Categoriearchief: In de media

Het Amsterdamse coffeeshopbeleid, een exportproduct als bijdrage voor een toekomstbestendige binnenstad

In de discussie over hoe de Amsterdamse binnenstad toekomstbestendig gemaakt moet worden voor een ieder die er wonen, werken of anderszins verblijven blijft keer op keer de pijlen gericht als zou drug en druggebruik aangepakt moeten worden voor het verbeteren van het leefklimaat. Was dat voorheen vooral die van het heroïneprobleem en later de “pillen” en cocaïne, de laatste jaren zijn het de coffeeshops waar de vinger naar gewezen wordt. Met zijn open brief in dagblad het Parool richt Jan Mosselaar zijn pijlen op de blowtoeristen als zouden die het Amsterdamse Werelderfgoed verkwanselen door met hun auto,s de Amsterdamse grachten in beslag te nemen daar waar hij zijn tuinstoel wilde neerzetten Met onderstaande open brief reageer ik op zijn open brief

Wat te doen aan de verontwaardiging van de binnenstadbewoner Jan Mosselaar? Van zijn verontwaardiging dat Amsterdam; “ opnieuw haar kilometerslange unieke Werelderfgoed verkwanseld aan al die blagen van blowtoeristen die na de Lockdown weer hun bolides lukraak parkeren op de Amsterdamse grachten en dat zij Amsterdam louter als drugsparadijs beschouwen!”

Wat mij betreft een nogal selectieve verontwaardiging want als hij dat Amsterdamse erfgoed zo uniek vindt waarom dan niet de strijd aangaan tegen al die veel langere kilometers aan koopgoten waar voor een extra 1 meter winkelruimte alle antieke voorpuien in de binnenstad zijn gesloopt en duizenden bovenwoningen daaraan zijn opgeofferd!  En hoe de trend te stoppen dat louter uit speculatief oogpunt woningen opgekocht worden tot zelfs die van een ander uniek fenomeen van de Amsterdamse woningcorporaties zodat de binnenstad nog meer alleen beschikbaar is voor de rijken.

De verschraling van zowel het unieke publieke domein van de Amsterdamse binnenstad als de diversiteit aan sociale klasse van haar bewoners gaat terug tot de jaren zestig. Het bizarre is dat sindsdien de publieke als politieke mores overheerst als zou ( betaalde) seks en drugs de binnenstad “naar de kloten helpen”. En als ik mij nu ook tot die mores beperk heb ik de geschiedenis aan mijn zijde van hoe de Amsterdamse heroïne-epidemie uit de jaren 70 en 80 is aangepakt van het stoppen van de toeloop van verslaafden uit de Bijbelbelt en de rest van Europa. Niet met wapengekletter en morele verontwaardiging maar met het landelijk en Europees bepleiten van het Amsterdamse drugsbeleid van laagdrempelige opvang voor verslaafden, van  heroïneverstrekking, spuitomruilprojecten, enz.

En nu voor het, qua gezondheidsrisico en openbare ordebeleid, onvergelijkbare fenomeen van “coffeeshoptoerisme” vergt ook een aanpak op basis van feiten zoals dat Amsterdam de enige ( hoofd)stad in de wereld is met coffeeshops terwijl cannabis wereldwijd, na alcohol het meest populaire genotsmiddel is (in dat licht zou je dan een enorme overlast in Amsterdam mogen verwachten!).

Nu wereldwijd de legalisering van cannabis volop in beweging is, is met geoefend oog te zien van dat de druk aan buitenlandse consumenten op de Amsterdamse coffeeshop aan het afnemen is. Dus Amsterdamse stadhuis; versnel dit proces en promoot wereldwijd de coffeeshop als integraal onderdeel van het legaliseren van cannabis ( n.b. dit is nog een oude toezegging aan de gemeenteraad van wijlen burgemeester Patijn!). Burgemeester Halsema, ga naar Amstelveen en andere buursteden  en bepleit een regionaal coffeeshopbeleid zodat al die bewoners uit de regio niet afhankelijk zijn van de Amsterdamse coffeeshops. Kaart in Den Haag het volstrekt onevenwichtige spreidingsbeleid van coffeeshops aan van dat Amsterdam niet teveel maar de rest van Nederland te weinig coffeeshops heeft (en nog steeds jaarlijks afneemt!).

Toon politieke moed en overtuig Den Haag dat het experiment van het legaliseren van de achterdeur van coffeeshops een gedrocht is en de resultaten te mager en veel  te lang op zich laten wachten!  Sluit een herenakkoord met de belangrijkste toeleveringsbedrijven van het beperken van de verkooppunten van smartproducten en cannabisprullaria.

In plaats van een bekrompen beleid (zoals de invoering ven het I-criterium van dat toeristen de Amsterdamse coffeeshops niet meer in mogen) moet Amsterdam deze weg inslaan om zowel haar eigen drugsbeleid overeind te houden als een bijdrage te leveren in de wereldwijde ontwikkeling naar het legaliseren van cannabis En als dit beleid nou ook dienstig is aan het terugdringen van de grote en kleine drugscriminaliteit en het verbeteren van het Amsterdamse Leefklimaat zijn er alleen maar winnaars!

 

August de Loor

71 jaar geboren en getogen in de binnenstad en 50 jaar straathoekwerker in diezelfde stad

Geïnstitutionaliseerd stigma drug en drugsgebruik, coffeeshops

Hierbij een passage uit een artikel in de Volkskrant van een paar weken geleden naar aanleiding van dat, na de versoepeling van de lockdown-maatregelen, de Amsterdamse binnenstad weer drukker wordt aan dagjesmensen en toeristen.

ZE ZIJN ER WEER; DE BUDGETTOERISTEN DIE UIT PLASTIC BAKJES ETEN OP TRAPPEN VAN DE ALBERT HEIJN ACHTER HET KONINKLIJK PALEIS. BIJ MADAME TUSSAUDS WEER EEN KORTE RIJ, OP DE GRACHTEN VAREN OPNIEUW BEZOEKERS  MET ONTBLOOT BOVENLIJF IN HUURSLOEPJES, IN DE DAMSTRAAT SISSEN COFFEESHOPHOUDERS ALS VANOUDS TEGEN PASSANTEN; ‘HEY GUYS! SMOKE WEED, DRINK BEER!’

Onder de binnenstad bewoners, lokale politieke partijen en allerlei instellingen tot de dure hotelketens aan toe is tijdens de lockdown van een super stille Amsterdamse binnenstad, een campagne gestart van dat het massatoerisme naar Amsterdam niet meer mag terug komen van met name dat deel van wat zij als laagwaardig toerisme beschouwen. Met dit laatste wordt met een beschuldigende vinger naar de prostitutie op de Wallen en de coffeeshops gewezen al zouden die het zogenaamde laagwaardig toerisme aantrekken. Met bovenstaande passage in het Volkskrant hoe coffeeshopeigenaren als opdringerige personen worden afgeschilderd om toeristen coffeeshops in te lokken krijgt de campagne van de binnenstadbewoners een wel heel makkelijk argument in de schot geworpen.

Maar het is de vraag of dat artikel wel klopt!

ER IS HELEMAAL GEEN COFFEESHOP IN DE DAMSTRAAT PLUS MAG ER AL SINDS EIND NEGENTIGER JAREN GEEN ALCOHOL MEER GESCHONKEN WORDEN IN COFFEESHOPS!!! DAARBOVENOP HEB IK IN MIJN HELE CARRIÈRE NOG NOOIT EEN COFFEESHOPEIGENAAR OP STRAAT GEZIEN DIE OP DEZE MANIER KLANTEN NAAR BINNEN LOKT. IN TEGENDEEL, WAAR COFFEESHOPPERSONEEL OP STRAAT WERKT IS DAT JUIST OM OVERLAST VOOR DE OMGEVING TE VOORKOMEN (EEN SERVICE WAT GROTENDEELS IN OVERLEG PLAATS VINDT MET COLLEGA ONDERNEMERS EN BUURTBEWONERS). EN TENSLOTTE IS ER GEEN SPRAKE VAN ALS ZOUDEN COFFEESHOPS LAAGWAARDIG TOERISME AANTREKKEN ( ZIE DE VELE ARTIKELEN OVER DIT ONDERWERP OP DEZE WEBSITE)

Conclusie: Weer een voorbeeld van geïnstitutionaliseerd stigma van in dit geval ten aanzien van coffeeshops.

Een van de scherpste geesten in het Nederlands drugsbeleid is niet meer! deel 2

Naar aanleiding van de rouwadvertentie voor mijn oud collega Herman Matser  in dagblad Het Parool en de Volkskrant geeft Peter de Waard, senior journalist van de Volkskrant  met onderstaand artikel een ode aan die bijzondere man!

Herman Matser 1952-2020

Hij was een einzelgänger, maar ook de steun en toeverlaat van August de Loor van het roemrijke Adviesburo Drugs in Amsterdam.

Het buro werd in 1986 opgericht – het jaar dat XTC voor het eerst op de markt kwam. Een jaar later kwam Herman Matser in dienst. Hij werd al gauw de XTC-deskundige met het bedenken van een systeem dat gebruikers gewaarschuwd konden worden als er versneden XTC tabletten in omloop waren.

‘Herman was de intellectueel, in mijn ogen een van de scherpste geesten in het Nederlands drugsbeleid. Ik vanaf 1970 de straathoekwerker voor heroïneverslaafden. Hij mijn tegenpool. Daardoor werkten we zo goed samen’, zegt de Loor.
Een voorbeeld. Op een zondagochtend in 2014 kreeg de Loor een telefoontje van de “bazin” van de Amsterdamse Meldkamer dat een toerist was overleden door een wit poeder dat op straat als cocaïne was aangeprezen. Echter het ziekenhuis had een overdosis heroïne als doodsoorzaak door gegeven. ‘Ik  belde Herman die onmiddellijk reageerde dat hier iets totaal niet klopte! Hoe kan dat nou, straatheroïne is bruin en cocaïne is wit?  “We moeten als een gek uitzoeken of dat poeder fentanyl is, of heroïne gejat bij de GGD, of de witte heroïne uit de Gouden Driehoek die populair is in de hogere gebruikerskringen van Amsterdam en een levensgevaarlijke straatdealer nu als cocaine aan toeristen verkoopt!!” En dat laatste bleek het geval te zijn. Zo konden per omgaande de eerste hulpposten geïnstrueerd worden en een campagne gestart  om toeristen voor dit gevaar te waarschuwen.’ Ruim dertig jaar werkte De Loor met hem samen.
Anita Hoogeboom raakte twintig jaar geleden met hem bevriend. ‘Hij was een soort broer voor mij. Zijn kookkunst was onovertroffen. Voor mijn dochter was hij ook een soort leraar. Ze kon altijd bij hem aankloppen.’ Vijf jaar geleden kreeg hij een ernstige infectieziekte waardoor hij wekenlang op de ic in het ziekenhuis lag. De jaren die hij daarna had, zag hij als een bonus. Twee jaar geleden ging Matser met pensioen. Op 2 juni overleed hij aan een hartstilstand.
Matser werd geboren in Arnhem. Zijn vader was een ondernemer, zijn moeder kwam uit een geprivilegieerd intellectueel nest. Hij was enig kind.
Behalve dat hij hoogbegaafd was, kon hij ook op jonge leeftijd virtuoos op de piano spelen. ‘Op het gymnasium was hij dol op het vak scheikunde. Het lukte hem zelf explosieven te maken. Bij een ontploffing verloor hij echter enkele vingers waardoor zijn muzikale carrière in duigen viel’, zegt zijn nicht Marriette van der Kooij.
Na een studie internationaal recht trok hij naar Pakistan, waar hij zich terugtrok bij een bergvolk. Hier raakte hij geïnteresseerd in het soefisme. Terug in Nederland werd hij de Rik van de Rik & Raldo show van VPRO radio nachtprogramma over wereldmuziek.
August de Loor hoorde dat – ‘ik hield van dat programma als ik weer eens in de nacht aan het werk was in de wereld van heroïneverslaafden’ – en kwam in contact met hem en vroeg hem voor zijn Adviesburo. Van der Kooij noemt haar neef ‘iemand die ontzettend op zichzelf was’. ‘Hij was ook een dwarsligger, een beetje anders. Daarom mocht ik hem graag, hoewel hij weinig contacten onderhield met zijn familie.’
Bij De Loor voelde hij zich in zijn element. Niemand had zoveel kennis en inzicht over al die verschillende drugsmarkten van heroïne tot de nieuwste uitgaansdrugs. Met Matser stond hij aan de wieg van talloze initiatieven van vele Aidspreventieprojecten voor junkies, het dagelijks drugstestspreekuur voor alle soorten druggebruikers, de Safe House Campagne van het testen van XTC op grote evenementen, van drugs EHBO training, van training van personeel van House Parties, coffeeshops, smartshops, enz.
Altijd kon De Loor op de kennis van Matser rekenen die bijna 200 duizend drugstesten zou doen. Daarnaast was hij een vraagbaak voor journalisten als er weer nieuwe drugs op de markt verschenen of de handel zich verplaatste. Hij kon onterechte paniek indammen en alarm slaan als er wel reden was voor zorg. Hiermee redde hij vele levens.

july 2020  Peter de Waard

Podcast: August de Loor gaat los over 65 jaar drugs en drugsbeleid

Onder leiding van onderstaande twee heren, initiatiefnemers van een wel heel bijzondere Podcast word ik ondervraagd over mijn carrière, wat begon eind jaren 60 van de vorige eeuw als straathoekwerker in de Amsterdamse volkswijk de Pijp en de rest kan je horen van meer dan anderhalve uur dwalen door de decennia van wat zich allemaal aan ontwikkelingen hebben afgespeeld binnen de afzonderlijke drugsmarkten en welke projecten en initiatieven ik daarbinnen heb opgezet en welke visie daarachter schuil gaat.  Veel luisterplezier zou ik zeggen!!!

August

Aflevering #22 van ‘High Tea met Derrick & Rens’ als gastheren en interviewers en vooral met hun eigen deskundigheid en gezelligheid!!. Via de website: http://highteapotcast.nl/22-met-drugsexpert-august-de-loor/

Je kunt de aflevering ook via YouTube beluisteren, via deze link: https://youtu.be/JPnCbHaO5aE

 

 

Rutte, Lock Down persconferenties, coffeeshops

 

Winkels, sportscholen, cafés, restaurants, casino’s, tourbusoperators, kermisexploitanten, bioscopen, sauna’s, sekswerkers, deze en nog veel meer sectoren zijn al maanden getroffen door de Lock Down. Met ingehouden adem moeten zij bij elke persconferentie afwachten of zij genoemd worden om weer open te mogen. Wat mij opvalt is dat Rutte hierbij nog nooit coffeeshops genoemd heeft wat je wel zou mogen verwachten. Want waar bij vele sectoren vaak alleen economische motieven in het spel zijn heeft de Lock Down bij coffeeshops verregaande consequenties. Dit werd op 15 maart bij het potdicht gooien van coffeeshops in EEN klap duidelijk dat de straatdealers en drugswebshops onmiddellijk hun diensten aanboden en daarmee een bom legden op een van de speerpunten van het drugsbeleid van dat verkoop en consumptie van softdrugs ver weg blijft van die van harddrugs. Het getuigde van politieke moed van dat binnen een dag coffeeshops weer open mochten voor de verkoop van cannabis Maar sindsdien blijft de regering Oost Indisch doof dat ook de horecafunctie van coffeeshops een essentieel onderdeel vormt van het drugsbeleid. Ondanks meerdere rapportages van het Trimbosinstituut van, sinds de Lock Down, een toename van problematisch cannabisgebruik plus andere rapportages van meer overlast door blowen in huiselijke kring, in parken en pleinen bleef de regering vasthouden aan het beleid van dat de horecafunctie van coffeeshops tot 1 september gesloten moest blijven. De regering was zelfs ongevoelig voor de waarschuwingen van dat dit ook ten koste gaat van het jeugddrugspreventiebeleid van al die tieners die vooral tijdens deze zomervakantie in eigen land blijven en thuis en dezelfde parken en pleinen opzoeken waar de volwassen gebruikers hun jointje opsteken. Het is dan ook een COMPLETE verrassing van dat de regering deze week heeft besloten van dat coffeeshops al per 1 july weer open mogen. Het is echter volstrekt bizar dat dit ergens ver weg gestopt op een informatiepagina van de Rijksoverheid vermeldt staat. Tijdens de persconferentie heeft Rutte hier geen WOORD aan besteedt. Bij deze verzoek ik Tweede Kamerleden, journalisten, politieke commentatoren, drugsdeskundigen tot gedragswetenschappers aan toe na te gaan waar dit gedrag van onze Premier vandaan komt met de hamvraag of deze regering wel echt het legaliseren van de achterdeur van coffeeshops serieus neemt?

LOCK DOWN Logboek Drug en druggebruik nr 7 Coffeeshopbranche; Wordt wakker!!

In logboek nr 6 meldde ik dat er niet tot nauwelijks reacties kwamen/vragen gesteld werden naar aanleiding van dat de regering  weigerde van dat het in coffeeshops weer mogelijk werd om cannabis te consumeren terwijl wel vanaf 1 juni cafés open mochten voor het schenken van alcohol aan hun bezoekers. Uit onderstaande notulen van 4 juni blijkt dat er wel degelijk de nodige acties zijn ondernomen om de regering op andere gedachtes te brengen. Zowel, zie onderstaand, tijdens het vragenuur op 4 juni in de Tweede Kamer als dat Vera Bergkamp van dezelfde politieke ruim een week later schriftelijke vragen aan de regering heeft gesteld over hetzelfde onderwerp

NOTULEN 4 juni, Tweede Kamer

Mevrouw Diertens (D66):
Dank u wel, voorzitter. Afgelopen maandag hebben we weer een stukje van onze vrijheid herwonnen. We hebben ernaartoe geleefd: 1 juno. Voor wie rond 12.00 uur in de binnensteden rondliep, was het gevoel van verwachting haast tastbaar. En het werd beloond, omdat de horeca, de musea en het ov zich ongelofelijk goed en professioneel hebben voorbereid, en omdat bezoekers van terrassen, tentoonstellingen en treinen zich goed realiseerden wat er op het spel staat. Bij een te gulzige rentree is er een kans dat je je hand overspeelt en weer moet inbinden. Maar het ging goed. Het was gezellig. Mijn grote complimenten. Mijn fractie ziet daarom ook geen reden om per 1 juli niet ook de coffeeshops en de sekswerkers mee te nemen in de versoepeling. Graag een reactie daarop.

 

Reactie Rutte (VVD):

De coffeeshops en de sekswerkers. Ik snap dat je die natuurlijk ook zou kunnen toevoegen aan 1 juli. Je kunt alles toevoegen aan 1 juli, maar jongens, dan wordt het zo groot. Ik zeg het maar even eerlijk. Het zakt dan echt door z’n eigen gewicht in elkaar. Doe het nou dus niet. Ja, het is ook een beetje arbitrair wat er precies op 1 juli en op 1 september zit. Dat zeg ik ook eerlijk. We kunnen natuurlijk proberen hier allemaal briljante argumenten te verzinnen waarom iets moet op 1 juli of 1 september. Ja, we hebben moeten vaststellen dat die argumentatie bij ons ook niet altijd even sterk was. Er is daarom van de sportscholen gezegd of het niet toch zou kunnen op 1 juli, als ze aan allemaal aanvullende eisen voldoen. Ik pleit er echter echt voor om eerst maar eens even kijken of het virus echt met de rugzak op is vertrokken. Ik geef ook nog een keer de winstwaarschuwing voor 1 juli. Als je het allemaal wil, ook de uitbreiding naar 100 personen, dan wordt het pakket zo groot. We hebben nog verre van de zekerheid dat het virus is vertrokken.

Hierbij mijn commentaar van;

  1. dat, net als het antwoord van de minister van Zorg op de brief van de BCD, ook Premier Rutte op geen enkele manier inhoudelijk beargumenteerd waarom de horecafunctie van coffeeshops pas 3 maanden later open mag dan cafés en andere horecagelegenheden
  2. En mijn verbazing van dat er geen breed front uit de coffeeshopbranche is opgestaan om hier werk van te maken. Het Nederlandse softdrugs- en coffeeshopbeleid staat al decennialang in de “minstand” van steeds minder coffeeshops, steeds meer beperkende regels met zelfs de vraag of het experiment van het legaliseren van de achterdeur van coffeeshops wel als een verbetering van het beleid beschouwd kan worden met nu het totaal negeren van de regering van nut en noodzaak van de horecafunctie van coffeeshops als essentieel onderdeel van het Nederlands softdrugsbeleid. De coffeeshopbranche vertoont helaas veel trekken van het “naar binnen gericht “zijn met helaas vaak korte termijn denken van nu ook van dat zolang het tijdens de Lock Down mogelijk blijft om cannabis te verkopen dit wel oké is; zoiets als een houding van dat het een gunst is van de regering waar je blij om moet zijn. Kom op coffeeshopbranche, laat je horen!!!!                      De coffeeshop is geen gunst maar de cafe/slijterij maar dan voor cannabis, waar honderdduizenden mensen met en onder elkaar kunnen genieten van het na alcohol meest populaire genotsmiddel in de wereld. Het is die functie van coffeeshops wat door de regering ontkend wordt!  WORDT WAKKER!

 

LOCK DOWN Logboek drug en druggebruik nr 6 Coffeeshops, status Apart

In Lock Down logboek nr 4 staat de brief van de voorzitter van de Amsterdamse coffeeshopbond ( BCD) aan de minister van Zorg met een pleidooi van dat coffeeshops eerder dan de door de regering geplande datum van 1 September hun horecafunctie weer kunnen starten. Op 10 juni heeft de minister geantwoord met dat de regering geenszins van plan is om dit te honoreren en dat zonder ook maar een enkel motief.

Klik hier om de brief in te zien

Hierbij mijn commentaar op deze brief, een commentaar deels afkomstig uit mijn reactie aan het bestuur van de BCD hoe zij op de brief van de minister zouden moeten reageren.

De brief van de minister als antwoord op die van de BCD brief beschrijft in feite alleen maar de reguliere procedures en aanleidingen waarop de maatregelen van de Lock Down versoepeld worden. Het is een beschrijving die de laatste maanden tot de standaard uitleg van de voorlichtingsafdeling van de regering gerekend kan worden. Het is zodoende ronduit beledigend hoe de minister zich zo nietszeggend tot de coffeeshopbranche richt ( n.b. en dan nog ook een minister van de PvdA!)

De minister geeft geen enkele toelichting waarom de horecafunctie van de coffeeshops pas weer open mag per 1 september en wat de aanleiding is om coffeeshops anders te behandelen dan de reguliere horecagelegenheden.

Met als reden van; “ik zie geen aanleiding om extra openingen toe te staan” sluit hij zijn brief af waarmee hij in feite de coffeeshopbranche als een volstrekt geïsoleerd fenomeen wegzet terwijl hij eerder in zijn brief tot twee keer toe de coffeeshops een horecafunctie toedicht, wat hem de “plicht” geeft om toe te lichten waarom hij de coffeeshops niet overeenkomstig behandeld als cafés, restaurants die al op 1 juni open mochten.

Maar het antwoord van de minister is ook in een ander opzicht verbijsterend. Zonder volledig inzicht in de correspondentie van bijvoorbeeld de sportscholen, wellness centra, de kermisexploitanten overstijgen de argumenten van de coffeeshopbranche voor het versoepelen van de Lock Down maatregelen voor haar sector verre haar eigen directe commerciële belang. De argumenten die de BCD de minister aanreikt betreffen zowel de (hoofd)doelstellingen van het Nederlandse drugsbeleid, jeugddrugspreventiebeleid als het openbare ordebeleid. Als de minister wel bovengenoemde sectoren uitnodigt voor overleg en de coffeeshopbranche volstrekt negeert is dit niet alleen nadelig voor het desbetreffende onderwerp maar ook uitermate verontrustend  hoe het Nederlandse softdrugs- en coffeeshopbeleid zich verder zal ontwikkelen onder een regering als deze. En dat die zorg zeer reëel is moge duidelijk zijn dat Premier Rutte bij de persconferentie op 6 mei over de versoepeling van de Lock Down maatregelen de coffeeshopbranche zelfs geen ENKELE keer genoemd heeft.

Even zorgelijk is dat ook de media, de verantwoordelijke instanties voor het Nederlandse drugsbeleid dit zonder enige reactie laten passeren, een indicatie in hoeverre de coffeeshopbranche nog op politiek/bestuurlijk/maatschappelijk draagvlak kan rekenen.

geïnstitutionaliseerd racisme en geïnstitutionaliseerd stigma

 

geïnstitutionaliseerd racisme en geïnstitutionaliseerd stigma

Dat eerste begrip begint, overgewaaid uit de USA, na jarenlange aarzeling eindelijk meer vaste voet aan de grond te krijgen in Nederland bij pers, publiek en politiek! Nu nog dat van geïnstitutionaliseerd stigma over zowat alles wat met drug en druggebruik te maken heeft ( ik zit nu precies 50 jaar in dit vak met als bizarre constatering van dat dat stigma over drugs sindsdien alleen maar toegenomen is, terwijl nota bene de extremiteit van dit fenomeen de afgelopen decennia afgenomen is, zoals dat de heroïnegolf aan junkies tussen 1973 en 1985 allang achter ons ligt.

Voorbeelden te over over dit hardnekkig stigma zoals de recente Veiligheidsmonitor 2020 enquête van het onderzoeksbureau van de gemeente Amsterdam met vragen voor de bewoners in Amsterdam en naburige steden van wat zij als meeste overlast ervaren in de directe omgeving met in het rijtje voorbeelden zoals hondenpoep de volgende omschrijving van; Drugsgebruik of drugshandel, bijvoorbeeld op straat of in coffeeshops?

Op deze omschrijving over overlast door coffeeshops is een spervuur aan commentaar te leveren zoals dat de opstellers van deze monitor kennelijk geen onderscheid maken tussen de   praktijken van straatdealers in de verkoop van harddrugs ( met vaak tot intimidatie en geweld aan toe met alle overlast voor de directe omgeving) met die van de legale verkoop en consumptie van cannabis in coffeeshops en dat laatste de dagelijkse praktische, succesvolle uitvoering is van een van de belangrijkste doelstellingen van het Nederlandse drugsbeleid van de scheiding tussen de markten van die van softdrugs met die van harddrugs. Kortom daar waar de coffeeshops onder andere bedoeld zijn als wapen tegen straathandel wordt dat in deze enquête op een hoop gegooid!

Daarnaast valt in de enquête op dat waar bij alle andere voorbeelden die de bewoners mogen aanvinken een directe verwijzing wordt gegeven naar vormen van overlast dit bij drugsgebruik en drugshandel ontbreekt. Kortom, kennelijk wordt door het onderzoeksbureau per definitie drugsgebruik al als overlast beschouwd. Met daar bovenop nog dat drugsgebruik en drugshandel van wat zich binnen de coffeeshop afspeelt ( dus zich per definitie onttrekt aan de directe waarneming van de buurtbewoner) dit door de onderzoekers toch als (straat)overlast beschouwd wordt, BIZAR!

Dit alles krijgt een nog meer macaber karakter van dat de vraag aangaande de eventuele overlast van cafés “weggestopt” is in; hinder van horecagelegenheden zoals cafés, restaurants of snackbars, terwijl het toch duidelijk moet zijn dat van cafés  specifieke vormen van overlast uitgaan. Daarbij wordt er hier ten opzichte van coffeeshops duidelijk met twee maten gemeten. Daar cafés in velerlei opzichten dezelfde functies hebben als coffeeshops worden in de overlastenquête cafés gerangschikt onder snackbars en coffeeshops onder straatdealers

En zo valt er op deze enquête nog veel meer aan te merken aan suggestieve vraagstelling met het risico van dat coffeeshops als meest overlast gevend uit de enquête naar voren komt in zelfs de steden rond Amsterdam zonder coffeeshops. Want als elke nuance ontbreekt en coffeeshops en straatdrugshandel op een hoop gegooid wordt met daarbij dat er geen onderscheidt gemaakt wordt tussen soft- en harddrugs is de toedichting van dat hier sprake is van geïnstitutionaliseerd stigma op zijn plaats. En dan is het voor de buurtbewoner die moet kiezen tussen hondenpoep of drugsgebruik en drugshandel, bijvoorbeeld op straat of in coffeeshops haast een belediging om die hondenpoep aan te vinken ( zelfs voor die bewoners die honden haten!)

En dan te weten dat het onderzoeksbureau die deze enquête heeft opgesteld ook het onderzoek heeft uitgevoerd naar de toeristenpatronen in de Amsterdamse binnenstad waarbij zij wetenschappelijk hebben aangetoond van dat het laagwaardig deel van dit toerisme afkomt op de coffeeshops in de stad met als bijeffect van een alom oproep uit de samenleving, belangengroepen Amsterdamse binnenstad en wetenschappers zoals Hoogleraar Tromp van dat Amsterdam het I-criterium moet invoeren van dat het toeristen verboden wordt om nog coffeeshops te bezoeken.

Ach ja, als je als onderzoeksbureau van het Amsterdamse stadhuis geen onderscheid maakt tussen coffeeshops en straatdealers dan kan het zelfs zover gaan van dat dit tot de oproep leidt van dat het alle Amsterdammers verboden wordt om die LEVENSGEVAARLIJKE Amsterdamse binnenstad te bezoeken.

Onderzoek naar de bezoekerspatronen in 11 coffeeshops in de Amsterdamse binnenstad

Bovenstaande is de titel van een rapport van het Adviesburo van of het klopt van  wat beweert wordt al zouden de coffeeshops in de Amsterdamse binnenstad laagwaardig toerisme aantrekken en voor overlast zorgen. Het rapport is in januari gereed gekomen en aangeboden aan zowel de burgemeester en Wethouders als de gemeenteraad van Amsterdam als bijdrage voor de politieke en publieke discussie van hoe de Amsterdamse binnenstad voor de toekomst leefbaar moet blijven voor zowel haar bewoners als haar bezoekers.

veel leesplezier

August de Loor 70 jaar bewoner van de binnenstad en 50 jaar werkzaam in de wereld van drug en druggebruik middels uiteenlopende functies

Inhoudsopgave van het rapport

1. Inleiding

2. Opzet van het onderzoek zoals keuze van de coffeeshops, spotten overlast omgeving, gesprekken met bezoekers en personeel van coffeeshops, enz.

3. Een aantal algemene indrukken over de bezochte coffeeshops plus een analyse over de bezoekerspatronen
3.1. Algemene indrukken van de bezochte coffeeshops
3.2. De bezoekerspatronen van de vaste bezoekers (stamgasten)
3.3. De bezoekerspatronen van niet vaste bezoekers (bij gelegenheid)
3.4. De bezoekerspatronen van toeristen

4. De aantrekkingskracht van coffeeshops voor toeristen

5. Coffeeshops en overlast

Bijlage: Adviezen voor het Amsterdams coffeeshopbeleid binnen zowel stedelijk, landelijk als mondiaal perspectief als bijdrage voor het verbeteren van het leefklimaat van de Amsterdamse binnenstad

Naslagwerk:
• Archief Adviesburo Drugs over trends vanaf jaren zestig in het gebruik van cannabis, over coffeeshops, en over lokaal/landelijk/internationaal cannabisbeleid
• Rapport: Over last in de binnenstad van Amsterdam (Adviesburo Drugs 1987)

1. Inleiding

De zorg over de kwaliteit van het leefklimaat in de Amsterdamse binnenstad kan zich al decennia lang verheugen in een hoge mate van publieke als politieke belangstelling. Logisch, want de afgelopen 50/60 jaar is het publieke domein van die binnenstad ingrijpend veranderd van een transitie van slechte huisvesting, bedrijvigheid en nijverheid (van zelfs nog een aantal kenmerken van het oude gildewezen in de binnenstad) naar allerlei nieuwe vormen van horeca en ander vermaak met recent door het toenemend toerisme, een explosie aan nieuwe hotels, verhuur van woningen tot allerlei winkelaanbod puur gericht op die toerist.
Dergelijke ingrijpende veranderingen in een zo’n relatief korte tijd leidt tot onzekerheid bij alle betrokkenen die de verandering van dichtbij mee maken wat vervolgens de overlastbeleving voedt met vervolgens daar weer op de roep naar de overheid om handelend op te treden, lees in te grijpen!

Echter valt steeds weer op dat in de publieke en politieke discussies over hoe de kwaliteit van de binnenstad te verbeteren het steeds weer overwegend de prostitutie (en dan specifiek de Wallen) en de coffeeshops zijn die als voornaamste veroorzakers aangewezen worden van de overlast. Dit speelde zich al af bij vorige projecten over de Upgrading van de binnenstad met als uitgangspunt van dat de overlast zou afnemen bij een forse reductie van het aantal prostitutieramen als het aantal coffeeshops.

En nu de toekomst van de binnenstad weer opnieuw hoog in de politieke agenda staat, herhaalt zich weer te verwijten met ten aanzien van coffeeshops het verwijt dat het laagwaardig toerisme aantrekt en dat dit voor overlast zorgt met als een van de opties die het stadhuis voor ogen heeft van dat dit probleem opgelost kan worden met het invoeren van de Wietpas van een verbod op toegang van toeristen in coffeeshops (lees niet- ingezetenen). Dit rapport is een verslag van een onderzoek of het klopt dat coffeeshops verantwoordelijk zijn voor het aantrekken van laagwaardig toerisme en of dit voor overlast zorgt.

Als zeg ik het zelf geeft dit rapport een verrassend ander beeld over wat er zich in coffeeshops afspeelt en wat daar de diepere achtergronden van zijn. Ik heb geprobeerd het zodanig te schrijven van dat de lezer daar zelf de nodige conclusies uit kan trekken.
August de Loor

 

2. Opzet van het onderzoek zoals keuze van de coffeeshops, spotten overlast omgeving, gesprekken met bezoekers en personeel van coffeeshops, enz.

Gelet op wat onderzocht moest worden was het duidelijk dat de coffeeshops in de binnenstad daarvoor in aanmerking kwamen met daarna de vraag voor welke coffeeshops gekozen moest worden voor een zo objectief mogelijk resultaat van het onderzoek. Want uit eerder onderzoek (rapport: hasjcoffeeshops en hun bezoekers, Adviesburo Drugs 1994) was gebleken dat , door een aantal factoren zoals de ligging in de binnenstad, tussen coffeeshops verschillen bestaan in de bezoekerspatronen. Zo verloopt het bezoekerspatroon in een coffeeshop op het Leidseplein anders dan op de Haarlemmerdijk; anders als uitvloeisel van dat de Dijk overwegend een winkelstraat is en het Leidseplein een “hotspot” waar s’avonds het uitgaansleven start, de dichtbij bioscopen en theaters vol en later weer leeg stromen met, voor een deel van deze uitgaanders, de coffeeshop als start- of eindpunt van de avond.

En wat alleen met een geoefend oog te zien is heeft iedere coffeeshop zo zijn eigen aantrekkingskracht/zijn eigen identiteit, met dito verschillen aan bezoekers in feite volkomen vergelijkbaar met cafés : van bruin, trendy tot cafés populair onder studenten. Zo wijkt coffeeshop Popey op de Haarlemmerdijk af van die van de overbuur coffeeshop Green House; de eerste te vergelijken met een buurt-, de tweede met een trendy café.

Het is op basis van bovenbeschreven analyses wat van invloed is geweest in de keuze van onderstaande 11 coffeeshops om te onderzoeken van wat zich daarbinnen aan bezoekerspatronen afspelen om daarmee na te gaan of er sprake is van laagwaardig toerisme en of dit voor overlast zorgt

• The Bulldog (Leidseplein)
• The Bulldog (Nieuwe Zijds Voorburgwal)
• Green House (Haarlemmerdijk)
• Popye (Haarlemmerdijk)
• Siberie (Brouwersgracht)
• De Boerejongens (Utrechtsestraat)
• Get Down to it (Korte Leidsdwarsstraat)
• The Rookies (Korte Leidsdwarsstraat)
• The Dolphins (Kerkstraat)
• Dampkring (Handboogstraat)
• Smokeys (Rembrandtplein)

Het onderzoek vond plaats in de maanden oktober en november 2019 over een periode van 7 weken op maandagen (tussen 3 en 8 uur), donderdagen (tussen 6 en 9) en op de zaterdagen (tussen 2 en 8 uur).

De keuze voor die dagen was ingegeven van dat de maandag de voor coffeeshops meest reguliere doordeweekse dag is, op donderdag Amsterdam koopavond heeft en zaterdag de piekdag is van uitgaan als die van het (steden) toerisme.

De contacten met de bezoekers vonden plaats in de buurt van de balie waar cannabis aangeschaft kan worden en bij de tafels waar gerookt werd. En om elke interventie van het coffeeshoppersoneel te voorkomen vonden de gesprekken zo stil en informeel mogelijk plaats maar werd er wel zoveel mogelijk vastgehouden aan een vast stramien van het inwinnen van informatie zoals; land van herkomst en andere persoonlijke informatie, motieven van bezoeken Amsterdam en van die van de desbetreffende coffeeshop, ervaring in het gebruik van cannabis, enz. In totaal zijn er met ongeveer 480 bezoekers korte tot lange gesprekken gevoerd (dat is inclusief het totaal aan bezoekers bij gesprekken wat in groepsverband plaatsvond).

Voor het verkrijgen van de dagelijkse gang van zaken in de coffeeshop, het proeven van de sfeer, het nagaan of er sprake is van overlast zijn aparte rondes van bezoeken afgelegd. De informatie hierover werd verzameld via los/vaste gesprekken met het personeel, via het in de buurt rondlopen en, als lukte, via contacten met omwonenden en naburige ondernemers.

Het is met meer dan 50 jaar kennis en ervaring van het werken in de wereld van drug en druggebruik (van in dit geval cannabis en coffeeshops) en dat opgedaan via straathoekwerk, dus ervaring met makkelijk contact leggen en vertrouwen winnen wat bij dit onderzoek goed van pas kwam. En de gesprekken verliepen niet via het “statisch”afvinken van het vragenlijssie en ook niet via het alleen maar passief aanhoren, maar middels het actief “rechercheren” van de informatie. Want zodra het over het, in velerlei opzichten, gevoelige onderwerp van drugs gaat ligt wat werkelijk speelt ergens tussen wat er wel en wat er niet verteld wordt. Het is de kunst om uit te pluizen van wat nou daarbij de werkelijkheid is. Dit rapport is daar hopelijk het resultaat van met hopelijk ook dat ik U daarin kan overtuigen.

 

3. Een aantal algemene indrukken over de bezochte coffeeshops plus een analyse over de bezoekerspatronen

3.1. Algemene indrukken van de bezochte coffeeshops:
• Het overgrote deel van de coffeeshops hebben zowel een verkoop – als een ontmoetingsfunctie.
• Beide functies hebben een verzorgd uiterlijk met relatief veel personeel waarbij iedere coffeeshop er een eigen huisstijl op nahoudt (van eenvoudig tot chic).
• Ongeacht welke dag van onderzoek in de coffeeshops was het een drukte van belang van in een opvallend gemoedelijke sfeer aan bezoekers uit binnen- en buitenland, van toerist tot stamgast.
• Een deel van de coffeeshops zetten portiers in voor het controleren van de leeftijd van de bezoekers en voor het in het in het oog houden van de directe omgeving.
• Zowel uit observaties als informatie van omwonenden en naburige ondernemers is er nauwelijks sprake van overlast (voor een verdere toelichting zie hoofdstuk 5).
Op basis van deze waarnemingen kan gesteld worden dat coffeeshops het beste te vergelijken zijn met cafés uit vroegere tijden waar naast het heffen van het glas ook een fles wijn gekocht kon worden voor thuis. De coffeeshop, de café/slijterij, maar dan voor het kopen van cannabis (voor thuis of andere gelegenheden) en/of het nuttigen van cannabis (roken/eten) in de shop zelf. En ook in menig ander opzicht zijn coffeeshops te vergelijken met cafés zoals het richten op specifieke doelgroepen, aandacht schenken aan de ontmoetingsfunctie voor de bezoekers met de ondersteunende rol van het personeel daarbij.
Echter waar coffeeshops met cafés in verschillen is de beperkte “uitdragerij” van haar producten. Daar waar in ieder zichzelf respecterend café uitgebreide rekken staan met drank, biertaps plus reclame en versieringen over allerlei soorten bier, wijn en gedestilleerd komt dit in coffeeshops met cannabis niet tot nauwelijks voor. Daar waar coffeeshops ook in verschillen met cafés is de vormen van overlast (voor een verdere toelichting, zie hoofdstuk 5).

Maar waar de onderzochte coffeeshops het meest in verschillen zijn de bezoekerspatronen en dat ook nog van een zeer drukke toeloop van toeristen uit alle delen van de wereld als bezoekers uit de regio en andere delen van het land. Hiermee onderscheiden de coffeeshops in de binnenstad zich niet alleen in menig opzicht met cafés maar ook met die van de coffeeshops in de woonwijken.

Wat betreft de drukte aan toeloop van toeristen is dat een volstrekt logische uitvloeisel van dat liefhebbers van cannabis nergens in hun eigen land over een coffeeshop kunnen beschikken zodat dit nog steeds een typische Nederlands fenomeen is met Amsterdam als stad met een hoog toeristische aantrekkingskracht waar, voor een deel van de toeristen, de coffeeshop er een van is.

En voor wat betreft de drukte van toeloop aan bezoekers op de coffeeshop in de binnenstad uit de regio en verder uit het land is dat een rechtstreeks gevolg van een decennia lang Nederlandse softdrugs- en coffeeshopbeleid waarbij het aan elke afzonderlijke gemeente overgelaten wordt om een coffeeshop binnen de gemeentegrenzen toe te staan. En waar het bij menig publiek en politiek gevoelig dossier meestal op uit draait levert dat nou niet het gewenste resultaat op van in dit geval een uiterst onevenwichtige spreiding van coffeeshops over het land met in grote delen van Nederland überhaupt geen coffeeshop.

En als daar bovenop ook nog de afgelopen decennia het aantal coffeeshops in Nederland drastisch is verminderd is het niet meer dan logisch dat veel liefhebbers van cannabis, zonder coffeeshop in eigen stad of dorp, de coffeeshops in de Amsterdamse binnenstad als alternatief kiezen (met een goed openbaar vervoer naar Amsterdam als prettige bijkomstigheid).
Kortom, zowel de aard als omvang van de bezoekerspatronen in de Amsterdamse coffeeshops is het resultaat van het in mondiaal opzicht ontbreken van beleid ten aanzien van het gebruik van cannabis met waar dat in Nederland wel het geval is dit beleid gekenmerkt wordt door een onsamenhangende en willekeurige uitvoering.

Deze nogal boute conclusie is een uitvloeisel van dat het landelijke als het lokale coffeeshopbeleid nooit aansluiting heeft gezocht naar allerlei nieuwe ontwikkelingen in zowel nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding als nieuwe trends in het gebruik van genotsmiddelen wat vanaf eind jaren 60 op gang kwam als uitvloeisel van de modernisering van de samenleving in wonen, werken, en leefstijlen.

Ten aanzien van het klassieke genotsmiddel van die van alcohol heeft zich vanaf die jaren een metamorfose voltrokken van in de ”natte”horeca” een aanbod van allerlei nieuwe soorten alcohol (van biermerken tot cocktails vanuit alle delen van de wereld) als allerlei nieuwe type cafés en andere gelegenheden waar alcohol geschonken wordt.
Ten aanzien van de niet klassieke genotsmiddelen werd cannabis door de decennia heen het meest populair van een gestage toename in het gebruik binnen uiteenlopende bevolkingsgroepen in leeftijd, sociale klasse en etniciteit.

Het bizarre is echter dat waar de “natte”horeca, sinds de jaren 60 met hulp van de landelijke en lokale overheden verder kon uitbreiden is bij het lokale en landelijke coffeeshopbeleid exact het tegenovergestelde gebeurt van een al bovenbeschreven onevenwichtige uitvoering als een substantiële afname van het aantal coffeeshops in Nederland wat tot op de dag van vandaag nog voortduurt.

 

3.2. De bezoekerspatronen van de vaste bezoekers (stamgasten):

• Ongeveer 20% van het totaal van de bezoekers waarmee gesprekken zijn gevoerd, kunnen gerekend worden tot de vaste bezoekers. Deze stamgasten zijn afkomstig uit Amsterdam of uit de regio (op maandag en donderdag ligt dit percentage hoger, en op zaterdag lager).
• Een klein deel van deze vaste bezoekers komen uit andere landen maar wonen, vanwege studie of werk, tijdelijk in Amsterdam (de z.g.n.: tijdelijke vaste stamgasten).

Welke argumenten en motieven spelen een rol voor het kiezen van de favoriete coffeeshop:

Het dicht bij de coffeeshop wonen of werken. Dit argument is vergelijkbaar met de keuze van de stamgast voor zijn stamcafé met dit verschil dat bij een deel van de niet Amsterdamse stamgasten de keuze voort komt bij gebrek aan een coffeeshop in eigen stad of dorp.
• De zekerheid van het kopen van de favoriete soort hasj of wiet (met de huisdealer die vaak van de persoonlijke voorkeur op de hoogte is).
• De zekerheid van het ontmoeten van vrienden en bekenden met, wat opviel, van dat er tussen de stamgasten uitgebreid gepraat wordt over van alles en nog wat over cannabis; over de verschillen tussen de soorten, de kwaliteit, de smaak, de wetenswaardigheden tot “fake News” aan toe (te omschrijven als orale cannabis communicatie als uitvloeisel van dat er nauwelijks geschreven materiaal is over dit soort thema,s).
•  Contacten opdoen met bezoekers “uit de hele wereld”.
• Vaste afspreekplek voor het verder samen uitgaan in de binnenstad (koopavond, bioscoop, avondje “stappen”).
• Voor degene met een tijdelijk verblijf in Amsterdam (vanwege studie of werk), geeft de favoriete coffeeshop een beetje een ‘thuisgevoel’ met een gerede kans op het ontmoeten van bezoekers uit eigen land.
• En tenslotte gaven een aantal vaste bezoekers aan om medisch/ therapeutische redenen cannabis te gebruiken (“die van de huisarts is veel te duur en te omslachtig om het aan te vragen”, “Ik kan hier ook eetbare cannabis kopen en het personeel kent mijn situatie”).

 

3.3. De bezoekerspatronen van de niet vaste bezoekers ( bij gelegenheid) :

• Ongeveer 15% van het totaal aan bezoekers waarmee gesproken is behoort tot deze categorie, afkomstig uit Amsterdam, de regio of de rest van Nederland.
• De coffeeshop wordt bezocht als start- of eindpunt voor een avondje uit in Amsterdam naar bioscoop, theater, AJAX, festival, “stappen”,enz.
• Na allerlei verplichtingen/ activiteiten in Amsterdam (zoals het bezoeken van beurzen, congressen, festivals) bijkomen/bijpraten in een coffeeshop voor het roken van een joint en/ of aanschaf cannabis voor thuis (dit laatste vooral bij bezoekers zonder coffeeshop in eigen stad of dorp).

Beide categorieën van zowel vaste als niet vaste bezoekers zijn uiteenlopend in leeftijd van 18 tot sommige ouder dan 60 jaar met de middelbare leeftijd van 25 tot 35 jaar als meest voorkomende leeftijdsgroep. Getrouwd, ongetrouwd, wel/geen kinderen, werkeloos, ZZP-er, scholier/ student, manager,werkers uit meerdere niveau,s in de horeca, de zorg, bij de overheid, de particuliere sector, enz. Inclusief de verschillen in etniciteit is dit een redelijk overzicht van de bezoekers van de bezochte coffeeshops.

Het is voor al deze bezoekers van het met elkaar genieten van een joint wat het café is van het onder gelijkgestemden genieten van alcohol. Het bevestigt nogmaals wat eerder in dit rapport geschreven is dat de functie van een coffeeshop vergelijkbaar is met die van cafés en dat gaat in zekere zin ook op voor beide genotsmiddelen. Want los van het grote verschil van het gewenste effect (en die van het gezondheidsrisico wat bij alcohol beduidend hoger is), zijn er nauwelijks verschillen tussen alcohol en cannabis: van een door de weeks te gebruiken en makkelijk te doseren genotsmiddel voor het bereiken van het gewenste effect. En mocht het dan toch fout gaan is er altijd nog de vriend of personeelslid van het café (bij alcohol) of de coffeeshop (bij cannabis) die hulp bieden. En ook die basale hulp tussen beide middelen verschilt nauwelijks van elkaar.

En om de vergelijking tussen alcohol en cannabis nog verder door te trekken werd uit eigen waarneming en uit informatie van het personeel duidelijk dat ook coffeeshops het probleem kennen van dwangmatig gebruik. Maar dwangmatige blowers vallen veel minder op alleen al omdat het (mis)bruik zich veel minder luidruchtig afspeelt dan bij alcohol met echter wel als consequentie dat dwangmatige blowers vaak langer “onder de radar” blijven voor naasten en hulpverleners (personeel van een aantal coffeeshops melden dan ook dat dit probleem daarom extra aandacht krijgt in de cursus: Goed Gastheerschap voor het coffeeshoppersoneel).

 

3.4. De bezoekerspatronen van toeristen:

• De toeristen zijn afkomstig uit alle delen van de wereld met vooral bezoekers uit West Europese landen.
• Op een enkeling na bezoeken toeristen in groepsverband de coffeeshop.
• Het is hetzelfde groepsverband waarbinnen degenen met al ervaring in het gebruik van cannabis toezicht houdt op degenen zonder die ervaring.
• De kleinste groep van minimaal 2 zijn globetrotters op wereldreis die met de reisgids in de hand de hotspots van Amsterdam bezoeken waar kennelijk de coffeeshop niet bij mag ontbreken.
• Groepsreizigers (van 5 personen of meer) behoren tot de categorie van stedentoerisme; van goedkope tot sjieke aanbiedingen via het lokale reisbureau.
• Dat geldt ook voor vriendengroepen (zowel die van jongens als die van meiden) waarvan de keus voor Amsterdam bepaald was door iemand binnen de groep (die aan de beurt was om iets te organiseren). Van wat er dan aan Amsterdamse activiteiten georganiseerd wordt loopt sterk uiteen: van een druk gevarieerd programma tot die met louter vermaak.
• Ondanks dat bij een deel van de toeristen het bezoeken van een coffeeshop hoog op de to-do-list staat gaf iedereen aan om meerdere motieven in Amsterdam te zijn, zoals het bezoeken van het mega- internationale festival van die van Amsterdam Dance Event (ADE) wat toevallig tijdens het onderzoek plaats vond (van 16 tot 20 oktober).Op de dagen van onderzoek op donderdag (17 oktober) en zaterdag (19 oktober) zaten de coffeeshops vol met ADE festivalgangers, DJ’s en andere professionals van dit event. Voor deze bezoekers was de coffeeshop een soort rustplek van het bijkomen van het eerste ADE feest op woensdag, van het uitwisselen van ervaringen en het maken van nieuwe afspraken voor de nieuwe dance-nacht of het bezoeken die dag van de meer serieuze thema’s van ADE. Voor deze bezoekers was de coffeeshop in feite meer een plek om koffie te drinken om energie op te doen dan om een joint te roken.

De variëteit aan etniciteit van de bezoekers wordt uiteraard voor een groot deel bepaald uit welk land/werelddeel zij afkomstig zijn.
En wat de leeftijd van de toeristen betreft lag die gemiddeld lager dan die van de twee eerder beschreven categorieën van bezoekers (ongeveer zo tussen de 18 en 35 jaar) zodat ook hun sociaal/economische status “lager” lag van nog studerend tot aan het begin staan van een carrière.

Maar waar de carrière zich al wel volop had voltrokken waren koppels of vriendengroepen op leeftijd die Amsterdam opnieuw bezochten ter herinnering van de studenten/wereldreistijd en die van het bezoeken van coffeeshops. De woorden van “gezellig” Amsterdam (wat nog maar moeilijk uitgesproken kon worden) als “joint” (dat ging makkelijker) waren hierbij de sleutelwoorden. Het waren deze bezoekers die zich profetisch uitlieten bij het zien van de jonge toeristen in de coffeeshop: “Was in onze tijd het beeld hardnekkig als zou je door blowen je toekomst verknallen, dat beeld is er nog steeds.” “Maar kijk eens naar ons van logeren in het sjieke Hotel The Grand (het voormalige Amsterdamse stadhuis AdL) met eerst nog even naar huis bellen hoe het met de kleinkinderen gaat en of the firm die mega order heeft binnen gesleept?”

En toen ik uitlegde dat ik op onderzoek was naar laagwaardig toerisme en overlast waren de reacties: “dat je zeker goed diep en goed fout kan gaan met blowen maar dat in Amsterdam dat aan de oppervlakte, dus goed zichtbaar blijft met als voordeel dat het zich sneller corrigeert dan overal elders in de wereld waar dat fout gaan diep weggestopt zit. En het is puur dat zichtbare waardoor Amsterdam het stigma opgeplakt krijgt als zou het de drugshoofdstad van de wereld zijn terwijl dat zichtbare juist als voordeel gezien moet worden!”

 

4. De aantrekkingskracht van coffeeshops voor toeristen

Wat maakt beter zichtbaar van wat onder toeristen aan argumenten leeft over de aantrekkingskracht van coffeeshops dan dit in hun eigen citaten te verwoorden;

“Wat in mijn land in de verste verte niet mogelijk is, is een plek waar je rustig kunt zitten zoals in deze coffeeshop”

“Waar ik bij blowen in mijn eigen land altijd de neiging heb om achterom te kijken is dit wantrouwgevoel hier totaal afwezig”

“Wat een weldaad om hier bij het kopen van cannabis niet eerst die gladde praatjes van de dealer te moeten aan horen; hier in deze coffeeshop is alles duidelijk, en zo niet dan krijg je gewoon uitleg over wat je wilt weten”

“Waar ik in eigen land maar moet afwachten van wat er aan stuff te koop is, kan ik hier uit een uitgebreide menukaart van hasj en wiet kiezen met als voordeel van dat ik een keuze heb aan lichte tot sterke soorten hasj of wiet”.

“Nou snap ik waarom in Holland een “sticky” een “joint” genoemd wordt. Het grote verschil van in je uppie roken en hier onder en met elkaar in een coffeeshop.”

“Wat een weldaad. Van die rustige sfeer hier zonder gestoord te worden door luidruchtige gesprekken van de tafels naast je zoals in cafés”

“Waar in de wereld ontmoet je op een plek mensen uit de hele wereld”

“Hier in de coffeeshop kan je gewoon zitten zonder die druk van iets te moeten bestellen.”

Van wat bij het bezoeken van de 11 coffeeshops opviel was het hoge percentage aan meidengroepen uit alle delen van de wereld die al pratend, lachend en selfiet met elkaar een joint deelden. En toen ik met hen in gesprek ging kwam een eenduidig beeld naar voren, verwoord door een groep meiden uit Manchester, Engeland;

“Als wij in ons land met elkaar zijn en af en toe een jointje willen roken moeten we eerst op (onzeker) pad en zijn we altijd afhankelijk van mannen: de contactpersoon is een man, de dealer is een man en ook bij het onderhandelen over de prijs en het nee zeggen van geen interesse hebben in andere (lees hard) drugs moeten we opboksen tegen mannen. Hier in Amsterdam is al dat gestress volkomen afwezig met, kijk om je heen, veel vrouwelijk en vriendelijk coffeeshoppersoneel. Wat een verademing, wat een verschil met ons land met al dat gedoe voor nota bene alleen maar het roken van een jointje!” 

En toen zij dit vertelden voegde ik daaraan toe van dat hetzelfde vrouwelijk personeel eerste hulp biedt mocht een van de meiden teveel geblowd hebben. En wat daarop volgde was een litanie aan verhalen hoe in hun land mannen te hulp schieten met voorbeelden die in vele gevallen soms weinig met hulp van doen had.

 

5. Coffeeshops en overlast

Zoals eerder uitgelegd in dit rapport is middels het spotten van de omgeving, door gesprekken met personeel en omwonenden geprobeerd een beeld te krijgen van de aard en omvang van de overlast die in rechtstreeks verband staat met coffeeshops.
Het probleem hierbij was dat vooral in een omgeving met veel in- en uitloop van naburige (horeca) gelegenheden en/of de coffeeshop gevestigd is in een drukke, smalle straat of steeg het moeilijk uit te zoeken valt welke overlast nou werkelijk toe te dichten is aan de coffeeshop.
En daarnaast is overlast een subjectief gegeven van het verschil in opvatting van dat drukte en lawaai nou eenmaal bij het leven in de grote stad hoort, terwijl een ander dat al snel als overlast ervaart.

En wat ook van invloed is, is beeldvorming van dat een druk café door de directe omgeving als gezellig en vertrouwd ervaren wordt terwijl een drukke coffeeshop op minder passie kan rekenen (zoals kankeren op coffeeshops in de veronderstelling : “van dat die blowers allemaal losers en uitkeringstrekkers zijn!” , tot de meest recente beeldvorming die een bewoner had overgenomen van de hoogste baas van de Nederlandse Politie als zouden;  ”al die drugsgebruikers de drugsmaffia in stand houden” (Ik kon het niet laten op die bewoner te reageren met dat sinds de jaren 20 van de vorige eeuw nog nooit iemand de schuld bij de whiskydrinker heeft gelegd van, door de drooglegging van alcohol in de USA, de opkomst van de moderne maffia, dezelfde maffia die decennia later in de jaren 70 een rol ging spelen in de internationale heroïnehandel en latere andere drugsmarkten. Kortom, als de logica van die bewoner consequent doorgetrokken zou worden tot de dag van vandaag is het niet de druggebruiker maar nog steeds die whiskydrinker die verantwoordelijk gesteld moet worden voor de drugsmaffia. Maar helaas haakte de bewoner al snel af bij deze, in mijn ogen eigenlijk zeer consequente en logische redenering.)

En tenslotte is er het probleem van dat het onderzoek plaats vond in de herfst van het jaar, dus donker en koud Amsterdam met ergo weinig bewoners op straat en geen open ramen van hun huizen, van geen buitenactiviteiten. Het is al dit zomerse buitengebeuren met meer kans van dat de eventuele overlast van de nabije coffeeshop sneller opvalt dan in de herfst.
En nu het toch over het buitengebeuren gaat valt op dat het overgrote deel van de coffeeshops geen terrassen hebben.

En die er wel een hebben geeft weinig overlast van nauwelijks luidruchtig publiek, van geen/weinig muzieklawaai uit de coffeeshop, zoals vaak wel bij/rond populaire cafés in de binnenstad van: tot in de late uurtjes voor de deur staande groepen door elkaar heen pratende bezoekers met een glas bier of wijn in de hand. En ook het vaak luidruchtig verlaten van cafébezoekers is dit bij coffeeshopbezoekers beduidend minder. En ook het fenomeen van even buiten een sigaretje roken ontbreekt ook haast volledig bij coffeeshops.

Wat wel overlast geeft en waar bewoners en passanten over klagen is hinder van de wietlucht “Vooral in de zomer lijdt dit tot irritatie in de straat”, benadrukte een bewoner. En om bij de zomer te blijven hebben bewoners klachten van bezoekers die teveel geblowd hebben en op straat/ portiek ineengedoken zich strontziek voelen, de boel onder kotsen, reuring teweeg brengen bij de bezorgde vrienden, enz. (het is helaas zo dat te weinig coffeeshops een actief beleid hebben voor het in de zaak houden van bezoekers als die teveel geblowd hebben. Training van personeel hoe te eerstehulpen zou ook meer aandacht moeten krijgen (nb.: met al zeer eenvoudige ingrepen kan een bezoeker al weer snel opknappen). En dat geldt ook voor het voorlichten over de verschillen in sterktes tussen de soorten hasj en wiet. Daar waar de kennis aan verschillen in sterktes tussen bier, wijn en gedestilleerd zowat gemeengoed is, zou dit ook voor de bezoekers van coffeeshops moeten opgaan. In meerdere coffeeshops zag ik dat daar moeite voor gedaan wordt maar zijn, bij het ontbreken van een landelijk gecertificeerd cannabis labtestsysteem, de resultaten te beperkt. Meerdere oproepen naar de landelijke overheid om een dergelijk systeem te faciliteren zijn tot nu toe geweigerd zelfs het verzoek van dat in het kader van de volksgezondheid, laboratoria toegestaan wordt om hasj en wiet uit het coffeeshopcircuit te testen is door de overheid afgewezen!)

Daarnaast wordt geklaagd over snel in- en uitlopende bezoekers die kennelijk alleen voor het kopen van cannabis de coffeeshop bezoeken. Het lukraak op de stoep stallen van fiets of scooter wekt wrevel.

Dezelfde wrevel onder de bewoners is de vervuiling van rondslingerende plastic- wietzakjes, van lege hulzen van voorgedraaide joints en dat vooral bij hangplekken in de buurt. Ondanks dat dit grotendeels veroorzaakt wordt door blowende jongeren (onder de 18 jaar die niet in coffeeshops mogen komen) wordt dit door de bewoners in direct verband gebracht met de nabijgelegen coffeeshops.

Het niet onderscheiden van afzonderlijke ontwikkelingen doet zich nog meer voor. Waar voorheen op het Waterlooplein nog alleen T-shirtjes met een wietlogo verkocht werd en ligt nu in menig souvenirshop kop en schotels met het cannabislogo tot waterpijpen, wietchocola en wietlollies aan toe. Deze uitventerij van cannabis prullaria wordt door veel bewoners als irritant ervaren als onderdeel van de verloedering van de binnenstad gezien, van goedkoop toerisme plus dat het imago versterkt als zou Amsterdam “de drugshoofdstad van de wereld” zijn waarbij de coffeeshop als “vlaggenschip” beschouwd wordt. Dat laatste gaat zelfs zover dat souvenirshops door buurtbewoners vereenzelvigd worden met coffeeshops, zodat in de buurtcafés de gesprekken tussen buurtbewoners het verwijt doorklinkt dat het stadhuis maar van alles toelaat wat betreft drugs van dat er: “steeds maar weer meer coffeeshops bijkomen!”

Tijdens het onderzoek werd ik dan ook met ongeloof aangekeken als ik erop wees dat er juist sprake is van een afname van het aantal coffeeshops in de binnenstad. (Daar waar in hoofdstuk 3.1 al een uitleg is gegeven op de afgelopen decennia gestage afname van het aantal coffeeshops in Nederland heeft zich dat meer recent ook afgespeeld in de Amsterdamse binnenstad. Ten eerste als uitvloeisel van de invoering van een aantal jaren geleden van het verbod op coffeeshops nabij scholen waardoor veel coffeeshops in de binnenstad de deuren hebben moeten sluiten. Hetzelfde vond plaats als uitvloeisel van het beleid van het Upgraden van de Amsterdamse binnenstad als zou dor een forse reductie van het aantal coffeeshops dit de leefbaarheid van die binnenstad ten goede komen. Het valt op dat in de weer recente discussie over de leefbaarheid van de binnenstad verbeterd kan worden nauwelijks terug geblikt wordt op wat de eerdere pogingen aan resultaten hebben opgeleverd.)

Zoals eerder in hoofdstuk 3 beschreven hebben de coffeeshops in de binnenstad en dagelijkse drukte aan bezoekers uit binnen- en buitenland te verwerken. En om die extra toeloop zoveel mogelijk in goede banen te leiden zijn veel coffeeshops overgegaan tot het instellen van een portier annex buurtwatcher. Deze werkers controleren niet alleen de leeftijd van de bezoekers (toegang 18+) maar houden ook een oogje in het zeil in de directe omgeving en grijpen in waar nodig en dat, wat een portier meldde, in overleg met andere ondernemers en buurtbewoners. Zover uit de gesprekken met deze portiers en een aantal omwonenden/college ondernemers opgemaakt kon worden werkt dit systeem naar behoren.

Naast het inzetten van portiers zijn meerdere coffeeshops overgestapt op louter verkoop van cannabis om daarmee op een efficiënte wijze de drukte op te vangen. Maar zoals menig preventie deskundige zal beamen levert een verschraling van de omgeving waar een psychoactieve stof aangeschaft en geconsumeerd wordt geen bijdrage van het in goede banen leiden van het gebruik van diezelfde stof, zowel niet voor de gebruiker als voor de directe (leef) omgeving.

In bijlage 1 worden dan ook een aantal suggesties aangereikt voor wat omschreven kan worden als een Amsterdams coffeeshopbeleid binnen zowel een stedelijk, landelijk als mondiaal perspectief. (deze bijlage is een notitie van wat al in september van vorig jaar naar het Amsterdamse stadhuis is gestuurd).

 

Bijlage:
Amsterdams coffeeshopbeleid binnen zowel stedelijk, landelijk als mondiaal perspectief als bijdrage voor het verbeteren van het leefklimaat van de Amsterdamse binnenstad

Vanaf de jaren zestig is cannabis uitgegroeid tot, na alcohol, het meest populaire genotsmiddel in de wereld. Echter is Amsterdam, als toeristische wereldstad, nog steeds de enige stad in de wereld waar zonder angst voor arrestatie in de publieke ruimte cannabis gekocht en geconsumeerd kan worden. Het is dan ook meer dan logisch dat voor al die wereldwijde liefhebbers van cannabis in leeftijd, sociale klasse en etniciteit de Amsterdamse coffeeshop een unieke plek is wat in eigen stad of land volstrekt ontbreekt. Op basis van deze constatering zou je logischerwijs een enorme, aan Koningsdag afgeleide, dagelijkse overlast in de binnenstad mogen verwachten met een dito aanslag op de Amsterdamse eerstenhulpdiensten voor al die buitenlandse consumenten die, onwennig aan de hier genoten vrijheid geen maat weten te houden in het gebruik van cannabis. Dit beeld is geenszins het geval wat de vraag oproept waarom er in al die decennia nooit onderzoek is gedaan welke mechanismes van invloed zijn dat, ondanks bovenbeschreven potentiële overlastdreiging, het in de praktijk reuze meevalt. Mijn mening hieromtrent is dat het de coffeeshops zijn wat een aantrekkingskracht uitoefent op een deel van het toerisme naar Amsterdam maar dat het diezelfde coffeeshops zijn die het gebruik van cannabis in goede banen leidt En om Koningsdag nogmaals te noemen zijn het de coffeeshops die er op die dag altijd een terughoudend verkoopbeleid op na houden, met daardoor nauwelijks overlast en verhoudingsgewijs ten opzichte van alcohol nauwelijks het inzetten van ambulances.

Een leefbare Amsterdamse binnenstad
Het zijn in mijn ogen al deze aspecten die in ogenschouw genomen moeten worden voor een afgewogen analyse over wat de invloed is van coffeeshops op het leefklimaat van de Amsterdamse binnenstad. Kortom, wordt het niet eens tijd om het coffeeshopbeleid niet te zien als een noodzakelijk kwaad maar als een noodzakelijk goed van dat een leefbare Amsterdamse binnenstad gebaat is bij een integrale visie op het gebruik van cannabis met de coffeeshop als instrument voor het in goede banen leiden van dat gebruik.

Het ontwikkelen van zowel een lokaal (stedelijk) als een regionaal coffeeshopbeleid en dat binnen het perspectief van de snel groeiende mondiale trend in het legaliseren van cannabis is de beste bijdrage voor het realiseren van een toekomst bestendige Amsterdamse binnenstad.

Lokaal:                                                                                                                                                          De eerste invalshoek is onderzoek starten naar de verschillen in functies tussen de coffeeshops in het centrum van de stad en die in de woonwijken Ter herinnering heb ik daarover als niet – wetenschapper in 1994 een rapport geschreven die in menig opzicht nog steeds lezenswaardig is ( Onderzoek naar de sociale functie van 115 Amsterdamse coffeeshops, Adviesburo Drugs 1994). Met een dergelijk onderzoek zal dit ongetwijfeld een beleidslijn opleveren naar een evenwichtig, over de stad verspreid, netwerk van kleinschalige coffeeshops. Wat niet alleen tegemoet komt aan de diversiteit aan liefhebbers van cannabis, (vergelijkbaar met de diversiteit aan liefhebbers van alcohol met dito hun behoefte aan verscheidenheid in soorten cafés), maar ook de toeloop terugdringt op de coffeeshops in de binnenstad

Regionaal                                                                                                                                                   Ten tweede het werken aan een regionaal coffeeshopbeleid. Vanuit alle regionale Amsterdamse windhoeken bezien zijn er nauwelijks tot geen coffeeshops in de regio (met Amstelveen als koploper met nul coffeeshops om ook over onze nieuwe woonwijk IJburg maar te zwijgen) waardoor al die cannabisconsumenten in die regio aangewezen zijn op de Amsterdamse coffeeshops. Het moet toch langzamerhand duidelijk zijn dat het 45 jaar oude, op lokaal niveau, nuloptievestigingsbeleid van coffeeshops een gedrocht is! Onderzocht moet worden of ook de Provinciale overheid een rol kan spelen als bijdrage voor een uiteindelijk over het land evenwichtig gespreid netwerk van lokale coffeeshops. Met als positief bijeffect van, hoe dichter een voorziening gesitueerd is in een omgeving waar de behoefte ligt, hoe minder kans op overlast.

Mondiaal
Ten derde mijn oproep dat Amsterdam over zijn eigen verworvenheden uitstijgt dat na 50 jaar Amsterdamse coffeeshops en 43 jaar Nationaal scheidingsbeleid tussen soft- en harddrugs er eindelijk mondiaal ontwikkelingen op gang komen richting het legaliseren van cannabis. Zowel binnen de internationale instituties, zoals de WHO en de VN, als binnen allerlei samenwerkingsverbanden in de verschillende werelddelen. In Europa, Azië, Noord en Zuid Amerika zijn ontwikkelingen gaande voor het reguleren en legaliseren van industriële producten van Hennep, van productie en verkoop van CBD, van de medisch/therapeutische toepassingen tot het daadwerkelijk legaliseren van het recreatief gebruik van cannabis. Al deze ontwikkelingen voltrekken zich in een stroomversnelling en, nog belangrijker, een niet te stoppen proces, met Canada en steeds meer Staten in de USA als de meest vooruitstrevende landen. In het kielzog van deze ontwikkelingen worden in steeds meer landen in de wereld vergelijkbare horecagelegenheden geopend met die van de Amsterdamse coffeeshops. Zo gaan steeds meer bestuurders en beleidsmakers in landen waar de legalisering van cannabis op de agenda staat na een bezoek aan Amsterdam terug naar eigen land met de overtuiging dat de coffeeshop een effectief instrument is in het integreren van die legale cannabis in het lokale horecabeleid.
Het moge duidelijk zijn van dat deze mondiale ontwikkelingen zijn weerslag zal krijgen op een geleidelijke afname van de internationale toeloop op de Amsterdamse “binnenstadcoffeeshops”. Met geoefende ogen en oren is deze ontwikkeling al waar te nemen uit beschrijvingen van toeristen dat zij meer en meer in eigen land van vergelijkbare voorzieningen gebruik kunnen maken als de Amsterdamse coffeeshops. Deze ontwikkeling speelt zich al veel prominenter af aan de oostgrens van Nederland van dat door steeds meer steden in Duitsland met “informele” coffeeshops de toeloop op de coffeeshops in de grenssteden afneemt.
De komende jaren zal deze afname aan buitenlandse cannabisconsumenten op Amsterdam ongetwijfeld doorzetten zodat de Amsterdamse coffeeshop steeds meer dezelfde functie krijgt als het café van het in plaats van alcohol het onder gelijkgestemden in een sociale setting consumeren van cannabis. Een in alle opzichten de meest effectieve methode van het in goede banen leiden in het gebruik van een psychoactieve stof.
De coffeeshop als normale horecaonderneming.
Bovenbeschreven beleidslijnen richting een integraal coffeeshopbeleid valt en staat bij het legaliseren van de achterdeur van coffeeshops. Helaas komt de opzet die de regering gekozen heeft met haar experiment voor die legalisering in geen velden of wegen tegemoet aan hoe die legale achterdeur er idealiter uit moet zien ( het vergt voor deze notitie te lang om dit nader toe te lichten). Maar even belangrijk is dat door de gekozen opzet van het experiment het Amsterdamse softdrugs- en coffeeshopbeleid voor de komende 6 – tot 7 jaar onwrikbaar in beton gegoten zit met geen enkele mogelijkheid om de nu al decennia verstikkende AHOJ-G criteria voor coffeeshops open te breken om over de andere noodzakelijke vernieuwingen van het cannabisbeleid maar te zwijgen zoals het onder de Warenwet plaatsen van CBD. Een dergelijke stilstand is niet alleen fnuikend voor het softdrugs- en coffeeshopbeleid maar ook voor de beleidsontwikkeling van de Amsterdamse binnenstad.

August de Loor,
Adviesburo Drugs, September 2019

 

Historische stap in VS: federale legaliseringswet krijgt meerderheid in justitiecommissie Congres

Historische stap in VS: federale legaliseringswet krijgt meerderheid in justitiecommissie Congres
November 21st, 2019 | 15:32
Door webmaster
Het einde van het federale Amerikaanse cannabisverbod, de moeder aller cannabisverboden, komt nu echt dichtbij. Op woensdag 20 november 2019 stemde een meerderheid van de justitiecommissie in het Congres, de House Judiciary Committee, voor de MORE Act, die cannabis op federaal niveau legaliseert
MORE staat voor Marijuana Opportunity Reinvestment and Expungement Act. De belangrijkste elementen van de wet:
-cannabis verdwijnt volledig van de lijst met verboden middelen
-veroordelingen en arrestaties wegens cannabis worden verwijderd van ieders strafblad en andere overheidsinformatie
-er wordt geld geïnvesteerd in gemeenschappen en groepen die het meest geleden hebben onder de drugsoorlog
-er komt een belasting van 5% op verkoop van cannabis in staten waar dit legaal is
-staten beslissen zelf hoe ze de legalisering vormgeven
De verdediger van het wetsvoorstel heet Jerrold Nadler, Democratische senator voor New York en voorzitter van de justitiecommissie. De volledige tekst van zijn indrukwekkende statement voorafgaand aan de stemming staat hieronder. Uiteindelijk stemden 24 leden van de commissie voor en 10 tegen. Natuurlijk, dit is de eerste stap in een lang proces. Maar wel een belangrijke stap. Zoals website CNNBS.nl vandaag schrijft: “Nooit sinds in 1937 het landelijke verbod op cannabis in de VS begon, kwam een wetsvoorstel om dat verbod weer op te heffen zo ver als nu het geval is met de MORE Act.”
Als Boehner een paar partijgenoten en ex-collega’s om weet te praten, ziet het er goed uit voor de stemming in de Senaat. Daarna zou president Trump de MORE Act met een veto kunnen treffen, maar waarschijnlijk begrijpt ook hij dat dit bij de kiezer slecht zou vallen. Volgens de laatste peiling is 67% (!) van de Amerikanen inmiddels voorstander van legalisering.Over het voorstel moet nu nog worden gestemd door het volledige House of Representatives en daarna door de Senaat, de Amerikaanse versie van onze Eerste Kamer. De Republikeinen hebben daar weliswaar een meerderheid, maar legalisering van cannabis is al een paar jaar een zogenaamd bipartisan issue, een kwestie waarin Democraten en Republikeinen samen optrekken. John Boehner, voormalig speaker of the house is een beroemd voorbeeld van een Republikein die 180 graden is gedraaid. Tegenwoordig zit Boehner in de raad van bestuur van Acreage Holdings, een cannabis investeringsfonds.
Chairman Nadler Statement for the Markup of H.R. 3884, the Marijuana Opportunity Reinvestment and Expungement (MORE) Act of 2019:
De speech van Nadler zou verplicht leesvoer moeten zijn voor alle Nederlandse politici, bestuurders, politiemensen, journalisten en anderen die zich beroepshalve met cannabis bezig houden.
Het cannabisverbod is een historische vergissing, die wereldwijde enorme schade heeft veroorzaakt en dat nog elke dag doet, ook in Nederland.
Het cannabisverbod is onrechtvaardig en ongerechtvaardigd en gebaseerd op desinformatie, hysterie en racistische stereotypering.
Wie dit verbod nu nog blijft steunen en verdedigen, staat aan de verkeerde kant van de geschiedenis.
“H.R. 3884, the ‘Marijuana Opportunity Reinvestment and Expungement Act of 2019,’ or the ‘MORE Act of 2019.’ This bill would make three important changes to federal law. It would: