Categoriearchief: Smartshops

continuering straatdealcampagne

Op basis van de ervaring van vorig jaar hebben we voor dit jaar de voorlichting aan toeristen om waakzaam te zijn voor de praktijken van straatdealers niet alleen herhaald maar ook uitgebreid in zowel het campagnemateriaal als dat het nu landelijk uitgerold is via het landelijk netwerk van coffeeshops en smartshops, beide type shops zijn de beste plekken om de doelgroep te bereiken. Een nieuwe aanvulling op de campagne is een ongeveer 40 seconde filmpje met de belangrijkste risico,s als je als toerist in een vreemde stad met straatdealers in zee gaat. Deze filmpje bedoeld om in beide type shops te vertonen via hun beeldschermen

Bijgevoegd de informatie hoe voor 100 euro dit filmpje aangeschaft kan worden ( dit geld komt weer ter beschikking van het verder uitwerken van de campagne)

https://bit.ly/2JkWYRG Namens de smartshop- en coffeeshopbranche en het Adviesburo Drugs mijn dank voor de medewerking

TV redacteuren RAMBAM maken documentaire over Ayahuasca

Hieronder een deel uit een mail naar de leden van de VLOS, de belangenvereniging van o.a. smartshopeigenaren over het TV programma RAMBAM die op woensdag 24 januari aandacht besteedde aan ayahuasca. Waarom die mail gericht was aan die belangenvereniging wordt in onderstaande mail duidelijk. En om die mail beter te kunnen begrijpen moet je weten dat het overheidsbeleid aangaande ayahuasca genuanceerd ligt van dat, ondanks dat de werkzame stof (DMT) in dit middel als harddrug op lijst 1 van de Opiumwet staat, zolang het gebruik plaatsvind binnen georganiseerd verband ( lees, als het drinken van bijvoorbeeld thee binnen rituelen van sessies van gelijkgestemden in een afgesloten, niet publieke ruimte) dit niet tot vervolging leidt
( n.b. het Adviesburo is al jaren adviseur gezondheidspreventie voor deze vereniging) En weet dan dat ik bezig ben met een meer uitgebreide/aanvullende info over dit onderwerp ( 14-02-2018)

Verzonden: vrijdag 26 januari 2018 18:48

Onderwerp: RE: Uitzending Rambam over ayahuasca

Beste eigenaren van smartshops
De geschiedenis herhaalt zich met het TV programma RAMBAM van deze week dat de publieke media ALTIJD het gevaar/risico van een middel als uitgangspunt neemt van het rapporteren daarover met als uiteindelijke resultaat dat het bijna altijd tot Tweede Kamervragen leidt met in 9 van de 10 gevallen een verbod op dat middel (of een hardere aanpak van dat middel als het al verboden is). Zo,n, door de publieke media eenzijdige, alleen op de risico,s van de stof gerichte, aandacht gaat het al vanaf de opkomst van het druggebruik vanaf de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw met tientallen drugs tot zelfs middelen die om andere redenen dan typische druggebruik gerekend kan worden zoals ayahuasca. En het is of de politie maar steeds vaker de drugshulpverlening ( met steeds meer in het kielzog de gezondheidszorg in het algemeen, de jeugdzorg/psychiatrie in het bizonder met de laatste 10 jaar de booming nieuwe discipline in de gezondheidszorg van die van hersenonderzoekers) die bij dat waarschuwen een sleutelrol spelen met in dit geval de Jellinek en het Trimbosinstituut die op het gevaar van ayahuasca wijzen wat met het tonen van twee negatieve ervaringen met dit middel van mensen uit de directe omgeving van de redacteuren de leidraad vormde van de rest van de uitzending.

Het bizarre is dat in elk middel met een psycho-actieve werking een gevaar schuilt ( een drug zonder gevaar is geen drug!). En laten we blij zijn met dit gevaar want als dat er niet zou zijn is er geen grens aan het gebruik ( “een risicoloze drug is levensgevaarlijk!”). Kortom, de Jellinek en het Trimbosinstituut trappen een open deur in maar omdat zij dat doen via de publieke media diezelfde media niets anders kan/gaat doen dan dat gevaar verder uit te diepen. En wat zie je dan in het geval van de RAMBAM uitzending over ayahuasca dat dat gebeurt via het aanklagen van de overheid dat die dat gevaar niet ziet/negeert, waarbij dus RAMBAM volkomen het genuanceerd beleid van de overheid over ayahuasca negeert. Kortom RAMBAM als domme kruisridder van het bezoeken van de KvK, de anti-kwakzalverarts, ministeries bellen, een eigen Opiumlijst 1 DMT harddrugwinkeltje opent en de politie tart om de zaak dicht te timmeren, undercover smartshops bezoeken en dat drie van hun redacteuren zich begeven naar een ayahuascasessie ( maar als controlfreaks voortijdig wegglippen). Op sommige momenten best grappig die kruistocht in beeld gebracht maar naast bovengenoemd negeren van het beleid een ding volstrekt weglatend; EN DAT IS IN GESPREK GAAN MET DE MENSEN DIE WEL AAN DIE SESSIES DEEL NEMEN. En ondanks dat er voldoende aan te merken valt op de zorgvuldigheid van de begeleiders van die sessies ( met dank aan RAMBAM die daar terecht op wijst) hadden zij, als zij dat gesprek waren aangegaan, een beeld gezien van mensen uit uiteenlopende maatschappelijke kringen die om zeer uiteenlopende redenen/aanleidingen zich welbewust overgeven aan die sessies met allemaal hun eigen voorbereiding, overtuiging en waakzaamheid. En als de Jellinek en het Trimbosinstituut daar in hun bijdrage aan de uitzending op hadden gewezen met o.a. een verwijzing van nauwelijks tot geen rapportage van eerstehulpverzoeken of andere hulpverzoeken ( lees verslavingszorg, therapieën, tot dubbele diagnosesituaties aan toe) terwijl ayahuasca in potentie een behoorlijk emotioneel heftig middel is had de documentaire er heel anders uitgezien. Het tegendeel is gebeurd met voor de zoveelste keer een eenzijdig, op het gevaar van het middel, gerichte rapportage met op het einde van de uitzending een uiteraard zeer verontrust lid van de Tweede Kamer, Vera Bergkamp van D,66 die toezegde hierover vragen te stellen aan de minister. Hopelijk zal zij zich nader beraden alvorens zij die vragen stelt, maar dan heb je nog altijd die andere politieke partijen die drugs gevaarlijk vinden. En laat nou die open deur al decennia lang de basis zijn van een andere open deur van verbieden met als gevolg dat het gevaar van dat middel alleen maar toeneemt. Hoe dat bij ayahuasca zal vergaan zal de tijd leren.

August de Loor januari 2018

XTC IN DOORDRUKSTRIPS een plan van aanpak over de legale verkoop van XTC

 

 

Inleiding

De laatste jaren neemt vanuit uiteenlopende kringen de roep toe om de verkoop van XTC uit het strafrecht te halen, zoals recent de oproep vanuit de jongerenafdeling van D,66. Hiermee sluiten zij aan op de loop van de geschiedenis van dat al in de jaren negentig van de vorige eeuw D,66 minister Borst van Paars 2 opdracht gaf om hier nadere voorstellen over uit te werken.  In een van haar denktanken is toen het idee geopperd om XTC te verkopen in doordrukstrips met op de strip de meest belangrijke tips voor verstandig gebruik (een idee afkomstig uit de smartshopbranch waar paddo,s verkocht werden in zogenaamde versbakjes met op de verpakking de verstandige gebruiktips over dit middel). Het is dit waar deze notitie haar naam aan te danken heeft.

Aansluitend op het idee van de doordrukstrips was het voorstel van dat diezelfde branche een licentie kreeg voor de legale  verkoop van XTC.

Deze notitie legt uit dat het sinds die jaren negentig volstrekt anders is gegaan met het Nederlandse XTC beleid met als algemene conclusie dat dit weinig goeds heeft opgeleverd. Dit wordt toegelicht aan de hand van de belangrijkste feiten over bijna 30 jaar trends in het gebruik van XTC  en wat de bestrijding van productie, handel en gebruik van XTC voor negatieve gevolgen heeft gezorgd. Kortom, er is meer dan voldoende reden voor het inslaan van nieuwe wegen in het XTC beleid.

Maar dat niet alleen!  Met meer dan 40 jaar werkervaring  zie ik steeds weer dat alles rond drug en druggebruik als een op zichzelf staand fenomeen beschouwd word, een van buiten- en bovenaf gevaar waar de maatschappij zich tegen moet wapenen. De werkelijkheid leert echter dat zowel productie, handel als gebruik diep verankerd liggen binnen maatschappelijke kaders. Veranderen die maatschappelijke kaders dan veranderen alle aspecten rond drug en druggebruik ( de relatie tussen tijdgeest en drugtrends).

Kortom, een effectief XTC beleid kan niet zonder het ontwikkelen van allerlei andere beleidskaders zoals bij deze uitgaansdrug het verhogen van de veiligheid van uitgaan, het weerbaar maken van jongeren, maar vooral het erkennen dat het gebruik van drugs een essentieel onderdeel vormt van de sociaal/culturele ontwikkelingen van een samenleving. Daar waar het drugsbeleid nu bepaald wordt vanuit de ministeries van Justite/Veiligheid en van VWS (de combinatie; bestrijding/bevoogding) is in mijn ogen het onderbrengen van het drugsbeleid onder het Ministerie van Genotsmiddelen meer op z,n plaats..

Trends

 

Feiten

 

  • XTC is vanaf de opkomst in het gebruik (1987) uitgegroeid tot de meest populaire uitgaansdrug.

 

  • XTC is van een witte-middenklasse-drug (van gebruik binnen de “witte” House Partywereld) uitgegroeid tot een multi-culti-drug ( van gebruik binnen uiteenlopende uitgaanscircuits) met vooral bij die  laatste ontwikkeling van dat dit ten koste ging van de populariteit van andere uitgaansdrugs van vooral cocaïne en speed

 

  • De beleving die consumenten aan XTC  toedichten is de afgelopen decennia van zeer veel invloed geweest op de  leef- en denkwereld van uiteenlopende categorieën van mensen van zowel die wel als die geen XTC gebruiken. Deze invloed is terug te zien in het ontstaan van nieuwe vormen van muziek, kunst ( en daaraan gelieerde andere culturele uitingsvormen), uitgaanspatronen, mode , taal, enz.

 

Commentaar: Met deze opsomming kan gesteld worden dat XTC uitgegroeid is tot een “vervolkst” genotsmiddel, zowel wat betreft aard en omvang van gebruik als wat het aan veranderingen teweeg heeft gebracht binnen allerlei maatschappelijke sectoren, (sub)jeugd en uitgaansculturen. En zo leert de geschiedenis van dat het van weinig inzicht getuigd om te veronderstellen dat een “vervolkst” fenomeen met bestrijden en bevoogden weer terug in de fles te krijgen is (n.b. ik neem met de term “vervolkst” bewust afstand van “genormaliseerd”, een term die drugsinstanties en drugsonderzoekers toedichten aan de gestegen populariteit van XTC. In mijn ogen kleven er twee nadelen aan deze term van dat het veel te weinig uitdrukking geeft aan dat trends in drug en druggebruik diep verankerd liggen binnen maatschappelijke processen plus dat als reactie op deze term het hardnekkige vooroordeel in stand blijft als zou iedere opeenvolgende generatie jongeren er een extremer gebruik van drugs op nahouden van ten aanzien van XTC; “van dat die jeugd van tegenwoordig – zonder enige norm- er maar op los slikt!”. Mijn reactie daarop is;  “Als dat zo zou zijn zouden er, mede gelet op het rouleren van “foute “ XTC-tabletten, ieder weekend tientallen, zo niet honderden ernstige voorvallen zich rond XTC moeten voordoen; zelfs in de meest heftige periode in het gebruik van XTC van die van de Gabbertijd gebeurde dat niet!

 

 

Risico’s van gebruik

 

Feiten

 

  • Gebruik van XTC tijdens uitgaan beperkt ingrijpend het gebruik van alcohol.

 

  • Zoals eerder aangegeven heeft de populariteit van XTC in bepaalde kringen van uitgaanders de populariteit van cocaine en speed doen afnemen. Vandaar dat de opkomst en verdere populariteit  van XTC  omschreven wordt als de lighttrend in het gebruik van uitgaansdrugs

 

  • Gebruik/werking van XTC leidt niet tot agressie.

 

  • Van door-de-weeks-gebruik van XTC is niet of nauwelijks sprake. Hiermee onderscheidt XTC zich van andere uitgaansdrugs zoals cocaine, speed, GHB, middelen met meer kans van door-de-weeks- gebruik, ergo middelen met een verhoogd risico van dwangmatig gebruik

 

  • Als XTC-eerste-hulp nodig is, is de patient veelal meegaand, wat een hoog succespercentage van de eerste hulp oplevert, plus dat van XTC-eerste-hulp een hoog preventief effect uit gaat ( van; dit, maar geen tweede keer!”)

 

  • Onderzoek naar aanleiding van de berichtgeving in de media over dodelijke voorvallen rond XTC toont aan dat altijd meer factoren dan alleen het gebruik een rol speelt, zoals: 1) verborgen ziektes, 2) dat uit privacyoverwegingen het slachtoffer niet of te laat naar de eerste hulp is gegaan, 3) combigebruik met andere middelen/medicijnen, 4) onbekendheid over de dosering, 5) het gevolg van het gebruik van “vervuilde“ tabletten, 6) gebruik binnen een te risicovolle omgeving zoals te hete zalen. Al deze factoren rechtvaardigen de one-liner van; “XTC-doden bestaan niet!”.

 

  • Het gebruik van XTC is binnen de uiteenlopende groepen van gebruikers omgeven met rituelen plus dat het in bijna alle gevallen in groepsverband gebruikt wordt. En zo leert de ervaring van dat als binnen dergelijke condities genotsmiddelen gebruikt worden het risico van dwangmatig gebruik beperkt blijft

 

Commentaar: Met deze opsomming kan gesteld worden dat de risico’s van het gebruik van XTC beperkt is. In populaire termen is XTC de “softdrug onder de uitgaansdrugs”.

 

 

Landelijk beleid van bestrijding, productie, handel en gebruik van XTC

 

Feiten

 

Daar waar in 1996 de toenmalige regering ( Paars 2) met de oprichting van de landelijke Politie/Justitie Unit Synthetische Drugs (USD) zowel productie, handel als gebruik van XTC wilde bestrijden (“aan XTC de genadeklap toedienen” ,zoals premier Kok/ minister Sorgdrager op de persconferentie Nieuwspoort November 1996 dit nieuwe beleid aankondigde) heeft het omgekeerde plaatsgevonden, zoals

 

  • Een direct na deze aankondiging een scherpe toename van de criminalisering van productie en handel van XTC . Uit angst voor de veramerikanisering van het Nederlandse politie- en justitieapparaat ( de start van de USD werd in de publieke media gepresenteerd met bedrieglijk veel overeenkomsten met de War on Drugstaal uit de USA. Alleen al de introductie in Nederland van het begrip synthetische drugs is daar een voorbeeld van) stapte een groot deel van de vanaf 1987 generaties van niet-criminele XTC-producenten en handelaren uit de XTC markt. Daarvoor in de plaats kwam een netwerk aan nieuwe producenten van voor een groot deel uit de vanaf de jaren vijftig criminele netwerken van speedproducenten (uit vooral het zuiden van het land). Met het opkopen van de know-how  van de gestopte XTC producenten kreeg de speedhandel op een eenvoudige en snelle manier haar aandeel op de markt van uitgaansdrugs weer terug, een aandeel die zij door de toenemende populariteit van XTC vanaf 1987 kwijt waren geraakt. Dit, plus dat XTC redelijk makkelijk lokaal te produceren is, zijn sinds die tijd onafhankelijk van elkaar opererende XTC productie- en handels netwerken ontstaan[1].

 

  • In het kielzog van deze ontwikkeling nam het aantal gelukszoekers en opportunisten in de productie en handel van XTC toe met als gevolg een toename in het aanbod van slechte kwaliteit XTC-tabletten, zoals tabletten met goedkopere werkzame stoffen dan MDMA.

 

 

  • Overproductie van het MDMA-poeder met als gevolg een daling van de prijs van een XTC-tablet van 25 gulden in de jaren negentig tot, vanaf het nieuwe millennium, 3 tot 4 euro.

 

 

  • Het vanaf het nieuwe millennium geleidelijk ontstaan van een scheiding tussen de producenten van de werkzame stof MDMA en de makers van tabletten, met als gevolg een enorme toename aan verschillende typen XTC-tabletten in vorm, kleur en logo met daardoor een enorme variëteit aan doseringen en verschillen aan werkzame stoffen in de tabletten , een vanuit het oogpunt van gezondheidspreventie voor de gebruikers zeer onwenselijke situatie[2].

 

  • Vanaf 1997 een scherpe toename in het aanbod van “vervuilde” XTC-tabletten.

 

  • Vanaf het begin van de eeuwwisseling een toename van het dumpen van XTC drugslab- en chemicaliënafval in de natuur.

 

  • En tenslotte heeft het aangescherpte XTC beleid geen enkele invloed gehad op de afname van de populariteit van XTC. Integendeel; vanaf 1997 is de populariteit van XTC alleen maar toegenomen volgens de patronen zoals eerder in deze notitie beschreven. In het licht van de afnemende kwaliteit in het aanbod van XTC ,die zich in diezelfde periode voordeed, is dit een opmerkelijke constatering. Het is een indicatie van het bestaan van wat ik omschrijf als het zelfcorrigerend vermogen van de illegale drugsmarkt van dat kennelijk vanuit de consument een invloed uitgaat op het aanbod van dat er toch voldoende partijen drugs van redelijke kwaliteit in omloop blijven waardoor het risico getrotseerd wordt om drugs te blijven gebruiken/te beginnen van in dit geval XTC.

 

Commentaar

Bovenstaande toelichting toont aan hoe bizar Paars 2 heeft geopereerd in aanvankelijk  eerst het voornemen van het uit het strafrecht halen van de verkoop van XTC om vervolgens twee jaar later met de oprichting van de USD starten van een op Amerikaanse leest geschoeide XTC beleid. Naar aanleiding van zorgelijke geluiden over deze omslag ( een breuk met het internationaal alom geprezen Nederlandse drugsbeleid) reserveerde het Ministerie van VWS 1 miljoen gulden voor onderzoek naar de, vanuit  gezondheidspreventie,  negatieve gevolgen van de werkwijze van de USD. Het is bizar dat niet alleen dit onderzoek er nooit gekomen is maar ook dat niemand daar ooit enig ophef over gemaakt heeft. In plaats daarvan verscheen na ongeveer 10 jaar een lovend WODC rapport over de USD, waarbij op geen enkele wijze  gerefereerd werd naar de oorspronkelijke doelstelling van het beleid van; “ een genadeklap toedienen aan productie, handel en gebruik van  XTC” , laat staan naar de negatieve gevolgen van een scherpe toename van de criminalisering van de XTC-markt, de schade voor het milieu, enz. Sterker nog, deze en de nog andere negatieve gevolgen van de omslag in het XTC beleid  was vanaf 2007 aanleiding voor het geven van extra geld en ( wettelijke) bevoegdheden aan diezelfde USD. En tenslotte stond een aantal jaren geleden de USD model voor de oprichting van  de Landelijke Taskforce in de bestrijding van wietkwekerijen toen dit onderwerp in de politieke spotlight kwam te staan. En wat daar weer de gevolgen van zijn laat zich raden!

 

Lokaal politie- en justitiebeleid

 

  • In het verlengde van de oprichting van de USD vond er ook een omslag plaats in het lokale Politie- en Justitiebeleid van de start van een op de XTC-consument gericht arrestatiebeleid rond vooral grootschalige House Parties van arrestaties/snelrecht bij de voordeur en undercoverpolitie op de dansvloer. Deze omslag was een direct gevolg van het, via de USD, door de lokale driehoek adopteren van de denktrant van de Amerikaanse DEA van dat de drugsmisdaad de vorm heeft van een pyramide van aan de top de drugsbazen met daartussen de dealers en tenslotte op de bodem de consument van als je die laatste maar vaak genoeg arresteert informatie binnenkomt over de hogere structuur van de pyramide tot die van de drugsbaas aan toe. Deze omslag zorgde voor veel onrust en irritatie onder zowel personeel als bezoekers van House Parties en versterkte de al alom heersende politieke en publieke beeldvorming als zouden House Parties drugsfeesten zijn.  Het gevolg van dit beleid was dat de House Partywereld in het defensief gedrongen werd wat vervolgens ten koste ging van de innovatieve ontwikkelingen van deze belangrijke stroming in de uitgaans- en muziekwereld.

 

  • Met het op gebruikende bezoekers gerichte politie en justitiebeleid op House Party,s viel de belangrijkste voorwaarde weg van het testen van drugs op grootschalige evenementen. Het niet meer kunnen garanderen van de anonimiteit van de bezoekers die hun drugs getest wilden hebben was voor het Adviesburo Drugs in 1999 aanleiding om met haar SAFE HOUSE CAMPAGNE te stoppen, de campagne waar het drugstesten op grote evenementen een onderdeel van was[3].

 

  • Het politiebeleid op House Parties (en eerder in de jaren negentig van grootschalige politieacties in discotheken) is van grote invloed geweest op de toename van zinloos geweld in het uitgaanscircuit, c,q, geweld tegen de “platte pet” politie en andere overheidsdienaren in uniform, zoals personeel van ambulances[4].

 

  • Onder invloed van bovenbeschreven politie-en justitiebeleid plus allerlei ontwikkelingen in de Gezondheidszorg (zoals de stormachtige ontwikkeling van hersenonderzoek met de rol die zij zichzelf toegeëigend/toegedicht kreeg in het drugsdebat) veranderde de opvattingen binnen de verslavingszorg/drugspreventie zodat een rigide voorlichting over uitgaansdrugs de overhand kreeg boven die van secundaire drugspreventie met als resultaat een geleidelijk demoniseren van de drug XTC van zowel het middel zelf als de mate van vervuiling in het aanbod, de wereld van gebruikers, van de party’s waar het gebruik zich afspeelt, enz.

 

Commentaar: Alles overziend kan gesteld worden dat er van het streven van de overheid naar het terugdringen van productie, handel en gebruik van XTC weinig terecht is gekomen.

 

 door drukte ergens anders stop ik nu weer effe met deze notitie met nog een verbetering /aanvulling op onderstaande tekst met vooral een haarscherpe uitleg op de impact van wat designerdrugs teweeg gaan brengen; een van de belangrijkste argumenten om met het huidige XTC beleid te stoppen!!!  

 

 

Door de invloed van de bestrijding van XTC en het demoniseren van het gezondheidsrisico van dit middel is de afgelopen jaren een volstrekt nieuw fenomeen ontstaan van de doorbraak in het gebruik van designerdrugs. Dit fenomeen is een van binnenuit de drugswereld een reactie op de bestrijding/criminalisering van de klassieke uitgaansdrugs. Klassieke uitgaansdrugs zoals Amfetamine, Cocaine, XTC van die middelen die hun oorsprong hebben in de farmaceutische industrie, ergo een voorgeschiedenis hebben van een medische toepassing met daarna de opkomst van recreatief gebruik.  Designerdrugs wijken daar fundamenteel van af!  Deze ontwikkeling is in elk opzicht zeer zorgelijk.

 

Al deze aspecten overziend geven zeer veel aanleiding voor een radicale verandering in het drugsbeleid met ten aanzien van XTC mijn visie van een verkoopcircuit binnen smartshops van XTC in doordrukstrips, vergelijkbaar met de versbakjes van Sclerotia. Daarnaast is een flankerend beleid gewenst van veilig uitgaan waarbij dit beleid op geen enkele manier de eigenheid van de afzonderlijke uitgaansculturen aantast Veel van deze ideeën staan in de voorstellen van het Amsterdamse Horizontaal Overleg Grootschalige evenementen

 

Wordt vervolgd

 

April 2016  August de Loor

 

 

[1] Lees geen van “bovenaf” strak  aangestuurde organisaties, maar  van “onderaf” van  een uitgebreid “vervolkst” netwerk van productie en handel van XTC . Mijn mening is dat dat laatste  meer ondermijnend is voor de maatschappelijke cohesie dan de- per definitie kleiner in omvang – georganiseerde drugsmisdaad. Zolang de veronderstelling overheerst dat de drugshandel in handen is van de georganiseerde misdaad zal niet alleen de bestrijding averechts uitpakken maar ook het besef achterwege blijven van wat de “vervolksing”van de drugswereld teweeg brengt

[2] Van vooral het risico van look-a-like tabletten; van op het oog exact dezelfde uitziende tabletten maar met een groot verschil in dosering of werkzame bestanddelen.

[3] Het is opmerkelijk dat tot op de dag van vandaag in de zeer publiek/politiek gevoelige discussie over het wel/niet herstarten van het drugstesten op grote evenementen de werkelijke motieven waarom de SAFE HOUSE CAMPAGNE gestopt is nooit de aandacht heeft gekregen die het verdiende. In plaats daarvan worden  door zowel  voor- als tegenstanders van die herstart argumenten in de strijd gegooid die nauwelijks terzake doende zijn.  Degenen die hier het verst in gaat is het Ministerie van VWS die menigmaal beweerd als zou de  drugtesttechniek dermate onbetrouwbaar zijn dat dit een verantwoorde wijze van drugsvoorlichting op de dansvloer onmogelijk maakt terwijl het Ministerie de SAFE HOUSE CAMPAGNE jarenlang financieel ondersteund heeft, door het NFI onderzoek heeft laten uitvoeren naar de door het Adviesburo gehanteerde testmethode en dat die methode tot op de dag van vandaag nog steeds het logistieke hart vormt van het landelijke drugsmonitoproject van het Trimbosinstituut. Maar belangrijker is dat de discussie over het herstarten van het drugstesten op evenementen de aandacht afleid van wat het politie- en justitiebeleid de laatste decennia heeft aangericht in de wereld van uitgaan

[4] Het dieptepunt van dat geweld was de woede-uitbarsting onder de bezoekers van een strandfeest in Hoek van Holland tegen een groep undercoveragenten die doordat zij op de dansvloer zo in het nauw gedreven werden hun pistolen moesten trekken met een dodelijk slachtoffer onder de bezoekers tot gevolg. Doordat dit zeer ernstig voorval vervolgens werd weggezet als het geweld van voetbalhooligans zijn nooit die lessen geleerd die met bovenbeschreven veranderend politiebeleid tegen druggebruik in het uitgaanscircuit te maken heeft

“DE PADDO IS EEN VEILIGE DRUG”

EN WEER LEES IK HET ZOVEELSTE BERICHT VAN VERGELIJKBAAR DRUGSONDERZOEK OVER WELK MIDDEL RISKANTER IS DAN EEN ANDER MET DIT KEER ALS CONCLUSIE DAT DE PADDO TOT DE MEEST VEILIGE DRUG GEREKEND MOET WORDEN.GENOEG AANLEIDING VOOR EEN KORT COMMENTAAR

Hallucinogene middelen zoals paddo,s vergen veel van het inlevingsvermogen van de consument die open moet staan voor de; door of perception, Vandaar de bijnaam van Paddo,s van magic mushrooms van het passeren van die deur naar een grotendeels onbekende wereld, het onderbewustzijn waarbij de gebruiker dingen ziet en ervaart “die er niet zijn”, in gebruikerstaal als “trippen”omschreven. Deze omschrijving van de werking impliceert dat de Paddo helemaal niet zo onschuldig is. Dat geldt zowel voor de intense beleving waar het bij Paddo,s om te doen is als wanneer de werking verkeerd uitpakt. Want als “trippen”omslaat in “flippen”van dat het onderbewuste van een perception in een deception omslaat, dan moet de gebruiker alle zeilen bijzetten om weer bij de positieven te komen.

Het interessante is wat de redenen zijn waarom er, ondanks bovengenoemde heftigheid van de werking en bijwerking, over Paddo,s nauwelijks incidenten gemeld worden en verslavingscijfers volledig ontbreken ( hetzelfde geldt voor de andere zowel legale als illegale hallucinogenen)

In het licht van mijn commentaar op bovengenoemd onderzoek beperk ik mij tot de kanttekening dat niet de drug an sich maar de consument de mate van veilgheid van een middel bepaald. Ieder middel heeft zijn motieven van gebruik, zijn eigen regels waar de gebruiker zich aan dient te houden waarbij ook de omgeving een rol van betekenis speelt, om de invloed van wat ik als de tijdgeest omschrijf niet vergeten moet worden. Zo wijkt het gebruik van heroine in de jaren zeventig van de vorige eeuw vanuit bovenstaande opsomming in grote mate af met die van de laatste 10/20 jaar. Dat geldt evenzo voor de beginperiode van de opkomst van GHB (1994) met die van nu terwijl het precies hetzelfde middel is gebleven. En om het weer bij hallucinogenen, zoals Paddo,s,te heben is het misschen juist de heftigheid van zowel de werking als de bijwerking waarom er zo weinig incidenten gemeldt worden.

Al die lijsten over de mate aan risico,s tussen de middelen is een onzinnige bezigheid met als belangrijkste bezwaar dat het een inventief en duurzaam drugsbeleid in de weg staat. Als alles voor dit beleid verengd wordt tot een rijtje niet met elkaar te vergelijken middelen is er maar EEn weg mogelijk dat hoe dan ook de overheid overgaat tot het verbieden van een middel. En als die al verboden is tot een intensivering van de aanpak. Dit is een nogal boute stelling maar als ik terug kijk naar 45/50 jaar modern druggebruik en hoe daar de overheid op gereageerd heeft ben ik bang dat ik helaas gelijk heb met mijn stelling!

 

Met vriendelijke groet!   August de Loor

Sluiting smartshops op basis van achterhaald beleid

Sluiting smartshops op basis van achterhaald beleid

Tot op de dag van vandaag vindt door de Deelraad Binnenstad afdeling Handhaving een actieve  aanschrijving plaats van winkels met een, onder dreiging van een forse dwangsom, dringende oproep van het stoppen van de verkoop van psycho-actieve stoffen zoals Sclerotia. Deze aanschrijvingen worden onderbouwd met een verwijziging naar bestemmingsplannen die terug gaan tot het begin van deze eeuw(!). Hierin is vastgelegd dat in (delen van ) de binnenstad slechts een beperkt aantal winkels (omschreven als smartshops) smartproducten mogen verkopen. Alle winkels die niet op die lijst staan worden gesommeerd om met de verkoop van smartproducten te stoppen. Bij dit beleid zijn de volgende kanttekeningen te plaatsen:

1) Sinds begin van deze eeuw is het aantal liefhebbers van smartproducten gestegen,

2) Gelet op een aantal zorgwekkende ontwikkelingen binnen het illegale circuit van drug en druggebruik is het nut van smartshops als een veilig, legaal alternatief voor vele liefhebbers van smartproducten de laatste jaren toegenomen,

3) Het nut van smartshops in de binnenstad is ook aantoonbaar in het licht van het hardnekkige probleem  van straathandel in drugs in de Amsterdamse binnenstad , een handel vooral gericht op toeristen. Zowel coffeeshops als smartshops  leveren een bijdrage in het beperken van de aard en omvang van het probleem van de drugsstraathandel

In het het licht van deze constateringen is het merkwaardig dat de Deelraad blijft vasthouden aan een strikte uitvoering van het sluiten van smartshops op basis van oude bestemmingsplannen met als kanttekening dat een deel van de toentertijd toegestane winkels inmiddels om uiteenlopende redenen hun deuren gesloten hebben.

Het beleid is zelfs zo star dat zelfs winkels die niet 100% zwart op wit kunnen aantonen dat zij al voor de invoering van de bestemmingsplannen smartproducten verkochten de verkoop moeten staken  (een  novum van dat een winkel haar administratie van 7 jaar en ouder mag weggooien terwijl de Deelraad facturen van de toeleveringsbedrijven van smartproducten aan de winkel verlangen die twee keer zo oud zijn).

Met dit beleid is de Deelraad ook in strijd met de motie van haar eigen raad. In deze motie is een smartshopbeleid vastgesteld waarbij de prioriteiten anders ingevuld worden dan die van de diverse bestemmingsplannen. In deze motie wordt er o,a, op gewezen om voorrang te verlenen van het sluiten van winkels die onvoldoende aandacht schenken aan de voorlichting over smartproducten of waar de verkoop ook op andere wijze zich niet transparant afspeelt. In de motie wordt overleg met de belangenvereniging van smartproducten voorgesteld om na te gaan van wat onder een verstandig smartshopbeleid voor de binnenstad verstaan kan worden, welke smartshops in aanmerking komen voor verhuizing naar andere delen van de stad.

Los van dat deze motie op onderdelen op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden is het glashelder dat de raad van de Deelraad Binnenstad voor een andere uitvoering van het smartshopbeleid in de binnenstad koos.

Dit geldt ook ten aanzien van de adviescommissie van de regering die op verzoek van het ministerie van VWS een half jaar geleden een rapport heeft opgesteld met voorstellen voor een verstandig beleid van de verkoop van smartproducten. Veel van deze voorstellen zijn specifiek afgestemd op het realiseren van een evenwichtig smartshopbeleid voor de Amsterdamse binnenstad. Het ministerie van VWS heeft dit rapport van harte aanbevolen bij de Amsterdamse overheid en zijn binnen de verschillende geledingen van de Amsterdamse gezondheidszorg- en drugpreventieinstellingen en beleidsambtenaren van het Kabinet van burgemeester en wethouders hierover gesprekken gestart, waar ook de belangenvereniging van de smartshops bij betrokken wordt.

In weerwil van deze politieke en bestuurlijke bezinning over de invulling van het Amsterdamse smartshopbeleid blijft de Deelraad Binnenstad echter vast houden aan haar bestaande beleid.

En nu sinds de jongste gemeenteraadsverkiezingen de Deelraden zowel inhoudelijk als organisatorisch ingrijpend aan politiek/bestuurlijk gewicht hebben moeten inleveren en dat het nieuwe college van burgemeesters en wethouders een herbezinning overweegt over zowel de doelstelling als de uitvoering van de upgrading van de binnenstad is de stelling gerechtvaardigd dat het smartshopbeleid van de Deelraad Binnenstad achterhaald is, gebaseerd op oude politieke en bestuurlijke afwegingen.

Met vriendelijke groet  August de Loor
Adviesburo Drugs  7 Augustus 2014