodzakelijk. Het reguleren van de kweek van Nederwiet kan daar slechts een beperkt aandeel in hebben plus de voorwaarde dat de legaal gekweekte wiet aansluit op de behoefte van de consument, in mijn woorden de moderne consument die, net als bij alcohol, wil kiezen uit een ruim aanbod van verschillende soorten hasj en wiet. Als niet aan deze meest belangrijke voorwaarde voldaan wordt zorgt de regulering eerder voor allerlei ongewenste bijeffecten.
Mijn advies is de oprichting van een multidisciplinaire werkgroep, met deskundigen met kennis en inzicht over de trends in gebruik van cannabis, de wereld achter de achterdeur van coffeeshops als wat zich allemaal aan andere ontwikkelingen afspelen, zoals de kweek van wiet voor eigen gebruik tot de medische/therapeutische toepassing van cannabis.

In de tussentijd bepleit ik voor coffeeshops een gefaseerde aanpak van het verbeteren van de achterdeur en wel zo dat deze de vele al jarenlang praktische hobbels wegnemen van het huidige gedoogbeleid. De eerste aanzet daartoe zijn de voorstellen van

1) het verhogen van de maximale handelsvoorraad van cannabis in coffeeshops,

2) het gedogen van de stashplek, lees het voorraadadres van de cannabis voor coffeeshops

3) het gedogen van het vervoer van de voorraad naar de coffeeshop.

Daarbovenop adviseer ik;

4) Een transparant belastingsysteem voor de in- en verkoop van cannabis in coffeeshops.                 (zonder daar deskundig in te zijn begrijp ik dat daar binnen de coffeeshopbranche zinvolle           ideeën over bestaan) Transparantie als eerste stap naar de regulering van de achterdeur             (van stash tot de kassa/toonbank).

5) Herbezinning op de Wet op de voorbereidende handelingen. Allerlei signalen wijzen erop             dat deze wet (lees de wijze van uitvoering) tot een verschraling in het aanbod van soorten           wiet bij de achterdeur leidt met daarvoor in de plaats een aanbod van grotere partijen                 wiet en de daarbij gepaarde prijsopdrijvingen met een toenemend risico van het rouleren           van  “verzwaarde” wiet. Deze ontwikkeling gaat zowel ten koste van het in stand houden               van een in coffeeshops gevarieerd aanbod van hasj en wiet met in het verlengde een                     toenemende invloed van de grootschalige kwekers. Beide ontwikkelingen verhard niet                 alleen de wereld van de kweek van Nederwiet maar ook die van de achterdeur van                         coffeeshops.

6) Stoppen met het reduceren van het aantal coffeeshops. De data over de afgelopen twee             decennia maken duidelijk van een zeer forse reductie over het land van het aantal                         coffeeshops, terwijl de gefaseerde invoering van het legaliseren van cannabis juist gebaat is         bij een evenwichtig over Nederland verspreid netwerk van kleinschalige coffeeshops. De               reductie van het aantal coffeeshops leidt tot meer aanloop van bezoekers bij de voordeur van     de nog open coffeeshops met dito meer aanvoer van de voorraad bij de achterdeur.                     Schaalvergroting van zowel de voor- als achterdeur van coffeeshops is sowieso geen goede         ontwikkeling als dat het onnodig aan problemen opleverd van het reguleren,legaliseren van       cannabis

Tot zover mijn suggesties over een gefaseerde aanpak van het legaliseren van cannabis met als startpunt het verbeteren van de situatie bij de achterdeur van coffeeshops. Hierbij dient in ogenschouw genomen te worden van wat zich aan andere ontwikkelingen afspelen in de wereld van cannabis zoals de “vervolksing” van de kweek van wiet, de wietzaadhandel, de ontwikkelingen in het aanbod van Eurowiet naar Nederland, de ontwikkelingen van de productie van de “klassieke” soorten hasj, het nieuwe fenomeen van synthetische cannaboïden en de stormachtige ontwikkelingen van de (semi)medische toepassingen van THC/CBD en CBD oliën. Al deze ontwikkelingen worden op geen enkele manier in welke notitie dan ook over de regulering van de wietteelt genoemd terwijl daar alle aanleiding toe is. Het versterkt mijn pleidooi voor het oprichten van een multidisciplinaire werkgroep die zich buigt over al deze aspecten voor het verbeteren van het beleid van het in goede banen leiden van zowel gebruik als verkoop van cannabis

risicoanalyses grote evenementen

Al vanaf de tweede heift van de jaren negentig heb ik voor elk groot evenement in Amsterdam waar drank- en druggebruik zich afspeelt in de weken vooraf van elk evenement risicoanalyses opgesteld van wat het eerstehulpcircuit van Meldkamer, ambulancediensten, spoedeisende hulp ziekenhuizen aan drank- en drugsgerelateerde eerstehulpverzoeken kon verwachten. Het spreekt voor zich dat elk evenement zijn eigen specifieke risicofactoren kent. Zo zijn er grote verschillen aan risico,s tussen bijvoorbeeld Koningsdag en een grootschalige House Party, tussen het meerdaagse Amsterdamse Dance Event en de jaarlijkse Gay botenparade, verschillen als uitvloeisel van de verschillen in drank- en druggebruik, verschil in type feestvierders, de verschillen in setting waarbinnen het evenement zich afspeelt,enz.  Daarnaast zijn er per evenement nog variabelen in de risico,s zoals wat ieder jaar op het moment van het evenement de stand van zaken is aan trends in druggebruik, de mate van risico in het vervuilde aanbod van uitgaansdrugs van bijv XTC, speed, snuifcocaine ( althans, die vervuilingen/versnijdingen met een direct risico voor de gezondheid van de gebruiker), de plek van het evenement, het weer, de dag(en) van het evenement ten opzichte van het weekend, enz.

Een vast onderdeel van deze werkzaamheid heeft een preventieve insteek van een oproep aan de Amsterdamse coffeeshop- en smartshopbranch om tijdens het evenement zowel terughoudend te zijn in het verkoopbeleid van hun producten als extra aandacht te schenken in de voorlichting aan hun klanten. In welke mate deze oproep effect sorteert is uiteraard niet na te gaan, maar iedere keer valt mij op dat waar cafe,s tijdens bepaalde evenementen breed uitpakken zoals bij Koningsdag, dit achterwege blijft bij coffeeshops en smartshops terwijl er voor hen geen enkele formele belemmering is om hetzelfde te doen. En of er een direct verband bestaat tussen de oproep en de steeds weer per evenement lage drugsgerelateerde eerstehulpverzoeken valt ook niet te bewijzen. Maar dat die cijfers laag zijn (en dat ten opzichte van de alcohol EHBO), is wel iets wat iedere keer opvalt! Bijgevoegd een voorbeeld van een oproep van de VLOS ( de belangenvereniging van onder andere  smartshopeigenaren) aan haar Amsterdamse achterban om tijdens de Gay Pride van deze week extra alert te zijn bij de verkoop van hun smartproducten (zoals Sclerotia en andere smartproducten met een psycho-actieve werking).

Amsterdam  24 july 2017 Beste Amsterdamse leden,

Zoals jullie langzamerhand wel weten, zal volgende week de Gay Pride plaatsvinden. Zoals ieder jaar zal dit evenement weer veel bezoekers uit binnen- en buitenland trekken, waarbij velen een smartshop zullen bezoeken.

In al deze drukte verzoeken wij je alles in het werk te stellen om de verkoop van smartproducten zo verantwoord mogelijk te doen plaatsvinden. Dus: goede voorlichting, het wijzen op de risico’s van gecombineerd gebruik met andere middelen en extra aandacht voor toeristen.

Wil je deze instructies doorgeven aan je medewerkers die de komende tijd in de winkel(s) staan?

Bij voorbaat dank!

Met vriendelijke groet,
Iris Freie, voorzitter Vereniging Landelijk Overleg Smartproducten (VLOS)

( n.b het is de belangenvereniging van coffeeshopeigenaren die een vergelijkbare oproep naar haar Amsterdamse achterban heeft verzorgd)

Ik prijs mij gelukkig dat dergelijke verenigingen steeds weer de moeite getroosten om dit soort oproepen uit te zenden. Ten aanzien van het opstellen van risicoanalyses ben ik echter zeer somber gestemd. De afgelopen decennia zag ik nauwelijks enige interesse bij drugspreventie Amsterdam/ Nederland om deze vorm van integrale Harm Reduction te “ädopteren”. Zowel niet in de feitelijke uitvoering als het stil staan aan welke ( lees vele) randvoorwaarden en aanvullende werkzaamheden voldaan moet worden om op een verantwoorde wijze risicoanalyses op te stellen. Nu afgelopen jaar bij het Adviesburo Drugs zelf een aantal werkzaamheden gestopt zijn (zoals het dagelijks drugstestspreekuur) ontbreekt mij de voorwaarden om nog op een afgewogen en verantwoorde wijze risicoanalyses op te stellen. Aangezien deze voorwaarden ook bij de andere drugsinstellingen ontbreken dreigt deze bizondere vorm van Harm Reduction te verdwijnen.

August de Loor

Over drugseerstehulp, Red Alerts en het afscheid van een bijzondere vrouw!

Een open brief aan het Amsterdamse stadsbestuur

Pieternel van Exter, in mijn woorden al 100 jaar de “bazin” van de Amsterdamse Meldkamer voor de ambulances, de eerstehulpposten van ziekenhuizen en EHBO,ers, is op leeftijd gekomen en houdt er mee op ( pensioen!)

In mijn ogen moet zij door het stadhuis in het zonnetje gezet worden aangezien zij zeer belangrijk is geweest voor onze stad. Dat is een heel rijtje aan voorbeelden met vooral als zich ingrijpende en vooral onverklaarbare drugsgerelateerde eerste hulp verzoeken voordeden was zij de eerste die aan de bel trok, met bij complexe incidenten de vele telefoontjes naar mijn Adviesburo. Door het over en weer stellen van de juiste vragen voor nader onderzoek kon in een zo kort mogelijke tijd het onverklaarbare van het drugsincident doorgrond worden wat basisinfo opleverde voor zowel het instrueren van het eerste hulp circuit (ambulancepersoneel, eerstehulpposten ziekenhuizen, enz), als of en zo ja  een waarschuwingscampagne (Red Alert) gestart moest worden en tenslotte of er beleidsmatig of anderszins aan aanpassingen nodig was, zoals aanpassing van de drugseerstehulpregistratie of die van de drugspreventie.

Het meest aansprekende voorbeeld was de cocaïne/witte heroïne Red Alert wat startte met op 24 oktober 2014 haar zondagochtendtelefoontje en twee uur later al achtergrondinformatie opleverde over de doodsoorzaak van het eerste slachtoffer. Informatie wat per omgaande diezelfde dag al vertaald werd in instructies naar het Amsterdamse eerste hulpcircuit mocht zich vergelijkbare incidenten voordoen ( wat gebeurde!). Toen dat afgedekt was, kon er gewerkt worden aan het optuigen van de cocaïne/witte heroïne Red Alert en hoe dat gegaan is, is algemeen bekend.

Wat ik echter wil benadrukken is dat door de eerste uren inbreng van Pieternel in recordtijd de analyses gemaakt konden worden over de vorm en inhoud van die Red Alert. De eerste analyses, daar draait het alles om bij een Red Alert!! Als die te lang op zich laten wachten,en erger nog, als die niet kloppen is dat dodelijk voor een Red Alert; Een fout gestarte Red Alert is namelijk niet meer te corrigeren!.

Bij de cocaïne/witte heroïne Red Alert is dat allemaal niet gebeurd! De eerste analyses klopten als een bus en waren maatgevend voor het verder verloop van de campagne. En dat kloppen benadruk ik omdat de cocaïne/witte heroïne Red Alert een zeer complex, atypisch, dossier was wat een zeer complexe, moeilijk te doorgronden analyse verlangde. Het is de hulp van Pieternel geweest die er voor gezorgd heeft dat die analyse gemaakt kon worden zoals zij ook in vele eerdere Amsterdamse drugseerstehulpdossiers een onmisbare rol heeft gespeeld.

Dus, kom op!  Zet die bijzondere vrouw in het zonnetje en hoe dat moet weten jullie als geen ander!

Met groet!   August

Ps  Wat haar vertrek de vraag oproept is of bovenstaande werkwijze en vooral bovenstaande kennis en ervaring van het stellen van de juiste vragen bij ernstige drugsgerelateerde drugsincidenten voor de toekomst gewaarborgd is in Amsterdam. In mijn ogen genoeg aanleiding om daar bij stil te staan!

Sluiting smartshops op basis van achterhaald beleid

Sluiting smartshops op basis van achterhaald beleid

Tot op de dag van vandaag vindt door de Deelraad Binnenstad afdeling Handhaving een actieve  aanschrijving plaats van winkels met een, onder dreiging van een forse dwangsom, dringende oproep van het stoppen van de verkoop van psycho-actieve stoffen zoals Sclerotia. Deze aanschrijvingen worden onderbouwd met een verwijziging naar bestemmingsplannen die terug gaan tot het begin van deze eeuw(!). Hierin is vastgelegd dat in (delen van ) de binnenstad slechts een beperkt aantal winkels (omschreven als smartshops) smartproducten mogen verkopen. Alle winkels die niet op die lijst staan worden gesommeerd om met de verkoop van smartproducten te stoppen. Bij dit beleid zijn de volgende kanttekeningen te plaatsen:

1) Sinds begin van deze eeuw is het aantal liefhebbers van smartproducten gestegen,

2) Gelet op een aantal zorgwekkende ontwikkelingen binnen het illegale circuit van drug en druggebruik is het nut van smartshops als een veilig, legaal alternatief voor vele liefhebbers van smartproducten de laatste jaren toegenomen,

3) Het nut van smartshops in de binnenstad is ook aantoonbaar in het licht van het hardnekkige probleem  van straathandel in drugs in de Amsterdamse binnenstad , een handel vooral gericht op toeristen. Zowel coffeeshops als smartshops  leveren een bijdrage in het beperken van de aard en omvang van het probleem van de drugsstraathandel

In het het licht van deze constateringen is het merkwaardig dat de Deelraad blijft vasthouden aan een strikte uitvoering van het sluiten van smartshops op basis van oude bestemmingsplannen met als kanttekening dat een deel van de toentertijd toegestane winkels inmiddels om uiteenlopende redenen hun deuren gesloten hebben.

Het beleid is zelfs zo star dat zelfs winkels die niet 100% zwart op wit kunnen aantonen dat zij al voor de invoering van de bestemmingsplannen smartproducten verkochten de verkoop moeten staken  (een  novum van dat een winkel haar administratie van 7 jaar en ouder mag weggooien terwijl de Deelraad facturen van de toeleveringsbedrijven van smartproducten aan de winkel verlangen die twee keer zo oud zijn).

Met dit beleid is de Deelraad ook in strijd met de motie van haar eigen raad. In deze motie is een smartshopbeleid vastgesteld waarbij de prioriteiten anders ingevuld worden dan die van de diverse bestemmingsplannen. In deze motie wordt er o,a, op gewezen om voorrang te verlenen van het sluiten van winkels die onvoldoende aandacht schenken aan de voorlichting over smartproducten of waar de verkoop ook op andere wijze zich niet transparant afspeelt. In de motie wordt overleg met de belangenvereniging van smartproducten voorgesteld om na te gaan van wat onder een verstandig smartshopbeleid voor de binnenstad verstaan kan worden, welke smartshops in aanmerking komen voor verhuizing naar andere delen van de stad.

Los van dat deze motie op onderdelen op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden is het glashelder dat de raad van de Deelraad Binnenstad voor een andere uitvoering van het smartshopbeleid in de binnenstad koos.

Dit geldt ook ten aanzien van de adviescommissie van de regering die op verzoek van het ministerie van VWS een half jaar geleden een rapport heeft opgesteld met voorstellen voor een verstandig beleid van de verkoop van smartproducten. Veel van deze voorstellen zijn specifiek afgestemd op het realiseren van een evenwichtig smartshopbeleid voor de Amsterdamse binnenstad. Het ministerie van VWS heeft dit rapport van harte aanbevolen bij de Amsterdamse overheid en zijn binnen de verschillende geledingen van de Amsterdamse gezondheidszorg- en drugpreventieinstellingen en beleidsambtenaren van het Kabinet van burgemeester en wethouders hierover gesprekken gestart, waar ook de belangenvereniging van de smartshops bij betrokken wordt.

In weerwil van deze politieke en bestuurlijke bezinning over de invulling van het Amsterdamse smartshopbeleid blijft de Deelraad Binnenstad echter vast houden aan haar bestaande beleid.

En nu sinds de jongste gemeenteraadsverkiezingen de Deelraden zowel inhoudelijk als organisatorisch ingrijpend aan politiek/bestuurlijk gewicht hebben moeten inleveren en dat het nieuwe college van burgemeesters en wethouders een herbezinning overweegt over zowel de doelstelling als de uitvoering van de upgrading van de binnenstad is de stelling gerechtvaardigd dat het smartshopbeleid van de Deelraad Binnenstad achterhaald is, gebaseerd op oude politieke en bestuurlijke afwegingen.

Met vriendelijke groet  August de Loor
Adviesburo Drugs  7 Augustus 2014