Categoriearchief: coffeeshopbeleid

Het criterium en straatdealen

 

Het criterium en straatdealen in drugs

In de Volkskrant van 20 juni stond een uitgebreid artikel over hoe de Politie in de Amsterdamse binnenstad het drugsstraatdealen aanpakt. Waarom de Volkskrant juist nu hier aandacht aan besteed zal ongetwijfeld te maken hebben met dat op 30 juni in de gemeenteraad de invoering van het criterium besproken wordt. In mijn ogen gaat de Volkskrant met dit artikel mee in de trend dat zodra het over het criterium gaat de reacties zich haast volledig beperken tot wat dit voor gevolgen zal hebben op het straatdealen ( over al het andere wat het criterium teweeg zal brengen wordt kennelijk over het hoofd gezien).

Maar terug naar het onderwerp straatdealen zijn het de tegenstanders van het criterium die er van alles en nog wat bijslepen hoe erg dat straatdealen zal uitdijen. Van haar kant beweerd de burgemeester het tegenovergestelde plus, van wat er dan nog aan dealen zal overblijven, zij dit wel kan bezweren.

Genoeg aanleiding om hier dieper op in te gaan met als eerste van dat het fenomeen van straatdealen veel complexer is dan algemeen veronderstelt. Die complexheid als uitvloeisel van dat er veel meer et straatdealen beïnvloeden dan alleen een overheidsmaatregel. Echter leert de geschiedenis van dat een overheidsmaatregel wel degelijk een rol speelt van een wijziging in het straatdealen, let wel nooit ten goede lido. mobieletele hiv zeedijaanpak hiv

Geachte redactie van de Volkskrant, geachte journalist van het artikel

Met interesse het artikel gelezen over de praktijken van het straatdealen in de Amsterdamse binnenstad. Het is zonde van dat ik nu pas in beeld kom aangezien ik graag mijn kennis ter beschikking had gesteld voor jullie artikel.

Vanuit verschillende soorten werkzaamheden, beginnend in 1970 als Amsterdamse straathoekwerker heb ik zowat vanaf die tijd alle drugstrends zien opkomen incluis de soorten dealsystemen, incluis bij sommige drugsmarkten de opkomst van de straathandel in de binnenstad. Afhankelijk van allerlei omstandigheden, zoals opkomst of neergang van een bepaald middel, soorten gebruikersgroepen, andere bezoekerspatronen naar de binnenstad, veranderend drugsbeleid in de ons omringende landen incluis die in Nederland, lokaal beleid tegen straatdealen tot zelfs de opkomst van de mobiele telefoon (jaren 90) hadden en hebben nog steeds invloed op de aard en omvang van dat straatdealen in de binnenstad.

Waarom ik hier nogal veel woorden aan besteed is om de complexiteit te benadrukken hoeveel omstandigheden en krachten een rol spelen in zowel het ontstaan van straathandel als welke veranderingen zich vervolgens daar binnen afspelen.

Het is door de discussie over het in Amsterdam invoeren van het criterium dat het straatdealen weer volop in de belangstelling staat. Wat hierbij opvalt is het haast volledig negeren van de complexiteit van dit fenomeen met als bijeffect van dat de voorstanders van het criterium het straatdealen zodanig formuleren van dat zij dat wel beheersbaar kunnen krijgen terwijl de tegenstanders het volstrekt tegenovergestelde beweren ( en hebben die twee meningen  het afgelopen jaar zich ook nog steeds dieper ingegraven). Op zich is dat al zorgelijk ware het niet dat hierdoor ook nauwelijks aandacht op gang is gekomen over wat het criterium aan andere problemen en bijeffecten teweeg zal brengen

Het is dit waar ik mij al tijden in een veelheid aan artikelen mijn zorgen over uit ( zie onderstaande lijst met publicaties) met als meest recent een oproep voor een “pas op de plaats” in de besluitvorming over de invoering van het criterium, lees een oproep om de discussie in de gemeenteraad van 30 juni over de invoering van het criterium ( en andere voorstellen van de Driehoek) tot nader orde uit te stellen.

Met bijgevoegde tekst hoop ik de Amsterdamse bestuurders zover te krijgen om hiervoor te kiezen.

Hopende U voldoende over dit onderwerp geïnformeerd te hebben

 

Hoogachtend

August de Loor

Adviesburo Drugs  0622250820

Het CRITERIUM, een pleidooi voor een “Pas op de Plaats!”

Op 30 juni vind  in een commissie vergadering van de Amsterdamse Gemeenteraad een discussie plaats over de invoering van het criterium, lees van dat het voor toeristen, lees niet-ingezetenen, verboden wordt om in Amsterdam coffeeshops te bezoeken. Bij deze mijn oproep van een brede steun om dit  plan van burgemeester Halsema, lees de Amsterdamse Driehoek van tafel te krijgen!

Als je ziet hoe die Driehoek zich het afgelopen anderhalf jaar heeft “ingegraven “ om dit criterium ( en andere bizarre voorstellen) er door te krijgen is mijn inschatting van dat dit hen ook nog gaat lukken. Dit is mede een uitvloeisel van dat de bezwaren tegen het criterium zich haast volledig beperkt tot het wijzen op het gevaar van een toename van de straathandel. Maar omdat de onderbouwing voor dat gevaar haast volledig ontbreekt (deels als gevolg van het gebrek aan dieptekennis over dit complexe fenomeen) plus dat er hoegenaamd geen aandacht besteedt wordt van dat het criterium voor een reeks andere negatieve gevolgen zal zorgen zit de Driehoek op rozen ( bijvoorbeeld; de Driehoek heeft al uitgebreid allerlei veronderstelde straaldealellende als gevolg van het criterium onderuit gehaald, let wel ook bij de Driehoek niet geremd door kennis van zaken over straathandel maar hun argumenten komen overtuigend over met een burgemeester, gepokt en gemaasd hoe slim politiek te manoeuvreren ten opzichte van een nog onervaren, pas geïnstalleerde gemeenteraad).

Kortom, het staat er niet best voor dus is iedere oppositie tegen het criterium meer dan welkom!

En wie dan ook daar nog munitie bij nodig heeft, onderstaand kan er geput worden uit een zo langzamerhand omvangrijk lijstje aan artikelen over dat rare criterium uit deze zelfde website!

Maar allereerst bied ik je mijn laatste schrijven aan burgemeester Halsema aan waar ik haar oproep om een “pas op de plaats “ te maken in de besluitvorming over het criterium.

In mijn ogen is dat de beste manier om de oplopende polarisatie tussen de voor- en tegenstanders over het criterium te doorbreken en de mogelijkheid biedt van dat een adviescie aan de slag kan gaan. En op welke thema,s die cie aan de slag moet doe ik ook een voorstel over. Dus lees mijn oproep voor de “pas op de plaats “en doe mee zou ik zeggen!!!

Groet!  August

 

Aan burgemeester Halsema

Hierbij mijn inhoudelijke en politiek/bestuurlijk argumenten voor een “pas op de Plaats”!

!) Polarisatie, Sinds de eerste gedachtes om het criterium in Amsterdam in te voeren is er een polarisatie tussen voor- en tegenstanders op gang gekomen met sindsdien in beide kampen een opeenstapeling aan “gelijk- willen-krijgen” argumenten die, in mijn visie, steeds verder afstaan van de realiteit.

Een  voorbeeld van de kant van de voorstanders is recent een uitspraak van een wethouder ( sorry, naam vergeten) die stelde dat door het criterium cannabis uit beeld  raakt voor toeristen. “ Wat je niet ziet bestaat niet!” is hierbij zijn stelling. Met deze uitspraak ziet hij echter over het hoofd dat, ondanks het criterium, cannabis volop in beeld blijft; en wel binnen de coffeeshop de gezelligheid tussen de cannabisconsumenten waarbij een deel van de passerende toerist iedere keer weer geconfronteerd wordt met dat ie daar niet welkom bij is! En de ervaring leert dat “FORBIDDEN FRUIT zeer aanstekelijk werkt.

En dergelijke onwelkome confrontaties wordt een jaar rond fenomeen in Amsterdam van, naast het reguliere stedentoerisme, AJAX in de Europacup, het Nederlands elftal in de Arena , 250.000 buitenlandse ADE bezoekers, HF, Gay Pride, Beurzen, popfestivals waarbij bij al die andere internationale evenementen alle deuren aan publieke voorzieningen wagenwijd open staan maar die ene open deur van coffeeshops voor al die buitenlandse bezoekers gesloten blijft!

Dus beste wethouder; “Cannabis onzichtbaar door het criterium? Om de dooie dood niet! Cannabis blijft hartstikke zichtbaar maar wel op een uiterst bizarre  manier” ( met voor de fijn slijpers onder ons van dat met het criterium een min of meer vergelijkbare schizofrene situatie aan de voordeur gecreëerd wordt als waar de achterdeur van coffeeshops al 50 jaar mee worstelt van; “iets MAG maar het MAG ook weer niet!”. Met hierbij benadrukt dat die schizofrenie bij de achterdeur slechts alleen de koopwaar betreft maar bij de voordeur het om mensen gaat, een veel grilliger fenomeen met zeer ongewisse gevolgen dan waar zowat iedereen het alleen over heeft dan een toename van de straathandel).

Een voorbeeld van de polarisatie van de kant van de tegenstanders is de stellige overtuiging als zou met het criterium weer het aloude extreme straatdealen losbarsten zoals ten tijde van de heroïne-epidemie in de jaren 70/80. Dit scenario slaat nergens op en leidt de aandacht af van, als ik het tot het dealen beperk, de opkomst van nieuwe dealsystemen , incluis wat er zich aan confrontaties tussen de verschillende dealnetwerken zal losbarsten ( wat ik omschrijf als de profi,s tegen de opportunisten).

Maar ook andere argumenten dan de polarisatie is aanleiding voor een “pas op de plaats”, zoals;

2) Een ongewisse periode;

  1. a)     Ik denk hierbij aan de stormachtige wereldwijde ontwikkelingen in de legalisering van cannabis met als rechtstreeks gevolg van dat de 50 jaar unieke positie van Amsterdam als enige (wereld)stad waar in het publieke domein zowel cannabis gekocht als geconsumeerd kan worden snel aan het “verdampen “is. Kortom, het internationale cannabisimago wat aan Amsterdam kleeft zal via een “natuurlijk” proces verdwijnen, met in het verlengde een afname aan toeloop op de Amsterdamse coffeeshops ( zoals ik al eerder berichtte komt de afname aan drukte van buitenlandse bezoekers naar de coffeeshops al langzaam op gang). In het licht van deze ontwikkelingen kan gesteld worden van dat het criterium een achterhaald instrument nu zelfs ons buurland Duitsland in vergevorderd stadium is om cannabis te legaliseren ( met nu al in vele Duitse steden gedoogde vormen in aanschaf en consumptie van cannabis wat zich ook in andere Europese landen zich afspeelt om nog maar te zwijgen van het fenomeen van aanschaf van cannabis via internet met als opmerkelijk aspect van dat het wiet betreft wat zowat ieder Europees land zelf weet te produceren dus ook in die zin de rol van Nederland zienderogen afneemt)
  2. b)     En om bij het onderwerp legalisering te blijven is die ook in Nederland in ontwikkeling met zowel tijdens de experimentfase als de uiteindelijke vorm een periode van nogal wat ongewisheid voor de coffeeshopbranche, ook die van de Amsterdamse. Dan is het niet zo handig om in die periode ook nog met zoiets ongewis te starten als een criterium. Alleen al dat de Burgemeester deze maatregel als een Paardenmiddel omschrijft, dus zelf ook van de impact hiervan doordrongen is, zou dit alleen  aanleiding moeten zijn voor een “pas op de plaats”.
  3. c)     En wat te denken van de door de Gemeenteraad al goedgekeurde maatregelen tegen de raamprostitutie in en rond de Wallen, maatregelen met ongetwijfeld een enorme afname aan toeloop van toeristen en dagjesmensen in dat gebied. In zowat elke publicatie, onderzoek of pleidooi voor het criterium wordt naar de drukte op de Wallen gewezen. Dan is het toch volstrekt logisch om eerst de resultaten van het nieuwe prostitutiebeleid af te wachten met daarna de vraag of het criterium dan nog wel überhaupt nodig is? Die vraag stellen benadruk ik omdat de reikwijdte van het criterium ruimschoots de Wallen, ja zelfs de hele ( toeristen) binnenstad overstijgt van ook een verbod voor de toegang voor niet-ingezetenen in de coffeeshops in de 19de -eeuwse woonwijken, Nieuw West Amsterdam Zuid Oost, enz. En laten daar nou veel niet-ingezetenen de coffeeshops frequenteren.  Het wordt daar in die woonwijken een  dagelijkse ritueel van dat iedere coffeeshopbezoeker zich iedere keer moet identificeren om dan uiteindelijk de niet-ingezetene daar uit te filteren terwijl al die rompslomp niets, maar dan ook niets van doen heeft met wat de Driehoek beoogd met het criterium. Het zal in die wijken alleen maar tot irritatie leiden met een drempelverhogend effect voor de plaatselijke coffeeshop ( een vergelijkbaar proces als dergelijke legitimatie ingevoerd zou worden voor het bezoeken van het lokale cafe!).

En tenslotte nog een politiek/bestuurlijk argument; Het prille Coalitieakkoord.

Het is pas een aantal weken van dat het coalitieakkoord van start is binnen de nieuwe politieke verhoudingen tussen de gemeenteraad en het college van B&W. Als je kijkt naar dat deel van het akkoord over de toekomst van het Amsterdamse drugsbeleid en je legt die naast de brief van de Driehoek aan de raad zit daar nogal wat verschil in visie en inhoud tussen. Kortom, zowel de Driehoek als de raad zouden er verstandig aan doen om in deze nog  prille fase van de nieuwe politieke/bestuurlijke verhoudingen eerst met elkaar in algemene zin van gedachte wisselen over het te voeren drugsbeleid. Het nu meteen besluiten nemen over Paardenmiddelen, zoals het criterium is een reëel risico van dat dit de nog  prille onderlinge politieke verhoudingen tussen raad en Driehoek kan verstoren om nog maar te zwijgen of de raad al in een zo vroeg stadium bij machte is om hier een weloverwogen oordeel over te geven.

Adviescommissie

Tot zover een aantal argumenten om het raadsoverleg over de brief van de Driehoek tot nader order uit te stellen. Dit biedt de gelegenheid om een team van deskundigen aan te stellen die de voorstellen in de brief van de Driehoek op zijn merites beoordelen. De brief goed bestuderend ontbreekt het niet aan de juiste intenties maar lopen de analyses in menig opzicht mank tot soms volstrekt verkeerd met  logischerwijs ook voor de  voorstellen. En om de Driehoek daar in tegemoet te komen zou ik  voor een andere formulering van de brief kiezen zoals bijvoorbeeld

  1. Of, en zo ja hoe de Amsterdamse coffeeshopbranche nog bijgestuurd moet worden in de overgangsfase  naar de legalisering van cannabis in het algemeen als die in Nederland in het bijzonder,
  2. Hoe Amsterdam nog haar invloed kan aanwenden op de uiteindelijke uitvoering van die legalisering in Nederland (hoe nu het experiment voor die legalisering vorm krijgt is slecht voor de branche in het algemeen en voor Amsterdam in het bijzonder)
  3. En dat beide doelstellingen uiteindelijk ook een bijdrage leveren voor het verhogen van het algemene leef- en werkklimaat in Amsterdam, incluis die van de binnenstad wat betreft de drukte op het publieke domein door het (massa) toerisme,

geachte burgemeester, in de hoop u overtuigd te hebben teken ik met hoogachting

August de Loor

https://augustdeloor.nl/in-plaats-van-het-i-criterium-maatwerk/

https://augustdeloor.nl/reactie-op-i-criterium-door-69-jarige-binnenstadbewoonster/

https://augustdeloor.nl/open-brief-uit-duitsland-over-i-criterium/

https://augustdeloor.nl/het-i-criterium-het-paard-van-troje-en-niet-alleen-voor-de-amsterdamse-binnenstad/

https://augustdeloor.nl/stand-van-zaken-van-het-nederlandse-en-amsterdamse-softdrugs-en-coffeeshopbeleid/

https://augustdeloor.nl/expert-meeting-over-het-in-amsterdam-invoeren-van-het-i-criterium/

https://augustdeloor.nl/de-bereidheid-van-bezoekers-van-coffeeshops-om-zich-te-laten-registreren/

https://augustdeloor.nl/coffeeshops-ondermijnen-de-bovenwereld-het-nieuwe-mantra-van-de-amsterdamse-driehoek/

https://augustdeloor.nl/burgemeester-halsema-en-haar-coffeeshopbeleid-terugdringen-massatoerisme-enz/

https://augustdeloor.nl/als-een-olifant-door-de-porceleinkast-het-ontdruggen-van-de-amsterdamse-binnestad/

https://augustdeloor.nl/mijn-speech-over-het-i-criterium-voor-de-amsterdamse-raadsleden-op-22-oktober-2020/

https://augustdeloor.nl/amsterdam-wil-meer-doen-om-toeristen-te-weren/

https://augustdeloor.nl/het-amsterdamse-coffeeshopbeleid-een-exportproduct-als-bijdrage-voor-een-toekomstbestendige-binnenstad/

https://augustdeloor.nl/onderzoek-naar-de-bezoekerspatronen-in-11-coffeeshops-in-de-amsterdamse-binnenstad/

https://augustdeloor.nl/de-drugscriminelen-hebben-vrij-spel-in-amsterdam/

https://augustdeloor.nl/onderzoek-naar-de-overlast-van-coffeeshops-in-de-amsterdamse-binnenstad/

Een greep in mijn archief met artikelen over de Amsterdamse binnenstad in relatie tot drug en druggebruik, het Criterium en meer!

https://augustdeloor.nl/expert-meeting-over-het-in-amsterdam-invoeren-van-het-i-criterium/https://augustdeloor.nl/de-bereidheid-van-bezoekers-van-coffeeshops-om-zich-te-laten-registreren/https://augustdeloor.nl/coffeeshops-ondermijnen-de-bovenwereld-het-nieuwe-mantra-van-de-amsterdamse-driehoek/https://augustdeloor.nl/burgemeester-halsema-en-haar-coffeeshopbeleid-terugdringen-massatoerisme-enz/https://augustdeloor.nl/als-een-olifant-door-de-porceleinkast-het-ontdruggen-van-de-amsterdamse-binnestad/https://augustdeloor.nl/mijn-speech-over-het-i-criterium-voor-de-amsterdamse-raadsleden-op-22-oktober-2020/https://augustdeloor.nl/amsterdam-wil-meer-doen-om-toeristen-te-weren/https://augustdeloor.nl/het-amsterdamse-coffeeshopbeleid-een-exportproduct-als-bijdrage-voor-een-toekomstbestendige-binnenstad/https://augustdeloor.nl/onderzoek-naar-de-bezoekerspatronen-in-11-coffeeshops-in-de-amsterdamse-binnenstad/https://augustdeloor.nl/de-drugscriminelen-hebben-vrij-spel-in-amsterdam/https://augustdeloor.nl/onderzoek-naar-de-overlast-van-coffeeshops-in-de-amsterdamse-binnenstad/

Stand van zaken van het Nederlandse en Amsterdamse softdrugs- en coffeeshopbeleid

Zoals elke willekeurige filosoof zal beweren kan alleen maar met geschiedschrijving de actualiteit van welk onderwerp dan ook beschreven cq doorgrond worden. Ten aanzien van het Nederlandse en Amsterdamse drugsbeleid is 1976 een markant historisch jaar. Tot op de dag van vandaag wordt het in 1976 bij wet ingevoerde scheidingsbeleid tussen soft- en harddrugs  als DE start van een uiterst vooruitstrevend Nederlands drugsbeleid beschouwd

Echter als je vanaf 1976 terug blikt hoe dit beleid zich in de praktijk heeft ontwikkeld zijn er de nodige vraagtekens te plaatsen of dit beleid wel zo professioneel was. Voor hetzelfde geld kunnen daar  andere begrippen aan toegedicht worden zoals:

  • Het scheidingsbeleid was puur pragmatisch van nauwelijks tot geen aandacht voor het uitwerken van een progressief softdrugsbeleid met daarnaast de start van een grotendeels repressief beleid ten aanzien van harddrugs.
  • Deze repressieve ontwikkeling heeft zich ook afgespeeld tijdens de heroïne/junken decennia van de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Met als bijeffect van dat toen in de tweede helft van de jaren 80 het junkieprobleem afnam de overheid dit toedichtte aan haar repressieve beleid.
  • Het was dit toe-eigenen van dit succes wat model stond voor, begin jaren 90, de start van een repressief beleid ten opzichte van softdrugs. Deze repressie kwam op gang tegen zowel coffeeshops als tegen de kweek van Nederwiet, terwijl dit laatste nog aan haar prille startfase stond en ergo juist aanleiding had moeten zijn om deze kweek te legaliseren.

Deze en een aantal andere stellingen kunnen als tegenwicht beschouwd worden ten opzichte van de algemene opinie als zou het Nederlandse drugsbeleid in alle opzichten baanbrekend zijn geweest, progressief of vooruitstrevend. Deze notitie zal daar op basis van een terugblik over de afgelopen decennia over de afgelopen tot 1976 aan toe de nodige vraagtekens bij. Dit aan de hand van een terugblik over zowel het Nederlandse als Amsterdamse softdrugs- en coffeeshopbeleid.

 1976 en 1997

Het waren deze twee jaren waarin opmerkelijke besluiten genomen zijn wat de mogelijkheid bood voor het ontwikkelen van een progressief en flexibel softdrugs- en coffeeshopbeleid met het legaliseren van cannabis in het verschiet.

1- 1976; cannabis op lijst 2 van de Opiumwet, lees het scheiden van de markt van die van softdrugs met die van harddrugs

In de praktijk betekende dit: De politieke erkenning van dat de coffeeshop het meest effectieve en praktische instrument is in het realiseren van dit scheidingsbeleid

2- 1997; het gedoogbeleid voor coffeeshops geformaliseerd in de gedoogcriteria AHOJ-G ( en decennia later aangevuld met de i van het I-criterium, lees de “halve” Wietpas)

De vraag die gesteld moet worden is of deze twee besluiten de coffeeshopbranche de mogelijkheid bood om op een professionele manier in te spelen op de sinds de jaren 70 ontwikkelingen naar een multi-culturele samenleving met daarbinnen een geleidelijke vervolksing in het gebruik van cannabis in sociale klasse, etniciteit en leeftijd. Een ontwikkeling wat een robuuste coffeeshopbranche verlangde, min of meer vergelijkbaar met cafés van het in een sociale en gereguleerde omgeving  nuttigen van alcohol. DE COFFEESHOP, HET ALOUDE FENOMEEN VAN CAFE/SLIJTERIJ MAAR DAN NIET VOOR ALCOHOL MAAR VOOR CANNABIS!

Maar wat leert de afgelopen 50/60 jaar? Daar waar ten aanzien van alcohol een enorme toename in aantal en soorten uitgaansgelegenheden en type cafés op gang kwam ( met op de achtergrond een voorwaardenscheppende overheid) speelde zich binnen de coffeeshopbranche een volstrekt tegenovergestelde ontwikkeling af. Een opsomming aan feiten:

  1. Van de nog in de jaren 70/80 ongeveer 2000 coffeeshops in Nederland zijn er nog pakweg 5/600 over,
  2. Door het rigide nuloptiebeleid zijn deze shops ook nog zeer onevenwichtig verspreid over het land,
  3. Door die rigoureuze afname is ook de diversiteit aan soorten coffeeshops ingrijpend afgenomen,
  4. !n het kielzog hiervan is een niet te stoppen proces op gang gekomen van dat het overgrote deel aan coffeeshops nog louter afhaaladressen voor cannabis zijn,

Daar waar een robuust landelijk en lokaal coffeeshopbeleid nodig was, welke in staat was om op de sinds de jaren 70 ingrijpende maatschappelijke veranderingen te kunnen inspelen (in met name de vervolksing van het gebruik van cannabis) is exact het tegenovergestelde gebeurd. Hier zijn een aantal oorzaken voor aan te wijzen;

  1. Van een, vanaf 1976 ontwikkeling naar een duurzaam lokaal en landelijk softdrugs-en coffeeshopbeleid is nauwelijks sprake geweest! Alle aandacht richtte zich op het heroïne probleem
  2. En toen in de tweede helft van de jaren 80 het heroïneprobleem snel in omvang afnam, dichtte de overheid dit ( onterecht) toe aan haar repressiebeleid
  3. Op basis van deze onterechte veronderstelling kwam in 1992 de repressie tegen coffeeshops op gang; een veelheid aan gelegenheidsargumenten gingen daar aan vooraf zoals dat coffeeshops in harddrugs dealden, er teveel shops waren, wapens te koop waren en andere illegale praktijken.
  4. Een ander argument was in die tijd de doorbraak in de kwaliteit van Nederwiet wat meer en meer op de menukaart van coffeeshops verscheen maar door OM/politie/Justitie als zeer verontrustend omschreven werd (als zou er teveel THC in zitten terwijl er hoogstens sprake was van een inhaalslag met het THC gehalte met die van buitenlandse hasj en wiet)

Vanaf 1992 kwam dus pas een softdrugs- en coffeeshopbeleid op gang  maar stond dit in het teken van repressie ( niet alleen op basis van eerder beschreven veronderstelde succesformule van hoe de heroïne bestreden was maar ook dat in die tijd de eerste politieke sentimenten tegen het gedoogbeleid op gang kwamen). Dit leidde tot de start van een forse reductie in het aantal coffeeshops in Nederland ( waardoor de onevenwichtige spreiding van coffeeshops nog nijpender werd. En daarnaast ontstond een nieuw fenomeen van door lokale overheden georganiseerde coffeeshops, het zogenaamde Bussums coffeeshopmodel!).

Opmerkelijk was dat Amsterdam niet in deze landelijke trend meeging ( mede dankzij de inbreng van de BCD richting de gemeenteraad en in een aantal commissies, wat resulteerde in 24 aanbevelingen van onder andere het onderbrengen van coffeeshops in het lokale horecabeleid, het in stand houden van het netwerk van lokale coffeeshops incluis het pleidooi van het snel legaliseren van de achterdeur). Van op politieke sentimenten sluiten van coffeeshops was in die tijd in Amsterdam geen sprake!

Daarentegen kwam wel de bestrijding van Nederwiet op gang daar waar begin jaren 90 het DE ideale gelegenheid was geweest om die kweek te legaliseren ( van n.b. een bedrijfstak die nog niet gecriminaliseerd was).

1997, de formalisering van de coffeeshopbranche, de gedoogcriteria.

Deze gedoogcriteria had de opmaat kunnen zijn voor een nieuwe poging van het ontwikkelen van een robuust coffeeshopbeleid. Echter ontbrak het aan een aantal fundamentele voorwaarden om dit te realiseren zoals het niet willen stoppen met het nuloptiebeleid, het door blijven gaan met de bestrijding van de Wietkwekerijen, het niet willen legaliseren van die kweek. Daarnaast nam in die tijd ook de sentimenten tegen het gedoogbeleid sterk toe, begon de manie tegen de percentages THC in Nederwiet steeds meer bizarre vormen aan te nemen, begonnen jeugdhulpverleners, schoolhoofden, psychiaters alarm te slaan als zou cannabis geen softdrug meer zijn maar een harddrug, enz,

Het waren al deze processen die geleidelijk het fundament van het softdrugs- en coffeeshopbeleid verzwakte, lees een harddrugsbeleid kwam op gang tegen softdrugs. En wel in haast letterlijke zin zoals analoog aan de in 1996 opgerichte Unit Synthetische Drugs (USD) in de bestrijding van XTC de later opgerichte Nationale Taskforce in de bestrijding van wietkwekerijen, met alle gevolgen van dien van een criminalisering van deze bedrijfstak (wat vervolgens weer aanleiding was voor het intensiveren van de bestrijding tot op de dag van vandaag).

Op basis van de veronderstelling als zou het Nederlandse gedoogbeleid averechts uitgepakt hebben ( in letterlijke zin door het ministerie van Justitie als failliet omschreven werd) kwam een veelheid aan maatregelen op gang wat tot een verdere afbraak van het coffeeshopbeleid leidde.

  1. De landelijke trend van het op politieke gronden sluiten van coffeeshops ging onverminderd door
  2. Aanscherping van de sanctionering bij het overtreden van de gedoogcriteria, dus ergo een verdere ontwikkeling van het sluitingsbeleid
  3. Een landelijke Trimboscampagne van dat:  “Softdrugs haar onschuld verloren heeft!” en als zou cannabis tot verslaving leiden, tot psychoses, enz
  4. Het voorstel van de regering om cannabis met een THC gehalte van 15% als een harddrug te beschouwen met plaatsing op lijst 1 van de Opiumwet,
  5. De invoering van de scholenafstand
  6. De invoering van de Wietpas (het latere I-Criterium)

Met naast op basis van de anti gedoog sentimenten bovenstaande  aanscherping van het softdrugs- en coffeeshopbeleid de invoering van de Anti Tabakswet ( met als gevolg dat nog meer coffeeshops haar horeca ontmoetingsfunctie sloot)

Een aantal van bovenstaande maatregelen waren ook het resultaat van de in 2010 verdere aanscherping van het Nederlandse drugsbeleid. De in dat jaar gestarte regeringscoalitie van VVD en CDA ( plus gedoogpartner PVV) introduceerde een volstrekt nieuw drugsbeleid op basis van de ondermijningsdoctrine als zou de georganiseerde drugsmisdaad de “touwtjes in handen hebben met een ondermijnend effect op de allerlei maatschappelijke sectoren ( de onderwereld die de bovenwereld corrumpeert) waarbij de overheid als het ware als een soort slachtoffer achteraan hobbelt”. Het is deze doctrine die zich de afgelopen decennia diep heeft “ingevreten” in de vele aspecten van het Nederlandse drugsbeleid zoals meer wettelijke bevoegdheden voor politie en justitie, meer mankracht en middelen in de bestrijding van cannabis, de dreigende invoering van de Stofgroepenwet, de popularisering van het beleid van schaarse vergunning, het anti witwasbeleid van banken ( wat zich vooral concentreert op wat direct als indirect met drugs van doen heeft, dus ook coffeeshops). En tot zelfs hoe het experiment van de legale toevoer van cannabis aan de achterdeur van coffeeshops is opgezet zijn die sentimenten van de ondermijningsdoctrine terug te zien.

Het Amsterdamse coffeeshopbeleid

Zoals eerder omschreven ging vanaf 1992 Amsterdam niet mee in de landelijke anti sentimenten ten aanzien van coffeeshops. Het gevolg hiervan was dat Amsterdam ten opzichte van de rest van Nederland geleidelijk aan in percentage steeg wat betreft het aantal coffeeshops ( vanaf eind jaren 90 tot op heden een min of meer vast percentage van 30%). Het was het overleg van het stadhuis met de BCD en andere sleutelfiguren wat een veelheid aan praktische oplossingen ( of compromissen) opleverden van de, op dat moment actuele onderwerpen van het Amsterdamse softdrugs- en coffeeshopbeleid, zoals het verbod op het schenken van alcohol, het stoppen van het overconcentratiegebiedenbeleid, Spacecakebeleid, het beleid van het HITteam, geen actieve uitvoering van de scholenafstand, van het afwijzen van de wietpas, enz. Dit alles op min of meer wederzijdse erkenning van dat de coffeeshop het belangrijkste instrument is in de scheiding der drugsmarkten.

De anti-sentimenten ten aanzien van coffeeshops kwam in Amsterdam op gang bij de start van Project 1012. Coffeeshops, van vooral die in de binnenstad, kwamen in de spotlights te staan als zouden zij de oorzaak zijn van overlast , van het aantrekken van drugstoerisme van een categorie van laagwaardig toerisme waar Amsterdam niet op staat te wachten. Daarbovenop sloop ook de landelijke VVD/CDA/PVV ondermijningsdoctrine het Amsterdamse stadhuis binnen met de omschrijving als zouden coffeeshops criminogene ondernemingen zijn.

Het was deze omslag in denken wat een proces op gang bracht van het sluiten van een veelheid coffeeshops in de binnenstad. En ook het rigide beleid van de scholenafstand kreeg steeds meer vaste voet aan de grond in Amsterdam, met later de politieke uitruil tussen Amsterdam en de regering van de Wietpas met die van de scholenafstand met nu ook stadsbreed een forse reductie van het aantal coffeeshops. Het was daarbij steevast het argument van het stadhuis van dat Amsterdam die reductie zich wel kon permitteren aangezien Amsterdam tot wel 30% van het aantal coffeeshops in Nederland binnen haar stadsgrenzen heeft.. Een bizar argument aangezien dit percentage al decennia een constante is van EN een forse reductie van het aantal coffeeshops in het land EN vergelijkenderwijs een reductie in Amsterdam met dus de logische vraag wanneer die redenering stopt? Het is die redenering die het besef in de weg staat dat de forse reductie van het aantal coffeeshops in Amsterdam zowel tot een verschraling leidt in de diversiteit van coffeeshops plus dat dit steeds meer coffeeshops zich beperken tot louter verkoop van cannabis.

In deze zorgwekkende ontwikkeling van het Amsterdamse softdrugs- en coffeeshopbeleid is vanaf begin dit jaar een volstrekt nieuwe weg ingeslagen. Met de goedkeuring van de gemeenteraad op 28 januari van de notitie van de Driehoek met voorstellen over het beheersbaar maken van de Amsterdamse cannabismarkt heeft het stadhuis radicaal gebroken met het uitgangspunt van dat de coffeeshop het instrument is van het scheiden der drugsmarkten. De Amsterdamse coffeeshopbranche wordt nu omschreven als een branche met een ondermijnend effect op de bovenwereld. In al de notities van het Adviesburo drugs en alle adviezen die ik voor de BCD heb geschreven wijs ik op de verregaande consequnties van deze radicale omslag wat zich veel verder zal uitstrekken dan alleen de invoering van het I-Criterium in Amsterdam.

Het is mijn hoop dat op de Algemene Ledenvergadering van de BCD van vandaag het besef doordringt van dat alles in het werk gesteld moet worden om deze omslag in het Amsterdamse coffeeshopbeleid te stoppen. Met al het lobbywerk van het Adviesburo en alle suggesties hoe die omslag te stoppen is dat mijn bijdrage daarbij!

SYMPOSIUM; PLEIDOOI VOOR HET LEGALISEREN VAN DRUGS

De Stichting Drugsbeleid bestaat dit jaar 25 jaar. Wij zouden liever op onze lauweren rusten, maar de jammerlijke staat van het Nederlandse drugsbeleid verhindert dat. Daarom organiseren wij een symposium. Het vindt plaats op vrijdag 1 oktober a.s. in de Amsterdam Toren aan het IJ, aanvang 14.00 uur met inloop vanaf 13.30 uur.  Wij nodigen U daartoe van harte uit. Het aantal zitplaatsen is beperkt, dus meldt U snel aan (zie onder). Er zijn geen kosten aan verbonden.

Motto van het symposium is: “Drugsprobleem: oorsprong en oplossing”.

De producent van drugs, de verkoper en de gebruiker van drugs zijn blij met elkaar en berokkenen geen schade aan derden. Geen delict dus, hooguit een gezondheidsprobleem. Nu komt de overheid tussenbeide en zegt als het ware: “drugs zijn schadelijk voor de gezondheid, wij willen niet dat ze gebruikt worden. Wij achten onze volwassen burgers te dom of te slap om er af te blijven, daarom gaan we het ze onmogelijk maken om er aan te komen”.

Die strategie is mislukt, drugs zijn overal te koop, soms kun je ze zelfs 24/7 laten bezorgen. Het ontbreken van kwaliteitscontrole schept extra risico’s. Daarnaast heeft het criminaliseren van deze gezondheidskwestie geleid tot een steeds machtiger en grimmigere criminaliteit. Die groeit onze samenleving boven het hoofd. Weer miljoenen erbij voor de bestrijding biedt niemand meer echte hoop. Dat is hozen met de kraan open.

 Oplossing: een nieuwe strategie. Een die drugs toelaat maar nu met écht effectieve drempels voor de beschikbaarheid. Die drugs bevrijdt van de aantrekkingskracht van het verbodene. Die zorgt voor zindelijke productie zonder afvaldumpingen. Die daarmee de drugscriminaliteit in zijn kern aantast. De binnenlandse illegale markt valt weg, en er komt capaciteit vrij om doorvoer en export effectiever te bestrijden.

Ondanks de huidige overdadige aanschafmogelijkheden blijkt de grote meerderheid van gebruikers op een beheerste manier met drugs om te gaan. Onze coffeeshops, de legale verstrekking van heroïne en andere verzachtende maatregelen hebben niet geleid tot meer gebruik en verslaving dan in vergelijkbare landen.

Voor xtc hebben wij een model voor productie, verkoop en aanschaf uitgewerkt. Hetzelfde model kan gaan gelden voor amfetamine en cocaïne. Samen met een alomvattende regeling van cannabis zal dan het overgrote deel van de drugs onder controle zijn gebracht. Wat overblijft is een gezondheidsvraagstuk van goed beheersbare omvang.


PROGRAMMA SYMPOSIUM

13.30 zaal open

14.00 WELKOMSTWOORD door DAGVOORZITTER FLEUR WOUDSTRA, bestuurslid SDB
RAIMOND DUFOUR, voorzitter SDB 25 JAAR SDB – hoe brengen we het drugsprobleem terug tot de kern: een gezondheidsvraagstuk van goed beheersbare omvang.

14.10 WILLEM BACKER, strafrechtadvocaat te Rotterdam; de politie is de helft van haar tijd bezig met drugscriminaliteit, en schiet daarom steeds meer tekort in het bijstaan van de burger bij andere delicten. Opsporingsmethoden uit de bestrijding van zware georganiseerde drugscriminaliteit sluipen die van lichte delicten binnen.

14.20 MARTINUS STOLLENGA, secretaris SDB, verslavingszorg, cliëntenbeweging
De Drugswinkel, het model waarin productie, transport, verkoop en aankoop van XTC
gereguleerd worden toegestaan.

14.30 WIM VAN DALEN, directeur van STAP, het Nederlands Instituut voor alcoholbeleid
Wanneer winst de overhand krijgt, over de problemen die ontstaan wanneer productie en
handel van een riskant roesmiddel als alcohol worden overgelaten aan op winst gerichte
bedrijven.

14.45 – 15.15 – pauze

15.15 AUGUST DE LOOR, Adviesburo Drugs; essentieel voor een succesvolle regulering van drugs is inbedding vanuit de belevingswereld van gebruikers. Ervaringen uit de afgelopen jaren en vooruitblik.

15.25 discussie met zaal en sprekers, onder leiding van FLEUR WOUDSTRA,

16.00 – 16.45 napraten met borrel en hapjes

De Stichting Drugsbeleid (opgericht 1996) zet zich in voor een drugsbeleid met minder gezondheidsrisico’s en minder criminaliteit. Het bestuur bestaat uit onafhankelijke deskundigen. In de Raad van Advies hebben oud-ministers en prominente personen uit medische en juridische kring zitting. Website: www.drugsbeleid.nl

Adres Symposium;
Amsterdam Toren, Overhoeksplein 3, 1031 KS Amsterdam.
U kunt het Symposium ook digitaal volgen. Let wel, inspreken en mee discussiëren is dan beperkt mogelijk. Meld u zich daarvoor aan per mail bij stollenga@home.nl en dan wordt u de link toegestuurd.

CBD humor – leuk en macaber

 

Het is een indicatie hoe in een relatief korte tijd deze cannabinoide tot een “volksproduct” is uitgegroeid met dito eigen humor!

Maar deze humor is tegelijkertijd macaber als je bedenkt dat CBD in Nederland nog steeds onder de Opiumwet valt.
Daar waar de WHO en de Europese Unie CBD allang als voedingssupplement beschouwen loopt Nederland hierbij nog steeds mijlenver achter.
Maar ja, wat wil je ook als onze premier Rutte al tien jaar alles wat met cannabis van doen heeft als TROEP afdoet.

August de Loor
Voorzitter CAN

Campagne IGNORE STREETDEALERS opnieuw gestart via coffeeshops

Waarschuwingscampagne  IGNORE STREETDEALERS

 

                                                                              

Nu na de Lockdown de stad weer langzaam tot leven komt met dagjesmensen, uitgaanders en toeristen steekt helaas ook weer het probleem van straatdealen de kop op. Opdringerig gedrag van straatdealers, fysiek geweld, straatroof, verkoop van versneden dope tot nu zelfs synthetische hasj en wiet zijn praktijken waar niemand op zit te wachten!

Voor de belangenvereniging van coffeeshops (BCD) en het Adviesburo Drugs is dit aanleiding om de waarschuwingscampagne IGNORE STREETDEALERS weer opnieuw bij jullie onder de aandacht te brengen. Met een opvallende poster hopen we dat dit een bijdrage levert in het terugdringen van dit probleem.

Doe daarom mee aan deze campagne en hang de poster op waar die voor de bezoekers het meest opvalt.

Hartelijk dank  voor de medewerking!

Simone van Breda
voorzitter BCD (www.coffeeshopbond.nl)

August de Loor
Stichting Adviesburo Drugs (www.augustdeloor.nl)

Voor meer informatie: www.ignorestreetdealers.com.
Van deze website kunnen de posters gedownload worden.

 

 

EXPERT MEETING OVER HET IN AMSTERDAM INVOEREN VAN HET I-CRITERIUM

 Vanavond 25 mei 2021 is er een bijeenkomst waar deskundigen hun visie geven over het wel of niet invoeren in Amsterdam van het i-criterium. Deze expert meeting is georganiseerd door de Gemeenteraad. Mijn inbreng is van achter de coulissen van het de afgelopen tijd advies geven aan een aantal sprekers tot en met het met onderstaande brief rechtstreeks benaderen van de raadsleden, veel leesplezier!

Geachte raadsleden,

Als niet deelnemer aan de Expert Meeting van vanavond vind ik, als geboren en getogen binnenstadbewoner en met 50 jaar kennis en ervaring met het Amsterdamse drugsbeleid, het niet meer als mijn plicht een bijdrage te leveren in de discussie over het wel of niet invoeren van het I-criterium.

En om maar meteen met de deur in huis te vallen raad ik dit criterium met klem af als instrument in zowel het beteugelen van het toerisme als het verbeteren van het leefklimaat van de Amsterdamse binnenstad. In mijn visie levert het criterium eerder een negatief resultaat op die doelstelling. Daarvoor in de plaats is MAATWERK nodig waar in onderstaande een aantal voorbeelden van gegeven worden.

 

Waar ik in deze mail niet op inga is dat de Driehoek het criterium ook wil inzetten als instrument in het terugdringen van het ondermijnend effect van de coffeeshopbranche op de bovenwereld. Het is met dit wegzetten van de coffeeshopbranche de logica dat met het criterium een drastische vermindering van de inkomsten gerealiseerd wordt met dito een vermindering van de corrumperende werking van de coffeeshopbranche op die bovenwereld! Deze, en ook andere zeer opmerkelijke redeneringen van de Driehoek ( rechtstreeks afkomstig uit 2010 van toen de regering VVD, CDA en de gedoogpartner PVV) verlangen een zeer grondig weerwoord waar in de Expert Meeting geen ruimte voor gereserveerd is. Het is alleen al daarom van dat ik mijn oproep herhaal van dat de raad er voor pleit een Multidisciplinaire werkgroep te formeren die over deze onderwerpen de raad van advies voorziet

 

Met groet!

August de Loor

 

 

Zoals uit eerdere notities over het criterium ( zie website; augustdeloor.nl) wil ik nogmaals benadrukken; Het criterium is gefundeerd op de veronderstelling als zouden de niet-ingezetenen in onze stad louter toeristen zijn. En als die laatste ook nog omschreven worden als massatoeristen en de bezoekers van coffeeshops weggezet als laagwaardig toerisme, als een stelletje drugstoeristen “die het Amsterdamse werelderfgoed naar de klote helpen” dan is het met dergelijke toedichtingen een meer dan valse illusie dat het criterium de problemen in EEN klap oplossen!

De werkelijkheid is veel genuanceerder met dat de niet-ingezetenen uit veel meer categorieën bestaan dan alleen dat zogenaamde massatoerisme. En dat wat betreft coffeeshops die bezoekers afkomstig zijn uit alle lagen van de bevolking in leeftijd, etniciteit en sociale klasse ( ergo; hun kwalificatie van laagwaardig eigenlijk een schande is).

En tenslotte wat betreft de discussie over het criterium is het van belang te benadrukken dat er tussen een deel van de wel en niet ingezetenen aan bezoekers van coffeeshops sprake is van dwarsverbanden van ( tijdelijke of langdurige) contacten.

Dit betekent dat het criterium voor beide categorieën van coffeeshopbezoekers consequenties zal hebben wat de invoering van het criterium de leefbaarheid van onze stad niet bevorderd en tot een verdere verschraling van het Amsterdamse softdrugs- en coffeeshopbeleid zal leiden.

Hierbij een aantal toelichtingen wat daar dieper op in gaat;

  1. Met het criterium zal door de onderlinge relaties tussen ingezetenen en niet-ingezetenen een deel van die relaties de coffeeshops links laten. Het onderling versterken van de relaties plus het blowen zal zich verplaatsen naar hotelkamers, woonkamers, cafés, parken en andere gelegenheden. Dus weg sociale controle door het coffeeshoppersoneel, meer overlast met de “gehaaide “ straatdealer op oogafstand
  2. Uit een klein veldonderzoek van het Adviesburo blijkt dat in veel coffeeshops buiten het stadscentrum ook veel niet- ingezetenen zitten die niet tot de typische toerist behoren, zoals tijdelijke bewoners van de stad binnen de multi/culti familiebanden, expats, seizoenarbeiders, enz. Met het criterium worden zij naar de straat verbannen terwijl juist voor hen een sociaal vangnet zeer belangrijk is, lees hun tijdelijke lokale buurtcoffeeshop!
  3. Er zit vooral veel overlap tussen wel en niet-ingezetenen tijdens met name de vele internationale manifestaties in Amsterdam. Het meest markante voorbeeld is ADE. De hele ADE week zitten de coffeeshops vol met gemixte binnen- en buitenlandse feestganggroepen. Met het criterium valt dat uit elkaar en blijven uit solidariteit ook de ingezetenen weg uit de shops en waar dan het samen ontmoeten/bijpraten/jointje roken zich dan zal afspelen hoeft, zie 1), geen verdere uitleg meer.
  4. Handhaving van het criterium verlangt ook controle op de wel ingezetenen.  Uit onderzoek van het Adviesburo tijdens de Lockdown periode van registratieplicht voor het bezoeken van publieke gelegenheden ( het z.g.n. brononderzoek) bleek  dat bezoekers van coffeeshops daar nauwelijks toe bereid waren. Kortom de prijs voor het weren van niet-ingezetenen uit coffeeshops heeft een drempelverhogend effect op de wel ingezetenen.
  5. Een door een complex aan in elkaar grijpende factoren ( met name als gevolg van allerlei overheidsmaatregelen zoals de anti-tabakswet, landelijk/Amsterdam geleidelijke afname van het aantal coffeeshops, rigide sanctionering bij overtreding op de gedoogcriteria, enz) gaan steeds meer coffeeshops over tot louter verkoop van cannabis. Het vanuit het loket ( en dan vaak nog vanachter glas) handhaven van het criterium zal ertoe leiden dat, om elk risico te vermijden, elke bezoeker gecontroleerd gaat worden, met alle irritatie van dien onder zowel het personeel; “Ongeacht wie, ik speel op safe en eis een legitimatie!” als de klanten “als het zo mot dat bel ik voor mijn portie wiet wel een 06 lijntje, dan heb ik iedere keer dat legitimatie gezeur niet meer an m,n kop!”

 

En die laatste opmerking raakt een van de belangrijkste kernpunten tegen het criterium!

Het criterium leidt niet alleen tot een volledige leegloop uit de coffeeshops van de vele categorieën van niet- ingezetenen maar ook die nog wel formeel binnen mogen komen; de ingezetenen (vooral bij die met dwarsverbanden met de niet-ingezetenen). Het zal voor een verdere verzwakking zorgen van waar het bij het coffeeshopbeleid om te doen is van het scheiden der drugsmarkten!  Een uitleg is nodig;

De invoering van het scheidingsbeleid tussen soft- en harddrugs stamt nog uit de tijd van dat de trends in zowel verkoop als gebruik van harddrugs zich volledig afzonderlijk voltrok met die van softdrugs. De coffeeshop als meest innovatieve model om die afstand in elk opzicht te borgen.

De afgelopen decennia is echter het illegale verkoopcircuit steeds laagdrempeliger geworden met steeds meer service; 06 lijnen, het bestellen via Darkwebsites en met korting aan huis leveren van alle soorten middelen. En dat laatste niet meer alleen de verkoop van de klassieke-ver-weg-van-de-softdrugs middelen (zoals heroïne, cocaïne base) maar een variatie aan allerlei soorten uppers, uitgaansdrugs, designers, Herbals, zelfkweeksetjes, enz. Het is aan de vanaf begin jaren 90 geleidelijke daling van het aantal coffeeshops in Nederland ( en andere “anti coffeeshopmaatregelen “) te danken dat dit illegale verkoopcircuit ook steeds vaker hasj en wiet ging verkopen tot zelfs de klassieke straatdealer aan toe (met als laatste zeer zorgwekkende trend van die van de gezondheidsbedreigende synthetische hasj en wiet).

Kortom, het zijn de bovenstaande ontwikkelingen van het illegale verkoopcircuit wat een robuust, klantvriendelijk, laagdrempelig en voor een ieder welkom coffeeshopcircuit verlangt om haar consumenten van cannabis aan zich te kunnen blijven binden! Het criterium staat daar haaks op van een verdere verschraling van de coffeeshopbranche wat haar concurrentiepositie ten opzichte van het illegale hard- en softdrugsverkoopcircuit alleen maar verder ondermijnd.

 

Hierbij wil ik benadrukken met dat de invoering van het criterium voor een veel zorgwekkender proces zal zorgen dan wat alom beweerd wordt van een toename van het aantal straatdealers.

  1. Niet zozeer een toename van het aantal straatdealers is de verwachting maar eerder een verharding. Niet alleen als gevolg van de toenemende onderlinge concurrentie maar ook onder invloed waar de producten aangeschaft worden/moeten worden, lees de bovenbeschreven gecombineerde softdrugs/harddrugs tussenhandel ( een tussenhandel die als gevolg van de invoering van het criterium een forse inkomstenderving op loopt en dus via de illegale verkoopcircuits van onder andere hun “gestaalde “ kaders aan straatdealers terug slaat!).
  2. De opkomst van een soortement vriendendienst/tussenhandel in meerdere middelen dan alleen cannabis binnen met name de dwarsverbanden van de wel en niet- ingezetenen ex bezoekers van coffeeshops
  3. De opkomst van opportunisten. Van onder andere door de Lockdown fors toegenomen leger van werklozen die overal wel een kleine wietkweker kent/is, de drugsbestel 06 lijn of anderszins de wegen kent om aan de middelen te komen en daar de vriendenkring/toerist/buitenlandse relaties mee wil verblijden.

Het zijn die laatste twee categorieën aan nieuwe dealsystemen wat het “gestaalde” kader van 1) als zeer ongewenst, als concurrerend zal opvatten en daar ongetwijfeld hun maatregelen tegen zullen gaan treffen. En zo zal een proces op gaan komen wat ik in Amsterdam niet voor mogelijk had gehouden met wat zich in menige andere stad in Europa en Amerika, zonder coffeeshops) wel afspeelt van een keiharde strijd om de macht in het illegale verkoopcircuit van soft- en harddrugs.

En dat plus het al eerder genoemde nieuwe ernstige gezondheidsrisico van synthetische hasj en wiet is iets waar Amsterdam gevrijwaard in moet blijven is mijn dringende advies!

 

Met vriendelijke groet!

August de Loor

 

Tenslotte, als ik zie dat twee burgemeesters uit het zuiden van het land in de expert meeting een bijdrage leveren in de discussie over het criterium wil ik benadrukken van dat de bezoekerspatronen van niet-ingezetenen naar de Amsterdamse coffeeshops in zowat elk opzicht afwijken met hun steden, Breda en Vlissingen Dit betekent dat zowel de positieve als negatieve ervaringen met het criterium aldaar nauwelijks van toepassing is op Amsterdam. En als er dan toch iets over het zuiden gemeld kan worden is dat het veronderstelde succes van het criterium in Maastricht het resultaat is dat hemelsbreed vergelijkbare steden wel buitenlanders in hun coffeeshops toelaten. Kortom, het is dus alleen maar een kwestie van effe doorrijden voor de Belgen en de Duitsers naar een buurgemeente zonder criterium waar Maastricht vervolgens het succes van haar criterium mee rond bazuint. Nederland op z’n smalst als vervolgens het Maastrichtse succes kritiekloos kan rondzingen tot in de burelen van de Amsterdamse Driehoek aan toe!

 

Met vriendelijke groet!

August de Loor

Ps) en dan hier nog een aantal citaten uit eerdere notities over het criterium

Laagwaardig toerisme, drugstoerisme in coffeeshops?

Decennialang zitten coffeeshops, net als cafés, vol met binnen- en buitenlandse bezoekers. Tijdens de Gay Pride, de Europacup voetbal, popconcerten, Koningsdag, beurzen in de RAI, ADE muziekfestival met daar bovenop al die tijdelijke buitenlandse werknemers uit de overslagbedrijven, IT en de financiële-sector. Om over al die buitenlandse studenten maar te zwijgen. Het stedentoerisme is daar het afgelopen decennium bijgekomen. Met door de drukte een extra aanslag op het publieke domein van de binnenstad. (waarbij de overlast door coffeeshops niet te vergelijken is met die uit het nachtleven-circuit).
Dit alles overziend is de veronderstelling onterecht dat coffeeshops laagwaardig toerisme aantrekken. Het roept de vraag op of al diegenen die dat beweren ooit wel eens een coffeeshop hebben bezocht?

Ondanks de opkomst van het stedentoerisme is de stroom aan bezoekers van coffeeshops nog steeds op te delen tussen wel, kort tot niet officieel in Nederland geregistreerde bezoekers. Met opgeteld de vele relationele dwarsverbanden tussen de bezoekers staat dit haaks op de veronderstelling onder voorstanders van het I-criterium dat er in coffeeshops sprake zou zijn van een strikte scheiding tussen geregistreerde en niet geregistreerde bezoekers. Het moge duidelijk zijn dat elke maatregel ingevoerd op een verkeerde veronderstelling niet werkt. Bij het I-criterium gaat dit zeker op.

Beginnend aan de voordeur van verhitte discussies wie nou wel en wie nou niet naar binnen mag. De BIZARRE situatie dat toeristen in een gastvrije stad logeren met vele publieke gelegenheden maar waar voor hen ÉÉN publieke ruimte, de coffeeshop, verboden terrein is. Waar zij lijdzaam moeten toezien dat die zelfde coffeeshop gezellig vol is met kennelijk mensen die er wel in mogen! En wat betreft al die coffeeshops die zich nog louter toeleggen op de verkoop, met in praktijk een balie vlak achter de voordeur met “snel-geholpen-willen-worden-in-en-uit-lopende-klanten”!

Hoe kan binnen een dergelijke setting überhaupt controle efficiënt plaatsvinden? Opgemerkt dat het personeel ondertussen lijdzaam moet toezien als de minuut eerder geholpen klant zijn cannabis met 5 euro extra “doorverkoopt” aan de buiten wachtende toerist. Hoe moet de eigenaar van de coffeeshop dit uitleggen naar de buren? En hoe moeten de handhavers hier in Godsnaam op reageren als de buren hierover gaan klagen? En wat zal het criterium allemaal teweeg brengen in coffeeshops in de woonwijken? Verregaande irritaties bij eigenaar en personeel voor het invoeren van allerlei controlemaatregelen terwijl er in hun shop nauwelijks toeristen komen. En wat te doen met al die kort/lang tijdelijke bewoners in Amsterdam zonder geldige papieren die de coffeeshop als stamcafé beschouwen maar dan opeens niet meer binnen mogen? (de internationale stad Amsterdam heeft “vele grijze tinten” tussen geregistreerde en niet geregistreerde bewoners). En tenslotte, hoeveel psychologen zijn er nodig om de motivatie onder al die handhavers hoog te houden die in de praktijk zullen ervaren hoe onzinnig het I-criterium te controleren valt, c.q. averechts uit zal pakken!

Neven verschijnselen

Het criterium zal echter nog veel meer teweegbrengen! De geschiedenis leert dat wanneer maatregelen op verkeerde veronderstellingen worden ingevoerd de creativiteit onder de direct betrokkenen hoogtij viert om die maatregelen te omzeilen. Als uitvloeisel van 50 jaar zwalkend softdrugsbeleid is binnen de wereld van cannabis creativiteit en vindingrijkheid tot kunst verheven hoe met dat zwalkend beleid om te gaan. Ten aanzien van het I-criterium zal een tegenbeweging op gang komen met het aanbieden van valse registratieformulieren, van het voor de buitenlandse vrienden “informeel” leveren van cannabis tot welkompakketjes op de AirBnB kamers aan toe. Of app,s en 06 lijnen hoe je als toerist in Amsterdam aan cannabis kan komen (wat zich uiteraard – en helaas niet zal beperken tot cannabis).

Stijgende overlast

Maar het zal daartoe niet beperkt blijven! Het I-criterium zal leiden tot straatdealers in het gezichtsveld van de voordeur van coffeeshops, tot hondsbrutale dealers die al in de hotellobby’s tot buiten de Ring hun diensten aanbieden. Door het criterium zal het blowen zich verplaatsen naar de hotelkamers, naar cafés, in parken, enz met meer overlast voor de stad en dat het gebruik meer in zicht komt voor jongeren onder de 18 jaar (dus het jeugdcannabispreventiebeleid ondermijnt)

Gotspe

De consequentie van het invoeren van het I-criterium voor het weren van de zogenaamde laagwaardige toeristen in de Amsterdamse binnenstad zal betekenen dat ook alle coffeeshops buiten het centrum er aan moeten geloven met, als angst voor het waterbedeffect onder lokale overheden, ook de rest van Nederland zal volgen. Dit betekent dat waar de nadelen van het I-criterium in menig stad in het zuiden van het land al jaren wordt “verdoezeld” door de buursteden die er vanaf zagen (of er op terug kwamen) dan niet meer opgaat. Het is een Gotspe dat voorstanders van het I-criterium, tot zelfs hoogleraar Tops aan toe, stellen dat invoering van het I-criterium in steden zoals Maastricht succesvol uitgepakt heeft. Maar nog belangrijker is dat de bezoekerspatronen naar de coffeeshops in Maastricht en andere grenssteden op velerlei manieren niet te vergelijken is met die naar de Amsterdamse coffeeshops. Kortom, de grenssteden hebben zo hun eigen argumenten tegen het criterium, Amsterdam de zijne!

Spelen met vuur

Met een 100% landelijke invoering van het I-criterium komen alle nadelen aan de oppervlakte met daar bovenop een circuit dat daar van profiteert; Het illegale verkoopcircuit buiten de coffeeshops. Een circuit wat zich niet beperkt tot cannabis maar allerlei soorten soft- en harddrugs verkoopt (tot steeds vaker de verkoop van anabolen, illegale Viagra tot onduidelijke designerdrugs aan toe) En dat alles zonder enige restrictie in leeftijd, kwaliteitsborging, productinformatie en voorlichting. Kortom, met het I-criterium haalt Amsterdam niet alleen het Paard van Troje in huis maar ook in steden die daar niet om hebben gevraagd!

Amsterdam bezint voor je begint!

Met nu voor de komende jaren door de Corona crisis zeer onzekere toekomst van Amsterdam is het helemaal “spelen met vuur” als het stadhuis allerlei maatregelen neemt die niet meer terug te draaien zijn. En daarmee kom ik op een van mijn meest bezorgde analyse als het I-criterium ingevoerd wordt. Het is door diezelfde Corona crisis dat we aan de vooravond staan van een enorme nieuwe golf aan werkelozen. Met de armoefuik in het verschiet is het voorspelbaar dat een desperaat deel van hen zowel hun privé deal adressen aanboren als hun contacten in het Amsterdamse uitgaanscircuit gebruiken voor het doorverkopen naar al diegenen die niet de coffeeshops in mogen. Dit zal ongetwijfeld tot spanningen leiden met het huidige “gestaalde” kaders aan straatdealers. Spanningen die grotendeels op straat in zowel het centrum als in de periferie van de stad uitgevochten zal worden. Met uiteraard met de meeste kans dat die gestaalde kaders als winnaars uit de strijd komen. Uiteraard zal dat dit uiteindelijk alleen maar verliezers opleveren. Dat is wel het laatste waar Amsterdam op zit te wachten!

In plaats van het I-criterium MAATWERK voor een leefbare Amsterdamse binnenstad

Het criterium is een over de volle breedte van de stad maatregel welke niet van toepassing is voor het overgrote deel van de coffeeshops zonder toeristen (zie notitie; Het I-Criterium, het Paard van Troje en niet alleen voor de Amsterdamse binnenstad). Het I-Criterium is zodoende, plus nog een fors aantal principiële en praktische bezwaren, een veel te grof middel om de drukte op de Wallen en omgeving aan te pakken. Het criterium is zelfs een sta- in-weg in het beteugelen van de drukte op de Wallen ( en andere drukke delen van de binnenstad).. Maatwerk is het alternatief met hieronder een aantal suggesties.

Op basis van Maatwerk kan namelijk nagedacht worden of het beleid van de vorige burgemeester van het spreiden van het overlast gevend avond- en nachtuitgaansleven over de stad toegepast kan worden op dit dossier ( een beleid met behoorlijk wat positieve resultaten). De toepassing van dat beleid op het coffeeshopbeleid is het spreiden van coffeeshops over de stad naar bijvoorbeeld IJburg (met als de meest urgente en meest geschikte gegadigde; coffeeshop de Boerejongens in de Utrechtsestraat, zie hun prachtige filiaal in het Westelijke Havengebied), de randsteden zoals Amstelveen ( met de ROA als overleginstrument) met daarnaast een beperking van de openingsuren van de coffeeshops in de drukke toeristen binnenstad hot spots wat een “natuurlijke” trek van de coffeeshopbezoekers naar de meer rustige randgebieden rond het centrum van de stad op gang kan brengen (voor zowel de toeristen als al die dagjesmensen/werknemers in de binnenstad, wonend buiten de ring/regio die nu, na het winkelen/werken, bij gebrek aan een buurtshop, in de binnenstadcoffeeshops zitten, lees mijn onderzoek naar de bezoekerspatronen in 11 Amsterdamse binnenstadcoffeeshops, najaar 2019).

In het beteugelen van de wildgroei aan toeristenshops; sluit een convenant tussen het stadhuis en de smartshopbranche voor een duurzaam vergunningenstelsel van een evenwichtige spreiding aan smartshop over de stad. Stop dus met het recente handhavingsbeleid op basis van de Wet op de voorbereidende handelingen en ga met de VLOS rond de tafel zitten. Binnen die branche zijn al “herenakkoorden” gesloten over het leveren van smartproducten aan alleen die shops die onder het vergunningenstelsel zullen vallen (het succes van deze van-binnenuit-aanpak is echter deels afhankelijk van hoe het nationale beleid aangaande smartproducten omgebogen moet worden, zoals die van de op handen zijnde Stofgroepenwet van het ministerie van VWS en Justitie!).

Integreer de IGNORE STREETDEALER Campagne van de BCD, VLOS en het Adviesburo Drugs in het beleidsplan van de WEERBARE MENSEN, WEERBARE WIJKEN. Als uitvloeisel van deze campagne heeft het Adviesburo een plan uitgewerkt hoe jongeren te overtuigen om weg te blijven van de aanlokkelijkheden van het instappen in het straatdealgilde ( analoog aan projecten die ik in mijn werkbezoeken in de USA heb bezocht)

Wat ook nagegaan kan worden hoe het komt dat het Singel/kop Spuistraat kwartier met relatief veel prostitutieramen en coffeeshops veel minder drukte en reuring oplevert dan op de Wallen. Onderzoek in dat gebied levert suggesties op die toegepast kunnen worden voor de Wallen (in dit kader beveel ik van harte het rapport van het Adviesburo Drugs uit 1986 aan; OVER LAST IN DE BINNENSTAD VAN AMSTERDAM. In dat rapport wordt uitgebreid ingegaan welke omgevingsfactoren en eerder genomen beleidsmaatregelen invloed hebben in het ontstaan van overlast. Met als trieste constatering; hoe hoger het morele gehalte van het overlastdossier ( dus toentertijd junkies, Zeedijk, Pillenbrug, straat heroïneprostituees en de Wallenramen in het algemeen) hoe lager de interesse in het zoeken naar de omgevingsfactoren en het onderzoeken van wat de eerder genomen beleidsmaatregelen aan resultaten hebben opgeleverd in de aanpak van de overlast ( tot misschien meer versterkt heeft). Ik beveel dit rapport van harte aan, aangezien in velerlei opzichten de geschiedenis zich herhaald met bijvoorbeeld nu de voorstellen in het beheersplan en de invoering van het I-Criterium).

Op basis van de recente meerderheid in de Gemeenteraad (28 januari) voor een drastische afname van het aantal ramen op de Wallen gebied de logica van dat het Criterium dan een achterhaalde, overbodige maatregel is in het beteugelen van de drukte. Het is meer dan aanneembaar dat bij een forse afname van het aantal ramen ( en de exposure die dit teweegbrengt in de nauwe straatjes) tot een forse afname van het hoerenkijken toeristen/dagjesmensen publiek zal leiden. Met het verlagen van dit Eftelingsgehalte zullen de Wallen en omgeving een stuk rustiger worden. In het kielzog zal dit ook ongetwijfeld zijn weerslag hebben in het verdwijnen van allerlei op dit soort toeristen en bezoekers afgestemde voorzieningen van “platte” eetgelegenheden, “toeristen” cafés, toeristenwinkels, enz. En dan wordt meer dan nu zichtbaar van dat er op de Wallen en haar omgeving in feite helemaal niet zoveel coffeeshops staan. Kortom, in plaats van het inzetten van het grove middel van het Criterium is er voldoende aanleiding om met maatwerk een evenwicht te realiseren in het woon-, leef- en werkklimaat op de Wallen en haar omgeving. Zorgvuldige bestudering van het publieke domein van de binnenstad leert dat de Wallen en haar omgeving dit evenwicht kan realiseren. Daar waar aan de andere kant van het Damrak een zeer groot gedeelte van de binnenstad tot aan de Munt opgeofferd is aan het winkelend publiek met winkels waar de puien volledig aan opgeofferd zijn ( en in de avond een triest en leeg straatbeeld oplevert) is de kwaliteit van de compacte binnenstad van wonen, werken en leven aan de kant van de Wallen vele malen beter! Kortom, met het overhevelen van de potentiële kwaliteit van het publieke domein van de Wallen naar de andere kant van het Damrak/Rokin deel van de stad levert alleen maar een WIN/WIN resultaat op voor het verbeteren van de kwaliteit van de gehele binnenstad.( ‘van het na zessen lekker druk blijven aan de linkerkant van het Damrak met dus minder drukte aan de rechterkant van die van de Warmoestraat en de Wallen”; zei mijn overleden ome Jan, filiaalhouder van V&D in de Kalverstraat toen ik in 1986 met mijn overlast in de Amsterdamse binnenstad onderzoek bezig was.)

Wordt vervolgd!