On 7. Dec 2017, at 01:31, a good friend of my wrote:

Portugal’s policy rests on three pillars: one, that there’s no such thing as a soft or hard drug, only healthy and unhealthy relationships with drugs; two, that an individual’s unhealthy relationship with drugs often conceals frayed relationships with loved ones, with the world around them, and with themselves; and three, that the eradication of all drugs is an impossible goal.

 

https://www.theguardian.com/news/2017/dec/05/portugals-radical-drugs-policy-is-working-why-hasnt-the-world-copied-it?CMP=share_btn_fb

Het Parool van 8 december over 40 jaar MDHG/Junkiebond

Hoe Paul Vugts de eerste twintig jaar van de MDHG

 

De Amsterdamse ‘Junkiebond’ MDHG bestaat veertig jaar. Hoe de pioniers, ook tegen de politieke stroom in, de ene na de andere innovatie bevochten die in vele buitenlanden werd overgenomen. Medeoprichter August de Loor is trots.

 

journalist; Paul Vugts

AMSTERDAM

 

Het ‘opium schuiven’ in de jaren vijftig – in de Chinese opiumkits en gaandeweg ook door Amsterdamse kunstenaars – was tot daar aan toe. De opkomst in de jaren zestig van cannabis en lsd (onder hippies) en speed (onder studenten) wekten nog overzichtelijke zorgen. Hét drugsprobleem dat begin jaren zeventig in Amsterdam explodeerde was de heroïne.

Het verhaal is bekend.

De op ‘bruin’ overstappende opiumschuivers, de geflipte hippies en de eerste generatie Surinamers die in de aanloop naar de onafhankelijkheid op goed geluk naar Amsterdam kwam: aan een bonte mix van harddruggebruikers bleef heroïne razendsnel ‘plakken’: ze raakten verslaafd. De sombere jeugdcultuur waarin steeds meer werkloze jongeren zich verloren waanden, hielp niet: ook die groep raakte in de greep. De kop van de Zeedijk werd een nogoarea – al leek het de gebruikers eerst een roze wolk waarbinnen ze zich konden afsluiten van de boze buitenwereld.

Surinamers en Antillianen ‘chineesden’ (rookten) de heroïne, de rest spoot.

“De overheid reageerde zoals de overheid sindsdien altijd op drugs reageert,” fulmineert August de Loor, die al die decennia later zijn energie niet is verloren. “Met het beruchte tweesporenbeleid: enerzijds de gebruikers criminaliseren en opjagen en ze anderzijds als zielige patiënten beschouwen en betuttelen omdat drugsgebruik op zich als een psychische aandoening wordt gezien.”

De Loor was vanaf eind jaren zestig de eerste Amsterdamse straathoekwerker, zoals dat in goed Nederlands heette, en wond zich op. Dat kan hij. Tot hij in de Volkskrant in 1975 een advertentie las waarin ene Johan Riemers, medeoprichter van de PSP, zijn Medisch-sociale Dienst voor Heroïne Gebruikers aankondigde: MDHG. Al snel stond de lettercombinatie voor rondere taal: Maak De Hulp Gewoon. Het pand aan de Binnenkant 46, hartje centrum, werd een bastion voor de junkies, hun naasten en kritische hulpverleners die ruim wilden denken.

“Johan was tegen dat tweesporenbeleid en zocht de derde weg: de gebruikers niet wegstoppen, maar serieus nemen en laagdrempelige hulp bieden. Ik was verkocht. We gingen junkies niet opsluiten in gevangenissen of verre klinieken, maar ín de stad zorg bieden waarin ze serieus werden genomen.”

Dat werd de filosofie waarmee de MDHG – vaak tegen de stroom in – het pionierswerk verrichte dat eerst zorgen baarde, om later toch ook bewondering te oogsten. De Loor: “Zo begon pas deze eeuw het op medische gronden verstrekken van heroïne waarvoor de MDHG al in de jaren zeventig plannen had.”

 

Dokter 10

MDHG steunde tien Amsterdamse huisartsen die heroïnegebruikers methadon verstrekten. De Loor: “Ze zagen kinderen naar de klote gaan die ze achttien, twintig jaar daarvoor nog op de wereld hadden geholpen. De reguliere verslavingszorg wilde de methadonverstrekking in eigen hand houden, centraal, maar de huisartsen dachten anders. Zo lang een gebruiker binding heeft met zijn of haar eigen omgeving, ligt dáár de kracht.”

 

De ‘buurtgerichte aanpak’

In dezelfde filosofie pleitte de MDHG voor wijkposten waar verslaafden terecht konden. “Het duurde helaas tot 1981 voor de gemeente deze visie serieus nam en er drie GGD-poliklinieken kwamen: één in de Jordaan in de Laurierstraat, één in Oost in de Eerste Oosterparkstraat en één in chic Zuid, in de Van Baerlestraat.”

Van die laatste werden de ruiten ingegooid door woedende buurtbewoners. De Loor zag het gebeuren. “Ik dacht eerst: ein-de-lijk wordt ons voorstel uitgevoerd. Maar de GGD opende de wijkposten naar mijn idee stiekem, zonder een appèl te doen op de buurt. We hebben er met de MDHG veel energie in gestoken voor die wijkposten draagvlak te krijgen in de buurten. Dat werkte veel beter.”

Waar de reguliere verslavingszorg toen alleen methadon verstrekte met het oogmerk de porties zo snel mogelijk af te bouwen, wilde de MDHG ‘een vaste onderhoudsdosis’. De Loor: “Extreme verslaving verandert je leven in een nachtleven. Om de zes uur heb je een shot nodig. Met een onderhoudsdosis methadon zonder verplichting af te kicken kan de gebruiker in plaats van zes uur, 24 uur redelijk functioneren. Zo kan die zijn leven proberen te normaliseren en hopelijk daarna helemaal afkicken.”

 

Vroeghulp

“Een verslaafde die in de cel belandde, lieten ze cold turkey afkicken als hij geen recht had op methadon bij de gratie dat hij bij de Jellinek liep. Ik heb de junken in het huis van bewaring aan het Kleine-Gartmanplantsoen nog horen gillen. Vechtend tegen alle opvattingen van politie, justitie, reclassering en verslavingszorg in, kregen wij vroeghulp voor verslaafde arrestanten van de grond. Achteraf bezien was dat een soort voorloper van de rijdende psychiater.”

 

Spuitenruil

MDHG organiseerde op donderdagavonden in het hoofdkwartier aan de Binnenkant het ‘rondje stad’: een overleg van iedereen die vond dat wat te overleggen viel. Met vooraf een kom soep en gratis hulp van een huisarts en een jurist schoven ook de verslaafden aan met verhalen uit de eerste hand over gevangenissen, afkickklinieken, vervuilde dope enzovoort.

De Loor: “Iedereen kon vertellen en inspireren, wat de kiem legde voor nieuwe plannen, zoals de spuitenomruil. De buurt klaagde over spuiten in de zandbak. Eerst gaven we wat junkies geld om die spuiten op te ruimen, maar die werden dan weggegooid.”

Ondertussen kwam de geelzucht op, door gebruik van elkaars vuile naalden.

“Rond 1980 begon de onvolprezen apothekeres Henny Rasker aan de Geldersekade met onze hulp een spuitenruilspreekuur. Wie een gebruikte spuit inleverde, kreeg een nieuwe. Zo bleven de vieze spuiten niet slingeren en hoefden de gebruikers spuiten niet te delen.”

“Toen het goed werkte, verplaatste het project zich naar MDHG. Per week werden duizenden spuiten geruild. We ontwierpen een mooi doosje voor alle attributen: de spuit, een lepel, een watje, ascorbinezuur (voor het spuitklaar maken van bruine heroïne). Een junkie is een individualist. Die houdt zoiets moois voor zichzelf en dat was nou net de bedoeling.”

“Toen aids ook de gebruikers besmette, gaven de Surinaamse en Antilliaanse rokers van heroïne de blanken les over hoe ze door op de juiste manier te roken dezelfde flash konden bereiken als met dat gevaarlijke spuiten. ‘Hé witte man, van roken krijg je geen aids!’ Zo hadden wij al een blauwdruk klaarliggen toen de reguliere hulpverlening het dodelijke gevaar van aids voor gebruikers onderkende.”

Het idee voor het spuitenruilen ging de wereld over. “Waar ook ter wereld zijn er nu plekken waar junkies spuiten kunnen ruilen. Het werkt tegen besmettelijke spuitziektes én zorgt dat de gebruikers in contact blijven met de samenleving.”

 

Dagblad Het Parool van 8 december; 40 jaar MDHG/junkiebond, een interview

Morgen 8 december viert de MDHG haar veertigjarige bestaan met een symposium. Als medeoprichter van deze vereniging ( die vanaf 1975 eigenlijk al 42 jaar bestaat) wordt ik geinterviewd door het Parool

Hieronder alvast een klein stukje uit het artikel wat morgen in deze krant staat! Kortom, koop die krant!

 

 

De Amsterdamse ‘Junkiebond’ MDHG bestaat veertig jaar. Hoe de pioniers, ook tegen de politieke stroom in, de ene na de andere innovatie bevochten die in vele buitenlanden werd overgenomen. Medeoprichter August de Loor is trots.

 

interview; Paul Vugts,  Het Parool

AMSTERDAM

Het ‘opium schuiven’ in de jaren vijftig – in de Chinese opiumkits en gaandeweg ook door Amsterdamse kunstenaars – was tot daar aan toe. De opkomst in de jaren zestig van cannabis en lsd (onder hippies) en speed (onder studenten) wekten nog overzichtelijke zorgen. Hét drugsprobleem dat begin jaren zeventig in Amsterdam explodeerde was de heroïne.

Het verhaal is bekend.

verbod op de verkoop van legale cannabis met een hoog percentage THC

Landelijke dagbladen melden op 4 december het volgende bericht; Meerdere gemeentes die zich opgegeven hebben voor het experiment van legale cannabis stellen dat zij geen verkoop wensen van wat zij als te sterke wiet beschouwen, in vakjargon; cannabis met een hoog percentage THC. Hierbij stellen zij dat zij zich niet verantwoordelijk willen voelen als ook maar een consument door het gebruik van die sterke wiet een Psychose oploopt

Op dit uitgangspunt valt het nodige op aan te merken;

1) deze visie lijkt in een aantal opzichten op die van het voornemen van een van de vorige regeringen om cannabis met een percentage van 15% THC als harddrug op lijst 1 van de Opiumwet te plaatsen. Na een hoorzitting waar zowat elke discipline aan deskundige dit voornemen van tafel veegde komt dit aspect weer in beeld. Het bizarre is dat het toen nog een voornemen was van regeringen met een antipathie tegen cannabis en coffeeshops (zoals Rutte/Opstelten) maar nu afkomstig is van gemeentes die cannabis gelegaliseerd willen hebben

2) Wat in die hoorzitting als een van de belangrijkste argumenten tegen dit voornemen ingebracht werd was dat niet het percentage THC maar het ontbreken van CBD maatgevend is voor de sterkte van cannabis. Zolang er een redelijke hoeveelheid CBD in de wiet zit maakt de hoogte aan percentage THC weinig tot niets uit. Dit inzicht zie ik in de recente berichtgeving vanuit de gemeentes op geen enkele manier terug terwijl je mag verwachten dat die gemeentes zich hebben laten informeren door deskundigen

3) Het oplopen van een psychose ( of andere zeer onaangename verschijnselen zoals desorientatie, “flippen”, enz ) heeft weinig te maken met de sterkte van de cannabis maar veelal met overmatig gebruik; scherper gesteld; een onbalans tussen gebruik en de sociaal/psychische conditie van de consument van dat moment. Kortom; een verstandige consument draait een kleine joint van sterke cannabis en een grote bij zwakke wiet. Ter vergelijking met alcohol drink je geen whisky in een bierglas! Overmaat schaadt of dat nou gebeurt bij zwakke of bij sterke soorten cannabis

4) KIjkend naar 50 jaar trends in gebruik van cannabis zie ik vele overeenkomsten met de trends in het gebruik van alcohol van een grote mate aan diversiteit van niet alleen aan soorten groepen consumenten (in leeftijd, sociale klasse en etniciteit) maar ook aan aanleidingen en motieven van gebruik. Als uitvloeisel van deze ontwikkeling zie je zowel bij alcohol als bij cannabis een grote variateit in het aanbod; bij alcohol aan soorten bier, wijn en  gedestilleerd ( en niet te vergeten de cocktails en andere mixdranken). Diezelfde opdeling van zwakke tot sterke aan soorten alcohol zie je ook terug bij cannabis. Het legaliseren van cannabis loopt op een fiasco uit als door de overheid een norm wordt opgelegd van alleen verkoop van zwakke wiet met als je dat zou vergelijken met alcohol van dat alleen evenementenbier met een laag percentage alcohol verkocht mag worden in cafe, restaurant of supermarkt

5) En om nog even verder bij alcohol te blijven; Als het niet verantwoordelijk voelen voor ook maar een psychose incident bij legale cannabis de norm moet worden verzoek ik alle gemeentes om vrijdag- en zaterdagnacht eens post te vatten aan de randen van de lokale uitgaanskwartieren en later die nacht op de eerstehulpposten van ziekenhuizen om dan door de week de alcohol afkickklinieken te bezoeken en daarna de bankjes in de stad met de lokale alcoholisten. Moet ik dit aspect nog verder toelichten ten opzichte van de norm die ten aanzien van cannabis wordt opgelegd????

6)  Tenslotte;met deze normering ten aanzien van het legaliseren van cannabis   (Oeps, ik moet effe weg, wordt vervolgd!)

August de Loor roept op: ‘De coffeeshopbranche moet uit de kast komen!’

Interview in High Life magazine van november 2017:  Derrick Bergman / G0NZ0 Media

Vorig jaar stopte August de Loor na dertig jaar met zijn Adviesburo Drugs. Sinds hij in 1970 Nederlands eerste straathoekwerker werd, is hij betrokken bij alles rond drugs en drugsbeleid. Achter de schermen speelt August nog steeds een belangrijke rol. Richting de overheid, maar ook richting de coffeeshopbranche. “We hebben veertig jaar coffeeshops in Nederland en cannabis is uitgegroeid tot een volksgenotsmiddel. Dan moet de branche zeggen: wij hebben, net als cafés, een niet meer weg te denken sociaal-culturele functie in de samenleving.”

We spreken August thuis in de Amsterdamse Kerkstraat. Een interview met de geboren Amsterdammer wordt onvermijdelijk een college over drugs en de manier waarop de maatschappij daar mee omgaat. Hij vond in 1981 de spuitenomruil uit tegen AIDS onder junkies, in 1986 de XTC sneltest op houseparties en het Red Alert systeem om alarm te slaan als er vervuilde drugs in omloop zijn. En hij was in 1993 de initiatiefnemer van de eerste coffeeshopbond in Nederland (Bond van Cannabis Detaillisten) en een jaar later van de VLOS (Vereniging Landelijk Overleg Smartproducten). Tot zijn belangrijkste leermeesters rekent hij Koos Zwart en Jan Schaefer, de wethouder die een revolutie veroorzaakte in de Amsterdamse woningbouw en stadsplanning. Via Schaefer leerde hij Eberhard van der Laan kennen, jaren voordat hij burgemeester werd.

Straatdealers
August had een zeer kort lijntje met de burgemeester. Eén van hun laatste gesprekken voordat Van der Laan in oktober overleed, ging over de straatdealers in de stad. “De meeste overlast gevende straatdealertjes zijn Marokkaanse kids, 18-23. Die moet je om veel redenen aanpakken. Bijvoorbeeld, de afgelopen vijf, zes jaar heeft een groot deel van de jihadisten die in Europa aanslagen plegen een straatdeal verleden. De jihadisten die het vliegveld van Zaventem opbliezen, die in Berlijn met een truck op de kerstmarkt inreed: ze komen allemaal uit de heavy straatdopewereld. Ik heb hier in Amsterdam al meerdere malen gezien dat die straatdealers worden opgehitst door zo’n lange baard imam om hun bedorven straatdealleefstijl in te ruilen voor de extreme vorm van islam. Ergo: van het ene naar het andere isolement.” Van der Laan kon zijn oren niet geloven. “Ik zag zijn koppie scheef gaan toen ik hem uitlegde: jij hebt met je scholenafstand van het sluiten van veel coffeeshops in Amsterdam -per toeval, dat wist jij niet- ook Marokkaans georiënteerde coffeeshops gesloten. En dat heeft voor heel veel kwaad bloed gezorgd, met dito meer Marokkaanse straatdealers!”

Alles heeft met elkaar te maken, wil hij maar zeggen. Maar dan moet je wel inzicht hebben in de drugswereld én voelhoorns in de samenleving. “Het is die samenhang die veel te weinig ontwikkeld is binnen de officiële instanties. Het zijn de Trimbos instituten en de verslavingsinstanties die het drugsbeleid voor grote evenementen bepalen, terwijl ze zich steeds meer laten beïnvloeden door de overheid en de politieke mores van het moment. Neem het gratis water beleid voor het Amsterdam Dance Event, een doorgeschoten maatregel waarmee ze denken XTC doden te voorkomen. Maar XTC doden bestaan niet! Er is altijd veel meer aan de hand, zoals een vrouw die als XTC dode werd omschreven, maar in haar eigen zweet was gestorven omdat ze een latex pak droeg op een fetisjparty. Ze had een hoge positie bij de politie en durfde niet naar de EHBO te gaan. Ze stierf dus niet door XTC maar door het taboe rond het gebruik en daar helpt gratis water geen moer bij!”

Op basis van bijna een halve eeuw ervaring heeft August weinig vertrouwen in de kabinetsplannen voor regulering van cannabis. “Ik maak me ernstig zorgen hoe dat er uit gaat zien.” Binnen de coffeeshopbranche ziet hij dat een deel eigenlijk geen verandering wil van de illegale achterdeur. “Dan denk ik: wordt wakker, het is geen jaren zestig meer, cannabis is allang uitgegroeid tot een volksgenotsmiddel! Aan de andere kant is een deel van de coffeeshopbranche zo naïef dat zij het heil van de legalisering van de overheid verwacht. Maar van staatswiet kan je toch nooit high of stoned worden!” Voor August geldt: “Het is de consument waar je vanuit moet gaan. De diversiteit aan soorten hasj en wiet moet in stand blijven en dat binnen de sociale functie van coffeeshops.”

Binnen de branche wordt teveel tijd verspild aan discussies over wie wel en niet een bonafide coffeeshop is, vindt August. “Dat bepaalt de rechter toch? Als coffeeshopbond moet je altijd vierkant achter je achterban staan, zelfs achter de meest klootzakkerige coffeeshop. Zoals een advocaat achter zijn cliënt blijft staan. Dáár moet voor geknokt worden: de sociaal-culturele functie van coffeeshops. Ja, het aantal straatdealers neemt toe als door de scholenafstand of ander beleid coffeeshops gesloten worden. Maar door alleen dat argument te gebruiken verlaagt de branche zich tot dat niveau van die straatdealers. Ik hoor nergens vanuit de coffeeshopbonden dat door het sluiten van coffeeshops een rasta het risico loopt van dat zijn  favoriete rasta coffeeshop gesloten is en hij gedwongen wordt om naar een middle of the road coffeeshop te gaan. Als ik voor mijn pilsje gedwongen wordt om naar een André Hazes café  te moeten, nou, dan neemt de kans dat ik alcoholist wordt alleen maar toe! Er moeten mensen zijn die tegen de coffeeshopwereld zeggen: jullie moeten jullie zelf veel beter voor pers en politiek profileren. Dus geen Cannabis Connect, maar Coffeeshop Connect.  De branche laat zich haar negatieve imago veel te makkelijk aanleunen. Daardoor kan de burgemeester van Rotterdam vrolijk beweren dat hij legalisering van cannabis wil regelen via staatswinkels of via internet, waarmee hij de coffeeshop bij het grof vuil zet!”

Wat nodig is, kortom is meer trots en meer nadruk op de kracht van de coffeeshop en de normalisering van cannabis. “We hebben veertig jaar coffeeshops, vier generaties van consumenten
en cannabis is uitgegroeid tot een volksgenotsmiddel. Dan moet de branche zeggen: wij hebben, net als cafés, een niet meer weg te denken sociaal-culturele functie in de samenleving. Coffeeshops zijn de café-slijterijen van vroeger maar dan nu voor cannabis. Ze zorgen voor de scheiding van de drugsmarkten en beperken de straathandel, maar dat zijn langzamerhand bijkomstige voordelen. Waar het echt om draait is dat het legaliseren van cannabis de rechtstaat dient, zodat honderdduizenden consumenten in alle lagen van de bevolking niet meer in de marge hoeven te blijven.” En waarom zetten coffeeshops eigenlijk nooit vraagtekens bij het afficheringsverbod? “Iedere toeristenwinkel, het hele Waterlooplein hangt vol met cannabis prullaria. Ik zou daar foto’s van maken om aan te tonen hoe achterhaald het A-criterium is. Mijn poster van vijf jaar geleden, met 220 voorpuien van Amsterdamse coffeeshops: die zou iedere week dat er weer een coffeeshop is gesloten door achterhaald beleid opnieuw uitgedraaid moeten worden. De coffeeshopbranche moet uit de kast komen!”

www.augustdeloor.nl

 

 

 

Adviezen vanuit Amsterdams perspectief over het in het regeeraccoord aangekondigde experiment van het reguleren van de kweek van Nederwiet

Inleiding

Na consultatie met mijn denktank hierbij in telegramstijl i mijn zienswijze/adviezen over het experiment van het legaliseren van cannabis opgesteld zoveel mogelijk vanuit de positie van Amsterdam. Dit schrijf ik omdat de Amsterdamse gemeenteraad voorop wil lopen bij het meedoen aan dit experiment terwijl in mijn ogen Amsterdam daarvoor geen geschikte stad is. Daarnaast zet ik sowieso de nodige vraagtekens bij het experiment van een verkeerde invalshoek van of met het legaliseren van cannabis de criminaliteit teruggedrongen wordt. Ten eerste is een dergelijke afname niet te meten ( zoals; hoe kunnen de steden die meedoen bij de start van het experiment nagaan hoe groot de cannabiscriminaliteit in hun regio is ?) om nog maar te zwijgen over dat hiermee het belangrijkste aspect van dit dossier over het hoofd gezien wordt van dat het gebruik van cannabis een niet meer weg te denken fenomeen is. In willekeurig welk modern land in de wereld vertoond in aard en omvang het gebruik van cannabis vele overkomsten met die in het gebruik van alcohol. Kortom, in mijn advies leg ik voor dit experiment niet de nadruk op de wel/niet verlaging van de criminaliteit maar op het fenomeen van coffeeshops. Met het onderzoeken van het fenomeen van coffeeshops komt namelijk in beeld van wat de consument aan wensen en behoeftes heeft in het gebruik van cannabis. Het is het inzicht daarin wat richting moet geven aan het experiment van wat uiteindelijk de beste vorm is van alle ketens van legale cannabis.

Veel leesplezier met onderstaand advies waar hopelijk ook niet -Amsterdamse beleidsmakers baat bij hebben.

 

AMSTERDAM; MEEDOEN AAN DIT EXPERIMENT?

Mijn advies is dat Amsterdam zich niet als kandidaat aanmeldt voor deelname aan het experiment

  • In het regeerakkoord wordt expliciet gewezen op middelgrote steden,
  • Amsterdam is met haar zeer uitgebreide diversiteit aan liefhebbers van cannabis en coffeeshopstructuur veel te a-typisch om aan het experiment deel te nemen. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de zuidelijke grenssteden als Maastricht, Breda, Middelburg met een toeloop aan consumenten van over de grens, ergo, de steden in midden- en noord Nederland lenen zich beter voor deelname aan het experiment.
  • Er is ook niet zoiets als een overzichtelijke situatie binnen Amsterdam zelf.  Alleen al de verschillen tussen centrum- en buurtcoffeeshops is al zo groot dat dit bijna al twee typen experiment verlangd. Echter, de lokaties tussen de buurt- en binnenstadshops liggen zo dicht bijeen met het risico dat beide experimenten elkaar onderling beinvloeden, wat fnuikend is voor een wetenschappelijke toetsing van het experiment.
  • Het experiment zal in welke lokale situatie binnen een stad of regio een aantal verhoudingen “op scherp” zetten tussen niet alleen de legale en illegale toevoerlijnen van hasj en wiet naar de coffeeshops maar ook binnen de illegale productie- en handelslijnen buiten de shops. Nu het In Amsterdam weer gelukkig rustig is met niet meer dat rare fenomeen van kogels richting de coffeeshops is het onverstandig om met het experiment weer allerlei spanningen te creëren binnen bovenbeschreven twee circuits,
  • Het onvermijdelijke publieke/politieke/journalistieke rumoer wat het experiment in iedere stad teweeg zal brengen zal voor Amsterdam letterlijk en figuurlijk grenzeloos uitpakken op zowel het nivo van de (inter)nationale cannabisconsument als de internationale media, allemaal invloeden die het verloop van een experiment in Amsterdam kunnen verstoren waarbij ook het eindoordeel van het experiment op zich weer voor allerlei, lees onvoorspelbare, internationale effecten zal zorgen ( bijvoorbeeld; de publiciteit rond de wietpas van een paar jaar geleden galmt nog steeds na van dat nog menig consument of journalist uit het buitenland veronderstelt dat toeristen niet welkom zijn in een Amsterdamse coffeeshop)

 

AMSTERDAMS MULTIDISCIPLINAIRE WERKGROEP

Kortom, in menig opzicht is het onverstandig van dat Amsterdam mee doet aan het experiment. Zelfs het streven naar deelname zal voor de nodige irritaties zorgen bij zowel de nationale overheid als bij al die lokale overheden die aan het experiment willen deelnemen  ( “heb je Amsterdam weer”) . Mijn advies is dan ook dat Amsterdam van begin af aan zich bescheiden opstelt met wel het aanbieden van haar expertise van hoe het experiment het beste uitgevoerd kan worden, wat absoluut wel en absoluut niet uitgezocht moet worden, wat daarbij de vele valkuilen zijn, wat voor bijeffecten te verwachten zijn van het experiment tot hoe de onderzoeksresultaten geïnterpreteerd moeten worden. De inbreng van Amsterdam binnen het landelijk overleg is het beste te garanderen met de oprichting van een Amsterdamse multidisciplinaire werkgroep met met name deskundigen met kennis over hoe de cannabis- en coffeeshopwereld in elkaar zit. Het zijn zij die de onderzoekers wegwijs kunnen maken van wat de huidige status quo is van de illegale situatie achter de achterdeur van coffeeshops tot wat de “moderne” consument aan wensen en behoeftes heeft in het gebruik van cannabis. Het is deze kennis wat niet alleen als nulmeting dient voor het onderzoek maar ook als radar hoe het experiment opgezet moet worden. Beleidsmakers van het stadhuis complementeren de werkgroep voor de politiek bestuurlijke inbedding van het experiment. Het is deze multi knowhow die Amsterdam ter beschikking kan stellen aan de landelijke coördinatie voor zowel de opzet als de uitvoering van het experiment.

 

POLITIEKE BAROMETER

Als drie van de vier politieke partijen met een al decennia lange zeer conservatieve visie aangaande het drugsbeleid een experiment voor het legaliseren van cannabis opnemen in het regeerakkoord is er politiek gezien eigenlijk geen weg meer terug van het uiteindelijk daadwerkelijk legaliseren van cannabis. En als de kandidaten die het experiment binnen hun stadsgrenzen willen uitvoeren allen lid zijn van de Joint venture voor het legaliseren van cannabis wil dat zeggen dat het experiment wel moet slagen. Dat is de politieke barometer ten aanzien van dit experiment

 

POLITIEK PRAGMATISME

Kortom, als het experiment alleen maar tot positieve conclusies kan leiden bepleit ik een pragmatische opzet van het experiment. En laat dat nou goed uitkomen omdat wat dit experiment wil uitzoeken niet meetbaar is. Zowel het echt grondig uitvoeren van het experiment als daar goed gefundeerde conclusies uit opmaken binnen een werkelijkheid van wat zich al meer dan 40 jaar door de illegaliteit grotendeels onzichtbaar afspeelt is haast onmogelijk. Een experiment uitvoeren van een legale situatie van telen/handel van wiet in een beperkt aantal steden voor een beperkt aantal coffeeshops binnen  het totaal van een  volstrekt illegale situatie van kweek/handel van datzelfde product zal ongetwijfeld naar beide kanten voor allerlei onvoorspelbare effecten zorgen wat invloed zal hebben op het verloop, dus de conclusies van het experiment ( en dan heb ik het nog geeneens over het fenomeen van de handel in buitenlandse cannabis). Dit probleem wordt ook onderkent door de coffeeshopbranche die over het experiment vergaderd heeft en geresulteerd in een aantal aanbevelingen zoals het verhogen van de hoeveelheid voorraad van cannabis in coffeeshops en de mogelijkheid van het labtesten van illegaal gekweekte cannabis in de niet bij de experiment aangesloten coffeeshops. Hiermee blijven niet alleen de verschillen tussen de legale achterdeuren (van de experimentcoffeeshops)   met de illegale achterdeuren beperkt, waardoor allerlei onvoorspelbare, lees ongewenste bijeffecten van het experiment beperkt blijven maar leveren deze verruimingen van de gedoogcriteria in mijn ogen tegelijkertijd een gefaseerde bijdrage in de uiteindelijke legale situatie van de achterdeur van coffeeshops ( wat ook bevorderd zou worden als het Minsterievan Financien een transparante regeling met de coffeeshopbranche treft over de in- en verkoop van cannabis; De Nederlandse koopmansgeest boven die van de politieke mores van het gedoogbeleid)

Deze pragmatische benadering moet in mijn visie onderbouwd worden met een soort sociologische/antropologische geschiedschrijving van het fenomeen van coffeeshops wat duidelijk moet maken dat dit fenomeen het beste instrument is voor het in goede banen leiden van het op consumentenniveau verkopen en gelegenheid bieden van het roken van cannabis. Bij nadere beschouwing van het alcohol- en tabaksbeleid is al jaren een trend waarneembaar van het beperken van het aantal verkooppunten binnen het algemeen publieke domein met als streven van verkoop binnen een specialistische setting ( de slijterij voor alcohol, de tabakswinkel voor tabak). Vanaf haar oorsprong is de coffeeshop een dergelijke specialistische setting maar dan voor cannabis. Het  politiek en publiek inbedden van de legale status van cannabis is gebaat bij een gedegen evaluatie van het fenomeen van coffeeshops over de afgelopen 40/45 jaar en wat de dagelijkse praktijk van coffeeshops aan voordelen oplevert voor alle betrokkenen partijen. Een dergelijk onderzoek moet in mijn ogen als basis dienen van het experiment.

 

DRIETRAPSTRATEGIE

Naast bovenstaande aanbevelingen van een meer integrale uitvoering van het experiment wil ik er op wijzen dat er zich uiteenlopende ontwikkelingen voordoen rond cannabis van een stormachtige ontwikkeling in de kleinschalige kweekmethodes, de enorme diversiteit in soorten zaden om over de inzichten in de potentieel medisch/therapeutische toepassingen van cannabis maar te zwijgen. Het meest kenmerkende hierbij is de laagdrempeligheid van deze ontwikkelingen van dat in principe iedereen in staat is om met het planten van een zaadje voor eigen doktor/dealer te spelen als voor dealer voor eigen kring, vriendenkring ( tot het nivo aan toe van wat omschreven kan worden als een Cannabis Social Club). Deze laagdrempelige ontwikkeling speelt zich ook af dat heel veel mensen zich kunnen opwerpen als wonderdokter van allerlei cannabinoiden. Het is die laagdrempeligheid wat een drietrapstrategie verlangt om de homegrow van cannabis, de legale achterdeur van coffeeshops als de medisch/therapeutische toepassingen van cannabis in goede banen te leiden.

Ten aanzien van het experiment beveel ik van harte aan dat dit vergezeld moet gaan van het protocollieren van de homegrow van cannabis. Zonder enige mate van regulering van de homegrow ontbreekt het fundament waarop de legale toevoer van cannabis naar de coffeeshops geregeld moet worden.

 

Tot zover mijn eerste bijdrage aan adviezen op welke wijze het Amsterdamse stadsbestuur een bijdrage kan leveren aan het experiment.

High life

Eind van de maand verschijnt weer de nieuwe HiGH LIFE, het vakblad voor de cannabist.

Dit keer met een interview met mij wat ik van harte aanbeveel om te lezen. En om jullie een beetje nieuwsgierig te maken, hierbij alvast een klein deel uit het interview over met name mijn mening dat de coffeeshopbranche al decennialang zich een negatief imago laat aanleunen waar door de legalisering van cannabis veel te lang op zich laat wachten , plus nog belangrijker het risico van dat die legalisering een vorm krijgt wat geen verbetering geeft van de huidige situatie!

Heb ik jullie nieuwsgierig gemaakt, koop dat blad! En dan hier een deel uit het interview;

“De coffeeshopbranche laat zich haar negatieve imago veel te makkelijk aanleunen waardoor bijvoorbeeld de burgemeester van Rotterdam vrolijk kan beweren dat hij het legaliseren van cannabis wil regelen via Staatswinkels of via internet waarmee hij de coffeeshop bij het grof vuil zet!.”  

Meer trots, kortom en meer nadruk op de kracht van de coffeeshop en de normalisering van cannabis is mijn pleidooi!. “We hebben veertig jaar coffeeshops in Nederland, vier generaties van consumenten en cannabis is uitgegroeid tot een volksgenotsmiddel”. Coffeeshops zijn de café-slijterijen van vroeger maar dan nu voor cannabis. Het zorgt voor de scheiding der drugsmarkten en dat de straathandel beperkt blijft, maar dat zijn langzamerhand bijkomstige voordelen. Want waar het echt om draait is dat het legaliseren van cannabis de rechtstaat dient van dat honderd duizenden consumenten in alle lagen van de bevolking niet meer in de marge hoeven te blijven van zoals voormalig president Clinton zei; “ik heb geblowd maar niet geïnhaleerd!” Iedere prullariawinkel, het hele Waterlooplein hangt vol met cannabis gerelateerde prullaria. Ik zou daar foto’s van maken om aan te tonen hoe achterhaald het A-criterium voor coffeeshops is . Mijn poster van vijf jaar geleden van 220 voorpuien van Amsterdamse coffeeshops: die zou iedere week opnieuw uitgedraaid moeten worden van dat er weer een coffeeshop gesloten is door achterhaald beleid. “De coffeeshopbranche moet uit de kast komen!.”

cannabis in Zwitserland

En dan vandaag terug uit Zwitserland met twee voordrachten achter de kiezen om maar te zwijgen van de tussendoor gesprekken met politici, politie, apothekers, onderzoekers, artsen, farmacologen, sociologen met mijn visie over het legaliseren van cannabis. Wat de teneur was, was dat zelfs degenen met grote terughoudendheid in dat legaliseren om gingen en – even belangrijk – open stonden voor mijn drietrapsstrategie hoe die legalisering te realiseren

Van de twee voordrachten zijn opnames gemaakt en ga ik proberen dit via dit medium uit te brengen. En wie al sowieso hier meer over wil weten, bel me!  0622250820

En voor de rest heb ik heerlijke Zwitserse bon bons gekregen en excuise Zwitserse kaasfondue, wat wil een mens nog meer!

August

legaliseren cannabis in Zwitserland

Aanstaande vrijdag reis ik af naar Zwitserland om allerlei commissies, instanties, politici en andere belangrijke personen mijn visie te geven over nut en noodzaak van het legaliseren van cannabis, waarbij ik wil benadrukken dat de coffeeshop het beste systeem voor verkoop en gebruik van cannabis is ( met uiteraard een legale achterdeur en dan niet van Staatswiet maar door de coffeshop-en kwekerswereld geteelde hasj en wiet; een variatie in soorten met de THC- en CBD groepen aan percentages werkzame stoffen, met alcohol te vergelijken met de verschillen tussen bier, wijn en gedestilleerd, een keuze wat je kan drinken in een cafe).

Het coffeeshopmodel moet ik daar wel benadrukken aangezien degenen die in Zwitserland voor het legaliseren zijn voor het systeem van apotheek willen gaan, zonder te beseffen  van dat dit geen goede zaak is voor de reguliere patienten die voor medicijnen de apotheek nodig hebben en dan in de wachtrij staan als iemand voor z,n avondjointje aan de beurt is!