Categoriearchief: Cannabis

Zwitserland overweegt legalisering cannabis

De Zwitserse regering laat door klinken positief te staan tegenover het legaliseren van cannabis. In dat kader heeft in April van dit jaar een delegatie van deskundigen een studiereis gemaakt naar Nederland en heb ik daar als gastheer/gids/toespreker mogen opgetreden ( wat na een paar dagen een steeds lossere sfeer opleverde om te ontdekken dat Zwitserse humor moeilijk te doorgronden is maar wel heel leuk en wat zij van mijn Amsterdamse humor vonden laat ik in het midden!).

Een vervolg op dit dossier is in Oktober een conferentie in Zwitserland met politieke personen, bestuurders  waar bij ik een warm pleidooi zal geven over die legalisering maar ook een kritische aangezien  in Zwitserland de apothekers een centrale rol toegedicht worden in productie en verkoop van cannabis. Mijn pleidooi zal zijn van dat de apotheek nou niet zo,n goed medium is bij het verkopen van cannabis wat in extenso een genotsmiddel is. Het via de apotheek verkopen van cannabis staat ook de ontwikkeling van het verstrekken van cannabisproducten met een heilzame werking in de weg plus de vraag van wat de reguliere apotheekbezoekers ervan zouden vinden als zij in de rij staan met al diegenen die lekker stoned willen worden; beide functies van apotheken hebben teveel tegenstrijdigheden en komen beide groepen niet ten goede!!

Ik ga hen erop wijzen van dat 45 jaar praktijk in Nederland heeft bewezen van dat de coffeeshop het meest geeingend fenomeen is voor het in goede banen leiden van zowel verkoop als gebruik van cannabis. Zodra ik daar wat van op Zwitsers papier heb laat ik het jullie weten!!

August

De H-gedoogregel voor coffeeshops, een weerbarstige praktijk!

Al in een tweetal eerdere artikelen op deze website heb ik over dit onderwerp geschreven van dat coffeeshops zeer efficiente instrumenten zijn voor een van de meest belangrijkste doelstelling van het Nederlandse drugsbeleid van het scheiden van de markt van die van softdrugs met die van harddrugs. Daar waar binnen de uiteenlopende verkoopcircuits van drugs gebruikers zowel soft- als harddrugs kunnen kopen is dit binnen coffeeshops geenszins het geval

Desalniettemin worden coffeeshops op basis van het overtreden van het H-criterium met (tijdelijke) sluiting geconfronteerd maar is dit louter het gevolg als bij controle kleine porties harddrugs bij een personeelslid aangetroffen wordt. Dat dergelijke incidenten voorkomen  is uiteraard onacceptabel, maar is in bijna alle gevallen het resultaat van slordigheid van het betreffende personeelslid van het, voor de shift niet goed controleren van zijn/haar kleding/rugzak,enz.

De coffeeshopeigenaar doet er dus goed aan om het personeel er constant op te wijzen dat het H-criterium in elk opzicht gerespecteerd dient te worden met alle alertheid van dien van het door het personeel scheiden van het priveleven met die van het werken in een coffeeshop. Het driegen met ontslag incluis het opleggen van een fikse boete is daarbij geen overbodig instrument om die alertheid in stand te houden.

Echter, als zich toch een dergelijk incident voordoet en de coffeeshop wordt met (tijdelijke) sluiting bedreigd zijn hieronder een aantal argumenten beschreven die de eigenaar kan gebruiken in zijn verweer naar de lokale overheid

 

 

  • Benadruk dat het bij het scheidingsbeleid gaat om het scheiden van de VERKOOP van softdrugs met die van harddrugs, ergo dus de overtreding van de H-gedoogregel moet betrekking hebben, lees overtuigend bewijs leveren over de VERKOOP en niet over de aanwezigheid van een harddrug bij een slordige werknemer waar een vleugje harddrugs bij gevonden is,
  • Benadruk dat de Scheidingswet uit 1976 stamt uit een tijd van dat de harddrug hoofdzakelijk heroine betrof, kortom een uiterts gespannen situatie van die van cannabis aan de ene kant en het sterk verslavend, levensontregelend middel heroine aan de andere kant waar de Scheidingswet terecht een enorme muur tussen wilde “bouwen” van geen vermengde verkoop. Sindsdien is het gebruik van harddrugs echter ingrijpend veranderd van veel meer recreatief gebruik van allerlei andere soorten “zachtere” harddrugs dan heroine met in het verlengde een toenemende vervolksing aan gebruikers van XTC, Ketamine, snuifcocaïne, enz.  Dit zijn honderdduizenden mensen die er een gewoon , niet verslaafd leven op nahouden, dus naar school, werk gaan, kinderen opvoeden, enz, met dus meer kans van dat niet de zakken geleegd worden van nog een beetje coke, Ketaminepoeder of XTC tablet van dat weekend uitgaan bij degenen die in een coffeeshop werken.

Kortom, de kans dat bij de controle van de gedoogcriteria door politie/justitie in coffeeshops restjes harddrugs aangetroffen worden bij het personeel is sinds de invoering van de wet in 1976 enorm toegenomen; een aantreffen wat uiteraard niet mag gebeuren maar niets van doen heeft met waar het bij die wet om te doen is van het scheiden van de drugsmarkten tussen die van softdrugs met die van harddrugs.

  • Vervolksing van recreatief gebruik van uiteenlopende soorten harddrugs heeft ook tot vervolksing van de verkooppunten van deze middelen geleidt met de laatste jaren zelfs van verkoop via internet, via mobiele telefoon, enz. Daar waar coffeeshops nooit geschikte gelegenheden zijn geweest voor de onderhandse verkoop van harddrugs is dat door bovenstaande toename aan verkooppunten van harddrugs alleen maar toegenomen.
  • Trouwens, als een personeelslid toch de coffeeshop zou gebruiken als het leggen van het eerste kontakt in de verkoop van harddrugs dan laat ie het wel uit zijn hoofd om harddrugs bij zich te hebben. Trouwens, bij dergelijke onderhandse transacties moet de bezoeker het initiatief nemen in het tonen van interesse in de aanschaf van harddrugs. Kijkend naar de opzet en inrichting van een coffeeshop van een horecagedeelte en waar cannabis aangeschaft kan worden is het bijna onmogelijk om die interesse te laten blijken zonder dat dat opvalt bij de andere aanwezigen van personeel en andere bezoekers
  • Politie/Justitie hanteert al decennialang een bepaalde hoeveelheid aangetroffen harddrugs als een dealerindicatie. Wat betreft bij personeel aangetroffen harddrugs bepleit ik dat van dit traject aan normering afgestapt wordt. Want zelfs als er een dealerindicatie hoeveelheid harddrugs is aangetroffen zal de verkoop onmiddellijk opvallen bij de collega,s, de vaste bezoekers, enz. Kortom, bij de controle op het overtreden van de H-regel is een ander traject gewenst, welke is van nader beraad!
  • Ten aanzien van de sanctie van een (on)bepaalde tijd sluiten van een coffeeshop gaat nauwelijks enig preventief effect uit, eerder het tegendeel.  Het personeel en de vaste bezoekers zullen de sluiting als een overdreven maatregel beschouwen met idem dito irritatie richting “de overheid”, met aan de andere kant dat de sluiting bij de directe omgeving van collega horecaondernemers, hun bezoekers, direct omwonenden tot hele andere gedachtes van negatieve beeldvorming leidt over zowel de  desbetreffende coffeeshop als coffeeshops in het algemeen.
  • Ten aanzien van diezelfde preventie heeft de eigenaar nauwelijks enig instrument van een bij de aanvang van de shift van elk personeelslid controleren op de aanwezigheid van harddrugs.  Dergelijke op het lichaam gerichte controles staan haaks op een normale bedrijfsvoering in de horeca en ondermijnt de vertrouwensrelatie tussen werkgever en werknemer om maar te zwijgen van wat dit aan eenzijdige aandacht opslurpt. Ten aanzien van dergelijke drugscontroles wordt vaak een vergelijking gemaakt met gevangenissen waar, ondanks al die controle, drugs toch binnen komen. Maar deze vergelijking gaat mank aangezien het bij gevangenissen een gerichte handeling betreft van het ten behoeve van de gevangene stiekum binnen loodsen van drugs!  Bij coffeeshops is er sprake van slordig, vergeetachtig gedrag bij een personeelslid van dat ie niet zijn privéspullen checkt als ie moet werken. En als daar dan daarvoor een heel controlesysteem om heen gebouwd moet worden is het middel erger dan de kwaal!

Het zijn deze argumenten die hopelijk de lokale overheid doet besluiten af te zien van een tijdelijke sluiting van een coffesshop. Alle aandacht kan zich dan richten op het personeel van dat zij in de woorden van de voorzitter van de commissie die de scheidingswet heeft bedacht, de frontsoldaten zijn in het scheiden van de markt van die tussen soft- en harddrugs! Hoe meer zij dat beseffen hoe zorgvuldiger zij hun werk in de coffeeshop zullen uitvoeren!

 

Suggesties voor de legalisering van de kweek van Nederwiet, lees het regelen van de achterdeur van coffeeshops

Bij de afgelopen jaren voorstellen over de regulering van de kweek van Nederwiet zijn kritische opmerkingen te plaatsen of die regulering wel automatisch leidt tot een verbetering van de situatie van minder overlast van illegale kwekerijen, van een meer transparante situatie bij de achterdeur van coffeeshops, enz. Dit stel ik omdat er in mijn ogen nogal makkelijk over het legaliseren van cannabis gedacht wordt. Natuurlijk, legalisering is meer dan ooit noodzakelijk maar is dit dossier, na 50 jaar geleden doorbraak in cannabisgebruik, na 45 jaar coffeeshops en na 41 jaar schizofreen softdrugsbeleid, uitgegroeid tot een zeer complex dossier.In al die decennia zijn er allerlei processen ontstaan in productie, handel en gebruik van cannabis die even schizofreen zijn als dat softdrugsbeleid. Als die complexheid niet “meegenomen” wordt in de beraadslagingen hoe de legalisering er uiteindelijk uit moet zien zijn we verder van huis als de huidige situatie. Bij deze een aantal voorstellen van een fasegewijze aanpak van de legalisering van cannabis

Voor het op orde houden van de heden ten dage uitgebreide menukaart van coffeeshops is er bij de achterdeur een aanvoer van diverse soorten binnen- en buitenlandse hasj en wiet noodzakelijk. Het reguleren van de kweek van Nederwiet kan daar slechts een beperkt aandeel in hebben plus de voorwaarde dat de legaal gekweekte wiet aansluit op de behoefte van de consument, in mijn woorden de moderne consument die, net als bij alcohol, wil kiezen uit een ruim aanbod van verschillende soorten hasj en wiet. Als niet aan deze meest belangrijke voorwaarde voldaan wordt zorgt de regulering eerder voor allerlei ongewenste bijeffecten.
Mijn advies is de oprichting van een multidisciplinaire werkgroep, met deskundigen met kennis en inzicht over de trends in gebruik van cannabis, de wereld achter de achterdeur van coffeeshops als wat zich allemaal aan andere ontwikkelingen afspelen, zoals de kweek van wiet voor eigen gebruik tot de medische/therapeutische toepassing van cannabis.

In de tussentijd bepleit ik voor coffeeshops een gefaseerde aanpak van het verbeteren van de achterdeur en wel zo dat deze de vele al jarenlang praktische hobbels wegnemen van het huidige gedoogbeleid. De eerste aanzet daartoe zijn de voorstellen van

1) het verhogen van de maximale handelsvoorraad van cannabis in coffeeshops,

2) het gedogen van de stashplek, lees het voorraadadres van de cannabis voor coffeeshops

3) het gedogen van het vervoer van de voorraad naar de coffeeshop.

Daarbovenop adviseer ik;

4) Een transparant belastingsysteem voor de in- en verkoop van cannabis in coffeeshops.                 (zonder daar deskundig in te zijn begrijp ik dat daar binnen de coffeeshopbranche zinvolle           ideeën over bestaan) Transparantie als eerste stap naar de regulering van de achterdeur             (van stash tot de kassa/toonbank).

5) Herbezinning op de Wet op de voorbereidende handelingen. Allerlei signalen wijzen erop             dat deze wet (lees de wijze van uitvoering) tot een verschraling in het aanbod van soorten           wiet bij de achterdeur leidt met daarvoor in de plaats een aanbod van grotere partijen                 wiet en de daarbij gepaarde prijsopdrijvingen met een toenemend risico van het rouleren           van  “verzwaarde” wiet. Deze ontwikkeling gaat zowel ten koste van het in stand houden               van een in coffeeshops gevarieerd aanbod van hasj en wiet met in het verlengde een                     toenemende invloed van de grootschalige kwekers. Beide ontwikkelingen verhard niet                 alleen de wereld van de kweek van Nederwiet maar ook die van de achterdeur van                         coffeeshops.

6) Stoppen met het reduceren van het aantal coffeeshops. De data over de afgelopen twee             decennia maken duidelijk van een zeer forse reductie over het land van het aantal                         coffeeshops, terwijl de gefaseerde invoering van het legaliseren van cannabis juist gebaat is         bij een evenwichtig over Nederland verspreid netwerk van kleinschalige coffeeshops. De               reductie van het aantal coffeeshops leidt tot meer aanloop van bezoekers bij de voordeur van     de nog open coffeeshops met dito meer aanvoer van de voorraad bij de achterdeur.                     Schaalvergroting van zowel de voor- als achterdeur van coffeeshops is sowieso geen goede         ontwikkeling als dat het onnodig aan problemen opleverd van het reguleren,legaliseren van       cannabis

Tot zover mijn suggesties over een gefaseerde aanpak van het legaliseren van cannabis met als startpunt het verbeteren van de situatie bij de achterdeur van coffeeshops. Hierbij dient in ogenschouw genomen te worden van wat zich aan andere ontwikkelingen afspelen in de wereld van cannabis zoals de “vervolksing” van de kweek van wiet, de wietzaadhandel, de ontwikkelingen in het aanbod van Eurowiet naar Nederland, de ontwikkelingen van de productie van de “klassieke” soorten hasj, het nieuwe fenomeen van synthetische cannaboïden en de stormachtige ontwikkelingen van de (semi)medische toepassingen van THC/CBD en CBD oliën. Al deze ontwikkelingen worden op geen enkele manier in welke notitie dan ook over de regulering van de wietteelt genoemd terwijl daar alle aanleiding toe is. Het versterkt mijn pleidooi voor het oprichten van een multidisciplinaire werkgroep die zich buigt over al deze aspecten voor het verbeteren van het beleid van het in goede banen leiden van zowel gebruik als verkoop van cannabis

nieuwe vereniging

Een week of wat geleden beloofde ik aanvullende informatie over de nieuw op te richten   vereniging als vervolg op de CBD denktankgroep ( zie info uit een van mijn vorige berichten onder het kopje vereniging)

Sinds gister; 28 july 2017 kan ik de lezer heuglijk meedelen dat de notaris de acte heeft opgesteld zodat de vereniging officieel van start kan gaan. De vereniging draagt de naam van; Cannabinoiden Adviesbureau Nederland met als belangrijkste uitdaging om uitvoering te geven aan de volgende doelstellingen;

  1. Het realiseren van een kwaliteitsnorm voor de productie en verkoop van warenwetproducten* die CBD en/of andere cannabinoïden en terpenen van natuurlijke oorsprong bevatten.  
  2. Het realiseren van een wettelijke basis voor genoemde producten.
  3. Het bevorderen van deskundigheid over genoemde producten binnen de gehele keten**, op het gebied van kwaliteit, effectiviteit, veiligheid en communicatie.

* voeding, voedingssupplementen, cosmetica en overige producten.

** van kweker, producent, importeur en distributeur tot eerstelijnsgezondheidszorg, detaillist en consument.

Het CAN bestuur bestaat uit zeven leden met uiteenlopende kundigheid van farmacologen,apotheekster, personen met politiek/bestuurlijke kennis en ervaring waarbij een ieder een uitgebreid netwerk aan kontakten met de wereld van CBD inbrengt.

Ik ervaar het als een eer om het bestuur voor te zitten in het besef dat deze vereniging veel en goed werk kan verrichten voor het verder uitdiepen van de toepassingen van cannabinoiden.

Een ieder die meer informatie wenst of lid wil worden van de vereniging kan mailen naar Info@adviesburodrugs,nl

Hoogachtend

August de Loor

beeldvorming over cannabis

Gister, een eerste van een serie aan artikelen in dagblad Het Parool over coffeeshops, de kweek van Wiet en al die andere onderwerpen over cannabis waar al jaren veel over te doen is bij pers, publiek en politiek. Het eerste artikel ging over wat de gevolgen zijn over de forse reductie van het aantal coffeeshops in Amsterdam.

Deze reeks aan artikelen wordt omlijst met een zeer uitgebreide illustratie vol met wietbladeren,, wietplanten, enz met opmerkelijk bij een deel van de illustratie tekeningen van pillen, capsules tot injectiespuiten aan toe! Kortom, meer dan voldoende aanleiding om in de pen te klimmen naar de journalist in kwestie Paul Vugts, een journalist die ik al jaren ken en die wel tegen een stootje kan!!  Hierbij een deel van mijn mail naar hem toe:

Aangezien het coffeeshopbeleid tot een van mijn speerpunten behoort klim ik in de pen over hoe het in godsnaam mogelijk is dat bij de illustratie van jouw artikel over coffeeshops spuiten mee getekend zijn. Het zijn nog hele volksstammen die niet alleen in de Stepping Stone Theorie geloven ( van dat je van cannabis roken heroine gaat spuiten) maar ook denken dat cannabis gespoten wordt. Deze op niets gebaseerde angsten ondermijnt niet alleen de geloofwaardigheid van de drugsvoorlichting aan jongeren maar is ook fnuikend voor de ontwikkeling van een pragmatisch drugsbeleid!

Het siert Paul Vugts dat ie meteen reageerde en werk maakt om de illustratie te wijzigen!

Desalniettemin blijft het van de gekke dat er zo vaak dergelijke beeldvorming de kop op steekt in de media zodra het over drug en druggebruik gaat wat mij vaak doet herinneren aan de uitspraak van dat ” het probleem vaak niet het probleem zelf is maar de wijze waarop er naar gekeken wordt!”

August

en wat mijn visie is over de afname van het aantal coffeeshops in Amsterdam valt te lezen in eerdere artikelen op deze website!

Ps

En gister dinsdag 1Augustus bij serie 2 over de vierdelige serie artikelen in het Parool over cannabis was de gewraakte illustratie zoals boven beschreven in alle opzichten verbeterd, alle lof voor de redactie van het Parool!

Het artikel echter van dit keer over de thuisteelt was in alle opzichten als flets en oppervlakkig te omschrijven, van hoogstens het opschrijven van het wel en wee van een willekeurige thuisteler. Geen enkele infotmatie over de opkomst van de kweek van Nederwiet ( vanaf begin jaren negentig), met toen nog volop de kans om dat op een eenvoudige manier te reguleren, niets over de bestrijding die daarvoor in de plaats kwam die mettertijd zulke extreme vormen heeft aangenomen wat verre de jaren zeventig en tachtig bestrijding van heroine overtreft, de beeldvorming die over wietkweken is ontstaan  als zou de maffia de touwtjes in handen hebben terwijl het kweken in overgrote mate tot een volks fenomeen is uitgegroeid met, als je een volks fenomeen bestrijdt dit zeer ondermijnend werkt voor het democratisch bestel ( moet altijd als ik dit schrijf onwillekeurig aan de palingoproer denken van een overheid die met de blanke sabel op een volksfenomeen inhakte). En zo is er over de kweek van wiet nog veel te vertellen /schrijven wat het Parool gesierd had om daar aandacht aan te besteden, KORTOM EEN GEMISTE KANS!

De H-gedoogcriterium voor coffeeshops, een doorslaand succes!

Van alle AHOJG-gedoogcriteria voor coffeeshops raakt die van de H ( van Harddrugs) de kern van de in 1976 ingevoerde wet van het scheiden van verkoop en gebruik van harddrugs met die van softdrugs. Voldoende aanleiding voor een nadere beschouwing of deze wet aan zijn verwachtingen heeft voldaan.

Op mijn oproep van verleden week of er data voor handen is dat coffeeshops sinds 1976 zich schuldig hebben gemaakt aan gecombineerd verkoop van soft- en harddrugs gaven alle reacties aan dat daar, op incidentele gevallen na, geen sprake van is. En ook mijn archief van 45 jaar werk in de wereld van drug en druggebruik leverde ook geen gegevens op van het door coffeeshops overtreden van het H-gedoogcriterium. Het is opmerkelijk dat dit zeer positieve resultaat van een al relatief oude wet niet tot nauwelijks in welke evaluatie van het coffeeshopbeleid naar voren komt. En ook in alle publieke en politieke debatten over het cannabis- en coffeeshopbeleid krijgt dit resultaat nauwelijks aandacht. Een wet wat zo goed uitpakt zou toch de aandacht mogen krijgen die het verdient? Niet alleen geschiedskundig maar ook als leidraad voor het verder ontwikkelen van het Nederlandse softdrugs- en coffeeshopbeleid.

Het positieve resultaat van de wet uit 1976 bevestigt mijn visie dat coffeeshops van “natura” instrumenten zijn waar aanschaf en consumptie beperkt blijft tot cannabis. In mijn rapport uit 1994 van een onderzoek naar de sociale functies van 115 Amsterdamse coffeeshops kwam dit al naar voren van bijvoorbeeld dat de vaste bezoekers al eerder dan de politie hun beklag uiten als de coffeeshop zich inlaat met de verkoop van andere drugs dan cannabis. Dit corrigerend mechanisme van “binnenuit” treedt ook in werking als bezoekers onder invloed van harddrugs of alcohol binnen komen wat de sfeer zo beinvloed dat of het personeel corrigerend optreed of dat de andere bezoekers het personeel hierom verzoeken. Binnen coffeeshops bepaalt het middel cannabis de sfeer beginnend bij de communicatie bij de koop tot de rituelen rond het gebruik met daarbij nog de taal, de geur waar elk ander middel met op zich zijn eigen riten in aanschaf en gebruik haaks op staan, dus opvalt als dat zich in een coffeeshop voordoet. Deze scheidslijn tussen middelen ligt in een coffeeshop veel scherper als in een cafe waar de verschillen aan rituelen tussen die van alcohol en andere middelen minder scherp liggen. Zo is het snuiven van een lijntje coke in ( bepaalde soorten) cafe,s een onmiskenbaar fenomeen wat zich niet afspeelt in coffeeshops

En nu ik zo aan het schrijven ben komen er nog veel meer gedachtes boven wat onderbouwt dat coffeeshops effectieve instrumenten zijn van het scheiden der drugsmarkten waar het bij de wet uit 1976 om draaide. Kortom dit bericht krijgt nog een vervolg!!

August

Ps Ter aanvulling op bovenstaande aan incidentele gevallen betreft dit inclusief dat de overtreding van het H- criterium betrekking had op het vinden van een klein portie harddrugs bij een lid van het personeel van een coffeeshop, Uiteraard iets wat niet mag gebeuren maar verre staat van waar het bij de wet op het scheiden der drugsmarkten om te doen is!

 

Een interview over de geschiedenis van het Nederlandse softdrugsbeleid

UNDERGROUND

Forgotten Amsterdam, quando nella capitale si finiva in carcere per una canna

Venivano eseguiti arresti ogni giorno, i parchi erano pattugliati quotidianamente, fumare cannabis era diventato praticamente impossibile nei luoghi pubblici

it
Forgotten Amsterdam, quando nella capitale si finiva in carcere per una canna

di Riccardo Aulico

Dopo il 1976, anno in cui, nei Paesi Bassi, vennero depenalizzati la vendita ed il consumo di droghe leggere, la “canna libera” è diventata uno degli elementi più noti del paese ed in particolare della sua capitale: ancora oggi, 41 anni dopo, il coffeeshop è nell’immaginario collettivo (lontano dai Paesi Bassi) sinonimo di Amsterdam.

Eppure non sempre è stato cosi: prima dell’esperimento di tolleranza, la polizia olandese dava la caccia ai consumatori di cannabis esattamente come avviene oggi in ogni altro angolo del globo dove la stretta delle politiche repressive non sia stata allentata.

August De Loor

August De Loor

August de Loor, “street-corner worker” e attivista, ha vissuto il periodo di passaggio dal proibizionismo alla semi-legalizzazione : “Fino agli anni ’60, il consumo di droghe leggere nella capitale  era diffuso, ma di basso profilo, limitato ai marinai e ai circoli di artisti e intellettuali“, racconta a 31mag.

Durante il periodo della contestazione, la situazione mutò radicalmente: negli ambienti universitari si faceva largo uso di “party drugs” come LSD ed anfetamina e la cannabis divenne un simbolo di ribellione allo status quo.

La reazione delle strutture tradizionali, sociali e politiche, non tardò ad arrivare: sul finire degli anni ’60 anche in Olanda perseguire i consumatori di droghe era diventata una priorità. In nome dell’Opium Act, racconta de Loor, la legge che dagli anni ’30 vieta uso e produzione di stupefacenti nei Paesi Bassi, il governo centrale e le istituzioni cercarono di riprendere il controllo della situazione accompagnati da una massiccia campagna della stampa.

“Il sentimento che ispirò la reazione del governo fu la paura” spiega ancora de Loor: “Venivano eseguiti arresti ogni giorno, i parchi erano pattugliati quotidianamentefumare cannabis era diventato praticamente impossibile nei luoghi pubblici. In più le cliniche per gli alcolisti vennero convertite in cliniche per il recupero dei consumatori di cannabis. Se venivi arrestato e processato per detenzione di marijuana, saresti poi stato avviato ad un programma obbligatorio di “recupero”presso una struttura sanitaria”. L’approccio sanitario-repressivo era stato concretizzato in una terapia socio-riabilitativa di almeno 6 settimane.

August de Loor, oggi parte dell’organizzazione non governativa Adviesburo Drugs (un osservatorio indipendente su droghe e consumi), fu parte del movimento che alla fine degli anni ’60 chiedeva uno stop alla criminalizzazione dei consumatori e politiche ragionevoli sulle droghe leggere:  “Fondammo giornali e radio alternative e cercammo la convergenza con professionisti e personalità del mondo scientifico per incrementare l’autorevolezza del nostro profilo”.

Il movimento crebbe in fretta e riuscì agli inizi degli anni ’70 ad esercitare  una maggiore pressione sul processo decisionale e politico, e a riportare in agenda il dibattito sulla cannabis. “Occupammo anche diverse strutture come il Melkweg o il Paradiso -prosegue de Loor – che divennero le prime ‘house dealer’ della città in cui le persone potevamo comprare cannabis o hashish di qualità e fumare durante un concerto o un dibattito”. In quegli anni aveva fatto la sua comparsa sul mercato l’eroina e le autorità olandesi si trovarono di fronte ad un grande dilemma: perseguire tutti, oppure operare una scelta. Cedendo alle pressioni dei settori progressisti della società civile, tra il 1968 e il 1972 il governo commissionò studi per ottenere dati scientifici sul grado di pericolosità delle sostanze.

Nei risultati di queste indagini, veniva suggerito di diversificare l’approccio dividendo il mercato clandestini tra “droghe dai rischi inaccettabili” e “droghe dai rischi accettabili”;  la cannabis venne inserita tra queste ultime. Le autorità iniziarono allora ad allentare la presa sui consumatori e infine nel ’76, il parlamento modificò l’Opium Act decidendo di non punire più il consumo e di tollerare il piccolo spaccio di soft drugs. Questa riforma ha aperto la porta ai coffeeshop.

Naschrift:

Na afloop van het interview heb ik die buitenlandse journalist maar niet verteld dat het vanaf 1976 Nederlandse scheidingsbeleid tussen soft- en harddrugs helemaal niet zo progressief was als algemeen verondersteld wordt. Bij nauwkeurige waarneming was dat beleid namelijk de opmaak van een harde, repressieve aanpak van harddrugs. Het ( door politie en justitie) vanaf de tweede helft van de jaren tachtig veronderstelde succes in de aanpak van harddrugs ( het begin van de afname in de populariteit van heroine) leidde begin jaren negentig tot een omslag in het Nederlandse gedoogbeleid van de aanpak/sluiten van coffeeshops, van de jacht op de eerste Nederwietkwekerijen, enz. ( veel van deze historie valt te lezen in mijn rapport; de sociaal/culturele functie van 115 Amsterdamse coffeeshops, 1994).

de H-regel voor coffeeshops

  • Ik wil volgende week een artikel plaatsen over het succes van de H-gedoogregel van dat zover mij bekend geen enkele coffeeshop zich schuldig maakt aan de verkoop van harddrugs zodat het belangrijkste uitgangspunt van de wet uit 1976 van het scheiden der drugsmarkten nog steeds recht overeind staat! Mijn vraag aan de lezer is of mijn bewering wel klopt van dat er de afgelopen decennia geen sprake was/is van een via de coffeeshop gemengde verkoop van soft- en harddrugs. En dan heb ik het niet over incidenten van dat de politie wel eens bij de reguliere controle van de gedoogcriteria van coffeeshops een kleine hoeveelheid harddrugs aantreft in de kontzak/locker van een stomme/slordige shopmedewerker. Het is dat waar ik dan over wil schrijven dat in dergelijke situaties, waar de coffeeshopeigenaar nauwelijks iets tegen kan doen, de shop onevenredig zwaar gestraft wordt met een fikse periode van sluiting. Kortom de H-regel doet zijn werk maar wordt wel onevenredig ingezet bij incidenten die niets met de doelstelling van de wet van doen heeft en dan ook nog met een strafmaat, met verregaande consequenties voor de eigenaar, zijn personeel en niet te vergeten de vaste kern aan bezoekers. Dat wordt de strekking van mijn artikel maar voordat ik daarmee in de pen klim graag voorbeelden mocht blijken dat coffeeshops toch geregeld zich schuldig maken aan combi-verkoop! Alvast dank voor de moeite! Adres; info@adviesburodrugs.nl 
  • August

 

Tot zover met groet!

Sluiting smartshops op basis van achterhaald beleid

Sluiting smartshops op basis van achterhaald beleid

Tot op de dag van vandaag vindt door de Deelraad Binnenstad afdeling Handhaving een actieve  aanschrijving plaats van winkels met een, onder dreiging van een forse dwangsom, dringende oproep van het stoppen van de verkoop van psycho-actieve stoffen zoals Sclerotia. Deze aanschrijvingen worden onderbouwd met een verwijziging naar bestemmingsplannen die terug gaan tot het begin van deze eeuw(!). Hierin is vastgelegd dat in (delen van ) de binnenstad slechts een beperkt aantal winkels (omschreven als smartshops) smartproducten mogen verkopen. Alle winkels die niet op die lijst staan worden gesommeerd om met de verkoop van smartproducten te stoppen. Bij dit beleid zijn de volgende kanttekeningen te plaatsen:

1) Sinds begin van deze eeuw is het aantal liefhebbers van smartproducten gestegen,

2) Gelet op een aantal zorgwekkende ontwikkelingen binnen het illegale circuit van drug en druggebruik is het nut van smartshops als een veilig, legaal alternatief voor vele liefhebbers van smartproducten de laatste jaren toegenomen,

3) Het nut van smartshops in de binnenstad is ook aantoonbaar in het licht van het hardnekkige probleem  van straathandel in drugs in de Amsterdamse binnenstad , een handel vooral gericht op toeristen. Zowel coffeeshops als smartshops  leveren een bijdrage in het beperken van de aard en omvang van het probleem van de drugsstraathandel

In het het licht van deze constateringen is het merkwaardig dat de Deelraad blijft vasthouden aan een strikte uitvoering van het sluiten van smartshops op basis van oude bestemmingsplannen met als kanttekening dat een deel van de toentertijd toegestane winkels inmiddels om uiteenlopende redenen hun deuren gesloten hebben.

Het beleid is zelfs zo star dat zelfs winkels die niet 100% zwart op wit kunnen aantonen dat zij al voor de invoering van de bestemmingsplannen smartproducten verkochten de verkoop moeten staken  (een  novum van dat een winkel haar administratie van 7 jaar en ouder mag weggooien terwijl de Deelraad facturen van de toeleveringsbedrijven van smartproducten aan de winkel verlangen die twee keer zo oud zijn).

Met dit beleid is de Deelraad ook in strijd met de motie van haar eigen raad. In deze motie is een smartshopbeleid vastgesteld waarbij de prioriteiten anders ingevuld worden dan die van de diverse bestemmingsplannen. In deze motie wordt er o,a, op gewezen om voorrang te verlenen van het sluiten van winkels die onvoldoende aandacht schenken aan de voorlichting over smartproducten of waar de verkoop ook op andere wijze zich niet transparant afspeelt. In de motie wordt overleg met de belangenvereniging van smartproducten voorgesteld om na te gaan van wat onder een verstandig smartshopbeleid voor de binnenstad verstaan kan worden, welke smartshops in aanmerking komen voor verhuizing naar andere delen van de stad.

Los van dat deze motie op onderdelen op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden is het glashelder dat de raad van de Deelraad Binnenstad voor een andere uitvoering van het smartshopbeleid in de binnenstad koos.

Dit geldt ook ten aanzien van de adviescommissie van de regering die op verzoek van het ministerie van VWS een half jaar geleden een rapport heeft opgesteld met voorstellen voor een verstandig beleid van de verkoop van smartproducten. Veel van deze voorstellen zijn specifiek afgestemd op het realiseren van een evenwichtig smartshopbeleid voor de Amsterdamse binnenstad. Het ministerie van VWS heeft dit rapport van harte aanbevolen bij de Amsterdamse overheid en zijn binnen de verschillende geledingen van de Amsterdamse gezondheidszorg- en drugpreventieinstellingen en beleidsambtenaren van het Kabinet van burgemeester en wethouders hierover gesprekken gestart, waar ook de belangenvereniging van de smartshops bij betrokken wordt.

In weerwil van deze politieke en bestuurlijke bezinning over de invulling van het Amsterdamse smartshopbeleid blijft de Deelraad Binnenstad echter vast houden aan haar bestaande beleid.

En nu sinds de jongste gemeenteraadsverkiezingen de Deelraden zowel inhoudelijk als organisatorisch ingrijpend aan politiek/bestuurlijk gewicht hebben moeten inleveren en dat het nieuwe college van burgemeesters en wethouders een herbezinning overweegt over zowel de doelstelling als de uitvoering van de upgrading van de binnenstad is de stelling gerechtvaardigd dat het smartshopbeleid van de Deelraad Binnenstad achterhaald is, gebaseerd op oude politieke en bestuurlijke afwegingen.

Met vriendelijke groet  August de Loor
Adviesburo Drugs  7 Augustus 2014

Absurd hoe de overheid de jeugd wil beschermen tegen cannabis

Dit artikel verscheen op 3 februari 2017 in Het Parool.

“Ik verkoop tegenwoordig meer cannabislolly’s en andere wietprullaria dan klompen of andere traditionele Hollandse souvenirs”, is de strekking van een interview in het Parool van verleden week met een eigenaresse van een Amsterdamse souvenirwinkel.

Met een beetje oplettendheid op markten of giftshops in Barcelona, Boekarest of menig andere stad zie je steeds meer producten die (in) direct verwijzen naar cannabis.Diezelfde loftuitingen voor cannabis zijn ook te horen in velerlei muziekstromingen, in (straat)taal, op de sociale media tussen vooral jongeren. Kortom, cannabis is in velerlei opzichten een voor het publiek zichtbaar fenomeen geworden.

Lees verder