Categoriearchief: Internationaal drugsbeleid

De AMvB notitie over het experiment gesloten keten toevoer legale wiet aan coffeeshops, mijn commentaar

V
Hierbij mijn commentaar op de notitie van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) over het experiment van een gesloten toevoer van legaal gekweekte nederwiet naar coffeeshops. Zoals in de notitie aangegeven betekent dit dat die coffeeshops die gevestigd zijn in 6 tot 10 voor het experiment geselecteerde steden van de een op de andere dag 100% legaal moeten worden, om een paar jaar later van de ene op de andere dag weer terug te moeten naar de illegale achterdeur en dat in een situatie dat voor het overgrote deel van de niet geselecteerde coffeeshops alles bij het oude blijft.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen is mijn advies om van deze opzet van het experiment af te zien omdat de opzet ( in deze notitie als het exclusieve experiment omschreven) in werkelijk elk opzicht niet uitgaat van waar het bij dit experiment om te doen is van het doorbreken van de tegenstelling tussen de voor- en achterdeur van coffeeshops. Of het nou de voorstanders van het gedoogbeleid van cannabis zijn of de tegenstanders, beide zijn het er over eens dat de tegenstelling tussen de legale voordeur van een coffeeshop met die van de illegale achterdeur niet langer houdbaar is. Het bizarre is dat het experiment om die tegenstelling te onderzoeken van zichzelf vol met tegenstellingen zit. Het is de tegenstelling van dat meerdere jaren een beperkt aantal 100% legale coffeeshops moeten functioneren in tegenstelling tot het overgrote deel aan coffeeshops met nog illegale achterdeuren, van dat die legale coffeeshops het resultaat zijn van pure toeval van gevestigd zijn in steden die gekozen zijn om aan het experiment deel te nemen ( min of meer een variant van het 40 jarige vermaledijde nuloptie-, lees willekeurbeleid van dat de ene stad geen en de buurstad wel coffeeshops toelaat), van de tegenstelling dat die deelname verplichtend opgelegd wordt, maar het voor de coffeeshopeigenaar onduidelijk is welke lokaal politiek/bestuurlijke motieven een rol hebben gespeeld waarom de stad zich opgegeven heeft voor het experiment, van onduidelijkheid welke sanctionering er opgelegd kan worden mocht zich tijdens het experiment allerlei onvolkomenheden voordoen, van de tegenstelling dat waar de coffeeshopeigenaar altijd in vrees leefde voor de overheid bij zijn/haar activiteiten bij de achterdeur diezelfde overheid nu haast de volledige regie in handen heeft over diezelfde achterdeur, van de tegenstelling van dat het zwaartepunt van het experiment in feite zich concentreert op de situatie achter de achterdeur van coffeeshops terwijl het experiment allerlei extra verplichtingen aan coffeeshops oplegt die niets met die achter/achterdeur situatie van doen hebben, van de tegenstelling van dat de toekomst van de aan het experiment deelnemende coffeeshops vele malen onzekerder is dan de shops die niet aan het experiment meedoen terwijl die laatsten deels nog afhankelijk zijn van een situatie waarvan zowel de voor- als tegenstanders van het gedoogbeleid vinden dat dit geen toekomst meer heeft, dus moet stoppen!
Het is met verder in deze notitie aan uitleg over de nog vele andere inhoudelijke en praktische bezwaren tegen het exclusieve experiment dat ik van harte een andere opzet van onderzoek bepleit van een experiment van het met een paar soorten starten van legaal gekweekte cannabis met als uitgangspunt dat, na bewezen aanslaan onder consumenten, steeds meer soorten geleidelijk aan de illegale soorten uit coffeeshops verdwijnen (in deze notitie omschreven als het organisch experiment). Het belangrijkste voordeel van deze opzet van het experiment is dat het ontbreekt aan enige vorm van tegenstelling, het schuift als het ware “organische” in op een al meer dan 50 jaar dagelijkse gang van zaken van coffeeshops met als resultaat van dat van “onderaf” ( de consument) en van “ binnenuit”( de werkvloer van de coffeeshop) de illegale achterdeur steeds legaler wordt zonder dat dit tot allerlei ongewenste bijeffecten leiden.
Deze opzet van het experiment is ook te prefereren omdat de wetenschappelijk toetsing eenvoudig te realiseren is en als nodig op een eenvoudige manier aangepast kan worden met als belangrijkste voordeel dat al vrij snel de eerste resultaten bekend worden zodat even snel op wetenschappelijke data de discussie gestart kan worden of en zo ja, hoe de legalisering van cannabis in Nederland vorm moet krijgen.

Naar een evenwichtige spreiding over het land van kleinschalige coffeeshops

Zoals in de inleiding al aangegeven heeft het experiment alles te maken met op welke manier de criminaliteit achter de achterdeur van coffeeshops teruggedrongen kan worden. En als dit dan toch de inzet is waarom dan niet meteen te streven hoe het overige deel van de criminaliteit van productie en handel van cannabis teruggedrongen kan worden? Het is dat deel van productie en handel wat het illegale verkoopcircuit bevoorraadt van privéadressen, 06-lijnen, straathandel en verkoop via de sociale media ( alle vier de circuits die zich vooral voordoen in gebieden met weinig tot geen coffeeshops plus dat deze circuits zich ook inlaten met gecombineerde verkoop van soft- en harddrugs daar waar bij coffeeshops dit laatste zich niet voor doet ). Het strekt dan ook tot aanbeveling om naast het starten van het organische experiment te starten met een beleid van een evenwichtige spreiding van coffeeshops over het land. Met een dergelijke spreiding wordt niet alleen dit illegale circuit teruggedrongen maar komt ook de functie van coffeeshops beter tot zijn recht. Hierbij een nadere toelichting op die functie
Het creëren van een natuurlijke setting waarbinnen een genotsmiddel aangeschaft en geconsumeerd kan worden is een effectief instrument van het beperken van het gezondheidsrisico van dat genotsmiddel. Het zijn vooral de kleinschalige coffeeshops met een afhaal- en horecagedeelte die de afgelopen 40 jaar bewezen hebben een dergelijk effectief instrument te zijn. In feite zijn kleinschalige coffeeshops te vergelijken met het ouderwetse fenomeen van buurtcafé/slijterij maar dan niet voor alcohol maar voor aanschaf en roken van een joint en dat laatste binnen de sociale setting van het horecagedeelte van de coffeeshop met toezicht door het personeel. Kleinschalige coffeeshops hebben per definitie een kleine voordeur dus ook een kleine achterdeur, een in vele opzichten meest effectieve uitvoering van het Nederlandse drugsbeleid van die van Harm Reduction in het beperken van de gezondheidsrisico,s van in dit geval softdrugs. Kleinschalige coffeeshops zijn ook in staat gebleken om in te spelen op de trend ( op gang gekomen vanaf midden jaren negentig) van een toenemende diversiteit aan type consumenten van cannabis in leeftijd ( 18+) sociale klasse en etniciteit. Daar waar de diversiteit in type cafe,s en andere natte horeca een al jaren ingeburgerd fenomeen is in stad en land is door de afgelopen decennia ingrijpende reductie van het aantal coffeeshops een verschraling in het type coffeeshop ontstaan. Kortom een ontwikkeling die haaks stond op de noodzaak in een divers aanbod aan type coffeeshops om de diversiteit aan groepen consumenten op te vangen. En tenslotte bepleit ik voor een fijnmazig landelijk netwerk van coffeeshops met een verwijzing van waar het alcohol- en tabaksbeleid steeds meer op aanstuurt van een transitie in de verkoop van beide producten van supermarkten naar die van kleinschalige, specialistische settingen ( alcohol in de slijterij en tabak in tabakswinkels). Deze transitie is voor de verkoop van cannabis niet nodig; de coffeeshop voorziet daar al decennia in wat met een fijnmazig netwerk van kleinschalige coffeeshops het meest tot zijn recht komt! Hoe die evenwichtige spreiding van kleinschalige coffeeshops over het land uitgewerkt moet worden is voor nader beraad, zoals bijvoorbeeld binnen regionaal overleg opheffen van het lokale, in feite “ not in my backyard” nuloptiebeleid

Drietrapsstrategie

Naast de trend in de diversiteit aan groepen consumenten van cannabis speelt zich ook een stormachtige ontwikkeling af van steeds goedkopere en simpele technieken van kleinschalige kweekmethodes van cannabis, van een enorme toename aan soorten zaden om over het omzetten van wiet in oliën voor ( semi) medisch/therapeutische toepassingen (en hennep voor CBD oliën) maar te zwijgen. Een van de kenmerken is de lage instap om met al deze verschillende technieken en methodes aan de gang te gaan, een lage instap met als onvermijdelijk gevolg van, als uitvloeisel van het ontbreken van een samenhangend beleid, een toenemende wildgroei
In mijn ogen is het dan ook van belang dat in het verlengde van onderzoek naar het legaliseren van de achterdeur van coffeeshops dit vergezeld moet gaan met het protocollieren van de home-grow van cannabis. Zonder enige mate van regulering van de home-grow ontbreekt het fundament voor het beleid van de legale toevoer van cannabis naar coffeeshops. Hetzelfde geldt ten aanzien van cannabinoiden. Op het ogenblik lopen er allerlei ontwikkelingen van zowel beleid ( als het ontbreken daarvan) als de toepassingen van cannabinoiden door elkaar heen wat zeer ongewenst is. Het ontwikkelen van een helder beleid ten aanzien van cannabinoiden is de derde trap richting een duurzaam cannabisbeleid

Het exclusieve experiment

Hierbij een vervolg van wat de nadelen zijn van het exclusieve experiment;

Tijdsduur; Met een voorzichtige inschatting zal het hele tijdspad van het exclusieve experiment aan voorbereiding, uitvoering, afbouwen en vaststellen van de eindconclusies 5 tot 6 jaar in beslag nemen;
1) Gelet op de importantie van de noodzaak aan duidelijkheid over de voor- of nadelen van het legaliseren van de achterdeur van coffeeshops is dit tijdspad veel te lang
2) Alle andere dossiers van het Nederlandse soft- en coffeeshopbeleid komen stil te liggen met als argument dat eerst de resultaten van het experiment afgewacht moeten worden. Gelet op allerlei nieuwe ontwikkelingen en nieuwe inzichten over cannabis is een dergelijke stilstand zowel bestuurlijk als politiek onverantwoord,
3) Dat zowel op mondiaal als Europees nivo steeds meer het besef doordringt van dat het gebruik van cannabis zich steeds meer vervolkst, van dat door de illegale status de risico,s van het gebruik hoger en de drempel naar het gebruik van andere middelen lager ligt (met name onder de risicogroepen), van dat de illegaliteit een effectieve ( primaire en secundaire) preventie en voorlichting in de weg staat, van dat het bestrijden van cannabis hoegenaamd geen effect heeft, van dat zo langzamerhand wat bestreden wordt als hoe dat bestreden wordt aantornt tegen de fundamenten van de rechtstaat. Het zijn een aantal van deze en andere redenen van dat steeds meer landen over gaan tot het legaliseren van cannabis.
4) Een specifieke uitvloeisel van de illegale status van cannabis is de toenemende populariteit van synthetische cannabinoiden ( in met name landen met een streng cannabisbeleid) Zowel de maatschappelijke schade als de gezondheidsrisico,s van het gebruik van deze middelen wordt steeds meer zichtbaar wat snelheid van aanpak verlangt welke drempels er tegen deze risicovolle middelen opgeworpen moeten worden. Er is onder deskundigen steeds meer eenduidigheid van dat die drempel het legaliseren van (het natuurproduct) cannabis is.
5) De afgelopen jaren is er sprake van een enorme toename aan kennis en inzicht in de ( semi) medisch/therapeutische toepassingen van cannabis. In de schaduw van het officiële beleid van op medische indicaties voorschrijven van cannabis doen zich de afgelopen jaren allerlei ongewenste praktijken voor wat zijn oorsprong heeft in de illegale status van cannabis. Het is verheugend dat zowel in VN verband als binnen de EU op het ogenblik overleg plaatsvindt hoe de recente inzichten over de uiteenlopende werking van cannabis omgezet moet worden in nieuw beleid. Het moge duidelijk zijn dat dit nieuwe beleid alleen maar een kans van slagen heeft bij het legaliseren van cannabis, ergo ook die voor het recreatief gebruik van cannabis.
6) Zoals het experiment omschrijft dient er onderzoek gepleegd te worden of de legale aanvoer van cannabis aan de achterdeur van coffeeshops de criminaliteit terugdringt, de volksgezondheid dient, de overlast beperkt en de veiligheid bevorderd. Al deze aspecten hebben betrekking op het circuit achter de achterdeur van coffeeshops, aangezien daar de illegale productie en handel van cannabis zich afspeelt. Het vreemde doet zich voor dat in plaats van een uitleg hoe deze aspecten nader onderzocht worden, deze aspecten als eis worden opgelegd aan de coffeeshopbranche zoals de verplichting van voorlichtingsmateriaal in de coffeeshops over de risico,s van het gebruik van cannabis, van dat het coffeeshoppersoneel verplicht wordt om een cursus te volgen, enz. Het zijn deze eisen die weinig van doen hebben van waar het bij het experiment om te doen is maar eerder opgevat kunnen worden als een uitbreiding van de AHOJ-G criteria voor coffeeshops en dat onder het mom van het experiment. Het zijn deze reacties die ik in de coffeeshopbranche opvang wat uiteraard het draagvlak in de branche voor het experiment niet ten goede komt. En trouwens zorgen deze eisen ervoor dat de wetenschappelijke toetsing van het experiment nog moeilijker te realiseren is dan het al is zonder die nieuwe criteria voor coffeeshops,
7) Het is volstrekt onmogelijk om met het exclusieve experiment tot gefundeerde conclusies te komen. Dit komt niet alleen door dat er allerlei extra aspecten aan het experiment zijn toegevoegd maar ook het beperkt aantal steden die mee doen met daarbij dat de grote steden uitgesloten zijn plus dat er op geen enkele wijze rekening gehouden wordt met de uiterst onevenwichtige spreiding van coffeeshops over het land. Het gevolg is dat zowat elke coffeeshop in (middel)grote steden een regionale functie hebben, die in de grenssteden een grensoverschrijdende en in de grote steden weer anders, afhankelijk van of de coffeeshop in het centrum staat of de woonwijken. Het exclusieve experiment met 6 tot 10 op zichzelf staande eilandjes van 100% legale coffeeshops houdt geen enkele rekening met deze diversiteit aan functies tussen de coffeeshops. En alleen al dat de afstanden tussen elk afzonderlijk eilandje met de naburige controlestad grote verschillen vertonen zorgt ervoor dat niet goed onderzocht kan worden wat het effect is van de legale achterdeur
8) Een zeer reëel risico van het exclusieve experiment is dat het voor allerlei negatieve bijeffecten kan zorgen wat zich niet zal beperken tot de deelnemende en niet deelnemende coffeeshops maar ook voor onrust en spanningen zal zorgen tussen de kweek en handelslijnen van nederwiet als de handelslijnen van buitenlandse hasj en wiet. Zo is met een beetje kennis van zaken denkbaar dat als plotsklaps de levering aan de 100% legale coffeeshops stopt dit niet zonder gevolgen zal blijven van een onderlinge concurrentieslag naar de productie en handelslijnen die nog aan de reguliere coffeeshops leveren. En vervolgens zal deze onrust niet zonder gevolgen blijven in het maatschappelijk bestel zoals de woonwijken in (middel)grote steden tot de agrarische gebieden in Nederland.
9) Wat opvalt in de AMvB notitie is dat de voorgestelde logistiek over de productie en transport van de legaal gekweekte nederwiet nauwelijks afwijkt van die van cannabis voor de medische toepassing. Het wekt de indruk dat de opstellers van de notitie zich onvoldoende realiseren van dat productie en transport van cannabis voor recreatief gebruik een eigen logistiek verlangd. Productie en transport van een aan trends onderhevig genotsmiddel en dat nog aan een door- de- weeks- horecacircuit (wat coffeeshops zijn) vereist een meer flexibele, dus een complexere logistiek dan die van een geneesmiddel geleverd aan een apotheek. Uiteraard is het verdedigbaar dat, gelet op de beperkte opzet van het exclusieve experiment, de logistiek van productie en transport voor medische cannabis als voorbeeld genomen is. Maar kennelijk zijn de bedenkers van het experiment onwetend dat die logistiek al tijden onder vuur ligt en veel kritiek ondervindt. En als die logistiek al voor het medische traject al onvoldoende functioneert, wat kan er dan……………?!?!
10) Voor het op orde houden van de menukaart aan soorten hasj en wiet moet elke coffeeshopeigenaar een fijnmazig netwerk in stand houden aan de achterdeur van zijn shop. Dit vergt zeer veel alertheid zoals het bewaken van de kwaliteit van de koopwaar, met wie wel aan kweker/handelaar in zee gegaan kan worden en met wie niet?, hoe te reageren op schommelingen in de handelsprijzen en dat alles zonder enige steun van formele toezichthoudende instanties zoals die bij de legale handelslijnen ruimschoots voor handen zijn. Waar het bij de handelslijnen van buitenlandse hasj en wiet nog redelijk overzichtelijk is kwam daar vanaf de jaren negentig een nog veel complexer en fijnmazige handelslijn bij van die van de vele soorten Nederwiet. De belangrijkste garantie voor de coffeeshopeigenaar om dit alles in goede banen te leiden is het, op basis van wederzijds vertrouwen, opbouwen van duurzame relaties met de netwerken van kwekers/handelaren. Met de invoering van het exclusieve experiment moet een substantieel aantal coffeeshopeigenaren van de ene op de andere dag dit netwerk vaarwel zeggen. Het moge duidelijk zijn dat dit niet zonder slag of stoot zal gaan met vanuit de eigenaar bezien het ontslaan van personeel, het afstoten van een informeel infrastructuur en dat op basis van dat een aantal jaren later dit weer “in ere hersteld “ moet worden als het experiment stopt met de vraag of de coffeeshop al dan al niet failliet is omdat de legale koopwaar kennelijk niet aansloeg en de klanten 2 kilometer verder in een naburige stad hun cannabis inkochten
11) Door de afgelopen decennia intensivering van de bestrijding van kweek en handel van Nederwiet (het werk van de Nationale Taskforce in de bestrijding van wietkwekerijen) komt daar nog bij dat een deel van bovengenoemde netwerken gecriminaliseerd is met voorspelbaar dat dit deel van het circuit het er niet bij laat zitten als zij een deel van hun afzet van die van de geselecteerde coffeeshops kwijt raken. Over wat hiervan de gevolgen zullen zijn is niet exact te voorspellen maar dat het tot onrust zal leiden van een concurrentieslag van een prijzenoorlog van niet alleen maar de niet geselecteerde coffeeshops maar ook naar het illegale verkoopcircuit van cannabis moge duidelijk zijn.

Deze en nog meer redenen geven voldoende aanleiding van dat het geen goed idee is om te kiezen voor het exclusieve experiment. Zoals eerder in deze notitie aangegeven is het organische experiment verre te prefereren aangezien daarmee niet die problemen zullen voordoen als met het exclusieve experiment.

1) Het kan rekenen op een breed draagvlak binnen de coffeeshopbranche
2) De door de branche 45 jaar opgebouwde kennis en ervaring met zowel wat er bij de inkoop komt kijken als wat er aan wensen en behoeftes leeft onder de consumenten kan naadloos ingezet worden bij de fasegewijze introductie van de legale soorten cannabis
3) Het brede draagvlak biedt de basis om met de branche van gedachte te wisselen over het sneller introduceren van soorten cannabis met een hoger percentage CBD
4) In tegenstelling met het exclusieve experiment heeft het organische experiment geen last van het logistieke probleem om in een keer een veelheid aan legale soorten cannabis te produceren met ook nog de vraag of die soorten wel zullen aanslaan
5) Het organisch experiment kan met een zeer beperkte onderzoeksopzet volstaan om toch tot zinvolle conclusies te komen
6) Dit type experiment is veel makkelijker bij te sturen zonder dat dit tot problemen leid in de uitvoering als in de onderzoeksresultaten
7) Met deze opzet kan al in een vroeg stadium van het experiment de eerste onderzoeksresultaten overgeheveld, lees ingebed worden binnen het bestaande softdrugs- en coffeeshopbeleid
8) Met de organische opzet wordt het probleem van de buitenlandse hasj letterlijk in de tijd opgeschoven, met als voordeel van het achterwege blijven van spanning en onrust binnen dit handelscircuit met als ook deze soorten tezijnertijd gelegaliseerd zijn dit probleem zichzelf opgelost heeft
9) Naar Canadees voorbeeld geeft het organisch experiment meer kans van dat de opgebouwde kennis en ervaring uit het illegale circuit van productie en handel van cannabis overgeheveld kan worden naar het legale circuit
10) Het organische experiment geeft de minste kans op allerlei misverstanden in andere landen over de beleidsontwikkelingen van het Nederlandse drugsbeleid ( zoals dit zich heeft afgespeeld ten tijde rond de invoering van de Wietpas

Tot zover mijn reactie op de notitie van de AMvB met een duidelijke oproep om voor het organisch experiment te kiezen. Maar dat niet alleen. Met deze notitie bepleit ik ook een integraal cannabis beleid van wat zich niet beperkt tot onderzoek naar de legale achterdeur van coffeeshops. Het werken aan een evenwichtige spreiding van coffeeshops , van dat daarmee de kleinschaligheid gewaarborgd is, plus een duurzaam beleid voor de home grow van cannabis en tenslotte hoe beleidsmatig te reageren op de stormachtige ontwikkelingen van Cannabinoiden zijn de uitdagingen waar het Nederlandse drugsbeleid voor staat. Met deze notitie lever ik mijn bijdrage om die weg in te slaan

Amsterdam 30 december 2018

August de Loor
Stichting Adviesburo Drugs
Voorzitter vereniging Cannabinoiden Adviesbureau Nederland

Hoe bizar het experiment van de legale achterdeur van coffeeshops, het zet alles stil!

NOVEMBER 2018 Nu met het verschijnen van de notitie Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) en de toelichting van de regering daarop kan berekend worden van dat de eindconclusies van het experiment over de legale achterdeur van coffeeshops tussen de 7 en 8 jaar op zich laat wachten. Op zich is dit al bizar plus dat:
1) In al die jaren zowel het landelijke as het lokale coffeeshopbeleid POTDICHT zit met het
excuus van de regering van het moeten wachten op de eindconclusies van het experiment

2) Dat deze stilstand zich ook zal uitstrekken tot het uitblijven van de doorbraak van de
medische/therapeutische toepassingen van cannabis,

3) Van dat er ook geen doorbraak te verwachten valt in het verbeteren van de situatie van de
thuisteelt van cannabis, thuisteelt waar zowel een groot deel van de consumenten van
recreatief gebruik van cannabis voor kiezen als degenen die om medische/therapeutische
motieven cannabis teelt.

4) In plaats daarvan een verdere bestrijding van de kweek en handel van cannabis ( waarbij geen
onderscheidt gemaakt wordt aan verschillen in motieven van de kweek), invallen in de
voorraadadressen van de coffeeshops, oppakken van de transporteurs (die al sowieso het risico
lopen van rip-offs). Gelet op de recent enorme financiele injectie van de regering zal deze
heilloze repressie alleen maar toenemen

5) Steeds meer signalen van dat binnen afzienbare tijd allerlei internationale instituten,
instanties, commissies het legaliseren van cannabis voorstaan met in het kielzog van dat
steeds meer landen hiertoe over zullen gaan

En zo zal in Nederland de komende 7/8 jaar het gedoogbeleid van cannabis blijven doormodderen terwijl iedereen stelt dat dat beleid al veel te lang heeft geduurd en allang een doorbraak had gehoeven naar het legaliseren van cannabis, en dat blijf ik herhalen, het tweede genotsmiddel in Nederland.

En vrij naar de filosoof; Thomas Mann; ALLES WAAR DE MENS BEHOEFTE AAN HEEFT MAAR NIET GEREGELD IS ONTSTAAT EEN “ONDERSTROOM”! ALS DIE ONDERSTROOM OP ZIJN BEURT WEER BESTREDEN WORDT ONTSTAAT EEN ONDERWERELD MET ALS TRAGIEK DAT DIT DE BEHOEFTIGEN SCHAADT,ZO OOK ZIJN DIERBAREN EN UITEINDELIJK OOK DE ZWAKSTEN IN DE ONDERWERELD!

Stichting Drugs Beleid en wat zij naar de Tweede Kamer adviseren

Hieronder de brief van de Stichting waar ik als OUWE KNAR in het drugsvak, naast andere ouwe wijze mannen en vrouwen zitting heb in het bestuur. Onderstaande brief aan de Tweede Kamer heeft te maken met hoe de stichting denkt over het experiment van de legale achterdeur van coffeeshops plus een kritische reactie op het bizarre rapport van de wetenschapper in bestuurskunde de heer Tops, een rapport van de Politieacademie over de Nederlandse productie en handel in Synthetische drugs ( zie in eerdere artikelen in deze website mijn mening op dit rapport). veel leesplezier! August

De Stichting Drugsbeleid (opgericht 1996) zet zich in voor een drugsbeleid met minder gezondheidsrisico’s en minder criminaliteit.
Het bestuur bestaat uit onafhankelijke deskundigen en politici. In de Raad van Advies hebben oud-ministers en prominente personen uit medische en juridische kring zitting.
Website: www.drugsbeleid.nl
mr Raimond Dufour, voorzitter;
___________________________________________________________________________________________

30 oktober 2018

Aan: De leden van de Vaste Tweede Kamer Commissies voor Justitie en Veiligheid,
en Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Dames en Heren,

Hieronder geven wij onze visie op:

– het cannabis experiment, en

– het recente rapport-Tops cs over de productie van synthetische drugs.

Cannabis experiment:
Het rapport van de Commissie Knottnerus verdient lof. Echter:

1. op éen essentieel punt na : de eis dat de deelnemende coffeeshops alleen het legale product mogen verkopen; het ‘exclusieve model’. Het Kabinet heeft deze eis overgenomen.

2. Hasj, nu zo’n 20% van hun omzet, valt dan weg. Hasj kan nl niet binnen de 4 jaar hier geteeld worden.

3. Bovendien is het niet waarschijnlijk dat het legale product alle variëteiten die de deelnemende coffeeshops nu verkopen direct kan vervangen.

4. Daarmee verschraalt het aanbod binnen die coffeeshops. Wég enthousiasme !

5. De Commissie, en het Kabinet met haar, begaat hier een denkfout: dat de overheid haar wil aan de cannabismarkt kan opleggen. Dat lukt al 40 jaar niet.

6. De deelnemende coffeeshops opereren temidden van niet-deelnemende coffeeshops in omringende gemeenten, straatdealers en on-line aanbieders. In die concurrerende markt wordt het legale product gelanceerd.

7. Lukt dat op de voorgestelde exclusieve wijze? Het is alsof men alle supermarkten in een bepaalde gemeente verplicht van nu af aan alleen nog maar biologische producten te verkopen. Wat zou hun dan te wachten staan?

8. Ingroeimodel. Alternatief is dat de deelnemende coffeeshops het legale product als aanvulling op hun bestaande assortiment krijgen. Zo kan het populair worden en het illegale verdringen. Geen dwang, maar verleiding !

9. De Commissie verwerpt dit met slechts 2 zinnen: “omdat de gesloten keten zo niet gewaarborgd kan worden, en inmenging van het criminele circuit het experiment kan beïnvloeden. Bovendien bemoeilijkt een dergelijke situatie ook het onderzoek naar effecten aanzienlijk”.

10. Beide zinnen weerspiegelen de illusie van almacht. Realistisch zou zijn: “via het ingroeimodel wordt uitgevonden met welke legale producten en producenten de gesloten keten kan worden gerealiseerd, zodat de criminaliteit wordt buitengesloten en de effecten kunnen worden gemeten”.

11. Zodra het legale assortiment het illegale kan vervangen wordt overgegaan op het gesloten circuit.

Rapport-Tops cs over Nederlandse productie en handel in synthetische drugs:
1. Ten onrechte heeft dit rapport in de publiciteit de indruk gewekt als zou de omzet van de productie van amfetamine en xtc in ons land rond E 19 miljard bedragen. Dat bedrag is echter volgens het rapport de omzet in de buitenlanden waar de in ons land vervaardigd drugs uiteindelijk verkocht worden.

2. De omzet van de productie van amfetamine en xtc in ons land zou E 610 bedragen. Nog een heel bedrag maar wel van een andere orde. Op beide berekeningen is gezouten kritiek gekomen *. Vast staat wel dat de illegale productie ondermijnend is.

3. Het rapport bepleit als oplossing meer politie en samenwerking. Meer dus van hetgeen in de afgelopen 40 jaar tot de huidige situatie heeft geleid.

4. Het is tijd voor slimmer beleid. Evenzo als voor cannabis dienen er proefprojecten te worden ontwikkeld met legale productie van xtc en amfetamine en verkoop aan meerderjarigen.

5. Wij stellen voor dat een onderzoek wordt gestart naar de mogelijkheden daartoe.

Met vriendelijke groet,

Raimond Dufour, voorzitter Stichting Drugsbeleid

*Voor kritische beschouwing op het rapport-Tops zie o.a.:

– Koert Swierstra :
De cijfers in het rapport van de Politieacademie hebben geen realiteitswaarde. (website Stichting Drugsbeleid)
– August de Loor: In het rapport stelt een van de rechercheurs ” We (lees: de USD) hebben een veelkoppig monster gecreëerd!”. Logische gevolgtrekking: meer mankracht en middelen zullen dus tot een

Het experiment van de legale achterdeur coffeeshops

Ik heb nu het voorstel van de regering voor de derde keer gelezen met als een van de belangrijkste indruk/conclusie van dat het experiment veel en veel verder gaat dan alleen het onderzoek of de gesloten toevoer van legale nederwiet aan de achterdeur van coffeeshops de criminaliteit terugdringt terwijl dat laatste wel de politieke opdracht van de regering/Tweede Kamer van het experiment is. Laat een ieder het voorstel nog eens doorlezen of dit “veel, veel verder gaan” als positief beschouwd kan worden?

met groet! August

De wispelturigheid van onze Nederlandse politici!

Afgelopen week zag ik op tv premier Rutte in Canada aan tafel aanschuiven met studenten en de president van dat land,het land waar twee jaar geleden zowel de medische toepassing van cannabis is geprotocoliseerd binnen de nationale gezondheidszorg als cannabis gelegaliseerd voor recreatief gebruik.
Je zou dan mogen verwachten dat onze Premier Cananda er fijntjes op zou wijzen dat ons kleine kikkerlandje toch maar mooi de afgelopen decennia als gidsland heeft gefungeerd bij dergelijke doorbraken in het international drugsbeleid.
Met een beetje historisch inzicht was Rutte daarmee in de voetsporen getreden van bijvoorbeeld premier van Agt (CDA) die in 1976 als minister van Justitie het scheidingsbeleid tussen de verkoop van softdrugs met die van harddrugs invoerde met zijn toen verwachtingsvolle woorden dat dat het begin zou zijn van het legaliseren van cannabis.
De decennia daarna hebben menig locale of landelijke politicus, bestuurder ,of Nederlandse afgevaardigen in mening international conferentie/commissie zich in min of meer dezelfde bewoordingen uitgelaten.
En nu is het 2018 in Canada en zelfs in delen van het land van de WAR ON DRUGS, de USA waar cannabis gelegaliseerd is.
En wat zegt onze Premier daarover? GEEN WOORD!!!!!!!
In plaats daarvan heft hij zijn vingertje bezwerend naar die studenten om vooral niet met die troep (lees cannabis) te beginnen met daarbij in min of meer verhulde termen van dat als je met cannabis begint je eindigt bij zwaardere drugs, kortom de Stepping Stone Theorie in een notedop!
En dit is dan de stand van zaken van het Nederlandse drugsbeleid van een Premier die straks groen licht moet geven voor het starten van een experiment van het legaliseren van de toevoer van cannabis aan de achterdeur van coffeeshops. Is het dan niet gerechtvaardigd om te veronderstellen van dat dat met dat experiment niets wordt???

August de Loor

Van wat onderzoek aan invloed heeft op publiek en politiek

Naar aanleiding van het Politieacademierapport van wetenschapper Pieter Tops en zijn team aan onderzoekers was er afgelopen vrijdag op de universiteit van Utrecht een bijeenkomst over nut en noodzaak ( inclusief de eventuele negatieve bijwerkingen) van het publiceren van allerlei data in de publieke media zoals eerder genoemd rapport als zouden de Nederlandse producenten van synthetische drugs in 2017, nog meer dan menig groot multinational bedrijf, een omzet hebben gedraaid van 18,9 miljard euro. In het voorgesprek met de gespreksleider, criminoloog Hans Nelen verzocht hij of ik een aantal stellingen op papier wilde zetten voor de bijeenkomst. Bij deze zie onder mijn stellingen

Hierbij een aantal spontaan bedachte stellingen als bijdrage voor bovenstaande overleg

1) Om als eerste bij het Politieacademieonderzoek te beginnen is het toch “over de top” om in exacte cijfers te stellen van wat de omzet (in 2017) is van de Nederlandse producenten van Synthetische drugs. Als die cijfers (tot zelfs achter de komma!) gebaseerd zijn tot zelfs van wat een straatdealertje in een steegje van een uitgaanskwartier in Sydney Australië aan winst opstrijkt in de verkoop van een in Brabant geproduceerde XTC tablet leidt je als onderzoeker of aan wereldvreemdheid of aan grootheidswaanzin!

2) Dergelijke schattingen maken onderzoekers op basis van politiedata, op hoe politie/OM over de georganiseerde misdaad denkt. Onderzoekers houden er veel te weinig rekening mee van dat dat denken onder invloed staat van vele subjectieve invloeden zoals de behoefte bij OM om een zo hoog mogelijke strafmaat te bepleiten , bij rechercheurs om de misdaad een hogere macht, een hogere invloed toe te dichten ( verhogen van het vijandsbeeld als instrument voor het verhogen van de maatschappelijke relevantie van hun werk en het verkrijgen van meer geld en bevoegdheden. Bij drugs speelt nog hun filosofie van dat de jeugd beschermt moet worden voor de verschrikkingen die die drugs aanrichten). Het komt veel te weinig voor dat onderzoekers data en informatie uit andere bronnen gebruiken voor het kritisch tegen het licht houden van de data en info van Politie/OM (zo zat het team van wetenschappers van de commissie van Traa over onderzoek naar de georganiseerde drugsmisdaad te worstelen door de dossiers van Politie/OM maar werden die van de advocaten en uiteindelijk de rechters genegeerd).

3) Is het een onderzoek waard om eens onderzoek te doen naar alle onderzoeken over de ontwikkelingen van vraag en aanbod vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw ( het decennium van wat omschreven kan worden als de opkomst van de afzonderlijke drugsmarkten zoals die zich tot nu toe hebben ontwikkeld)? Een onderzoek van wat al deze onderzoeken de publieke en politieke meningsvorming heeft beïnvloed. Bij die terugblik kom ik in ieder geval tot de conclusie dat sinds de jaren zestig alle drugs die nog niet verboden waren verboden werden en die al verboden waren harder bestreden werden. Een beleidstrend die zich liet beïnvloeden doordat een vijandsbeeld gecreëerd werd over die nieuwe drugstrend met de omzetcijfers als “bewijsvoering”.

4) Politie en Justitie gaan pas aan de slag als een nieuwe drugstrend zijn eerste twee fases is doorlopen. Is het niet interessant om te onderzoeken van wat dit voor gevolgen heeft in het in- en uitgavenpatroon binnen de aanbodzijde van die nieuwe drugstrend? Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan uitgaven voor het verlagen van de pakkans van de sleutelfiguren binnen de aanbod, uitgaven die ten goede komen van sleutelfiguren in de bovenwereld ( wat vervolgens als een ondermijning van de onderwereld op die van de bovenwereld opgevat wordt)

5) Er is bijna letterlijk een zucht onder onderzoekers om zich bezig te houden met omzetcijfers wat voorkomt uit een diep gewortelde goed/fout veronderstelling, ergo van dat er zoiets is als een onder- en een bovenwereld. En hoe meer aandacht op die omzetcijfers hoe meer dat beeld versterkt wordt

6) En om het dan over getallen te hebben? Waar is die 1 miljoen gulden gebleven die VWS ter beschikking stelden voor onderzoek naar wat de gevolgen zijn van de in 1996 opgerichte Unit Synthetische drugs.

7) Financiële jaarverslagen van (middel) grote bedrijven, overheden en instanties zijn boekwerken dik van allerlei in- en uitgaven en wat er dat jaar aan allerlei extra,s is bijgekomen door allerlei extra wetten en regels, jaarverslagen met uiteindelijk een eindcijfer van wat als winst omschreven kan worden. Een dergelijk overzicht ben ik tot nu toe nog in geen enkel rapport tegen gekomen over onderzoek naar wat omschreven wordt als de georganiseerde misdaad.

8) Het eenzijdig onderzoeken van omzetcijfers is op zich al een versimpeling van wat er werkelijk aan de gang is. De publiciteit daarover gooit daar nog een stapje bovenop met uiteindelijk de politiek aan vragen in de Tweede Kamer waar de simplificering vanaf spat, ongeacht vanuit welke politieke stroming de vragen afkomstig zijn. En als je daar weer de werkelijke gevolgen van wilt horen moet je je oor te luister leggen in menig koffiehuis, aan de keukentafel van ouders van kinderen in hun puberale fase

Tenslotte; in de keuze van woorden zit al het probleem. Het is onder druk van de USA dat in 1996 de Unit Synthetische Drugs werd opgericht van op advies van de DEA een landelijk Nederlands politienetwerk in de bestrijding van productie en handel van XTC en speed. En zo werd het woord Synthetische drugs in Nederland geïntroduceerd terwijl voor die tijd deze middelen in alle rapporten werden omschreven als partydrugs ( en in mijn woorden uitgaansdrugs). Het introduceren van nieuwe begrippen over fenomenen die zich al langer voordoen hebben vele negatieve gevolgen waar ik zo langzamerhand een dik boek over kan schrijven. Als Pieter Tops ook maar enige interesse had getoond van gesprekken met anderen dan alleen Politie/Justitie dan was er een heel ander rapport geschreven dan nu zijn rapport waarvan de inhoud werkelijk vele records breken van geschiedvervalsing, aannames, onlogische redenaties tot complot theorieën aan toe.

Met groet! August

Ps 1) ik heb nog nagerekend van als dit mega bedrag van 18,9 miljard zou kloppen er in de Brabantse en Limburgse loodsen 8000 kilometer aan XTC zijn geproduceerd als je al die tabletten achter elkaar zou leggen ( afstand Amsterdam Afghanistan ) Ps 2) En wat betreft de bijeenkomst ben ik zeer verontrust van wat er op de politieacademie aan les wordt gegeven aan toekomstige politiemensen en rechercheurs over drug en druggebruik. Van wat er op de bijeenkomst naar voren werd gebracht oversteeg nog verre van wat er in het rapport van Pieter Tops staat beschreven. In twee woorden; ZEER VERONTRUSTEND! Met helaas nauwelijks weerwoord door de aanwezige disciplines aan wetenschappers/onderzoekers

Het Vrijheids DNA van Amsterdam als zou dat de oorzaak zijn van dat deze stad de drugsproblemen over zichzelf afroept

Lees het Parool over het afgelopen jaar van een op den duur voorspelbare reactie van dat de geïnterviewden de oorzaak van drugsgerelateerde incidenten in Amsterdam consequent toedichten aan het doorgeschoten vrijheidsideaal van deze stad. In de recente artikelenreeks van dezelfde krant van dat; IN AMSTERDAM ALLES KAN EN MAG staan in hun ogen de prostitutie op de Wallen en de coffeeshops symbool voor die doorgeschoten tolerantie en worden beide als hoofdoorzaak genoemd van de overlast in de binnenstad. Het zijn vele en zeer uiteenlopende Amsterdamse sleutelfiguren die deze tolerantietheorie verkondigen met als logische gevolgtrekking de roep voor een strenge aanpak tot ingrijpende beleidswijzigingen aan toe zoals het dichtgooien van alle coffeeshops. De laatste in de artikelenreeks waren twee, als vrijzinnig omschreven dominees die Singapore als voorbeeld noemden waar Amsterdam van zou kunnen leren. Daar waar ik geen kennis heb van hoe aldaar prostituees worden behandeld hebben beide dominees kennelijk geen kennis van dat druggebruikers in Singapore voor de doodstraf moeten vrezen. Als dit dan het nieuwe Amsterdam moet worden geeft dat genoeg aanleiding om ook de opvattingen van de andere sleutelfiguren “tegen het licht” te houden! Ik beperk mij bij deze tot het onderwerp drugs
Het zijn alle geïnterviewden die niet alleen de tolerantietheorie aanhangen maar ook, in de woorden van ex- interim burgemeester van Aartsen dat; “ als ik die doorgeschoten Amsterdamse Vrijheid/Blijheid cultuur op het stadhuis ter sprake wilde brengen ik het gevaar liep als betuttelaar weggezet te worden”! Dit alles roept de vraag op dat als het Vrijheids DNA van Amsterdam de schuld zou zijn van de dood van een 17-jarige jongen in de wijk Wittenburg, dat de hele Zuidas aan de coke is, dat ieder weekend de binnenstad stijf staat van de pillen, dat voor coffeeshops lange rijen wachtenden staan die de sfeer in de stad verzieken, dat Amsterdam in de jaren 70/80 geteisterd werd door heroïnejunks en sindsdien uitgegroeid is tot de drugshoofdstad van de wereld, hoe moet dan het DNA van bijvoorbeeld London, Lille, New York, Moskou, Rome, Athene omschreven worden?
Het zijn al deze steden die gebukt gaan onder no-go-drugswijken waar de Amsterdamse Bijlmer een rustige wijk bij is. In Lille lopen straatdealers rond waar de 1000 criminele veelplegers in Amsterdam “lieverdjes” bij zijn. Wordt er in zeer harde soorten drugs gehandeld zoals synthetische cannabis, een drug die in Amsterdam geen afzet heeft bij de gratie van dat je in coffeeshops een jointje kan opsteken In London woedt al jaren een langs etnische tegenstellingen drugs-gang-gerelateerde oorlog met jaarlijks meer onschuldige slachtoffers dan die jongen uit Wittenburg. Athene gaat gebukt onder een chrystal-Meth epidemie onder een groot deel van de werkloze jongeren. In Moskou zitten de klinieken vol met HIV- besmette junks. New York gaat gebukt onder een nieuwe heroine-epidemie ( met in heel de USA meer doden dan in de tijd aan soldaten in de Vietnamoorlog). En zo zijn er nog vele andere steden te noemen met een ten opzichte van Amsterdam onvergelijkbaar ernstiger drugsprobleem met dus de onvermijdelijke vraag welk type DNA aan deze steden toegedicht moet worden. De enige die ik kan verzinnen is het War ON Drugs DNA.
En laat nou de USA, het War On Drugs land bij uitstek, twee jaar geleden begonnen zijn met het legaliseren van cannabis en de eerste coffeeshops hun deuren openen terwijl in Amsterdam gepleit wordt voor het sluiten van nog meer coffeeshops waar het stadhuis in het kader van de overlastbestrijding van de binnenstad 12 jaar geleden mee begonnen was, waarbij ik het haast vergeet te melden dat die lange rij aan bezoekers voor de deur van coffeeshops grotendeels het gevolg is van dat sluitingsbeleid. Minder coffeeshops, meer overlast, en 12 jaar later dreigt de geschiedenis zich te herhalen. En dan nog dit; vele coffeeshops werden ook nog gesloten om scholieren te beschermen tegen de aanlokkelijkheden van cannabis terwijl tegenwoordig tussen huis en school zowat elk Delfts- Blauw toeristenwinkeltje en de halve Kalverstraat/Nieuwedijk cannabisgerelateerde prullaria in de etalage liggen. En ook dat laatste heeft niets van doen met de Amsterdamse vrijheids DNA aangezien dergelijke cannabisprullaria in zowat elke winkelstraat in Europa te zien is.Niet tolerantie maar onnadenkend beleid is waar Amsterdam aan leidt. En die onnadenkendheid is op zijn beurt weer een uitvloeisel van het onvermogen om in te spelen op de moderne ontwikkelingen in de maatschappij van nieuwe vormen van vrijtijdsbesteding, behoefte aan andere genotsmiddelen dan alleen alcohol, enz.

August de loor 70 jaar bewoner van de Amsterdamse binnenstad, wereldburger en 50 jaar Amsterdamse straathoekwerker voor druggebruikers

DE IGNORE STREETDEALER CAMPAGNE, EEN NIEUWE IMPULS WAARD!

DE IGNORE STREETDEALER CAMPAGNE, EEN NIEUWE IMPULS WAARD!

Ondanks de inzet van politie en andere maatregelen blijft het straatdealen een hardnekkig probleem in Amsterdam. Sterker nog, het probleem breidt zich steeds verder uit tot zelfs buiten het centrum van de stad. Zoals bekend zorgt het straatdealen voor overlast, voor onrustgevoelens onder bewoners en ondernemers en worden toeristen veelal opgescheept met inferieure of pure nepdrugs. Minder bekend is dat een deel van de straatdealers bij de verkoop intimiderend te werk gaan tot zelfs het beroven van toeristen aan toe.

Voor de Amsterdamse coffeeshop- en de smartshopbranche was dit twee jaar geleden aanleiding om een campagne te starten om toeristen te waarschuwen voor deze praktijken. Met flyers, stickers, posters en recent (op initiatief van coffeeshop The Bulldog) een voorlichtingsfilmpje voor in de coffeeshop/smartshops en de website www.ignorestreetdealers.com worden voor toeristen de meest basale tips gegeven om weg te blijven van straatdealers plus adviezen wat te doen, mocht men toch in de problemen komen. Beide branches bieden elk op zich vele mogelijkheden om de doelgroep te bereiken. Bij coffeeshops tot sluitingstijd om de bezoeker via personeel en peerpressure binnen de groep zelf de toerist te overreden om niet met straatdealers in zee te gaan. De aanvullende funktie van smartshops is dat de toerist niet alleen gewaarschuwd kan worden maar ook, dat mocht de toerist toch harddrugs kopen de smartshop drugsneltestjes verkopen plus adressen kan geven van lokale drugsteststations.En dat beide branches een effectief medium is om te waarschuwen moge blijken dat de campagne in steeds meer steden in Nederland draait waar zich overeenkomstige problemen van straatdealen afspelen (via de lokale coffeeshopbonden en leden van de VLOS (de landelijke smartshopbond) worden de coffeeshops en smartshops in den lande bevoorraad met het voorlichtingsmateriaal)

Om de campagne een nieuwe impuls te geven vond vrijdag 19 oktober op het Amsterdamse Leidseplein, van 16.30 – 17.30 uur een activatie plaats. Naast een uitvergrote versie van de poster in het midden van het plein, een uitleg van dat er meer structurele maatregelen nodig zijn dan alleen maar waarschuwen ( zie bijlage 3) probeerden straatdealers (in totaal 7 acteurs) drugs ( namaak XTC, snuifcocaine, MDMAkristallen) aan de man/vrouw te brengen. Al de toeristen die op de meest ludieke of effectieve wijze weerstand boden op deze verkoopmethode hadden kans op vrijkaarten van een party op zaterdagavond ( hiervoor had Project Sugar 20 kaarten van haar Party op die avond ter beschikking gesteld). De toeristen die wel op het aanbod van de straatdealer ingingen, werden streng toegesproken en kregen een waarschuwingsflyer als reminder mee!

Alles bij elkaar was het een zeer geslaagde actie met hilarische interacties tussen de straatdealers en de toeristen, veel selfies,veel behoefte onder de voorbijgangers voor nadere informatie over het Nederlandse drugsbeleid, een, al zeg ik het zelf, inspirerende speech uit mijn hart van dat er veel meer gedaan moet worden dan alleen waarschuwen ( zie bijlages) tot suggesties van omwonenden en lokale ondernemers aan toe van nieuwe ideeën voor de campagne plus interessante suggesties voor een meer leefbare Amsterdamse binnenstad.

Tot zover een uitleg over de campagne

August

. Eventuele campagne materialen kunnen via deze link worden bekeken en gedownload: https://www.dropbox.com/sh/gb5t7njs1wcnl9k/AACteC2W6-jpX57Qzkht9sEMa?dl=0

Bijlage 1)

Er is alle aanleiding om bovenstaande actie/straattheater ook uit te voeren in andere steden waar het probleem van straatdealers zich voordoet, zoals Maastricht, Middelburg, Arnhem, Roermond. Al het materiaal is beschikbaar en de speech is ook voor herhaling vatbaar en genoeg vrijwilligers zijn te porren om twee uurtjes voor straatdealer te spelen.

Bijlage 2)

EEN INTEGRALE AANPAK VAN NIET ALLEEN WAARSCHUWEN

De voorlichtingscampagne naar toeristen is een onderdeel van een bredere strategie van om ook de risicogroep van jongeren weerbaarder te maken om zich niet in te laten met straatdealen door hen erop te wijzen dat de winsten helemaal niet zo hoog zijn, je opgepakt kan worden, met een strafblad aan je broek je je toekomst verknald, en dan nog los van dat je meegezogen kan worden naar meer professionele criminaliteit ( en daar houdt het bij sommige ook nog niet op. Zo hebben een aantal van de Jihadisten die de afgelopen 10 jaar in Europese steden extreem dodelijke aanslagen hebben gepleegd een verleden in straatdealen, een situatie die wij in Amsterdam ten alle tijden moeten voorkomen). Het is dit waar we de risicogroep van jongeren voor willen behoeden door vooral hen te benadrukken van dat zij hun kwaliteiten positief moeten inzetten. De kwaliteiten die nodig zijn voor straatdealen, zoals mensenkennis, overredingsvermogen, vasthoudendheid kan ook positief ingezet worden voor bijvoorbeeld gastheer van een hotel, leraar voor een moeilijke klas van jongeren, jeugdwerker,enz. Okee, dit komt zweverig over maar laat nou in een land als de USA waar de WAR ON DRUGS nog steeds de boventoon voert hier succesvolle resultaten mee geboekt worden!

Bijlage 3)

NAAR EEN MEER STRUCTURELE AANPAK VAN HET STRAATDEALPROBLEEM

Onderstaande adviezen zijn opgesteld vanuit de logica van ( vrij naar schrijver Thomas Man)
A) als iets niet goed geregeld is waar behoefte aan is ( zoals in dit geval de behoefte aan drugs) er altijd een schimmige onderwereld van illegale straathandel ontstaat en
B) hoe harder het bestrijden van die behoefte, hoe schimmiger, agressiever en georganiseerder die straathandel zich ontwikkeld met
C) het uiteindelijke resultaat dat dit ten koste gaat van de behoeftigen, zijn/haar dierbaren en uiteindelijk ook de zwaksten binnen die onderwereld (van in dit geval de straatdealers!).

Hierbij wil ik benadrukken van dat Amsterdam met haar straathandel nog een milde stad is in vergelijking met menige andere stad in de wereld met wijken aan no-go-area.s, waar langs etnische grenzen geweldadige gang-gerelateerde straathandel zich afspeelt tot verkoop van de meest extreme drugs aan toe, zoals nu in London van synthetische cannabinoiden, terwijl dit middel in Amsterdam geen voet aan de grond krijgt van het kunnen roken van een joint in een coffeeshop met, en de cirkel is dan rond ook voor die toeristen uit London).

Een overzicht van de adviezen;
1) Een aktief beleid van het binnen de risicogroepen deromantiseren van de straathandel ( zie
bijlage 2)
2) Gedogen van de systemen van overlastvrij dealen, inclusief hardere aanpak van overlastgevend
dealen, lees de dealsystemen waarbij de druggebruiker niet kan reclameren
3) Het opzetten van een campagne van het terugdringen van het (internationale) vooroordeel als zou
Amsterdam een drugsstad zijn waar alles maar “mag en kan”!
4) Een onderdeel van punt 3 is het streng aanpakken van de verkoop van aan cannabis gerelateerde
prullaria in souvenirswinkels
5) Het realiseren van een soortement drugvoorlichtings VVV burootje in het centrum van de stad,
ingebed binnen het smartshopbeleid
6) Het in Europees verband aktief bepleiten van het coffeeshopmodel ( dit adviseerde Burgemeester
Patijn al 25 jaar geleden!)
7) Geen verder sluitng van coffeeshops meer plus latere sluitingstijden van de coffeeshops in de
binnenstad , met name in het weekend en in en rond de uitgaanskwartieren
8) In navolging van Canada het zo snel mogelijk legaliseren van cannabis
9) Het ontwikkelen van een evenwichtig over Nederland verspreid netwerk aan kleinschalige
coffeeshops
10) Het. In de geest van wijlen minister Borst plaatsen van uitgaansdrugs, zoals XTC op lijst 2
van de Opiumwet als eerste stap naar het legaal mogen verkopen van deze middelen ( via
smartshops)

Met bovenstaande adviezen wordt een stap naar voren gemaakt wat de indruk wekt dat Amsterdam zich nog meer als drugsstad profileert. Hierbij wordt echter over het hoofd gezien dat alles wat je zichtbaar maakt het beste in de hand te houden, cq aan te sturen is wat bij de schimmige, in de schaduw opererende straatdealer onmogelijk te doen valt!

Het politieacademierapport over 18,9 miljard omzet door de Brabantse pillendraaiers

De kern van deze vierde, zeer korte reactie, op het Politieacademierapport is dat ergens in het rapport de onderzoekers een van de rechercheurs laat stellen dat; ” We (lees de USD) hebben een veelkoppig monster gecreëerd!” In mijn ogen is dit de belangrijkste constatering, lees conclusie van het rapport.
Het rapport beschrijft namelijk zeer gedegen en voor de markt van synthetische drugs zeer essentiële, lees 6 aspecten waar dat monster uit bestaat, zoals, door de Precusorenwet en de actieve uitvoering daarvan door de USD van dat de XTC producenten andere grondstoffen zijn gaan gebruiken in de XTC productie, grondstoffen met een hoger gif en brandgevaar dan de reguliere grondstoffen die ze eerder gebruikten. En zo beschrijft het rapport nog 5 andere aspecten waar dat monster uit bestaat, aspecten die niet alleen KLOPPEN maar in mijn ogen nog aangevuld hadden kunnen worden met een aantal meer zoals: 7, dat door de start van de intensievere bestrijding vanaf 1997 de vervuiling van het aanbod van XTC tabletten toenam, 8,vanaf 1998 veel van de functies en posi effecten van het DIMS project door de USD aan banden zijn gelegd, 9, in juni 1999,de Safe House Campagne op grote events moest stoppen, 10, vanaf 2000 de prijs van XTC tabletten zeer sterk daalde, 11, de criminalisering van productie en handel in XTC vanaf 1997 toenam en 12, het risico toenam van het op de markt verschijnen van de zogenaamde XTC-designers ( wat ook daadwerkelijk is gebeurd met bijv 4FMP).
Met bovenstaande uitspraak van de rechercheur wat duidt op een verregaande zelfreflectie van de USD van dat hun werk een veelkoppig monster heeft gecreëerd zou je vooral van een rapport van een Politie opleidingsinstituut verwachten van dat zij bij zichzelf te rade zouden gaan van wat hebben wij verkeerd gedaan en wat moeten wij zowel in de aanpak als in de opleiding aan wijzigingen invoeren? Het meest bizarre is dat niet alleen exact het tegengestelde gebeurd van in het rapport bladzijdes vol aan alles en nog wat aan beschuldigingen van wat het USD allemaal aan tegenwerking te verduren heeft gekregen ( het duiken in een tranentuitende slachtofferrol) maar nog erger van de oproep van dat het monster alleen nog maar beter bestreden kan worden met nog meer USD mankracht, middelen en bevoegdheden! Ergo het rapport pleit voor meer mankracht en middelen voor de USD terwijl hetzelfde rapport de USD aanwijst als veroorzaker van het monster. Op deze volstrekte onlogica van het rapport volgt mijn logica van dat het resultaat van die meer mankracht en middelen tot een nog groter monster zal leiden!
Maar wat nog enger is dat het rapport, zowel direct als tussen de regels, een oproep doet van dat de overheid al die zogenaamde USD tegenwerkende krachten aan moet pakken. Het is dit wat zeer veel zorgen baart aangezien het rapport met die tegenwerkende krachten het Harm Reduction drugsbeleid bedoeld met daarvoor in de plaats een lineair, repressief rigide drugsbeleid, lees een beleid wat de USD geen strobreed in de weg staat!
Okee dit was het weer, wordt vervolgd en om meer inzicht te krijgen in wat ik hier schrijf, lees nog wat ouwe artikelen uit deze website zoals die over de geschiedenis van XTC, het beleid, de geschiedenis van de Safe House Campagne, enz.
Met groet! August

18,9 miljard omzet in de zakken van de Nederlandse XTC en Speedproducenten, oeps wat een geld!

Beste mensen en dan nu effe wat feiten over het rapport op basis van het naast elkaar leggen van een aantal afzonderlijke grafieken

In eerste instantie wil ik benadrukken dat alle grafieken en andere data uit het rapport over de fabricage van XTC en speed gebaseerd zijn op de aanname als zou de Politie tussen de 7% ( data VN) en  max 20% ( van andere deskundigen) aan drugshandel weten te bemachtigen. Op basis van die percentages (waarbij het rapport de indruk wekt van dat men het hoogste percentage als uitgangspunt heeft genomen) hebben de onderzoekers de totale omvang van de Nederlandse productie van synthetische drugs berekent. Hierbij een toelichting van wat ik in een eerdere notitie heb geschreven van dat er bij die percentages het nodige op te merken valt;

Bij nadere beschouwing gaan bovengenoemde percentages op voor middelen zoals  heroïne en cocaïne waarvan de groei en productie in Derde Wereld landen plaats vindt met nauwelijks een politiemacht en dan ook nog veelal corrupt plus dat deze middelen een lange geschiedenis kennen in het land met een zekere mate van inbedding binnen de lokale samenleving, ergo dus weinig aan verklikkers!. Dat alles zorgt voor een lage pakkans mede doordat de smokkel via wereldwijde giga-mainstream routes gaat ( internationaal vrachtverkeer, vrachtboten naar derde wereldhavens, enz, ) naar uiteindelijk de Westerse consumptielanden waar tot vaak op het nivo van de consumentendealer de rijen, tot terug naar de productielanden, gesloten blijven voor politie/justitie. Bij lokaal geproduceerde drugs zoals XTC en Speed in de Westerse samenleving ligt de situatie geheel anders van betere opsporingsmethodes, van stankoverlast van de labs, meer verklikkers als uitvloeisel van minder schakels tussen consument en producent. Kortom, bij alle facetten van lokaal geproduceerde drugs in goed georganiseerde landen ligt het percentage van in beslag genomen drugs veel hoger dan waar de onderzoekers hun grafieken en andere data op baseren.

En dat geldt helemaal ten aanzien van Nederland waar door het gevoerde beleid van Harm Reduction zoals bij synthetische drugs het systeem van het testen van XTC, de Red Alertprojecten, het met rust laten van de consument, de lage drempels voor drugsEHBO de infrastructuur van deze markt vrij overzichtelijk is, dus redelijk snel te doorgronden voor politie en Justitie. Daar waar in het buitenland alle geledingen van drug en druggebruik zich bijna geheel onzichtbaar afspeelt is dat in Nederland veel minder het geval met onder andere een relatief hoog percentage aan pakkans van met name de XTC producent/pillendraaier ( pillen zijn makkelijker te traceren dan poeders) .

Onderstaande analyse van de data uit het rapport maakt duidelijk dat de onderzoekers een nogal overtrokken beeld geeft van de werkelijkheid van de Nederlandse markt van synthetische drugs. Als daar bovenstaande uitleg van een hogere pakkans bij opgeteld worden wordt duidelijk dat het overtrokken beeld nog wat groter is 

1)       Bij het koppelen van de verschillende data plus mijn kennis over het gemiddeld slikgedrag in Nederland van de XTC consumenten kom ik uit van dat 5 miljoen personen in 2017 aan de XTC waren

2)      Als ik een aantal andere grafieken aan elkaar koppel kom ik op basis van mijn bovenstaande dezelfde kennis op 10 miljoen gebruikers uit

3)      Uiteraard mag iedereen mijn kennis in twijfel trekken over het Nederlandse XTC slikgedrag maar blijft het wel bizonder dat  op dezelfde rekenmethode nogal een groot verschil van 5 0f 10 miljoen gebruikers uit het rapport opgemaakt kan worden

4)      Kijkend naar weer een ander grafiek wordt er in Nederland op het nivo van de XTC producenten ( lees zowel de poedermaker plus die daar pillen van draait) 330 miljoen euro winst gemaakt. Deze berekening is echter op basis van 140 miljoen aan onkosten voor beide aspecten van de productie. Mijn inschatting is dat die onkosten veel hoger is , met ergo dus een lagere winstmarge

5)      Maar ook als je die 330 miljoen euro winst  als uitgangspunt neemt en wetend onder hoeveel directe en indirecte personen van beide aspecten van de productie dit verdeeld moet worden komt er toch wel een ander beeld naar voren als het rapport suggereert van miljarden en miljarden winst in de zakken van de XTC producenten ( in het rapport wordt uitgebreid stilgestaan van dat men nauwelijks enig idee heeft waar al die miljarden nou naar doorgesluisd worden in de legale bovenwereld van de samenleving. Misschien is het dan gerechtvaardigd om te stellen dat er niet zoveel aan geld door te sluizen valt)

6)      Bij bestudering van de ene grafiek kom ik uit op een voor Nederland Productie van 50 miljoen pillen en bij een andere grafiek op 35 miljoen pillen

Okee, en dit zijn dus mijn Nederlandse berekeningen van de XTC markt ( over die over speed geeft het rapport nauwelijks enige data waar ik mij dus niet  “aan kan vasthouden”,voor het vertalen/beoordelen daarvan)

En dan nu het buitenland!

Aangezien daar hoegenaamd geen data over in het rapport staat kan ik hoogstens een paar zaken inschatten op basis van de Nederlandse data, zoals

1)      Van dat op basis van de Nederlandse data de Brabantse en Limburgse pillendraaiers in 2017  voor ongeveer 100 tot 200 miljoen mensen in de wereld XTC hebben geleverd

2)      Met een ruim geschatte aantal van een half miljoen consumenten in Nederland blijft voor de rest van de wereld max 199,5 miljoen gebruikers over in, let wel, alleen die landen met een min of meer vergelijkbaar uitgaanscircuit in dans en muziekstijlen als in Nederland

3)      Van dat op basis van de data  tot bijna 1 miljard XTC tabletten in 2017 over de wereld is verhandeld en nogmaals let wel! alleen naar die landen met een ongeveer vergelijkbare uitgaanscircuits in muziek- en danscultuur als in Nederland

4)       1000,000,000 tabletten! Let wel dat verlangt een veelvoud aan volume van de gangbare smokkelmethodes dan die van poeders, kortom een giga mega  infrastructuur om dat in een jaar tijd  over de wereld te transporteren en dan ook nog volstrekt onzichtbaar voor ongenode derden om maar te zwijgen hoe het financiële verkeer daarvan ongemerkt voor banken,plaatselijke overheden georganiseerd moet worden. Hebben de onderzoekers navraag gedaan bij willekeurig welk  internationale transporteur op weg, water en lucht van wat er bij dergelijke hoeveelheden tabletten komt kijken om dat verstopt te vervoeren?

Het moge duidelijk zijn dat met bovenstaande nadere analyses over de data  geconcludeerd kan worden van dat het rapport in menig opzicht “uit de bocht vliegt”.

Maar dat niet alleen! Met het bedrag van 18,9 miljard euro wordt de totale omzet van over de hele wereld bedoeld van de Nederlandse productie van Synthetische drugs, dus van het dansvloerdealertje op een illegale party in de fjorden van Noorwegen, de dealer op de hippiestrandparty op Ibiza tot de straatdealer in de steegjes aan de rand van het uitgaanscentrum in Sydney. Hierover valt het volgende op te merken dat het nogal van overtrokken pretentie getuigd van dat onderzoekers bestuurskunde in staat zijn om tot een totaalbedrag te komen van al die lokale op consumentennivo verkoopcircuits van al die uithoeken in de wereld en let wel ook nog met een cijfer achter de komma van het totaalbedrag van wat de indruk wekt van dat er tot op de cent ( oeps, miljoen!) dit alles is uitgezocht

Je zou dan mogen verwachten dat bij zo,n letterlijk wereldprestatie het rapport daar uitvoerig over schrijft, ergo ook naar de media toe!

 Wat opvalt is dat dit nauwelijks het geval is  waardoor bij pers, publiek en politiek het beeld is ontstaan van dat die 18,9 miljard euro aan omzet rechtstreeks in de zakken van de producenten in Brabant en Limburg terecht is gekomen. En omdat de onderzoekers het een leuk idee vonden om die 18,9 miljard omzet te vergelijken met een aantal grote Nederlandse bedrijven is dat beeld nog verder versterkt

Wordt vervolgd  August