Maandelijks archief: september 2020

Nieuwe impuls waarschuwingscampagne IGNORE STREETDEALERS

Na de Lockdown is er weer meer drukte in het publieke domein aan uitgaanders, toeristen, dagjesmensen met in de schaduw van dat ook het gilde van straatdealers weer wakker is geworden met alle ellende van dien.

Samenwerking tussen de VLOS ( belangenvereniging van Smartshopeigenaren) en het Adviesburo Drugs heeft  onderstaande postercampagne opgeleverd om te waarschuwen voor de praktijken van straatdealers. De campagne wordt via de smartshops landelijk uitgerold aangezien dit staatdealprobleem, ondanks de verschillen in aard en omvang, zich in alle steden van Nederland voordoet ( en dan vooral in steden zonder coffeeshops).

En als we het dan toch over coffeeshops hebben spreken wij onze grote bezorgdheid uit in het voornemen van steeds meer steden in het land om het I-criterium voor coffeeshops in te voeren. Waar de afgelopen jaren steeds meer steden in het land met dit criterium gestopt zijn wil bijvoorbeeld Amsterdam dit toch weer invoeren zonder te beseffen van wat zij daarmee over zichzelf afroept ( zie meerdere artikelen op deze website met inhoudelijke bezwaren tegen dit criterium).

De jongste info uit het veld die het Adviesburo binnen heeft gekregen is dat het Amsterdamse straatdealcircuit al inspeelt op een eventuele invoering van het criterium zoals het aanleggen van voorraden van hasj en Wiet, van “foute “XTC tabletten, versneden coke en speed tot inferieure soorten van designerdrugs aan toe! De ervaring leert nou eenmaal dat dealsystemen die vluchtig van aard zijn (zoals het straatdealcircuit waar de klant geen enkele mogelijkheid heeft om de koopwaar te controleren) verantwoordelijk is voor het aanbod van de meest vervuilde middelen. De IGNORE STREETDEALERCAMPAGNE (2014/2015) voor het waarschuwen van een straatdealer die onder de roepnaam van cocaïne witte heroïne verkocht met drie doden en 14 bijna doden als gevolg is daar een meest extreem voorbeeld van.

Kortom, er is alle aanleiding van dat welke gemeente dan ook afziet van het invoeren van het I-criterium.

Namens de VLOS en het Adviesburo Drugs

August de Loor   0622250820

Europese hennepsector vreest classificatie cannabidiol als verdovend middel

Hennep kan een brede waaier economische activiteiten ondersteunen. – Matthias Bein/Picture Alliance

De Europese Commissie mag niet de fout begaan om cannabidiol (CBD) uit een natuurlijke productie als een verdovend middel te classificeren. Die beslissing zou immers dramatische gevolgen hebben voor de hennepsector. Dat staat in een oproep die het Syndicat Professionnel du Chanvre (SPC), de vertegenwoordiger van de Franse hennepindustrie, samen met de Franse instellingen Synadiet, Phytolia en Iteipmai heeft gelanceerd.

De organisaties waarschuwen de Europese Commissie dat de classificatie de consumptie van synthetische cannabidiol zou bevorderen, de productie van de natuurlijke versie van het product zou beperken en de mogelijke tewerkstelling in de hennepsector teniet zou doen.

Veelbelovende sector

‘Het moet duidelijk worden gesteld dat cannabidiol-extracten van hennep, die momenteel in de Europese Unie als voedingssupplementen worden verkocht, geen psychotrope effecten hebben en door de mens goed worden verdragen,’ aldus de oproep.

De organisaties dringen er bij de Franse regering op aan de industrie en de consument te verdedigen. Indien cannabidiol tot de narcotica wordt gerekend, zal volgens hen een veelbelovend sector ten gronde worden gericht. Er wordt op gewezen dat hennep de basis voor een brede reeks economische activiteiten vormt.

Gewag wordt gemaakt van de recuperatie van hennepvezels voor gebruik in bouwmaterialen, textiel, papier, kunststoffen en biologische composietmaterialen. ‘Bovendien zou die beslissing de consumptie van synthetische cannabidiol – die niet door het besluit van de Europese Commissie wordt geraakt – bevorderen.’

De oproep is een reactie op het besluit van de Europese Commissie vorige maand om cannabidiol uit hennep voorlopig als een verdovend middel te classificeren. Een definitieve beslissing is echter uitgesteld.

Landbouw

Ook de European Industrial Hemp Association (Eiha) had in juli al gewaarschuwd dat een classificatie van cannabidiol als een narcoticum de hennepsector zou vernietigen.

‘Een dergelijke beslissing zou de landbouwers beroven van een onderhoudsvriendelijk en winstgevend gewas dat bovendien belangrijke ecologische voordelen zou kunnen bieden,’ betoogde Lorenza Romanese, directeur van de Europese hennepfederatie, daarbij.

‘Cannabidiol zou op de markt blijven, maar uitsluitend in synthetische vorm, waarvoor een vervuilende chemische productie noodzakelijk is,’ stelde Romanese nog. ‘Een dergelijk standpunt zou onrechtvaardig zijn en indruisen tegen elke logica.’

‘De Europese Commissie toont geen neiging om constructief samen te werken. Daarentegen wordt ervoor gekozen straffen op te leggen aan een sector die een bijdrage zou kunnen leveren tot de creatie van een emissievrije, biologische en duurzame economie.’

‘De sector zou een extra inkomen kunnen creëren voor de landbouwers, die de ruggengraat van de voedselmarkt van de Europese Unie vormen.’

bron: BusinessAM

EXCLUSIVE: Europe Still Processing Over Two Dozen CBD Novel Food Applications

EUROPEAN regulators are still processing over two dozen CBD Novel Food applications, BusinessCann can reveal.

In July, it emerged the European Commission (EC) had halted Novel Food applications after choosing to view CBD as a narcotic and not a food.

At the time it felt like a hammer blow to the continent’s CBD industry, but the EC has confirmed to BusinessCann that it is still considering around half of the 50 applications it has received.

Canna Consultants Director and co-founder Matt Lawson.

And, there may yet prove to be a lifeline for a compliant European CBD sector.

No CBD From ‘Flowering And Fruiting Tops’

The applications still in the system are being allowed to proceed as they consist of CBD extracted from hemp – Cannabis Sativa – fibres and seeds.

Whilst those for CBD derived from the flowering and fruiting tops of the hemp plant, have been halted.

In January 2019, the EC decided to classify CBD as a Novel Food whilst failing to make a distinction between which parts of the plant it was derived.

In July this year, it emerged that the EC now considers CBD extracted from the flowering and fruiting tops of the hemp plant a narcotic, as defined under the 1961 United Nations Single Convention on Narcotic Drugs (SCND).

Those submitted Novel Food applications for CBD, it now views as a narcotic, have been halted for two months to allow applicants to make further submissions on their validity.

Applications for the remaining, non-narcotic, CBD batch are still being considered by the EC.

‘Narcotic’ CBD Cannot Be A Food

The UK-based Canna Consultants were the first to report on this changing approach of the EC to CBD as is defined under the 1961 SCND.

The Canna Consultants Director and co-founder Matt Lawson told BusinessCann: “Governments and the EC who wanted to make the point about CBD as a narcotic, should have been speaking up in January 2019 and saying, ‘CBD is not a novel food, because it cannot be a food’.

Deepak Anand, Chief Executive Officer at Materia.

“They didn’t and, in consequence, led market participants to believe that they could invest on the principle that they could secure a positive outcome for their products.”

Deepak Anand, Chief Executive Officer at Materia, a medical cannabis and CBD wellness company, focused on the European market, said: “The European Commission should not have classified CBD as a novel food in January 2019. Based on this, it was incumbent upon them to have clarified the fruiting versus non-fruiting part.”

A European CBD Avenue Emerging

“CBD derived through the non-fruiting part of the plant isn’t as high – potency-wise – as the fruiting part of the plant but if that the only option the EC decides to permit and doesn’t consider it a Narcotic, I do see it being interesting and really the only avenue for CBD brands looking at the European market. As a result, we might expect increased applications for products derived therein.

“The regulatory situation with respect to CBD and Novel Foods in Europe is extremely volatile for any mainstream CBD brand to consider. Particularly those that want to comply with the regulations entirely or companies that might be publicly listed.”

The EC told BusinessCann that as far as it is concerned it has not changed its position on CBD and has always viewed it through the prism of the 1961 SCND.

EC Blowback On KanaVape Case

However, Mr Lawson believes the potential ramifications of the high-profile KanaVape case have shifted its stance.

To briefly summarise; earlier this year, following a six-year court battle an advisor to the European Court of Justice (ECJ) ruled cannabidiol, or CBD, shouldn’t considered a ‘narcotic’ drug.

This has yet to be ratified by the ECJ, with a decision expected next month.

Mr Lawson added: “Surely the time for the EC to have had a ‘preliminary view’ – and announced it – was in January 2019 when it declared CBD as a novel food.

“Given that it must have been aware that the CBD upon which it was adjudicating emanated from the fruiting and flowering tops – as opposed to the fibre and seed – the announcement should have come in two parts – novel food, if from fibre and seed, and narcotic, if from flowering and fruiting tops.

“Is it that they only decided to deploy this tactic when it became clear to France that it was going to lose the KanaVape issue?”

CBD levels in stalks, seeds and stems of the hemp plant are much less than those founds in the leaves and the flowers.

Moves to amend the status of CBD under the SCND are likely to be made at a United Nations Commission on Narcotic Drugs (CND) meeting scheduled for December this year.

Some WHO cannabis recommendations draw strong opposition at recent UN meeting

Two of the World Health Organization’s (WHO) cannabis scheduling recommendations might face an uphill battle getting adopted later this year by the United Nations’ Commission on Narcotic Drugs (CND).

That revelation stems from an analysis of statements made by U.N.-member states at a recent two-day CND meeting.

Still, many in the cannabis industry are hoping for a positive outcome at the end of the year, when a vote is planned.

The reason: If the two recommendations discussed at the CND meeting in June are approved, international trade in certain CBD preparations is expected to become more free.

That’s because such products would be subject to fewer international controls. And that, in turn, could boost sales.

During the recent closed-door CND meeting, participants discussed two of the WHO’s six cannabis-related recommendations:

  1. Recommendation 5.4 to delete cannabis “extracts and tinctures” from Schedule 1 of the 1961 Single Convention on Narcotics Drugs.
  2. Recommendation 5.5 to add a footnote to the cannabis entry in Schedule 1 of the 1961 Single Convention to clarify that preparations containing predominantly CBD and up to 0.2% THC are not under international control.

The CND’s virtual meeting at the end of June included only U.N. member states and intergovernmental organizations.

But Marijuana Business Daily was able to watch most of the content and concluded that member states which actively engaged in the conversation were largely reluctant to change the status quo.

The debate around Recommendation 5.4 was relatively uneventful because many consider the proposal to be mostly of an administrative nature – intended to avoid repetition of the word “preparations” – rather than a move to reduce any controls.

By contrast, the CBD recommendation had almost no vocal supporters during the meeting.

If adopted, Recommendation 5.5 could have more direct implications for the cannabis industry and result in greater trade in CBD products.

Among those countries voicing reservations were the United States, Canada and Brazil as well as nations such as Kyrgyzstan.

The apparent lack of verbal support is a worrying sign for cannabis companies hoping to capitalize on this possible international change that would clarify that certain CBD products are not subject to the controls of the 1961 Single Convention.

However, it is worth noting that a large number of countries remained silent throughout the meeting. These included European countries that were present at the meeting but only rarely engaged in the conversation.

If those countries support the recommendations in December, the chances of approval would look better than what the June meeting suggested.

In addition, many of the U.N.-member states that expressed disagreement with the two WHO recommendations aren’t current members of the CND, which means their position wouldn’t count in the December vote. These include nations such as Ghana and Singapore.

United States voices opposition

Recommendation 5.5 saw resistance from the United States – which until now had not voiced a firm opinion on this proposal.

But in statements at the meeting, the U.S. was clear it does not intend to support the WHO proposal.

Instead, it would prefer that member states “decide for themselves what an appropriate threshold (of THC) should be.”

The June meeting – as preparation for an expected December vote – was the “first topical meeting” in a series of three during which countries will discuss economic, legal, administrative and other implications of adopting the six WHO cannabis proposals.

The second “topical meeting” is scheduled to be held virtually Aug. 24-25.

In principle, the meeting will also be exclusively for member states and intergovernmental organizations. However, during the first meeting, Canada and Mexico asked the commission to reconsider the exclusion of civil society, such as nongovernmental organizations and reporters.

The ‘experts’

More than 600 participants from more than 100 U.N.-member states registered for the first topical meeting.

Countries also had the opportunity to preregister experts to deliver introductory presentations throughout the meetings, but only the following did so:

  • Algeria.
  • Argentina.
  • Australia.
  • Brazil.
  • China.
  • Colombia.
  • Japan.
  • Nigeria.
  • Russia.
  • Singapore.
  • Turkey.
  • United States.

Most of the experts were government officials either from health or drug enforcement agencies.

European countries not only were largely silent during the open debate, they also did not make use of the opportunity to bring in experts.

Recommendation 5.4

The first day’s discussion was about the proposal to remove cannabis “extracts and tinctures” from Schedule 1 of the 1961 treaty.

Although many consider this proposal to be simply administrative in nature, countries such as Japan expressed concern about the intention behind the recommendation and noted that its adoption might lead to misunderstandings.

Singapore warned during its presentation that this proposal would “result in loss of control.”

Thailand was worried that the proposal could “mislead the general public that they (tinctures and extracts) are not harmful and could be used without any restrictions.”

Recommendation 5.5

If the CBD recommendation is adopted, qualifying products would be exempt from international control.

However, many member countries and the European Commission are still unsure about the possible ramifications of the proposal’s approval.

This was one of the reasons why voting was previously postponed to December.

More recently, the International Narcotics Control Board (INCB) raised questions about the applicability of this recommendation and warned that cannabis cultivation for the purpose of extracting CBD would remain under control even if the proposal is adopted.

Although the 1961 convention exempts from its scope cannabis cultivation for “industrial purposes” – mentioning fiber and seeds as examples – the INCB interprets the examples as exhaustive.

Not everyone agrees with this way of reading the treaty. For instance, the U.S. said in the June meeting that fiber and seed are “suggestions” and “not a hard limitation.”

But when it comes to Recommendation 5.5, the U.S. said that several issues prevent the country from supporting the proposal.

One of several U.S. arguments was that member states should determine for “themselves what a pure preparation of CBD might contain, based on analytical capacity, abuse liability and prioritization of prosecutorial resources.”

In April, the U.S. removed CBD drug Epidiolex from its controlled substances list.

Canada also seemed unsupportive of Recommendation 5.5 as it is written, calling on the WHO to:

  • “Reformulate” the proposal because it is “inconsistent” with the 1961 treaty to specify “what is not subject to control rather than indicating what is subject to control.”
  • “Reexamine the THC threshold” – a position shared by the U.S.

Most of the countries that made statements about Recommendation 5.5 also had opposing positions, but for other reasons:

  • Brazil was worried about several issues, including the possibility of THC products bearing fake CBD labels to disguise international control.
  • Japan showed concern about the potential application of this recommendation to nonmedical products, something “not in line with the (1961) Convention.”
  • Singapore emphasized “preparations containing THC should not be excluded from international control, regardless of the amount.”
  • Indonesia lamented the WHO made a “hasty” decision to say that CBD preparations with minimum THC aren’t liable to abuse and called for more research. The spokesperson of the country said it’s “unnecessary” to use CBD medicines to treat children with epilepsy, as other more efficacious medicines are already available.
  • Turkey criticized the “predominantly CBD preparations” definition as ambiguous. The speaker also questioned the current ambiguity surrounding “cannabis cultivation for nonmedical CBD.”

Alfredo Pascual can be reached at alfredop@mjbizdaily.com

Amsterdam wil meer doen om toeristen te weren

In de strijd tegen verdere verspreiding van het coronavirus zet Amsterdam, de stad met veruit de meeste nieuwe besmettingen, volop in op het weren van dagjesmensen en toeristen. Het regionale beleidsteam van de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland bespreekt dinsdag maatregelen om bezoekers te ontmoedigen naar de hoofdstad te komen maar neemt geen besluiten.

Drukte op De WallenBeeld ANP

Na overleg met burgemeester Femke Halsema riep het kabinet begin deze maand dagjesmensen en toeristen al op de hoofdstad niet in het weekeinde te bezoeken en drukke plekken te mijden. Het regionale beleidsteam, de bestuurlijke top van de veiligheidsregio, wil ‘uitbreiding en intensivering’ van die boodschap. De cijfers in Amsterdam baren nog steeds zorgen. Maandag meldde het RIVM 574 nieuwe besmettingen, waarvan 124 in Amsterdam: zoveel waren het er sinds 15 augustus niet meer geweest in de hoofdstad.

Over een mogelijk verbod op bezoek van dagjesmensen en toeristen aan Amsterdam ontstond vorige week verwarring, maar zo’n drastische maatregel hangt nog wel degelijk boven de markt. Tijdens een technische briefing, vorige week donderdag, zijn gemeenteraadsleden daarover geïnformeerd door een hoge functionaris van de veiligheidsregio. ‘Ik ben me rot geschrokken’, zegt een raadslid.

Het ‘afsluiten van de stad en/of regio’ voor toeristen ziet burgemeester Femke Halsema als een uiterste maatregel die alleen bij een oplopend aantal besmettingen en met instemming van het Rijk genomen kan worden. Halsema vindt nu al dat het virus een economische ravage heeft aangericht en vreest nog meer schade en uitvoeringsproblemen als toeristen moeten worden geweerd.

Duivelse dilemma

Zie hier het duivelse dilemma waarvoor Halsema geplaatst kan worden, zegt D66-fractievoorzitter Reiner van Dantzig. Over het aandeel van toeristen in het oplopende aantal besmettingen in Amsterdam bestaat onduidelijkheid. Van Dantzig: ‘Toeristen test je hier niet. Die zijn op enig moment weer weg. Maar gezond verstand zegt je dat ze zo het virus kunnen meenemen en elders weer verspreiden.’

Van belang hierbij is te wijzen op de ‘soort’ toeristen die sinds 1 juli weer naar Amsterdam zijn gekomen. Jongeren die met goedkope pretvluchten naar de hoofdstad vliegen, veel (vooral Duitse) drugstoeristen, veel toeristen die de overvolle Wallen als reisdoel hebben. Afstands- en andere coronaregels worden massaal genegeerd.

Vorige week dinsdag, na de laatste persconferentie van het kabinet, werd het verbod als ultieme maatregel geopperd in een brief van de Veiligheidsraad, ondertekend door voorzitter Halsema. Dat bleek een foutje, zo lichtte zij nog dezelfde avond toe.

Inmiddels is duidelijk geworden dat het (beoogde) toerismebeleid in Amsterdam politiek gevoelig ligt. De huidige coalitie van GroenLinks, D66, SP en PvdA wil – net als veel binnenstadsbewoners – het almaar uitdijende toerisme een halt toeroepen. Dat is al voor het uitbreken van de coronacrisis uitgesproken. Burgemeester Halsema, die dit eerder ook al deed, laat nog onderzoeken uitvoeren over meer spreiding van toeristen over de stad.

Grote economische schade

De gevoeligheid schuilt er vooral in dat het terugdringen van toerisme grote economische schade berokkent. Amsterdam werd vorig jaar door 20 miljoen toeristen aangedaan die samen 178 miljoen euro aan toeristenbelasting betaalden. Dat is bijna net zo veel als de gemeente aan ozb ontvangt.

Toerisme is goed voor 70 duizend banen (bijna 10 procent van de hoofdstedelijke werkgelegenheid), schreef wethouder Victor Everhardt (Financiën, Economische Zaken) in mei aan de gemeenteraad. Hij vreest dat de hoofdstad dit jaar 116 miljoen euro aan toeristenbelasting misloopt.

Volgens oppositieleidster Marianne Poot (VVD) ‘misbruikt’ de coalitie de coronacrisis om het toerisme aan te pakken. Bronnen in de coalitie en het college van B en W spreken dat tegen. Een wethouder: ‘Dat het weren van toeristen geld kost, weten we ook wel. Het gaat nu om de aanpak van de verspreiding van corona. Iedereen kan zien dat het in de toeristische gebieden uit de hand loopt. Het weren van toeristen reikt minder ver dan een tweede lockdown, want dan zijn de gevolgen helemaal niet meer te overzien.’

Amsterdam maakt al sinds 2014 geen reclame meer voor zichzelf in het buitenland, zegt promotieorganisatie Amsterdam&Partners. Niettemin komen er steeds meer toeristen, vooral voor de coffeeshops en de Wallen. Tijdens een commissievergadering Algemene Zaken liet Halsema doorschemeren te gaan onderzoeken of tijdens deze coronacrisis een verbod op bezoek door toeristen aan coffeeshops mogelijk is.

bron: Parool

Zorgen over illegale verkoop van softdrugs

De situatie rondom coffeeshops blijft goed beheersbaar. Overlast van coffeeshops is meestal niet ernstig. Zorgelijk is wel het groeiende gebruik van internet en sociale media bij de illegale verkoop van softdrugs en de vermenging met de handel in harddrugs.

Met de jaarlijkse Monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid wil het ministerie van Justitie en Veiligheid ontwikkelingen in 4 aan het coffeeshopbeleid gerelateerde fenomenen in kaart brengen, volgen en duiden: 1) coffeeshoptoerisme; 2) softdrugstoerisme; 3) de situatie rondom coffeeshops; en 4) de illegale verkoop van softdrugs. Voor de vijfde meting (over 2018) zijn door Breuer & Intraval landelijke en regionale cijfers van politie en Openbaar Ministerie opgevraagd en geanalyseerd. Daarnaast hebben wij in een steekproef van 31 gemeenten uit 11 onderzoeksregio’s verspreid over heel Nederland gemeenteambtenaren, politiefunctionarissen en coffeeshopeigenaren ondervraagd. In dit artikel bespreken we de belangrijkste resultaten uit de vijfde meting.

Coffeeshoptoerisme en softdrugstoerisme
Onder coffeeshoptoerisme wordt verstaan het kopen van hasj/wiet door niet-ingezetenen in de coffeeshop. Softdrugstoerisme is het kopen van softdrugs – en dus niet harddrugs – door niet-ingezetenen buiten de coffeeshop.

ALGEMEEN BEELD

De situatie rondom coffeeshops is in 2018 en de jaren daarvoor beheersbaar te noemen. Bij eventuele problemen in de directe omgeving van coffeeshops gaat het vooral om verkeers- en parkeerproblemen. Steeds vaker werken gemeenten en coffeeshops samen om de hierdoor ontstane overlast te voorkomen en te beperken.

De meeste gemeenten kennen naar eigen zeggen geen softdrugstoerisme

We zien dat coffeeshoptoerisme een lokaal fenomeen is, waar enkele gemeenten in hoge mate mee te maken hebben. Andere gemeenten (zonder grensligging of aantrekkingskracht op buitenlandse toeristen) hebben er nauwelijks mee te maken.

Verder blijkt dat de meeste gemeenten naar eigen zeggen geen softdrugstoerisme kennen. In gemeenten waar hiervan wel sprake is, zien we een dalende trend.

Het toenemend gebruik van nieuwe technologieën bij de illegale verkoop van softdrugs ten slotte is zorgwekkend te noemen. Illegale verkopers lijken steeds vaker op bestelling en via internet te werken en opereren hierdoor minder zichtbaar. Mogelijk wordt hierdoor een belangrijke doelstelling van het Nederlandse drugsbeleid ondermijnd: de scheiding van de markt van softdrugs (hasj en wiet) van die van harddrugs (heroïne, cocaïne etc.).

Scheiding der markten
In 1976 wordt de Opiumwet gewijzigd. Vanaf dat moment wordt onderscheid gemaakt tussen hard- en softdrugs. Met deze wetswijziging tracht men de aanpak en zo ook de markt van harddrugs en cannabis van elkaar te scheiden. Deze scheiding moet voorkomen dat gebruikers van softdrugs in aanraking komen met harddrugs en het bijbehorende criminele circuit en/of deze drugs gaan gebruiken met alle mogelijke gezondheidsproblemen van dien.

BEHEERSBARE SITUATIE RONDOM COFFEESHOPS

De situatie rondom coffeeshops in de 31 gemeenten lijkt (nog steeds) beheersbaar te zijn. Het aantal gemeenten waar overlast voorkomt in de directe omgeving van coffeeshops is beperkt en de aard van voorvallen die er voorkomen (verkeersproblematiek, vervuiling en rondhangen) kunnen door omwonenden als hinderlijk worden ervaren, maar zijn in de meeste gevallen niet ernstig.

VERKEERSPROBLEMATIEK

Een stabiele situatie wil niet zeggen dat er zich geen problematische situaties in de buurt van coffeeshops voordoen. Als die er zijn, dan gaat het (al jaren) vooral om overlast door druk verkeer en gebrek aan parkeerruimte. Een groot aantal coffeeshopbezoekers komt met de auto naar de shop. Hoe meer personen met voertuigen gebruikmaken van de openbare ruimte, des te groter is de kans op het ontstaan van verkeersproblematiek.

Er zijn coffeeshops die aan foutparkeerders geen toegang verlenen

De kans hierop wordt verder vergroot wanneer in de buurt van de coffeeshops ook andere voorzieningen, zoals horeca en uitgaansgelegenheden, zijn gevestigd waar (grote aantallen) bezoekers op af (kunnen) komen. Gemeenten doen er verstandig aan om bij (een verzoek tot) vestiging van coffeeshops vooraf na te gaan of de infrastructuur de bezoekersstromen die op de coffeeshop én de andere aanwezige voorzieningen afkomen, goed kan verwerken.

SAMENWERKINGSBEREIDHEID VAN COFFEESHOPS

Bij het ontstaan van verkeersproblemen gaat het vrijwel altijd om een combinatie van factoren. De meest voor de hand liggende oplossing – het opnieuw inrichten van de fysieke openbare ruimte – kunnen coffeeshops zelf maar in zeer beperkte mate realiseren. Zij nemen daarom steeds meer andere maatregelen waarmee ze potentieel overlastgevende voorvallen – die aan hun zaak kunnen worden gerelateerd – kunnen beheersen of verminderen. Een voorbeeld daarvan is dat zij het takenpakket van portiers uitbreiden. Naast het deurbeleid houden deze ook steeds meer toezicht op het (verkeers)gedrag van de klanten in de directe omgeving van de shop. Ook zijn er coffeeshops die aan foutparkeerders geen toegang verlenen en aan hen geen softdrugs verkopen. Daarnaast is er sprake van het verbeteren van de communicatie met omwonenden en handhavingsinstanties (politie en stadstoezicht), met als gezamenlijke doel het voorkomen van overlast.

COFFEESHOPTOERISME IS EEN LOKAAL FENOMEEN

Het coffeeshoptoerisme (het kopen van softdrugs door niet-ingezetenen in Nederlandse coffeeshops) blijft constant. Coffeeshoptoerisme is niet een algemeen, maar vooral een lokaal fenomeen. Om en nabij een derde van de coffeeshopgemeenten kent (zeer) veel coffeeshoptoerisme. De omvang van gemeenten, de geografische ligging en de algehele aantrekkingskracht op toeristen uit het buitenland zijn de belangrijkste voorspellers van coffeeshoptoerisme.

Enerzijds zien we dat dit fenomeen zich voordoet in enkele grensgemeenten waar het Ingezetenen-criterium (alleen ingezetenen van Nederland hebben toegang tot coffeeshops en uitsluitend aan hen mogen softdrugs worden verkocht) niet actief wordt gehandhaafd. Daar is de coffeeshop voor veel toeristen vaak de hoofdreden voor hun bezoek aan de gemeente. De geografische grensligging maakt het bezoeken van de coffeeshops in deze gemeenten interessant voor buitenlandse softdrugsgebruikers. Anderzijds zien we coffeeshoptoerisme in gemeenten die over het algemeen veel buitenlandse toeristen trekken. Zij komen vooral voor bezienswaardigheden naar die gemeenten en maken daarbij in meer of mindere mate ook gebruik van de coffeeshops.

Er zijn signalen dat steeds meer via het internet op bestelling wordt gewerkt

Slechts in enkele gemeenten heeft het coffeeshoptoerisme een merkbare invloed op de beleving van de openbare ruimte. Daar is vaak sprake van grote(re) bezoekersstromen naar coffeeshops, hetgeen kan resulteren in verkeersproblematiek. In de andere gemeenten met geen of weinig coffeeshoptoeristen signaleren lokale experts al jaren vrijwel geen problemen en het is sterk de vraag of dit in de toekomst zal veranderen.

DALENDE TREND SOFTDRUGSTOERISME

Softdrugstoerisme (het bezoek van niet-ingezetenen aan Nederland om buiten de coffeeshop softdrugs te kopen), komt volgens de lokale experts in een klein aantal onderzoeksregio’s voor. In deze regio’s lijkt er in de periode 2014-2018 sprake te zijn van een dalende trend in het aantal softdrugstoeristen dat naar deze regio’s komt. Deze mogelijke afname zou verband kunnen houden met de ontwikkelingen in de (actieve) handhaving van het I-criterium in deze regio’s. De handhaving van het Ingezetenen-criterium wordt hier veelal gecombineerd met steeds striktere handhaving van het illegaal verkopen van drugs. Mede doordat de gemeenten dit in deze regio’s via openbare kanalen communiceren, lijken er minder buitenlandse softdrugstoeristen te komen.

ONTWIKKELINGEN BINNEN ILLEGALE VERKOOP

Het blijkt dat het lastig is voor lokale experts en coffeeshopeigenaren om zicht te krijgen op de aard en omvang van de illegale verkoop van softdrugs, de verkopers en hun Nederlandse en buitenlandse klanten. Er zijn geen signalen dat er sprake is van een toename in de omvang, maar wel bestaat het idee dat er in de aard van de illegale verkoop veranderingen optreden. Vooral politiefunctionarissen, die zich intensief met het onderwerp bezig houden, signaleren dat illegale verkopers inventiever lijken te worden en dat er sprake lijkt te zijn van substitutie (van illegale verkoop in de openbare ruimte naar de illegale verkoop door middel van nieuwe technologie).

Er lijkt sprake van een overgang naar minder zichtbare vormen van drugshandel

Zo zijn er signalen dat steeds meer via het internet op bestelling wordt gewerkt, waarbij drugs per post worden verzonden. Daarnaast zou steeds vaker op bestelling worden gewerkt vanuit woningen en/of (horeca)gelegenheden en zijn er sterke signalen dat via sociale media als WhatsApp, Instagram en Telegram drugs worden verhandeld. Er lijkt sprake van een overgang naar minder zichtbare vormen van drugshandel.  Dit zou kunnen leiden tot (nog) minder zicht op de illegale verkoop van softdrugs en een grotere vermenging met de illegale markt voor harddrugs.

Deze ontwikkelingen zijn – zeker in combinatie met de constatering dat de illegale handel van softdrugs veelal gecombineerd wordt met de verkoop van harddrugs – zorgelijk te noemen. De vermenging van de handel in beide soorten drugs ondermijnt de scheiding van de markt van softdrugs (hasj en wiet) en die van harddrugs (heroïne, cocaïne etc.) – een van de belangrijkste doelstellingen van het Nederlands softdrugsbeleid. Daarmee wordt beoogd softdrugsgebruikers niet in aanraking te laten komen met de handel in en het gebruik van harddrugs. Dat de kans op vermenging reëel is als de illegale verkoop uit het zicht verdwijnt, blijkt ook uit ander, meer verdiepend, onderzoek. Daarin komt naar voren dat dealers zich primair op de verkoop van soft- of harddrugs richten, maar dat zij hun klanten desgewenst ook van de andere soorten drugs kunnen voorzien. Het is derhalve van groot belang de ontwikkelingen op dit gebied de komende jaren nauwgezet te blijven volgen. <<

Ralph Mennes en Bert Bieleman zijn als senior onderzoeker en onderzoeksadviseur werkzaam bij Breuer & Intraval.
Zij zijn bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: ralph.mennes(at)breuerintraval.nl en bert.bieleman(at)breuerintraval.nl
.