Categoriearchief: Geschiedenis van drugsbeleid

De druggebruiker is verantwoordelijk voor de perverse, maatschappijontwrichtende drugsmaffia

In mijn mailverkeer kreeg ik onderstaande visie opgestuurd van iemand die met het volgende worstelt;
Ik ben voor legalisering, maar zouden we ook niet een poging kunnen doen om druggebruikers meer verantwoordelijkheid te leren voor wat het gebruik allemaal aan maatschappij ontwrichtende effecten sorteert aan drugscriminaliteit en drugsdoden. We hebben de sigaret nu vrij aardig sociaal onacceptabel gemaakt; van mij zou dat ook voor het lijntje coke mogen gelden.EINDE CITAAT

Het thema wat hier aangesneden wordt is de laatste dagen veelvuldig in het nieuws naar aanleiding van een internationale drugsbestrijdingsconferentie in Nederland. Meerdere deelnemers aan de conferentie zoals de baas van de Amsterdamse politie verwijten de druggebruikers dat zij de maatschappij ontwrichtende drugscriminaliteit in stand houden en meer rekenschap moeten hebben met het lot van drugsdoden. Bovenstaande schrijver geeft daar zijn visie bij van als je de gebruiker daarop attendeert daar een preventieve werking vanuit zal gaan. Hij verwijst daarbij op de afgelopen jaren succesvolle preventie tegen het gebruik van tabak.

Genoeg aanleiding voor een aantal reacties van mijn kant.
Het grote verschil tussen sigaretten en drugs is dat het eerste legaal is en het tweede illegaal. Het is de legale status van tabak wat de overheid een legitieme basis geeft aan bemoeienis in het terugdringen van het gebruik, een bemoeienis wat kan rekenen op een maatschappelijk draagvlak dus aan interactie op gang brengt tussen rokers en niet rokers. Door het verbod op drugs ontbreekt die interactie van geen open communicatie tussen gebruikers en niet gebruikers. Door het verbod ontbeert de overheid een legitieme basis aan bemoeienis over drug en druggebruik. En als het dat wel doet is dat per definitie hypocriet door aan de ene kant drugs te verbieden en aan de andere kant gebruikers op te roepen om niet te gebruiken. Zo,n hypocriete opstelling van het drugsbeleid kenmerkt politici en bestuurders zoals een tijd geleden de Staatssecretaris van VWS die met een persconferentie vanuit de EHBO post van een ziekenhuis (hoe verzin je zo,n plek?) de kruistocht aankondigde tegen het gebruik van XTC ( met links en rechts van hem Trimbosinstituut en Jellinek die instemmend meeknikten van dat je al van een XTC pilletje dood kunt gaan!).Dergelijke campagnes zijn er al sinds de tweede helft van de jaren negentig van het samenspannen tegen XTC in zowel productie als gebruik. Sinds de start van dat beleid (nov 1996) is het XTC gebruik alleen maar toegenomen ( vervolkst), de prijs van XTC afgenomen ( van 25 gulden per pil naar 3 euro), het aantal “foute” tabletten toegenomen, zo ook de criminalisering van de XTC productie als het dumpen van de reststoffen in de natuur. Kortom, verbieden van drugs en het plegen van gedragsverandering van de gebruiker gaat niet samen, althans niet bij de overheid. Op gebruikers gerichte drugspreventie is een zaak van personen en instanties met een grote mate van afstand, lees onafhankelijkheid ten opzichte van de overheid. Het is een zeer zorgwekkende ontwikkeling in het Nederlandse drugsbeleid dat de instanties die daar voor moeten zorgen steeds meer een verlengstuk worden van de overheid. ( zie voorbeeld boven van de twee instellingen naast de Staatssecretaris)

En als nu ook nog de gebruiker aangesproken wordt op het feit dat hij een perverse, maatschappij ontwrichtende drugsmaffia in stand houdt is dat het volstrekt omdraaien van de feiten. Alle drugs die de afgelopen 80/90 jaar in de ons Westerse samenleving een markt hebben veroverd waren van oorsprong “legaal” maar zijn op een bepaald moment door de overheid verboden. Daarop terugkijkend is het internationale drugsbeleid geënt op het gegeven dat alleen alcohol en tabak gebruikt mag worden. Alle andere drugs werden/ worden tot op de dag van vandaag verboden met in het kielzog de opkomst van een massief drugsbestrijdingsapparaat terwijl die opkomende drugsmarkten een weerslag waren/zijn van een veranderende maatschappij van vooral sinds de jaren zestig aan zelfstandige jeugdculturen, een steeds diversere, in belangrijkheid toenemende vrijetijdscultuur in muziekstijlen, uitgaansvormen en dat binnen een mega veranderde Multi-Culti samenleving met mega uitbreiding aan wensen en behoeftes waarbij het gebruik van zeer uiteenlopende psycho-actieve middelen een belangrijke rol spelen van de zoektocht naar dat er veel meer is tussen hemel en aarde. Het door de overheid binnen een dergelijke mega veranderende samenleving krampachtig vast houden aan de doctrine dat alleen alcohol genuttigd mag worden is de grootste fout die de afgelopen decennia gemaakt is. Het zijn niet de gebruikers maar de overheid en al haar uitvoerende instanties die verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor de door de drugscriminaliteit ontwrichting van de samenleving.En trouwens, die drugscriminaliteit is een even divers fenomeen als het druggebruik, kortom, beide de afgelopen decennia vervolkst, lees maatschappelijk verankerd. Er is dus geen sprake van dat de drugscriminaliteit infiltreert in de samenleving, die criminaliteit is een deel van die samenleving!

En wat de drugsdoden betreft durf ik te stellen dat vanaf de start van mijn werk in 1968 binnen al de uiteenlopende drugsmarkten van cannabis, XTC, speed tot de wereld van heroine aan toe ik de meeste drugsdoden heb meegemaakt/geprobeerd te reanimeren/112 gebeld/naar Zorgvliet gebracht om steeds weer te ervaren dat veel meer dan de drug zelf al die onnodige shit daar om heen van versneden dope, vuile naalden, foute pillen, taboe, isolement, gebrek aan kennis onder gebruikers, overdaad aan onkennis onder diezelfde gebruikers, angst voor arrestatie, niet naar de EHBO durven gaan en nog veel meer ellende als gevolg van de strafbaarstelling tot de dood leidde. De drug is de emmer met water, de illegaliteit is de druppel………..!! En omdat te onderbouwen; hoeveel heroinedoden zijn er te betreuren sinds de start van het onder medisch toezicht verstrekken van dit middel?

August de Loor

50 jaar Paradiso, Het ontstaan van het Nederlandse scheidingsbeleid tussen soft- en harddrugs en nog meer geschiedenis

De afgelopen weken wordt op uiteenlopende manieren aandacht besteed aan het jubileum van 50 jaar Paradiso. Zover ik dat kan overzien blijven een aantal zeer belangrijke aspecten van die geschiedenis buiten beeld en beperkt die geschiedsschrijving tot hoofdzakelijk de historie als rocktempel.
Met onderstaande reactie poog ik de geschiedenis van Paradiso in een breder perspectief te plaatsen waarbij ik put uit gegevens uit eerste hand, lees letterlijk uit eerste hand; 50 jaar mijn hand!
(de afgelopen week heb ik de directie van Paradiso opmerkzaam gemaakt van mijn kennis over haar historie, helaas geen reactie. Hopelijk wordt deze tekst als open brief in het Parool geplaatst)

veel leesplezier!

Voor al die bezoekers van 50 jaar Paradiso moet het een feest van herkenning zijn van wat er allemaal in die halve eeuw op radio, tv en in krant terug geblikt wordt. “Waar was jij toen de Stones optraden? ”, vraagt de jonge generatie Paradisobezoekers vol jaloezie aan de oudjes van nu! Het Magische Centrum speelde in op alle opeenvolgende muziekculturen van Hippie, Rock en Roll, Jazz, Punk, House, Hip Hop met in het verlengde dat het een home werd voor de Multi-Culti, de lhbt-scene en alles wat daar tussen in zit. En als je daar ook nog de vele politieke, maatschappij kritische bijeenkomsten bij optelt mag je gerust stellen dat Paradiso zowel de tijdgeest aanvoelde als beïnvloedde! Maar bij die terugblik verbaas ik mij dat niet of nauwelijks aandacht besteed wordt van dat Paradiso een onderdeel was van een veel bredere geschiedenis. Van dat het überhaupt behoud van het gebouw een onderdeel was van een krachtige stroming in de jaren zestig tegen allerlei toentertijd absurdistische plannen van de gemeente van het slopen van de oude Jordaan, van vierbaanswegen door de Utrechtse straat, megahotels aan het Leidseplein, van de overloop aan bewoners naar Almere, Purmerend. Het was nog voor Jan Schaefer met zijn nieuwe visie van terug naar de compacte stad dat Paradiso gekraakt werd als letterlijk sta in de weg van een megahotel. Maar dat kraken had nog een andere geschiedenis van het openbreken van het verzuilde club- en buurthuiswerk. Daar waar dit traditionele bolwerk zich geen raad wist met de in de jaren zestig ontluikende zelfstandige jeugdculturen in mode, muziek, taal ontstond het Open Jongerenwerk die daar wel een antwoord op had. De onderhandelingen op het stadhuis voor nieuwe wegen in het jeugdbeleid waren taai met Paradiso als trendsetter van Open Jongerencentra in zowat elke stad in Nederland met een beetje alternatieve jeugdcultuur. En tenslotte mag de geschiedenis van het Nederlandse drugsbeleid niet onvermeld blijven. Het was met de installatie van een cannabishuisdealer waarmee Paradiso een volkomen nieuwe weg in het drugsbeleid insloeg daar waar in die tijd blowers nog een gerechtelijke macht van gedwongen opname opgelegd kregen. Met de huisdealer werd de blower afgeschermd van de agressieve straathandel in het Vondelpark, op de Dam. In het Laboratorium van het WG ( het latere AMC) werd de cannabis van de huisdealer permanent getest op kwaliteit wat iedere zaterdag een onderdeel vormde van de drugsvoorlichting van Koos Zwart op de VARA radio. En het waren deze activiteiten wat de ruimte bood van dat de eerste coffeeshop in Amsterdam haar deuren opende en zo, nog voordat de heroïne toesloeg de kiem legde van het scheidingsbeleid tussen soft- en harddrugs wat in 1976 wettelijk vastgesteld werd. Het is deze eerste zeer belangrijke fase in de geschiedenis van het Nederlandse drugsbeleid wat uiteindelijk de koers bepaalde dat nu het War on Drugs Land bij uitstek over is gegaan tot het legaliseren van cannabis. En als nou veel van die beleidsmakers die voor die mega-change in de USA verantwoordelijk zijn mij in het oor fluisteren dat voor hen; “ Amsterdam Paradiso the place to be was!”, is het teleurstellend dat Paradiso dit deel van haar geschiedenis over het hoofd ziet.

August de Loor in de begintijd van Paradiso; straathoekwerker voor junkies, adviseur van de krakers, met Koos Zwart en Eric Frommberg; tester van cannabis, vriend van Jan Schaefer; leve de compacte stad,

Bron speech Raimond Dufour voor nieuwjaarsreceptie coffeeshopbond PCN

In een van mijn vorige berichten over bovengenoemde speech van Raimond Dufour, voorzitter van Stichting Drugsbeleid was een van zijn leden van het bestuur benieuwd naar de bron uit zijn speech dat in 1992 de verslavingszorg waarschuwde voor een vanuit de coffeeshops nieuwe lichting aan jonge heroineverslaafden, een waarschuwing wat de toen al sluimerende politieke en publieke sentimenten versterkte al zou het scheidingsbeleid tussen soft- en harddrugs een mislukking zijn met o,a, dat coffeeshops net zo goed gesloten kunnen worden. Aangezien ik in de speech van Raimond genoemd werd ben ik in mijn archief gedoken met hierbij een eerste voorlopige reactie van wat ik gevonden heb. Aangezien ik nog verder in het archief grasduin zal ik later op dit thema doorgaan maar nu al een ieder veel leesplezier gewenst!! August

Beste bestuurslid van Stichting Drugsbeleid

Met jouw wens voor meer informatie over de bron van de speech van jouw voorzitter heb je mij wel effe aan het werk gezet van het metersdiep duiken in het archief van het Adviesburo Drugs. Met aan de ene kant dat ik weken ongezond fastfood heb gegeten met nauwelijks meer een priveleven (.) maar aan de andere kant weer de ontdekking hoeveel bijzonder materiaal bewaard is gebleven van decennia kennis en ervaring over/binnen zowat al de verschillende drugsmarkten. Kortom, een beroemd voetballer zou zeggen; “ieder nadeel heeft een………..!!” En dan nu van wat ik gevonden heb.

1) Zomer 1992 alarmeert de Jellinek over een nieuwe lichting, jonge harddruggebruikers, verslaafd geraakt als gevolg van het teveel aan coffeeshops, als gevolg van het ontbreken van toezicht door de politie van harddruggebruik in coffeeshops en als gevolg van de ingezakte heroïneprijs ( en al deze constateringen op basis van hun theorie als zou; het aanbod de vraag naar drugs aansturen van in dit geval van die van softdrugs naar een nieuwe golf van heroineverslaafden)
2) 5 december 1992 bericht bij monde van de directeur van de Jellinek (Jan Walburg de latere directeur van het Trimbosinstituut) dit in de Telegraaf aangevuld met het alarmerende bericht dat het THC gehalte in cannabis in slechts enkele jaren gestegen is van enkele procenten naar tot soms wel 40%!

Tot zover de Amsterdamse bron en sluit ik mij aan bij jouw herinnering van dat dergelijke alarmerende berichten ook binnen informele en formele landelijke bijeenkomsten van de verslavingszorg geuit werden in toen ook het NIAD ( maar bestond die toen al? Weet dat niet meer zeker)
Maar terugkijkend naar het bericht in de Telegraaf van 5 december is het wel heel toevallig dat een week later op 15 december in Amsterdam de grootschalige politieacties tegen coffeeshops startte zoals omschreven in de speech van Raimond. In een week tijd kan uiteraard, alleen al in logistieke zin, zo,n massale politieactie niet opgezet worden dus moet er anderszins al vanaf de zomer uitwisseling van bovenstaande verontrustende berichten hebben plaats gevonden tussen de Jellinek en de Amsterdamse driehoek ( of andersom)

En dan nu de vraag of er een kern van waarheid schuilde in die alarmerende berichten?

1) Die nieuwe golf aan een jonge generatie heroine verslaafden is er nooit gekomen (zelfs het sinds die tijd van twee economische crisis met veel werkeloosheid/negatieve toekomstperspectief onder bepaalde groepen jongeren heeft geen kiem daartoe gelegd)
2) Het sinds die tijd tot op heden drie keer aan periodes van pittige prijsdalingen van heroine heeft ook geen invloed gehad op de hernieuwde populariteit van dit middel
3) Uit allerlei data van (lokale)politie/justitie van steden met coffeeshops is slechts sprake van door de decennia heen zeer incidentele gevallen van de overtreding van het H-criterium van de gedoogcriteria voor coffeeshops van harddrughandel of –gebruik in coffeeshops ( incidenten wat zich ook in bijna alle gevallen beperkte van slordig coffeeshoppersoneel die vergeten waren om hun privé XTC of andere uitgaansdrug uit hun zakken te halen voordat zij naar hun werk gingen). Kortom, in tegenstelling tot de waarschuwingen vanuit de verslavingszorg stond ( en staat) het belangrijkste uitgangspunt van het scheidingsbeleid met het systeem van coffeeshops recht overeind!

Ten aanzien van de alarmerende berichten over de explosieve stijging van het THC- gehalte in cannabis valt het volgende op te merken. Het was ook de politie ( met name de drugsdeskundige van de Rotterdamse politie, de latere drugsadviseur van het Trimbosinstituut) die in die tijd hiervoor waarschuwde. Waarschuwingen die de kiem legde bij politie/Justitie van het aanpakken van de eerste Nederwietkwekerijen, van de later dat decennium door het Trimbos geuitte one-liners van dat softdrugs haar onschuld heeft verloren van dat wiet eigenlijk een harddrug is en de rest is geschiedenis tot op de dag van vandaag van de aanbeveling vanuit meerdere gemeentes ( die aan het legale wietexperiment willen meedoen) van dat als wiet gelegaliseerd wordt dit alleen kan/moet/mag als het een laag THC gehalte bevat ( met als je dit zou vergelijken met het alcoholbeleid cafe,s alleen maar evenementenbier mogen schenken).
Wat er begin jaren negentig werkelijk afspeelde, was de commerciële doorbraak van Nederwiet van dat de kwaliteit van geur en smaak dermate verbeterde van dat het voor coffeeshops aantrekkelijk werd om het naast de tot die tijd populaire buitenlandse hasj- en wietsoorten te verkopen. Wat zich daarbij echter als probleem aandiende was dat de Nederwiet ten opzichte van de buitenlandse soorten nog een inhaalslag moest maken in het THC gehalte. In plaats van een handreik bieden om via legalisering dit opkomend fenomeen van de kweek van Nederwiet in goede banen te leiden werd er alleen maar eenzijdig, lees alarm geslagen naar het stijgen van het THC-gehalte in Nederwiet zonder dat er gekeken werd van dat er slechts sprake was van een inhaalslag met de buitenlandse soorten. Kortom, zowel de politie als de Jellinek hadden volkomen gelijk in hun waarneming over het stijgende THC- gehalte in Nederwiet, maar echter op zo,n manier dat dit de kiem legde van een beleid wat volstrekt averechts stond op wat wenselijk en noodzakelijk was ( en dat die eenzijdige waarneming van toen nog veel meer negatieve gevolgen heeft veroorzaakt zoals het negeren van de invloed van de werkzame stof van CBD in cannabis is tot op de dag van vandaag nog merkbaar)

Wordt vervolgd!

speech Raimond Dufour Stichting Drugsbeleid over legale cannabis en de positie van coffeeshops

Toespraak Raimond Dufour voorzitter van de Stichtng Drugsbeleid, op de nieuwjaarsbijeenkomst van het Platform Cannabisondernemingen PCN, woensdag 17 januari 2017 te Tilburg

Beste mensen,

Bij een eerdere bijeenkomst met u zei ik, mij gelukkig te prijzen me in een gezelschap te bevinden van de meest doeltreffende criminaliteitsbestrijders in ons land!

Coffeeshops voorkómen hier immers grotendeels de –niet geringe- criminaliteit die in andere landen optreedt bij de verkoop van cannabis aan consumenten.

Dit jaar wordt het jaar van erkenning van uw rol. Met de komende experimenten voor regulering van de cannabisteelt gloort de dag dat de coffeeshop inderdaad volledig “uit de schaduw” treedt en zich gaat koesteren aan het volle daglicht.

1. Stichting Drugsbeleid bepleit dit al sinds haar oprichting in 1996. Twee jaar eerder al schetsten wij het drugsprobleem in volle omvang en stelden we regulering voor van alle drugs. Heiligschennis in die tijd, ketterij, immoreel!
In 1998 publiceerden wij de brochure “Coffeeshop uit de schaduw, plan voor regulering van de ‘achterdeur”. We hadden ons plan opgesteld in samenwerking met gemeenten, politie en O.M. Het stelde een vergunningenstelsel voor onder toezicht van een Nationaal Bureau en van gemeenten.

Het heeft eventjes geduurd!
Maar aan het eind van het recente Kamerdebat over de achterdeur-experimenten zei Vera Bergkamp iets opzienbarends. Ze zei -houdt u vast- : het gaat er op lijken dat we ons in het drugsdebat van nu af aan zullen gaan baseren op de feiten!
Dat is tot dusverre namelijk wel anders geweest. Al lang voor president Trump waren “feitenvrije politiek” en nepnieuws in het drugsdebat en -beleid schering en inslag. Als Vera gelijk krijgt en de feiten richtinggevend worden, ja dan kan het hard gaan met de omslag!

2. Voorgeschiedenis.

In dit jaar van de Grote Sprong Voorwaarts lijkt het me gepast nog eens terug te kijken.

In de ontwikkeling van de coffeeshop staat 1976 met gouden letters gebeiteld. In dat jaar diende een jeugdige minister van Justitie het wetsontwerp in dat, zoals hij in een recent intervieuw zei, ertoe geleid heeft dat er een zekere decriminalisering plaatsvond mbt softdrugs. Uit dat wetsontwerp, zei hij, is de opkomst van de coffeeshops voortgekomen.
En: Ik had de softdrugs helemáal uit het strafrecht willen halen. Ik kwam niet verder dan er een overtreding van te maken. Zo is het niet langer een misdrijf. Ik deed dat met de bedoeling en in de verwachting dat dit proces zich verder zou voortzetten. (A.D. 24-1-2017).

We weten allemaal dat het tegendeel gebeurde. August de Loor, wie kent hem niet, man met vele petten waaronder die van bestuurslid van Stichting Drugsbeleid, stuurde mij het volgende geschiedenis-relaas :
December 1992, afgesloten straten in de Amsterdamse woonwijken, 570 man politie met kogelvrije vesten, getrokken pistolen, laagvliegende helicopters, vastgeboeide arrestanten afgevoerd in stadsbussen! Was dit de WAR ON DRUGS in de USA? Was dit Italië in de strijd tegen de maffia? Nee, dit was Nederland met, na 20 jaar coffeeshops en 16 jaar softdrugsbeleid, haar nieuwe aanpak van coffeeshops! En dat dit in de lucht hing had alles te maken met een stroom aan aantijgingen die hier aan vooraf ging; als zouden coffeeshops zich schuldig maken aan handel in harddrugs, aan wapenhandel, belastingfraude, herbergen van illegalen, enz. En toen zelfs de verslavingszorg waarschuwde voor een nieuwe golf aan heroïneverslaafden die vanuit de coffeeshops ontstaan zou zijn, begon bij politiek en publiek de gedachte te leven als zou het scheidingsbeleid tussen soft- en harddrugs gefaald hebben, zodat coffeeshops net zo goed gesloten konden worden.

Het was binnen deze publieke opvatting dat, op initiatief van het Adviesburo Drugs, de BCD werd opgericht, de Bond van Cannabis Detaillisten. De bond oogstte meteen het succes dat Amsterdam, in tegenstelling tot menig andere stad, afzag van een actief sluitingsbeleid van coffeeshops. In plaats daarvan werd een commissie Toekomst Amsterdams Softdrugsbeleid opgericht, wat de basis legde van een politiek en bestuurlijk stabiel Amsterdams softdrugs- en coffeeshopbeleid in de jaren negentig. In het periodieke overleg tussen de BCD en de burgemeester dat daarop volgde, werd daar praktische invulling aan gegeven met een lange lijst aan grote en kleine dossiers.

Het waren deze resultaten waardoor in steeds meer steden coffeeshopbonden werden opgericht, met daarop volgend in 2001 de oprichting van het LOC ( Landelijk Overleg Coffeeshopbonden). En dat dit platform net op tijd kwam bleek maar al te gauw bij de start van de regering- Balkenende met weer opnieuw een aanslag op het softdrugsbeleid, met plannen tot invoering van de scholenafstand (die leidde tot een verdere ingrijpende reductie van het aantal coffeeshops), een registratieplicht voor bezoekers van coffeeshops, de Wietpas met een verbod voor toeristen van het bezoeken van coffeeshops, en het plaatsen van cannabis met 15% of meer THC als harddrug op lijst 1 van de Opiumwet.

Maar waar begin jaren negentig nauwelijks enig protest klonk tegen de toen ingevoerde omslag in het softdrugsbeleid, kwam er nu wel veel protest op gang waardoor veel van bovengenoemde maatregelen uiteindelijk niet ingevoerd zijn. Het is ontegenzeggelijk de inzet van de bonden geweest waardoor die publieke en politieke protesten op gang zijn gekomen.

Met als nieuwste resultaat nu de eerste politieke stappen richting het legaliseren van de achterdeur van coffeeshops!
Alleen op die manier komen alle voordelen van legalisering tot hun recht! Bijna 50 jaar kennis en ervaring binnen de coffeeshopbranche over de wensen van de consument moet daar garant voor staan! De vraag is of de overheid zich hiervan bewust is? Als je hun voorstellen over de opzet van het experiment leest, met bijv. disciplines die in de begeleidingscommissie van het experiment gekozen worden met weinig affectie en kennis met de cannabiswereld, zijn daar gerede twijfels bij te plaatsen! Tot zover de terugblik van August.

3. Verschuiving van ministerie Volksgezondheid naar Justitie

Ik voeg daar zelf het volgende aan toe, nl over de verschuiving van het ministerie van Volksgezondheid naar dat van Justitie . Ik baseer dit mede op een beschrijving van weer een ander bestuurslid van Stichting Drugsbeleid, Koert Swierstra die dit van nabij heeft meegemaakt.

Formeel is VWS nog steeds de coordinator van het drugsbeleid. Tot de 90-er jaren was dat ook feitelijk zo. Maar daarna verschuift de aandacht van harm reduction naar bestrijding van overlast en criminaliteit bij verslaafden en bij drugshandel, waaronder die, al dan niet vermeend, rond coffeeshops. We hoorden net de voorbeelden. Grensoverschrijdende drugscriminaliteit intensiveerde de rol van Europa, van Brussel. Bij Justitie viel drugsbeleid notabene onder Internationale Aangelegenheden! De wet “Victor” ontstond tbv ontruiming van drugspanden. Ook de Strafrechtelijke Opvang van Verslaafden zag het licht (SOV, later ISD -inrichting voor stelselmatige daders). Dat alles kwam in hoofdzaak uit de koker van Justitie.

En de rol van Justitie is steeds verder toegenomen. Justitie bepaalt in feite het drugsdebat en -beleid. De nadruk ligt nu op “ondermijnende criminaliteit”, dwz het doordringen ervan in de haarvaten van de maatschappij. En de centrale boosdoener daarbij: drugscriminaliteit. Die dan ook te vuur en te zwaard bestreden wordt. En niet alleen strafrechtelijk. Dieptepunt is wel het recente besluit van de gezamenlijke burgemeesters in Zeeland, dat als vanaf 5 gram cannabis in een woning wordt aangetroffen de woning ontruimd mag worden….

4. Moeras.

In de conclusie van de ‘Drugnota’ van het eerste Paarse kabinet stond de passage: “het drugsbeleid is geen oefening in de logica”. Een understatement van eerbiedwekkend formaat !
Justitie is verstrikt geraakt in het moeras van de Drugsoorlog: dwz in het bestrijden van drugscriminaliteit die ze zelf in het leven roept. Door dit uiterste gebrek aan logica is het zelf ondermijnd. Ministers en staatssecretarissen, glijden er over uit en moeten, de een na de ander, het veld ruimen. Een enkele staatssecretaris wordt in arren moede maar buschauffeur in Haarlem. En dát schijnt hij wél heel goed te doen…

Media zijn trouwens evenzeer de weg kwijt. Naar aanleiding van een recente uitzending van het programma Buitenhof schreef ik aan de redactie:

“Uw uitzending van gisteren besprak de ondermijning van onze samenleving door drugscriminaliteit en de daarmee verdiende miljarden. Terecht.
Onbesproken bleef echter de oorzaak. En dat is uw programma onwaardig.

Na decennia drugsoorlog wordt het tijd de balans op te maken. Het doel: drugs uit de samenleving weg te houden is een wensdroom gebleken: er wordt hooguit 10% weggevangen.
Maar het is erger dan een fiasco: het drugsbeleid veroorzaakt , direct en indirect, zeker de helft van de totale criminaliteit.
Geen wonder dat volgens een recent rapport van de top van politie en O.M. de burger het vertrouwen in de rechtshandhaving dreigt te verliezen en criminelen handelen alsof ze niet meer gepakt kunnen worden (Trouw 13-1-17).

Het alternatief, schreef ik, is regulering: toestaan onder verstandige voorwaarden. Voor cannabis gloort nu enig licht. Voor de andere meest gebruikte drugs: xtc, amfetamine en cocaïne moeten er soortgelijke proefprojecten komen.
Dan kan nog binnen deze regeerperiode het hele drugsprobleem teruggebracht worden tot wat het in wezen is: een gezondheidsvraagstuk van beperkte omvang.

Wordt het niet tijd dat Buitenhof de kern aan de orde stelt ? Wat was ook alweer de rechtsgrond voor het drugsverbod? Waarom mag een volwassen burger niet zelf uitmaken welk roesmiddel hij aangenaam vindt? Honderdduizenden gebruikers vinden dat allang en doen dat beheerst.
Er ligt een miljardenwinst op een presenteerblad klaar voor overheid en samenleving. En een einde aan de ondermijning.” Tot zover mijn brief.

5. Echte rol van Justitie.

Wat men op Justitie nu zo langzamerhand echt zou moeten doen is zich realiseren dat het justitiele apparaat, om een gezondheidsprobleem op te lossen, zich heeft laten opzadelen met een vreemdsoortig geheel aan delicten, die fundamenteel verschillen van de normale. Gewone delicten betreffen immers zaken die ons door anderen tegen onze wil worden aangedaan. We willen niet bestolen of mishandeld worden, dan grijpt het strafrecht in.

Bij drugs echter wil de volwassen drugsconsument, die mag autorijden, het landsbestuur kiezen en bungeejumpen, graag drugs gebruiken, en hij wil dus ook dat ze geproduceerd en aan hem verkocht worden. En nu zegt de overheid: drugs zijn slecht voor je, je bent te dom of te slap om er af te blijven, dus we verbieden het en gaan het onmogelijk maken. Met alle ellende vandien…

Justitie zou moeten zeggen: Volksgezondheid, los je eigen problemen voortaan maar met je eigen middelen op, wij zijn er niet voor zulke onechte, “consensuele” delicten. Wij gaan ons van nu af aan bezighouden met de echte misdaad, waar we nu nauwelijks aan toe komen…

6. Experimenten.

Wordt 2018 het jaar waarin de coffeeshop uit de schaduw treedt? Het Kabinet lijkt er serieus naar te gaan streven om de experimenten goed op te zetten. Zo moeilijk lijkt dat trouwens niet. Cruciaal is dat daarbij de
coffeeshops nauw betrokken worden. Zij zijn immers de experts inzake het assortiment wat gekweekt moet worden.

Wat zijn het toch wonderbaarlijke instellingen, jullie coffeeshops, uniek in de wereld! Jullie hebben het toch maar voor elkaar gekregen dat honderdduizenden gebruikers geen celstraf of strafblad hebben gekregen of zelfs maar administratieve sancties zoals intrekking van hun rijbewijs. Jullie welslagen, het beste bewijs dat de drugsoorlog helemaal niet nodig is, heeft er vast en zeker toe bijgedragen dat in al die staten in de VS de referenda voor eerst medische en vervolgens ook recreatieve cannabis zijn aangenomen.

Tot dat de coffeeshop uit de schaduw treedt gaat er nog heel wat tijd verloren. De regering wil de experimenten nl bij wet regelen. Als we alles op alles zetten, zeggen ze, dan kan nog voor het zomerreces het wetsontwerp bij de Tweede Kamer liggen. Daarna volgen de behandelingen in de beide Kamers. En daarna moeten de experimenten nog beginnen, dan de evaluatie, en tot slot als ze geslaagd zijn de indiening van de nieuwe wet.
Het had m.i. alles veel rapper gekund via toepassing van het opportuniteitsprincipe, maar vooruit…

Die hele tussentijd moet nu goed gebruikt worden. Allereerst lijkt me een moratorium op zijn plaats in het verbeten vervolgingsbeleid van coffeeshops, zoals bv t.a.v. voorraad-overschrijding. Ook kan die periode benut worden voor beraad over het toestaan van eigen teelt door bewoners, in de eerste plaats voor hun medisch gebruik. Hulde voor de burgemeester van deze illustere gemeente Pieter Noordanus: hij is er al in geslaagd dat voor Tilburg voor elkaar te krijgen. Kom op, Volksgezondheid, nu de andere gemeenten nog! En kijk ook eens naar de Wild-Westsituatie rond cannabis-olie.

Het PCN kan en is het aan haar stand verplicht een voorname rol spelen bij dit alles. Hetzelfde geldt voor plaatselijke verenigingen van coffeeshops, zoals in mijn woonplaats Haarlem het THC oftewel Team Haarlemse Coffeeshop-ondernemers uitstekend functioneert . Maar daarin is dan ook een van de gangmakers niemand minder dan uw eigen voorzitter Hein Schafrat!
In 2013 bracht het PCN een fraai rapport uit: “Groeien naar Regulering” Kan het nu niet een vervolg maken: “Experimenten voor Regulering”? Met voorstellen over hoe die er uit moeten gaan zien? Wees, zou ik zeggen de Commissie een slag voor en help haar op weg!

7. Coffeeshop 2.0.

Maar eens breekt de dageraad aan en treedt de coffeeshop 2.0 met volmaakt legale cannabis in het volle zonlicht. Tegen die tijd kunnen de vaderlandse kwekers –die immers ‘s werelds beste zijn – ook Nederhasj aanbieden die de Afghaanse of andere buitenlandse uit de markt drukt. Verkoop via internet loopt eveneens via de coffeeshop 2.0, zodat ook dat deel, nu zo’n 20% van de markt, veilig wordt bediend. Er komt meer aandacht voor gezonder gebruik zonder vermenging met tabak. Men is terughoudend met het aanbieden van mengprodukten zoals spacecake en dergelijke.

Wordt het dan ook geen tijd, zeg ik met nóg meer schroom, dat, zoals een slang zijn oude huid aflegt, de coffeeshop dat doet met zijn toch wat misleidende naam, en zich een waarachtiger aanduiding aanmeet, bv die van ‘cannabis-cafe’ ?
Toegegeven, ‘coffeeshop’ is een geuzennaam. Maar misschien niet meer zo passend bij de nieuwe tijd. De tijd waarin het oh zo respectabele cannabiscafé een welkome gast wordt voor buurten en gemeenten die tot dusverre huiverig waren om coffeeshops toe te laten. Dit betekent dat het PCN zich mag gaan voorbereiden op een onstuimige groei van zijn ledenaantal. Niets ten nadele van dit fraaie Bosvreugd. Maar tezijnertijd wordt het eerder de RAI of Ahoy voor de jaarvergadering.
Dames en heren: er is werk aan de winkel. We gaan heel wat beleven !

Dagblad NRC interview over 40 jaar MDHG/Junkiebond

Ze bedachten de spuitenruil en vochten voor de emancipatie van de druggebruiker, maar veertig jaar na de oprichting merkt de belangenvereniging voor druggebruikers MDHG dat ook andere groepen de ‘Junkiebond’ vinden. “We zitten in een spagaat.”
Door Philippus Zandstra
Het pand aan het Jonas Daniël Meijerplein vormt een rustpunt voor wie op straat leeft. Een paar bezoekers van de Medische Dienst Heroïne Gebruikers (MDHG) drinken een bakje koffie, of rollen met de shagbuil op tafel een sigaret. In een kamer die op de rookruimte uitkijkt, staan een paar computers waar een bezoeker even iets op internet zoekt.
Wie daar behoefte aan heeft, kan met een van de medewerkers van de MDHG praten. Even de gedachten ordenen, zoals directeur Dennis Lahey het zegt: “Niet iedereen heeft zijn verhaal helemaal helder. Ik weet nog wel dat iemand hier kwam die allemaal nummerplaten uit zijn hoofd opdreunde.”
Vaak is het even bijkomen van het leven buiten. “Het liefst zouden sommigen hier een permanente opvang willen hebben.” aldus Lahey. Dat is alleen niet de taak van de vereniging. De ‘Junkiebond’ houdt zich – in naam – immers vooral bezig met de belangenbehartiging van druggebruikers.
Het is nog maar een kleine groep: Lahey schat het aantal gebruikers tegenwoordig op tweehonderd. Ze halen hun heroïne een paar honderd meter verderop, bij de Medische Suppletie Unit van de GGD en leiden tegenwoordig een regelmatig leven. “Het kost wat, maar het is een fractie van de maatschappelijke kosten zoals politie-inzet en ingetikte ruitjes.”
Slang
Hoe anders was het toen de bond veertig jaar geleden begon. Als straathoekwerker ziet oprichter August de Loor in de jaren zeventig de stormachtige opkomst van heroïne in de Amsterdamse binnenstad. “Ik dacht: Jezus wat is hier aan de hand! Ze zitten gewoon in een portiek te shotten, in hun enkels. Dat was nog nooit eerder gezien.”
Aanvankelijk zijn het de hippies, die gedesillusioneerd door het uitblijven van de love and peace aan de naald gaan. Maar ook een nieuwe groep blijkt vatbaar. Na de onafhankelijkheid van Suriname komen grote groepen jongeren naar Nederland voor een nieuw bestaan. Het onthaal blijkt echter kil, en zonder perspectief en familie lonkt de heroïne.
De overheid reageert met harde hand op de heroïne-epidemie. Drugs zijn verboden, dus wie gebruikt, moet óf de bak in, óf verplicht afkicken. “Gebruikers uit de stad werden op een totaal andere plek gedropt om af te kicken. Ja, dan ontgift je wel, maar de oorzaken van de verslaving blijven bestaan. En dan val je terug.”
In die tijd leest De Loor een krantenadvertentie van Jan Riemens (1918-2004), een bewoner van de binnenstad die een initiatief wil opzetten voor heroïnegebruikers. De twee blijken bij de eerste ontmoeting direct zielsverwanten. “We hebben elkaar gelijk omarmd. Ik was de straathoekwerker die maar wat deed, hij gaf de theoretische onderbouwing.”

Centraal in Riemens’ denken staat de derde weg. Probeer iemand zo lang mogelijk in zijn eigen buurt te houden en die ook bij het proces te betrekken. Een verslaafde zonder familie of vrienden zal namelijk nóg harder ja zeggen tegen de naald. “De problematiek was complexer en heviger dan alleen maar verslaafden opsluiten en elders laten afkicken. Dat maakte de samenleving ook lui.”
Het is ook een kwestie van emancipatie. Ouderen en invaliden werden steeds meer in de samenleving gehuisvest, in plaats van op een aparte plek. “Toen Mies Bouwman Het Dorp opende voor invaliden, was het alweer achterhaald. Je moest juist weer de buurt in!” Datzelfde gold ook voor druggebruikers, die nu met de MDHG een stem hadden.

Spuitenruil
Praten, achterhalen wat er speelt in de wijken, dat wordt het belangrijkste wapen van de bond. “Johan zei altijd: waar de slang is, daar is ook het tegengif.”
Zo is het vaste ‘rondje stad’ op donderdagavond bij Riemens thuis aan de Binnenkant altijd een afgeladen bedoening. Gebruikers en buurtbewoners wisselen er ervaringen uit, op voorwaarde dat het constructief blijf; De Loor laat niemand uitpraten die met een zielig verhaal komt. Het blijkt een goudmijn van informatie, rechtstreeks van de straat.
“Een keer klaagde een buurtbewoner over of gebruikers die naalden niet ergens anders konden laten dan in de zandbak. Waarna een gebruiker riep dat dan maar de heroïne vrijgegeven moet worden.” Daags na die bijeenkomst ging de MDHG nadenken over de gebruikte spuiten. Waar laat je die dingen?
Als proefballonnetje gaat een vrijwilliger bij Henny Rasker, een apotheker op de Geldersekade, spuiten ruilen: een gebruikte naald voor een nieuwe. Dan hoeven verslaafden ook geen naalden te delen, wat de verspreiding van geelzucht en later aids tegengaat.
Het spuitenruilspreekuur bij Rasker blijkt een enorm succes. Althans, voor de gebruikers. De reguliere klanten van de apotheek blijven namelijk thuis, wegens die nieuwe toeloop. “Dus dat werd overgeheveld naar de MDHG.” Tienduizenden vieze naalden zijn zo ingeleverd voor schone.
Onomstreden was het project niet. “Er werd gedacht dat men aan de dope ging door de spuitenruil.” zegt De Loor, “Maar als jij ondanks de aids blijft doorspuiten en naalden deelt, moet je toch iets doen.”
Meer ideeën zijn zo gelanceerd. Neem de beschikbaarheid van naloxon, een middel dat bij een overdosis direct toegediend moet worden. Tijdens zo’n rondje stad bleek dat ambulancebroeders het spul niet op de wagen hadden. “Gebruikers hoorden ze op de Spoedeisende Hulp mopperen: ’Godverdomme, kunnen we niet gelijk een spuit in de reet van die junk douwen?’ De kans dat iemand overlijdt door een overdosis neemt zo met 90 procent af. Hebben we twaalf jaar voor geknokt.”
En de medicinale verstrekking van heroïne, die een paar jaar geleden werd doorgevoerd? De MDHG bedacht dat al in de jaren zeventig.
Vriendenopvang
De gedachte dat de oplossingen in de samenleving liggen, is nog steeds springlevend binnen de MDHG. Lahey noemt de vriendenopvang, een eenvoudig idee met verstrekkende gevolgen. “Als je dakloos wordt, vraag je een daklozenuitkering aan, maar daar moet je voor gecontroleerd worden. Dan geef je aan in dat je in het Vondelpark slaapt, bij struik nummer tien. Letterlijk.”
Alleen: wie net op dakloos is geworden, heeft vaak nog vrienden die een bank en een slaapzak hebben. Een prima tijdelijke opvang, maar als die vriend een uitkering heeft, leidt het opgeven van datzelfde adres voor een daklozenuitkering tot een korting op zijn uitkering, of de huurtoeslag. “Dus dan krijg je dat iemand die gewoon bij een vriend kan slapen, alsnog in de opvang gaat.” In overleg met de afdeling Werk, Participatie en Inkomen van de gemeente werd een uitzondering voor dergelijke gevallen bedongen. Bijkomend voordeel: de uitzondering leidt tot minder druk op de toch al volle opvang.
Voor en door hbo-plus
Het is een innovatie die de klassieke gedachte van de MDHG uitdraagt, maar ook symbolisch is voor een meer recente ontwikkeling: de D van druggebruikers lijkt steeds vaker te slaan op de D van daklozen. Lahey: “De mensen op de Zeedijkscene waren óók dak- en thuisloos, maar er was tevens sprake van heroïnegebruik. Toen was dat duidelijk zichtbaar als doelgroep. Het is nu diffuser.”
De MDHG blijkt nu steeds meer een gidsrol te vervullen voor mensen die net op straat komen en met het complexe systeem van hulpverlening te maken krijgen. Lahey: “Ze kunnen niet goed meedraaien in een maatschappij die is gemaakt vóór hbo-plus, dóór hbo-plus. Ze komen tussen wal en schip; zie ons maar als het gebied daartussen.” En ze zijn welkom, ondanks die naam: “We gaan echt geen drugstesten uitvoeren om te zien of iemand in aanmerking komt.”
Welke kant het nu op moet een Junkiebond die eigenlijk voor veel meer mensen is, moet nog blijken. “Onze bezoekcijfers zijn in zeven jaar tijd verdubbeld,” zegt Lahey, “en de bezoekers vertellen ons wat er gebeurt op straat. Als je dan gaat definiëren dat de MDHG voor specifieke groepen is, kun je veel dingen niet signaleren.” En dat is nu juist de kracht van de bond; dat gebied tussen wal en schip in de gaten houden, juist doordat iedereen kan aanbellen.
Voor De Loor is die functie essentieel om de drugsmarkten in de gaten te houden. Liefst zou hij een aparte denktank zien waarbij vanuit verschillende organisaties die informatie wordt samengebracht brengen. En dat onafhankelijk van instellingen die door de overheid worden gefinancierd. “Anders krijg je wat er bij het WODC is gebeurd.” Een organisatie die blijft opkomen voor de meest kwetsbaren, blijft daarnaast ook nog steeds nodig, zoals de MDHG. “Ik heb daar diep respect voor.” Alleen: die naam. “De drugs werken stigmatiserend, dat moet eruit.”
Lahey: “Toen August en Johan 40 jaar geleden begonnen, zat er een principe achter: dit is de groep die door iedereen uitgekotst wordt, en zij gaven er een stem aan. Dat vind ik nog steeds in de organisatie hier zitten. De mensen die hier komen, zien wij als mens.”

De geschiedenis van de coffeeshopbond, de BCD

December 1992, afgesloten straten in de Amsterdamse woonwijken, 570 man politie met kogelvrije vesten, getrokken pistolen, laagvliegende helicopters, vast geboeide arrestanten afgevoerd in stadsbussen!

Was dit de werkwijze van de WAR ON DRUGS in de USA? Was dit Italië in de strijd tegen de maffia? Nee, dit was Nederland met, na 20 jaar coffeeshops en 16 jaar softdrugsbeleid haar nieuwe beleid van de aanpak van coffeeshops! En dat dit in de lucht hing had alles te maken met een stroom aan aantijgingen die hier aan vooraf ging als zouden coffeeshops zich schuldig maken aan handel in harddrugs, in wapenhandel, belastingfraude, herbergen van illegalen, enz. En toen zelfs de verslavingszorg waarschuwde voor een vanuit de coffeeshops nieuwe golf aan heroïneverslaafden begon bij politiek en publiek de gedachte te leven als zou het scheidingsbeleid tussen soft- en harddrugs gefaald hebben, zodat coffeeshops net zo goed gesloten konden worden. Het was binnen deze publieke opvatting dat, op initiatief van het Adviesburo Drugs, de bond van coffeeshopeigenaren werd opgericht, de BCD ( Bond van Cannabis Detaillisten).

De bond oogstte meteen succes met dat Amsterdam, in tegenstelling tot menig andere stad afzag van een actief sluitingsbeleid van coffeeshops. In plaats daarvan werd op aandringen van de gemeenteraad een commissie Toekomst Amsterdamse softdrugsbeleid opgericht wat de basis legde van een in de jaren negentig politiek en bestuurlijk stabiel Amsterdams softdrugs- en coffeeshopbeleid. In de periodieke overleggen tussen de BCD en de burgemeester die daarop volgden werd daar praktische invulling aan gegeven met een lange lijst aan grote en kleine dossiers. Het waren deze resultaten waardoor in steeds meer steden coffeeshopbonden werden opgericht, met daarop volgend in 2001, nogmaals op initiatief van het Adviesburo Drugs, de oprichting van een landelijk platform van lokale coffeeshopbonden, het LOC ( Landelijk Overleg Coffeeshopbonden). En dat dat platform net op tijd kwam bleek maar al te gauw bij de start van de regering Balkende met weer opnieuw een aanslag op het softdrugsbeleid van de invoering van de scholenafstand ( met als gevolg een verdere ingrijpende reductie van het aantal coffeeshops in Nederland), een registratieplicht voor bezoekers van coffeeshops, de Wietpas van een verbod voor toeristen van het bezoeken van coffeeshops, het plaatsen van cannabis met 15% THC als harddrug plaatsen op lijst 1 van de Opiumwet. Maar waar begin jaren negentig nauwelijks enig protest klonk tegen de toentertijd omslag in het softdrugsbeleid kwam er nu wel veel protest op gang waardoor veel van bovengenoemde maatregelen uiteindelijk niet ingevoerd zijn.

Het is ontegenzeggelijk de inzet van de bonden geweest waardoor die publieke en politieke protesten op gang zijn gekomen met als laatste resultaat van de eerste politieke stappen richting het legaliseren van de achterdeur van coffeeshops! Het moge duidelijk zijn dat dit de grootste uitdaging is in de geschiedenis van het Nederlandse softdrugsbeleid. Het is aan de coffeeshopbonden de taak van dat die achterdeur zo geregeld wordt van dat aan de wensen van de consument van cannabis voldaan wordt. Het is alleen op die manier waardoor alle voordelen van de legalisering tot zijn recht komt! Al bijna 50 jaar kennis en ervaring binnen de coffeeshopbranche over die wensen van de consument moet daar garant voor staan!!!