Categoriearchief: Amsterdams drugsbeleid

AMSTERDAM EN HET LEGALE CANNABISEXPERIMENT

aBeste Lezer,

Zoals jullie ongetwijfeld weten heeft Amsterdam zich recent als elfde stad gemeld om deel te nemen aan het experiment voor het legaliseren van de achterdeur van coffeeshops. Gelet op de grootte van de stad plus het relatief hoge aantal coffeeshops is besloten van dat slechte een deel van Amsterdam aan het experiment mag deelnemen. Het stadhuis vroeg aan mij welk deel van de stad hiervoor het meest geschikt is, Zuid, West of Oost. Op basis van een kritische analyse over het experiment heb ik alle coffeeshops in die drie wijken bezocht om tot de conclusie te komen van dat het stadhuis er verstandig aan doet om voor Oost te kiezen. in onderstaande notitie wordt dat nader toegelicht.

Ps, Ondertussen heeft het stadhuis besloten om voor Oost te kiezen waarbij ik hoop dat zij mijn oproep serieus nemen om werk te maken om, zoals je zult lezen, zoveel mogelijk obstakels weg te nemen die helaas aan de opzet van het experiment kleven. Daarvoor is wel degelijk ruimte. Zo hebben de  deelnemende Steden Tilburg en Breda het voor elkaar gekregen dat de transitie van de illegale naar de legale verkoop van cannabis verlengd is van 5 weken naar 6 maanden. En zo zijn er nog meer verbeteringen van het experiment mogelijk waarbij in mijn ogen de coffeeshopbranche richting de overheid zich veel assertiever zou moeten opstellen. 

 

Burgemeester  Halsema,

Zoals ik je al eerder meldde is Amsterdam Oost het meest geschikt om deel te nemen aan het coffeeshopachterdeur experiment. Deze keuze is op basis van dat ten opzichte van Zuid en West de gevolgen van dit onsamenhangend experiment in Oost het meest beperkt blijven. Uiteraard verlangt deze boute stelling de nodige toelichting, een toelichting op basis hoe in mijn ogen de transitie naar de legale achterdeur van coffeeshops het beste gerealiseerd kan worden, het organische model

Het organische model

Ten opzichte van andere landen waar de legalisering al gerealiseerd is (of op handen staat) heeft Nederland al vanaf de jaren 70 met coffeeshops een politiek/publiekelijk transparant systeem van het, aan de voordeur leveren van cannabis aan consumenten.

De coffeeshopbranche heeft de afgelopen 50 jaar bewezen hoe op de complexe veranderingen in het gebruik van hasj en wiet in te spelen. En dat is veel zoals de vervolksing van de populariteit van cannabis ( van hippie naar mainstream),de in diezelfde periode mega veranderingen in samenstelling aan bevolkingsgroepen met dito behoefte in soorten hasj en wiet, de opkomst (1992) van Nederwiet, de toegenomen concurrentie van de verkoop van cannabis via privéadressen, webwinkels, straathandel, enz. En dat allemaal met die onzekerheid wat een gedoogbeleid nou eenmaal met zich mee brengt om nog maar te zwijgen van de vele rigide maatregelen waar de coffeeshopbranche vanaf begin jaren 90 mee geconfronteerd werd.

Kortom, ten opzichte van het buitenland heeft Nederland een immense voorsprong aan kennis over de wensen en behoeftes van de consument. Het zou dus logisch zijn geweest dat in Nederland over de volle breedte de coffeeshopbranche ingezet zou worden voor de transitie van het legaliseren van hun koopwaar. Het zogeheten organische model te beginnen met het legaliseren van de meest populaire hasj en wietsoorten met vervolgens die van de meer bijzondere soorten ( ik vergelijk het met als bier gelegaliseerd zou moeten worden met te beginnen met Heineken en tenslotte de speciale Abdijbieren). De branche kent tot in haar haarvaten de behoeftes van de vraag waar het legale aanbod op aan- en bijgestuurd kan worden in een, lees “markteigen” geleidelijke, maar vooral te overziende overgangsfase. En met overzien bedoel ik dan ook alle actoren van overheden ( landelijk, lokaal), de internationale gemeenschap, toeristen, de coffeeshopbranche als geheel met in het bijzonder die dichtbij de landsgrenzen, het illegale cannabisconsumentenverkoopcircuit tot het illegale handel- en productiecircuit van binnenlandse en buitenlandse hasj en wiet. Al die actoren krijgen alle tijd om aan de nieuwe situatie te wennen met de gehele coffeeshopbranche als regisseur hoe en wat er aan legale hasj en wiet in elke afzonderlijke shop komt te liggen.

 

Logische versus onlogisch

Het experiment staat volledig haaks op deze logische omschakeling van illegaal naar legaal wat in vele opzichten gepaard zal gaan met een veelheid aan risicovolle schokeffecten

  1. Met het experiment is nu voor vele jaren bovenop het gedoogbeleid een tweede tegenstrijdigheid in het coffeeshopbeleid ingebouwd van coffeeshops die aan het experiment mee moeten doen en coffeeshops die jaren moeten wachten op het eindresultaat. En voor beide geldt dat alles in die periode in beton gegoten blijft ( zowel die van de opzet van het experiment als de huidige gedoogcriteria) en dat alleen al uit oogpunt van de noodzaak van nulmeting van de onderzoeksresultaten van het experiment. En dat in een tijd met grote veranderingen in zowel vraag als aanbod van cannabis,  al decennia achterhaalde gedoogcriteria, gestage afname van het aantal shops ( terwijl er juist meer nodig zijn), om nog maar te zwijgen van wat zich elders in Europa/wereldwijd zich aan veranderingen in zowel beleid als cannabismarkt voordoen.
  2. Door het experiment worden coffeeshops in een uiterst onzekere situatie gemanoeuvreerd.  Shops die mee (moeten) doen moeten maar afwachten of hun legale koopwaar aanslaat met in de nabijheid de niet deelnemende shops waar alles bij het oude blijft. En ook andersom speelt dit risico. En nu zowat iedere coffeeshop nog louter een afhaalfunctie heeft met dito minder binding met de klant ( verlies van het met cafés vergelijkbare  stamcafesentiment) is het makkelijk overstappen van het ene naar het andere afhaaladres. En dan stelt de regering dat dit aan het experiment klevende bedrijfsrisico volledig voor rekening is van de coffeeshopbranche. En trouwens is een dergelijke situatie niet bevorderlijk voor goed nabuurschap van een experiment coffeeshop met honderd meter verder de nog illegale shop
  3. En wat te denken van de relaties die de coffeeshopbranche decennialang heeft opgebouwd voor de aanvoer aan de achterdeur. Een uiterst fijnmazig netwerk voor het bevoorraden van de steeds meer uitdijende menukaart aan soorten hasj en wiet. Waar de afbouw met dit productie- en handelscircuit achter de achterdeur van coffeeshops in het organisch model zich zeer geleidelijk zal afspelen, zal dit in het huidige experiment uiterst schoksgewijs, geforceerd plaats vinden. De ontwikkelingen bestuderend van wat de opkomst van nederwiet voor gevolgen heeft gehad binnen het circuit van buitenlandse hasj en wiet is reden genoeg voor zorg. Die ontwikkeling heeft zich nog over 10 tot 15 jaar afgespeeld wat nu bij dit experiment zich in 5 tot 6 weken moet voltrekken. En dat dan ook nog binnen de schizofrene omstandigheid voor al die coffeeshops die niet aan het experiment deelnemen. Het zijn zij die dit schokeffect als eerste zullen merken en daarop adequaat moeten reageren, ook ten opzichte van hun eigen netwerk aan toevoer van hasj en wiet. En ook hier zegt de overheid dat die shops dit maar zelf moeten oplossen, terwijl als dit uit de hand zal lopen de gedoogvergunning ingetrokken kan worden.
  4. Het experiment heet officieel; een gesloten keten aan legale toevoer van cannabis naar coffeeshops. Met het organisch model is het sluiten van die keten het eindresultaat van de transitie van illegaal naar legaal. Bij het huidige experiment is dit het startpunt. En om dat geslotene van het ene op het andere moment te garanderen moet een enorme complexe infrastructuur opgetuigd worden voor het leveren van legale hasj en wiet, inclusief allerlei borging en veiligheidsregels. Met daar weer bovenop allerlei onderzoeken om dat weer te monitoren met als voorspelbaar mechanisme dat waar het “mis of lek” gaat, de structuur nog meer dichtgetimmerd wordt. Maar het meest bizarre hierbij is dat 1 meter buiten de stadsgrenzen van de 10 deelnemende steden plus in Amsterdam de niet deelnemende stadsdelen alles bij het oude blijft. Die kunstmatige gemaakte tegenstelling tussen die dichtgetimmerde keten met waar alles bij het oude blijft kan niet zonder gevolgen voor met name de shops die bijna letterlijk als figuurlijk in de schaduw van die opgetuigde keten staan, lees de coffeeshops die gevestigd zijn in de nabije omgeving van de 10 deelnemende steden/Amsterdam stadsdeel.

 

 

Amsterdam Oost

Met deze ( en meer) bezorgde kanttekeningen heb ik al heel lang geleden Amsterdam geadviseerd om niet deel te nemen aan het experiment. Maar nu dit toch besloten is ben ik met diezelfde bezorgdheid de drie wijken gaan bezoeken met als uitgangstspunt van: Hoe geïsoleerder de shops ten opzichte van elkaar staan, plus ten opzichte van de rest van de stad en hoe groter de verschillen aan identiteit in klantenkring en populariteit in soorten hasj en wiet, levert dit een ( beperkte) bijdrage in het verminderen van de negatieve gevolgen van het experiment  voor zowel de niet als wel deelnemende coffeeshops. En na veel kijken, rondlopen, praten, aanvoelen kom ik tot de conclusie dat dit Amsterdam Oost is

 

  1. De wijk heeft van de twee andere wijken het laagste aantal shops ( is ook ten opzichte van de 10 andere steden een belangrijk punt van een niet zo’n groot percentage aan deelnemende Amsterdamse shops)
  2. De coffeeshops liggen redelijk ver uit elkaar en evenwichtig verspreid
  3. Tussen de shops is een grote mate aan verscheidenheid in klantenkring met dito verschillen aan populariteit in soorten hasj en wiet
  4. De klantenkring heeft ten opzichte van de twee andere wijken een gering percentage klanten van “buiten”,
  5. De wijk staat ten opzichte van de rest van de stad relatief op zichzelf met natuurlijke grenzen zoals de Amstel, Zeeburg, enz.
  6. En in de aanpalende wijken staan de coffeeshops ook nog relatief ver weg van die van Oost

 

Tot zover mijn antwoord op jouw vraag

 

Met groet!

August

 

Ps 1)) Het spreekt voor zich dat mijn handen jeuken om een meer structurele bijdrage te leveren van hoe Amsterdam kan deelnemen aan het experiment met allereerst een bijdrage hoe de risico’s van dit experiment voor zowel de stad als de coffeeshopbranche zo beperkt mogelijk blijven plus dat de uiteindelijk legalisering van cannabis die uitvoering krijgt die nodig is. Ik hoor van je!

Ps2 ) en effe tussendoor; ga door met dat blowverbod, ik zie de eerste positieve resultaten plus mijn uitgangspunt dat het nuttigen van voedsel en genotsmiddelen niet in een publieke omgeving thuis hoort maar onder gelijkgestemden binnen een afgestemde ruimte ( dus voor coffeeshops , doe iets aan dat die shops allemaal afglijden naar afhaallokketten

Interview Governing the Narcotic City – Gemma Blok

Beste lezer,
Ik ga weer eens ouderwets tekeer van dit keer in een interview over de geschiedenis van het testen van drugs, een geschiedenis die terug gaat tot eind jaren 60 van de vorige eeuw en startte met het testen van cannabis.
In dit interview ga ik veel dieper in van dat dat testen nog veel meer functies heeft dan het voorlichten van gebruikers over wat gekocht is. En zal je merken dat ik in het interview ook alle kanten op schiet met mijn mening dan alleen dat testen.
De vrouw die mij interviewt is Gemma Blok, een professor in de geschiedkunde van ook die van de geschiedenis van drugs in Nederland. Zij interviewde mij in 2022 in het kader van een Europees project: NARCOTIC CITY
Een project waarin de geschiedenis van het drugsbeleid in meerdere Europese steden zoals Berlijn, Kopenhagen, Zurich, Praag, enz. en uiteraard ook Amsterdam met elkaar vergeleken wordt.
Mijn inbreng was dus een uitleg van het testen van drugs wat in Amsterdam was begonnen en nu in vele steden in Europa en de rest van de wereld navolging heeft gekregen.

Veel luisterplezier

In het interview wordt verwezen naar een beeldscherm over mijn carrière wat niet in beeld komt. Dat geldt ook van wat ik allemaal op de grond heb gelegd aan voorbeelden van mijn projecten waar het drugs testen een onderdeel van was zoals waarschuwingsflyers over levensbedreigende XTC-tabletten, de campagne van de aanpak van gifheroine, de waarschuwingscampagne over atropine in coke, de SAFE HOUSE CAMPAGNE (1988 – 1999), enz.

 

 

 

 

Katie Verkaaik een bijzondere vrouw is niet meer

 

Alles van dit bestaan heeft zij doorleefd.
Vlammen bleef haar liefde voor het leven
en ontstak dit in ieder mens

Katie

Rotterdam, 7 april 1929                               Amsterdam, 9 maart 2023

 

 

 

Deze bijzondere vrouw kwam in de jaren zeventig van de vorige eeuw de MDHG/Junkiebond binnen stappen om er jaren lang niet meer weg te gaan. Haar betrokkenheid met de MDHG had alles te maken van dat haar twee zonen zwaar aan de heroine waren. En dat was voor veel ouders in die tijd een zeer zware beproeving!

Maar waar veel ouders allerlei clubjes oprichtte van een “Kruistocht tegen drugs” ( zoals de nog steeds bestaande club van “Moedige Moeders” , een enge club uit Volendam met nota bene zelfs een koninklijke lintje) of zich verloren in illusies als zouden er wonderpillen bestaan tegen heroine ( waar allerlei bedenkelijke afkickinstanties voeding aan gaven met meestal een stijf  Christelijke achtergrond). sloot Katie zich aan op de progressieve aanpak van Harm Reduction waar de MDHG voor stond.

En nu is op respectabele leeftijd deze zeer moedige en bijzondere vrouw overleden en ik vind dat zij een lintje verdiend!! Met onderstaande brief probeer ik de Amsterdamse burgemeester te bewegen daar werk van te maken. Als je dit leest laat mij weten of je dit initiatief steunt

Stuur je steun naar; info@adviesburodrugs.nl

met dank

August

 

Brief aan burgemeester Halsema

 

Amsterdam 22 mei

Beste Femke

Katie Verkaaik, deze vrouw heeft helaas  het aardse verlaten met daar wel ergens boven in de hemel ongetwijfeld een plekje naast de barmhartige SAMARITAAN gekregen.

Volkomen terecht als je weet dat zij zich tot op het laatst heeft ingezet voor daklozen, voor opvangprojecten ( en heel lang geleden aan de wieg stond van het daklozen Stoelenproject).

Het was in 1975 bij het losbarsten van de heroïne-epidemie dat Johan Riemens en ik de MDHG startte wat uitgroeide tot een kraamkamer aan against-all-odds projecten die echter mettertijd gezichtsbepalend werden voor het Amsterdamse en landelijke drugsbeleid zoals vroeghulp op politiebureaus ( de voorloper van de rijdende psychiatrie), heroïneverstrekking, het spuiten omruil systeem (in de strijd tegen geelzucht/Hiv-Aids onder junkies en tegen vuile naalden op straat!), de decategorale wijkgerichte aanpak van de drugshulp ( in Amsterdam in 1981 officieel ingevoerd), laagdrempelige methadonprogramma’s, enz, enz.

Het was Katie, moeder van twee verslaafde zonen die hier volop een bijdrage bij geleverd heeft waar in de jaren 70 en 80 menige wethouder tot ministers aan toe haar warme pleidooien voor vernieuwend drugsbeleid met ontzag aanhoorden ( en Katie een uur later met andere moeders soep stond te roeren in kraakpanden en Zeedijk vol met junkies)

Bij haar afscheid van deze wereld stond de overvolle aula van haar familie en vrienden dan ook ademloos te luisteren wat deze vrouw voor Amsterdam betekend heeft.

En daar kan jij niet bij achterblijven! Dus Femke, maak postuum nog een gepast gebaar naar deze bijzondere vrouw!

August

Ps). Dit bepleit ik ook aangezien het niet zo kan zijn als bij de begrafenis van Johan Riemens waar niemand maar dan ook niemand van de Amsterdamse verslavingszorg en het stadhuis bij aanwezig was terwijl deze man een baanbrekende rol heeft gespeeld in het Amsterdamse drugsbeleid.

AFHAALVERBOD AMSTERDAMSE COFFEESHOPS

Twee vliegen in één klap

Als gevolg van het wegstemmen van het i-criterium door de Amsterdamse gemeenteraad is de burgemeester met allerlei nieuwe maatregelen in de weer voor, wat zij noemt, het beperken van de overlast in de binnenstad. Een van die maatregelen is een verbod op de verkoop van cannabis anders dan het gebruik in coffeeshops, in gewoon Nederlands van dat alleen nog maar in de coffeeshop geblowd mag worden. Hierbij heeft zij uitdrukkelijk gesteld dat, mocht deze maatregel niet werken tegen het blowen in de straten van de Amsterdamse binnenstad, zij alsnog het (ellendige) i-criterium gaat invoeren. Dus Amsterdamse coffeeshopeigenaren, wees op jullie hoede met hierbij mijn advies hoe op dit afhaalverbod te reageren

 

Het verbod

Het verbod betekent dat coffeeshops in de zogenaamde alcoholoverlast gebieden (zoals de Wallen en omgeving) vanaf donderdagmiddag tot zondagavond alleen nog maar cannabis mogen verkopen als dit binnen opgerookt wordt. Verkoop voor meenemen is verboden!

Deze maatregel roept nogal wat problemen op zoals;

  • Hoe in Godsnaam kan dit gecontroleerd worden? Voor elke shop een controleur die zakken en tassen doorzoekt tot en met fouillering aan toe!
  • En hoe zit het met klanten die cannabis kopen voor gebruik in huiselijke kring of voor een avondje stappen met vrienden in Amstelveen, Purmerend, enz
  • En geldt dit verbod ook voor space-cake en andere eetbare cannabis producten?
  • En als er na de joint nog hasj of wiet over is. Mag/moet de bezoeker dit weer inleveren bij de huisdealer?
  • Is bij overtreding de coffeeshop hiervoor verantwoordelijk? En zo ja betekent dit dat de coffeeshopeigenaar dan de bezoekers al bij binnenkomst moet fouilleren?

Kortom, vele onduidelijkheden met de vraag of deze maatregel het blowen op straat tegen gaat (met daarbovenop de vraag welk aandeel in de overlast in de binnenstad nou werkelijk veroorzaakt wordt door dat blowen op straat? ).

Mijn advies aan de Amsterdamse coffeeshopbranche is om zich niet in deze discussie te mengen maar zich vooral pragmatisch op te stellen.

Wat ik daarmee bedoel is dat als deze maatregel de invoering van de VEEL INGRIJPENDE maatregel van die van het criterium voorkomt; Neem dan al die rammelende bijeffecten van die maatregel voor lief.  (plus de wetenschap dat al dit soort bijeffecten in de dagelijkse praktijk altijd reuze zullen meevallen).

Sterker nog, mijn oproep is om deze maatregel als uitdaging te beschouwen voor iets wat essentieel is voor het fenomeen van coffeeshop (lees: het weer in ERE HERSTELLEN van de ontmoetingsfunctie; het met en onder elkaar binnen een sociaal publieke aangename omgeving genieten van de geneugten van een joint). Het extra unieke van de Amsterdamse binnenstadcoffeeshop is dat je daar de hele wereld ontmoet in jong, oud, rijk, arm, zwart, geel, blank, man, vrouw, van Amstelveen tot New Yorker, van expats tot toerist. (het is niet voor niets dat in de coffeeshops het roken van cannabis omschreven wordt met JOINT, een koosnaam die nergens anders in de wereld zo ingeburgerd is!).

Dus weg met die eenzijdige afhaalfunctie van steriele doorgeefluikjes bij de huisdealer, omgeven door cameratoezicht met allemaal snel in-en uitlopende klanten met meer kans op overlast voor de deur, enz.

Met daarvoor in de geest van Johan Cruijff “Ieder nadeel heeft een voordeel”;

  • Verhuis de huisdealer naar achteren en gooi de horecadeuren weer wagenwijd open.
  • Haal de tafelvoetbalmachine uit de kelder en maak gezellige hoekjes, lange leestafels, zet het koffieapparaat aan en promoveer het personeel weer tot gastvrouw/gastheer!!

Dit is de mijn advies hoe de Amsterdamse coffeeshopbranche invulling geeft aan het verbod op de verkoop van cannabis anders dan het gebruik in coffeeshops. Hiermee keert de ouwerwetse gezelligheid in coffeeshops weer terug en tegelijkertijd voorkomt het de invoering van het i-criterium; “Twee vliegen in een klap”.

Oproep aan het stadhuis

Het spreekt voor zich dat dit alleen maar gerealiseerd kan worden met een dringende oproep naar het stadhuis dat zij moeten stoppen met de rigide uitvoering van de H en J regel van de coffeeshop gedoogcriteria. Om nog maar te zwijgen van die van de Tabakswet.

Bezoekers moeten weer welkom zijn en de coffeeshop gastvrijer zonder dat de coffeeshopeigenaar zenuwachtig op zijn nagels hoeft te bijten over de dreiging dat door die rigide regels zijn shop dichtgetimmerd wordt.

Dit is wat er van de kant van het stadhuis geëist mag worden met alleen maar winnaars voor iedereen die leeft, woont, werkt en uitgaat in de Amsterdamse binnenstad.

Met vriendelijke groet!
August de Loor, 10 maart 2023

Drugs OR- stickers in de Amsterdamse binnenstad, een nieuwe stijl om drugsklanten te lokken!

Het is deze aanhef van een artikel in de Volkskrant ( 17 oktober) waaruit schande sprak van dat dit zomaar kan. En ook de Amsterdamse politie sprak zijn bezorgdheid uit maar had helaas onvoldoende tijd om in te grijpen! Echter kan er ook op een andere manier naar deze stickers gekeken worden, met als eerste mijn mening van dat er geen sprake is van uitlokking. Al diegenen die geen interesse in drugs hebben zullen die stickers negeren. Diegene die heg nog steg in Amsterdam kent, maar voor de aanschaf van drugs niet met een straatdealer in zee wil gaan zal die sticker wel lezen ( waarmee ik niet wil zeggen van dat ik dergelijke stickers toejuich). Kortom, genoeg aanleiding voor het geven van een commentaar op dit Volkskrant artikel

Met mijn 50 jaar hulpverlening aan druggebruikers zie ik die stickers niet als uitlokking maar als een praktisch middel  om voor de aanschaf van drugs niet afhankelijk te zijn van dat onvoorspelbare risicovolle verkoopcircuit van straatdealers. Het waren de junkies uit de vorige eeuw die dat al door hadden en ver weg van de straatdealer via hun mobieltje hun heroine, speed of basecoke gingen aanschaffen. Met de afgelopen decennia de 06-lijnen waar gabbers, studenten, parenclubs en de Yup hun favoriete  XTC, snuifcoke of designerdrug tot aan de voordeur aangeleverd krijgen. En nu met al dat stedentoerisme en internationalisering van de vrijetijd- en uitgaansculturen zijn het de OR-stickers waarmee de middelen aangeschaft kunnen worden, een ontwikkeling wat zich niet exclusief in Amsterdam maar wereldwijd afspeelt.

Met een portie pragmatisme zou je mogen verwachten dat dergelijke trends serieus meegewogen zouden worden in beleid. Met als voordeel van dat het een substantiële bijdrage levert in het terugdringen van de straathandel, dus minder straatoverlast, minder straatverkoop van riskant versneden drugs, als wapen tegen de verontrustende gangvorming binnen straatdealscenes, het tegengaan van de aantrekkingskracht onder kwetsbare jongeren om straatdealer te worden, van minder berovingen van toeristen en meer veiligheid voor de bewoners

Niets van dat pragmatisme is zichtbaar, integendeel, repressie tegen drugs is waar de overheid in geloofd.  Een  geloof wat zover gaat met toen in de vorige eeuw de Zeedijk verlost was van het heroine-junkie-straatdealer probleem de Amsterdamse hoofdcommissaris dit aan zijn repressiebeleid toedichtte terwijl de junkenNokia daar meer van invloed op is geweest!

ANALYSE VAN DE POLITIEKE IDEOLOGIE VAN DE AMSTERDAMSE DRIEHOEK, met het criterium als hun speeltje!

 

Inleiding

Morgen, 29 september ben ik een van de sprekers om de Amsterdamse gemeenteraad  te overtuigen af te zien van het invoeren van het criterium. Het is onderstaande analyse die dat nader toelicht. Uit de titel kan u al opmaken van dat er meer speelt dan alleen het criterium. Het is dat wat ik in mijn speech zal uitleggen met cursief hieronder de rooie lijn van die speech. Het is de analyse over de politieke ideologie van de Amsterdamse Driehoek die daar u weer verder over kan informeren met tenslotte mijn oproep van dat de Driehoek gestopt moet worden omdat zij een ideologie volgt die eerder problemen veroorzaken dan oplossen.

ps) in deze website zijn al veel eerdere notities over het Amsterdamse drugsbeleid geschreven met betrekking tot het criterium, effe zoeken zou ik zeggen!                                                              Hierbij de strekking van de speech;

Geachte commissie, het is meer dan 50 jaar dat ik met hart en ziel mijn bijdrage lever aan het Amsterdamse drugsbeleid. Maar wat ik nu zie hoe de Driehoek bezig is, is ongekend en nooit eerder vertoond!! Het was uw raad die eerder het criterium afwees. Sinds die tijd legt de Driehoek een verbetenheid aan de dag om alsnog het criterium ingevoerd te krijgen. Het is echter die verbetenheid wat zover gaat dat de Driehoek een van de belangrijkste pijlers van het Amsterdamse drugsbeleid heeft opgedoekt, argumenten ter berde brengt die simpel door te prikken zijn tot zelfs recent met puur misleidende informatie op de proppen komt om maar de noodzaak van het invoeren van het criterium te benadrukken. Geachte commissie, ik heb mij in al die 50 jaar nog nooit zo fel uitgesproken. Maar het gaat allang niet meer om alleen het criterium, het gehele drugsbeleid en hoe deze Driehoek daar invulling aan geeft staat op het spel!

IK dank u voor uw aandacht!

                 ANALYSE VAN DE POLITIEKE IDEOLOGIE VAN DE AMSTERDAMSE DRIEHOEK                                             Hun verbetenheid om het criterium ingevoerd te krijgen!

Inleiding

Bij een terugblik vanaf 2020 hoe de Driehoek probeert het criterium goedgekeurd te krijgen valt op dat na het nee zeggen tegen deze maatregel door de gemeenteraad de Driehoek verwoed door gaat om dit alsnog  voor elkaar te krijgen. Het begon met de brief van de Driehoek aan de raad ( januari 2021) met de  beschuldiging als zouden coffeeshops een ondermijnende invloed hebben op de bovenwereld ( dus het criterium hard nodig is als maatregel in het beperken van de inkomsten van coffeeshops waardoor hun kwalijke ondermijning afneemt). De Driehoek bleef in de hoogste versnelling met steeds weer nieuwe argumenten met als meest recent  als zou de omzet van de Amsterdamse coffeeshops de laatste jaren enorm gestegen zijn (en ook dit weer dat met het criterium die omzet zal dalen dus ook de ondermijnende invloed van coffeeshops!).

Ideologie van de Driehoek

De vraag is waarom de Driehoek zich zo hardnekkig vastbijt om het criterium ingevoerd te krijgen en zelfs zover gaat door de coffeeshop weg te zetten als een ondermijnende bedrijfstak terwijl de coffeeshop door diezelfde Driehoek de afgelopen 50 jaar tot het speerpunt van het Amsterdamse drugsbeleid gerekend werd.

Bij een zo’n ongekend ingrijpende beleidswijziging moet de aanleiding ongetwijfeld veel meer zijn dan alleen het zwichten voor de druk van allerlei belangenverenigingen en bewonersgroepen die af willen van het (goedkope) massatoerisme waar de “drugscoffeeshoptoerist” in hun ogen symbool voor staat.

Een van de oorzaken van die hardnekkigheid moet gezocht worden in de huidige samenstelling van de Driehoek. Traditiegetrouw had de Amsterdamse Driehoek altijd een politiek/bestuurlijk pragmatisch en gematigd karakter met een politiek midden PvdA burgemeester en min of meer een niet zo uitgesproken Hoofdofficier en Hoofdcommissaris. De huidige officier en commissaris zijn dat wel als sterke voorstanders van een repressief drugsbeleid (en de drang dat Amsterdam er een niet meer zo eigenzinnig drugsbeleid op na moet houden). De burgemeester is van Groen Links met als uitvloeisel van haar functie van dat zij zich behoudend moet opstellen maar tegelijkertijd een warme voorstander is van het legaliseren van cannabis. De geschiedenis leert dat zowel voorstanders van een repressief drugsbeleid als die voor legaliseren van drugs beide de neiging hebben om de bestaande situatie van welke drugsmarkt dan ook zo zwart als ernstig mogelijk af te schilderen als legitimering van waar zij voor pleiten; de ene voor een nog hardere aanpak van drugs en de ander voor het legaliseren van drugs. Het zijn die twee stromingen die in de huidige Amsterdamse Driehoek verenigd zijn en ieder op zich in het criterium de legitimiteit zien van waar zij ideologisch voor staan. En elk afzonderlijk kan zich ook nog beroepen op het landelijk drugsbeleid waar zich exact dezelfde tweespalt voordoet van EN een zeer repressief drugsbeleid ( de ondermijningsdoctrine) EN het streven naar het legaliseren van drugs ( zoals het experiment met de legale coffeeshopachterdeur).

Politiek opportunisme

Bovenstaande uitleg maakt duidelijk dat de Driehoek zichzelf een sterk politiek/bestuurlijk draagvlak toedicht om het criterium ingevoerd te krijgen. Echter bij de veelheid aan argumenten en de verbetenheid die de Driehoek daarbij aan de dag legt zet vraagtekens bij hun handelswijze! Het pleidooi van het invoeren begon in eerste instantie als een one-issue ( toerisme)  met toen dit werd afgewezen de Driehoek met een gestage golf aan nieuwe argumenten op de proppen kwam. Kortom, politiek opportunisme  ( of doordrammen in gewoon Nederlands) om maar dat criterium ingevoerd te krijgen! Met onvermijdelijk dat door die hardnekkigheid  elk nieuw argument een geforceerder karakter krijgt tot die van het meest recente  als zou de afgelopen jaren de Amsterdamse coffeeshopbranche een record omzet hebben gedraaid.

Hoe ver kan je als Driehoek gaan bij zulk een bewering als door

  1. De Lock Down over de afgelopen jaren de omzet in de coffeeshopbranche hard heeft geraakt
  2. En dat de situatie voor die Lock Down, net als in de andere horeca in Amsterdam, nog lang niet hersteld is,

Met specifiek voor de Amsterdamse coffeeshops daar bovenop;

  1. Door de gestage internationale ontwikkelingen van het decriminaliseren/legaliseren van het gebruik van cannabis neemt het internationale imago van Amsterdam als  enige “liberale cannabisstad” in de wereld in een sneltreinvaart af. Onderzoek in 2020 leverde al indicaties op van een afname van het aantal buitenlandse bezoekers in Amsterdamse coffeeshops ( met dus dat die moeite die het stadhuis getroost om dat imago af te schudden eigenlijk niet nodig is, inclusief de noodzaak van het criterium).
  2. De coffeeshopbranche in het algemeen en die in Amsterdam in het bijzonder heeft steeds meer last van de 06- en websites services van het leveren van cannabis “on demand”. Vooral in delen van het land zonder coffeeshops is die service aan huis steeds populairder aan het worden. En laat nou vooral de regio rond Amsterdam opvallend weinig coffeeshops hebben. Dit betekent dat de consumenten in de regio hun cannabis steeds vaker via o6 lijnen en websites aanschaffen, met ergo minder toeloop op de Amsterdamse coffeeshops ,

Kortom, dat verhaal over die omzetstijging klopt van geen kant, maar maakt duidelijk hoe verbeten de Driehoek bezig is om het criterium ingevoerd te krijgen!

Verkleinen van de cannabismarkt

De invoering van het criterium wordt door de Driehoek ook bepleit met de in hun woorden doelstelling van het verkleinen van de cannabismarkt.

Genoeg aanleiding voor een kritisch commentaar

Deze doelstelling is rechtstreeks afkomstig uit het regeerakkoord van 2010 van de coalitie van VVD,CDA en de ( gedoogpartner) PVV, met recht de meest rechtse regering ooit. Hun politiek ideologische aanval op het softdrugsbeleid verlangde een onderbouwing wat gevonden werd als zou de Nederlandse cannabismarkt veel te groot geworden zijn. De legitimering van het beleid om zowel het aantal coffeeshops te reduceren als het beperken van hun bewegingsvrijheid. En dit laatste werd gerealiseerd middels onder andere de  Wietpas. Ondanks dat in de loop der jaren die Wietpas op lokaal niveau of überhaupt niet van de grond kwam en, waar wel, op een paar steden na  weer snel verdween blaast het meest linkse Amsterdamse kabinet dit  VVD,CDA,PVV beleid weer nieuw leven in!

De vraag is of die cannabismarkt wel zo groot is? wat in 2010 door de landelijke overheid en nu de Amsterdamse Driehoek als aanleiding diende om in te grijpen ( n.b. als dat ingrijpen dan de aanleiding is, is de betere omschrijving van dat beide overheden de markt TE groot vind, genoeg aanleiding voor een nadere beschouwing).   Vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw is het gebruik van cannabis steeds meer “vervolkst” van een hippie subcultuur naar vele lagen in de bevolking in sociale klasse, etniciteit en leeftijd. Deze ontwikkeling vertoonde vele overeenkomsten met in diezelfde periode de trends in het gebruik van alcohol ( overeenkomstige ontwikkelingen als uitvloeisel van sociaal/culturele veranderingen in de maatschappij, veranderingen in de bevolkingssamenstelling, de toename en veranderingen in de vrijetijdsbesteding, enz ). Daar waar vanaf de jaren 60 het aantal alcohol gerelateerde voorzieningen steeg van 6000 naar 64000 nam het aantal coffeeshops in Nederland drastisch af; met vanaf de piek in het aantal shops in de jaren 80 van ongeveer 2000 naar nu tot slechts iets meer dan 500. Kortom, wat op de toenemende vraag ( de vervolksing) naar cannabis het beleid had moeten zijn van een binnen het reguliere horecabeleid geïntegreerd coffeeshopbeleid vond het tegenovergestelde plaats.  De conclusie is dus dat door 50 jaar toename in het gebruik van cannabis deze markt van natara groter werd maar het beleid tot een ingrijpende verkleining van het aantal coffeeshops leidde. Op zich al een bizarre constatering wat nog bizarder is dat al voor 2010 die afname van het aantal coffeeshops al fors aan de gang was en daar de VVD,CDA,PVV een flinke klap aan toevoegde! Kortom, een in historisch opzicht politiek/bestuurlijke blunder ( en dat ook nog in het licht van dat de opkomst van Nederwiet in diezelfde tijd nog in zijn beginfase was en dus gemakkelijk legaal ingepast had kunnen worden binnen dat integrale coffeeshopbeleid. Maar ook hier werd gekozen voor exact het tegenovergestelde van een ongekend repressiebeleid tegen Nederwiet waarbij zowel de uitvoering als de gevolgen steeds meer uit de hand lopen!).

 Het is de Amsterdamse Driehoek die nu die historische fout herhaald met nog erger van het volkomen negeren van dat de cannabismarkt, politiek gezien, uit twee volstrekt afzonderlijke circuits bestaat van 1) het illegale circuit van teelt, smokkel, in-en export  groothandel van cannabis tot het illegale op consumentennivo 06-website en straatdealcircuit van cannabis en 2) de onder een politiek streng regime en toezicht van de overheid opererend coffeeshopcircuit. De consequentie van het negeren van dit verschil is dat wat er zich aan illegale en ongewenste ontwikkelingen afspelen in dat eerste circuit de Driehoek dit ook het coffeeshopcircuit verwijt.  Een uitleg. De afgelopen decennia is door een aantal autonome ontwikkelingen als door de intensieve bestrijding van het illegale deel van de cannabismarkt de verharding, de criminalisering, de vervuiling in de teelt, de grootschaligheid van de tussenhandel enorm toegenomen. En daarnaast een toename van een verwevenheid in de tussenhandel van zowel soft- als harddrugs ( zie gegevens politie/justitie van wat zij aan soft/hard buit binnen dat circuit in beslag nemen). Er is enorm veel praktijk kennis en ervaring binnen de coffeeshopbranche hoe deze zorgelijke ontwikkelingen mijlenver weg te houden van haar achterdeur. Daar zijn boeken vol over te schrijven waar de Driehoek dankbaar gebruik van had kunnen maken in haar zowel rechtstreekse beleidsmatige steun aan de coffeeshopbranche als indirect aan steun voor de coffeeshop van hoe de verharding en criminalisering van het illegale cannabiscircuit teruggedrongen kan worden ( lees het decriminaliseren van de achterdeur van coffeeshops als tussenfase naar een volledige legalisering). In geen enkele beleidsnotitie van de Driehoek is hier ook maar iets van terug te vinden, integendeel, de beleidsvoorstellen zijn eerder fnuikend voor de coffeeshopbranche waar het illegale circuit uiteraard van zal profiteren!

Fundamentele fout

Met zowel het overnemen van de ideologie van het 2010 VVD,CDA,PVV drugsbeleid, als de Amsterdamse coffeeshops wegzetten als ondermijnende ondernemingen als het hardnekkig vasthouden aan de invoering van het criterium staat de Driehoek met de rug naar wat er aan beleid nodig is. Deze houding zorgt niet alleen voor polarisatie met de coffeeshopbranche maar ook met de uiteenlopende groepen van cannabisconsumenten die met ongeloof dit alles beziet. Maar het is vooral de agressie wat ik in de  probleemwijken waarneem waarbij het blowen weer naar een sub/ countercultuur afglijd inclusief heftige middelvingers richting het stadhuis. En waar dit afzetgedrag in de jaren zestig/zeventig nog alleen tot het blowen beperkt bleef ( de heroïne uit die tijd stond mijlenver weg van die van de blowers)) is nu met al die nieuwe middelen als XTC, snuifcoke, speed, lachgas een veel complexere agressievere afzetcultuur aan het ontstaan. Meer dan ooit is de coffeeshop nodig als beleidsinstrument in het scheiden der drugsmarkten. Maar meer dan ooit staat de Driehoek met haar beleid dit in de weg! Kortom, er staat veel meer op het spel dan alleen het wel of niet invoeren van het criterium!!

September 2022 August de Loor

What is happening here (WIHH) SAFE HOUSE CAMPAGNE 1987-1999

In een nieuwe broedplaats in hartje Amsterdam presenteren 140 kunstenaars hun unieke werken. De organisatoren van deze tentoonstelling, Job Reuten en Joris Jan Reuten hebben mijn SAFE HOUSE CAMPAGNE tot een van de kunstwerken getransformeerd.

Kom dus allen langs, dinsdag t/m zaterdag van 12:00 tot 18:00 uur, Reguliersdwarsstraat 73 1017 BK Amsterdam. En laat je onderdompelen in deze unieke tentoonstelling.

 

AT5 interview- Drugstesten weer terug naar de dansvloer, een pleidooi

Naar aanleiding van een nieuwe Red Alert (juni 2022) over het waarschuwen van vloeibare XTC kwam de discussie weer op gang van het herstarten van het drugstesten op de dansvloer van grote evenementen zoals houseparties.
Toen mijn Adviesburo hier in 1999 mee stopte kwam die discussie  voor het herstarten regelmatig terug. Met dit filmpje op AT5 pleit ik daar weer voor op mijn eigen August manier.
Veel kijkplezier!