Categoriearchief: Geschiedenis van drugsbeleid

Beeldvorming-stigma-drugstoerisme-binnenstad

Naar aanleiding van alle ophef onder buurtbewoners, politici, Halsema, Tops/Tromp, over hoe slecht de Amsterdamse binnenstad er voor staat en dat al die DRUGSTOERISTEN al blowend, kotsend, schreeuwend het Amsterdamse WERELDERFGOED “onder de voet lopen” ben ik in mijn archief gedoken en een onderzoek uit 1987 gevonden over diezelfde Amsterdamse binnenstad.
Het rapport: OVER LAST IN DE AMSTERDAMSE BINNENSTAD maakt pijnlijk duidelijk dat de aanpak toen tegen het heroïneprobleem en de raam/autoprostitutie grotendeels gebaseerd was op stigma en vooroordelen met logischerwijs weinig verbeteringen voor het leefklimaat van de binnenstad. En nu 35 jaar later is er nauwelijks iets veranderd en overheersen beeldvorming, gebrek aan historisch inzicht de boventoon in de discussie over de binnenstad.
Sterker nog: Waar toen de buitenlandse heroïneverslaafden in Amsterdam als DRUGSTOERISTEN werden weggezet krijgen nu buitenlandse liefhebbers van een jointje dezelfde titel opgeplakt.

 

OVER LAST IN DE BINNENSTAD VAN AMSTERDAM  

Onderzoeksrapport Adviesburo Drugs (1987, in opdracht van het stadhuis)

Drugstoerisme, straatjunkies, de pillenbrug, heroïneprostituees, straatprostitutie zijn alom gebruikte termen ( tot in de officiële rapportages aan toe) welke echter een verwrongen beeld geeft van wat er zich aan ontwikkelingen afspelen binnen de wereld van prostitutie en drugs. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een beleid gebaseerd op dergelijke verkeerde begrippen niet dat rendement oplevert zoals beoogd. Voor de aankomende toerist is het Centraal Station een onhandig, onzeker makend gebouw hoe verder de weg te vinden in Amsterdam. Op die onzekerheid speelt het gilde van (illegale) hotelrunners  in.

Het beperken van de overlast van runners is gebaat bij betere bewegwijzering in het Centraal Station. Het openen van een service-desk voor met name jonge reizigers/bezoekers strekt daarbij tot aanbeveling. Dit is effectiever dan het steeds maar weer nemen van repressieve maatregelen tegen runners.

In de gamble halls dient een strikte afscheiding te komen tussen behendigheidspelletjes en gokkasten. Voor heroïneverslaafden zijn metrostations handige plekken om te gebruiken ( relatief warm en met de vele “blind spots” kan relatief onzichtbaar “geshot” of “gechineest” worden). In plaats van het opjaagbeleid van junks uit de stations is het beter te kiezen voor aanpassingen aan de perrons ( zoals het beperken van die “blind spots”).

De Martelaarsgracht vertoont wat betreft historie, stedelijke functie als ligging ten opzichte van het C.S. opmerkelijk veel overeenkomsten met de kop van de Zeedijk. En dit was ook het geval bij de opkomst in 1972 van heroïne waar beide gebieden dezelfde toeloop aan gebruikers en dealers te verwerken kreeg, met als opvallende constatering van dat in het verdere verloop van dit probleem de verschillen in het leefklimaat tussen beide gebieden steeds groter werd. Deze verschillen verliepen haast evenredig met de verschillen in bestrijding in beide gebieden van het heroïneprobleem. Met als belangrijke constatering van dat ondanks de meer intensieve bestrijding van het heroïneprobleem op de kop van de Zeedijk dit gebied ernstiger in verval raakte dan de Martelaarsgracht.

Amsterdam is de enige stad in de wereld waar het heroïneprobleem zich niet alleen opmerkelijk openlijk maar ook grotendeels afspeelt in de binnenstad (en niet zoals in andere wereldsteden in de arme buitenwijken). Het zijn deze twee bijzonderheden waar Amsterdam haar stigma aan te danken heeft als zou het de drugshoofdstad van de wereld zijn waarbij het slappe, tolerante (gedoog) drugsbeleid van het stadhuis als belangrijkste oorzaak genoemd wordt!

De werkelijkheid is anders en in sommige opzichten juist andersom. Het ontbreken van achterstandswijken, de relatief snelle besluitvormingsstructuur op wijkniveau, de vanaf begin jaren 70 aantal ingrijpende wijzigingen in de mondiale smokkelroutes van heroïne, de gebrekkige opvang van de eerste generatie Surinaamse jongeren, het opjaagbeleid van verslaafden door de Amsterdamse politie/justitie zijn een aantal invloeden dat vanaf 1972 het heroïneprobleem zich in de binnenstad concentreerde.

En wat betreft het openlijke karakter van het heroïneprobleem was dat deels het gevolg van het beleid van inloop/opvangcentra voor verslaafden, van laagdrempelige verslavingszorg, van spuitomruilprojecten, kortom al die voordelen van een pragmatisch drugsbeleid waardoor het heroïneprobleem zichtbaar bleef, maar daardoor beter controleerbaar. En met het gedoogbeleid van het scheiden der drugsmarkten  ( met de coffeeshop als belangrijkste uitvoerend orgaan) bleef ook het heroïneprobleem in Amsterdam ( en de rest van het land) relatief klein ( dit in tegenstelling tot menig vergelijkbare stad in de rest van de wereld).

Vanaf 1978 nam in Europa de bruine heroïne uit Afghanistan (in de volksmond Turkse heroïne genoemd) de plaats in van witte heroïne uit Thailand, Birma en Vietnam ( de Gouden Driehoek heroïne). Doordat de Turkse heroïne via allerlei Midden Oosten en Europese smokkelroutes verhandeld werd nam de rol van Amsterdam als belangrijke doorvoerstad van heroïne naar het Europese achterland af. Dit zorgde voor een kettingreactie aan veranderingen zoals het geleidelijk opdrogen van de toestroom van buitenlandse verslaafden naar Amsterdam. Deze en andere afname van het heroïneprobleem werd echter door de Amsterdamse overheid toegedicht aan allerlei lokale maatregelen in het bestrijden van de overlast door verslaafden, het Zeedijkherstelplan, enz.

Het Zeedijkherstelplan heeft voor een groot aantal negatieve bij-effecten gezorgd. Wat betreft het heroïneprobleem verplaatste dit zich naar andere delen van de binnenstad zoals de Nieuwmarkt, achterkant Paleis op de Dam, metrostations om vervolgens op te duiken in de arme, kwetsbare volkswijken van de stad zoals de Bijlmer, Dapperbuurt, enz.

Door de opkomst onder heroïnegebruikers van de polydrugtrend is de straathandel ingrijpend veranderd in de binnenstad.

Wat de politie en de verslavingszorg 20 jaar niet gelukt is, n.l. een concurrerende muur opwerpen tegen de populariteit van heroïne, is door de ontwikkeling van de polydrugtrend wel op gang gekomen. 

Prostitutie

Het prostitutieconcept op de Wallen is al jaren achterhaald. Echter wordt van stadhuis tot penoze, van bezoeker tot buurtbewoner de schuld van de neergang op de Wallen grotendeels toegedicht op de aanwezigheid van heroïneverslaafden.

Met onder andere de “Albert Mol, haar van boven” romantische associaties over raamprostitutie is er onvoldoende besef van wat zich daarbinnen aan zorgelijke processen voordoen. De werkomstandigheden zijn voor vele prostituees nogal zorgwekkend.

De term straatprostitutie verhult de fundamentele verschillen tussen peeshotelprostitutie en autoprostitutie.

Doordat de tippelprostitutie vanaf de jaren 60 niet in de verzakelijking/vercommercialisering van de andere vormen van prostitutie paste ( zoals die van raamprostitutie) verdween deze vorm van prostitutie om daarna op te komen als autoprostitutie in de Utrechtsestraat, op de Stadhouderskade, achter het CS, enz. Het stadhuis heeft in die transitie een bijdrage geleverd middels het sluiten van peeshotelletjes en het verbieden van tippelen.

Autoprostitutie is per definitie overlast gevend. Bij autoprostitutie ontbreekt het de prostituee aan voldoende bescherming en sociale controle. Bij autoprostitutie ontbreekt het nauwelijks aan een  drempel om in deze werksoort te stappen.

In Memoriam Gert Thesingh Amsterdamse straathoekwerker

“ Naar hetzelfde kijkend hadden wij, zonder naar elkaar te hoeven kijken, meteen dezelfde oplossingen in ons hoofd. “   “ Een met al die snelle veranderingen in drugs en druggebruik de meest efficiënte vorm van aan de slag gaan. “

Dit kenmerkte onze samenwerking toen in de jaren 70 in Amsterdam de heroïne toesloeg, en daarna polydruggebruik onder junkies, en daarna de gesel van de base-coke verslaving (onder vooral de Surinaamse verslaafden).
En toen bovenop dit alles sloeg ook nog begin jaren 80 de AIDS toe: Dat werd letterlijk en figuurlijk een strijd op leven en dood van degene die spoten.
En toen eind jaren 80 dit allemaal redelijk beheersbaar werd (junkies werden ouder), kwamen hele andere uitdagingen op ons pad.
De in de jaren 80 opkomst van geheel nieuwe vormen van uitgaansculturen met dito nieuwe uitgaansdrugs met XTC als de meest markante.
Nieuwe uitdagingen stonden te wachten van de strijd tegen vervuilde XTC en hoe mega HOUSE PARTIES gezond en veilig konden verlopen.
En toen brak de jaren 90 los met als meest opmerkelijke van dat de overheid NIETS geleerd had van de decennia daarvoor van dat door het bestrijden van heroïne de epidemie zich alleen maar had verhard. Begin jaren 90 kwam die bestrijding in volle omvang weer terug maar nu gericht op het sluiten van coffeeshops, van het oprollen van wietkwekerijen en later dat decennium van de bestrijding van productie en handel van XTC.

En dit repressiedenken is er tot op de dag van vandaag: verwoord in een recente uitspraak van een VVD Tweede Kamerlid:

“De beste remedie om druggebruik te voorkomen zijn drugs te verbieden die nog gemaakt moeten worden”  (Het waren Gert en ik met meteen weer dezelfde gedachte op deze waanzinnige uitspraak van dat tot op heden alle drugs afkomstig zijn uit de farmaceutische industrie).
Het was Gert die daar binnen het Adviesburo Drugs steeds maar weer de vinger op legde hoe op deze neergang van het Nederlandse beleid gereageerd moest worden met als laatste opmerking vanaf zijn ziekbed:
“Als het drugsbeleid in Nederland zover onder nul zakt dat zelfs toeristen geen jointje meer mogen roken in een coffeeshop heeft de overheid geen enkele les geleerd van 50 jaar drugsbeleid.”
“Het roept de vraag op, of het internationaal oh zo bejubelde tolerante en pragmatische Nederlandse drugsbeleid überhaupt ooit bestaan heeft.”

Lieve Gert, rust in vrede!

August de Loor

50 jaar verzameling van waterpijpen chilms kiefpijpjes stempels enz

Vanaf de start, 51 jaar geleden in het werk in de wereld van drug en druggebruik heb ik druggerelateerde spullen verzameld uit de uiteenlopende drugsmarkten van die van smartproducten, cannabis tot die van hallucinogenen, uitgaansdrugs tot de wereld van heroïne en rookbare cocaïne. Uit binnen en buitenland verzameld, gekocht, gekregen , geschonken is dit een uitgebreide verzameling geworden met onderstaande foto,s van die van de wereld van cannabis attributen, veel kijkplezier!   Met dank van wijlen Herman Matser met zijn collectie aan pijpen en chilms die hij middels zijn reizen naar Pakistan, Afghanistan en andere landen verzameld heeft

Ps. Wie interesse heeft om de collectie te zien of iets te kopen, bel mij 06-222 50 820

Reactie op I-criterium door een 69-jarige binnenstadbewoonster

Beste Gemeenteraadsleden en mevrouw Halsema,

Mijn naam is xxx xxxx, ik ben een vrouw van 69 en woon binnen de Grachtengordel.
In 1981 heb ik een brief geschreven over het Amsterdamse drugsbeleid,
dat ging in die tijd over heroïne
De brief werd aangekocht door de Gemeente en is in de stad verspreid via Buurthuizen
Ik kreeg toen een tijdelijke aanstelling als Drugsadviseur van de Gemeente Amsterdam.
Het is nu 40 jaar later en ik voel weer diezelfde sterke aandrang om te schrijven
Ook nu worden plannen gemaakt op basis van verkeerde aannames en gebrek aan kennis

Femke Halsema gaf aan dat ze graag reacties kreeg op haar plannen voor de coffeeshops
Dus hierbij mijn commentaar t.a.v. het verbod op wietverkoop aan toeristen en het I -criterium
Ik heb me daarbij alleen gebaseerd op krantenartikelen en interviews met de burgemeester,
zoals elke burger van onze stad dat kan doen, en dus niet op inside-informatie
Ik reageer op grond van de kennis en ervaring die ik in deze branche heb opgedaan.
Mijn bedoeling is om Uw kennis en inzicht in de materie te vergroten
Ook wil ik de impact van de plannen voor toeristen en Amsterdamse burgers verduidelijken.
Ik ga ervan uit dat de inhoud van mijn brief Uw standpunt t.a.v. deze plannen meebepaalt!

Met vriendelijke groeten,
xxxx xxxx

 

 

Amsterdams coffeeshopbeleid: Vage plannen op basis van valse beeldvorming

Op 8 januari j.l. liet Burgemeester Femke Halsema weten dat ze een verbod wil op wietverkoop aan toeristen. Het doel daarvan is: tegengaan van overlast, beschermen van jongeren tegen verslaving en decriminaliseren van de cannabis-ketens. Volgens haar lukt dat alleen als de ‘oververhitte’ cannabismarkt in de stad wordt aangepakt.

T.a.v. het 1e doel: Het tegengaan van overlast
Als Amsterdamse, al 50 jaar bewoner van de binnenstad, ben ik erg benieuwd naar de stelling dat ‘binnenstadbewoners zich niet vrij voelen als zij de hele dag overlast hebben’. Femke meent dat die overlast wordt veroorzaakt door ‘grote groepen drugs-toeristen die in de grachten kotsen omdat ze te veel geblowd en gedronken hebben’.
Op deze bewering valt in mijn ogen veel af te dingen:
= Blowers zijn geen drinkers. Wiet verruimt het bewustzijn, alcohol verdooft de geest.
Geen goede combinatie dus: Coffeeshops verkopen geen alcohol, cafés verkopen
geen cannabis.
= Kotsen is meestal een effect van teveel drank, en af en toe van het roken van wiet.
Kotsen op straat of in de gracht komt veel eerder voor rekening van de zuipers, het
is zelden dat blowers daar verantwoordelijk voor zijn.
= De term ‘grote groepen drugstoeristen’ is niet op feiten gebaseerd: Drugsgebruikers
organiseren zich niet in groepen. De groepen toeristen die naar Amsterdam komen
om ‘feest te vieren’ zijn bv. hooligans / voetbalsupporters of vrijgezellenparty’s (m/v).
Die groepen jongeren gaan soms volkomen los op de drank, maar niet op cannabis.
(Mensen die blowen worden juist introspectief, ze keren naar binnen)
= Als binnenstadbewoner ervaar ik vooral overlast van bierfietsen, van schreeuwende
en beschonken toeristen. Ik ga er vanuit dat het over die groepen feestvierders gaat
als Femke overlast beschrijft, niet over coffeeshop-bezoekers.
= Een rij van mensen die wiet willen kopen bij een coffeeshop wordt misschien als
overlast ervaren, al is die nooit zo lang als de rij voor de Heineken Experience of
Paradiso. Dit kan ontstaan bij coffeeshops die opeens populair zijn, bv. door goede
recensies of bezoek van bekende sterren. Dan zie je dat men rustig wacht en dat
het shop-personeel streng oplet dat de buurt geen last heeft.
Als Femke geen andere vormen van overlast weet te benoemen, dan lijkt haar missie om overlast van wiet-rokers tegen te gaan ongegrond, en daarom dus overbodig.

De Cijfers die door Femke Halsema worden aangehaald zijn verwarrend:
* Uit onderzoek op de Wallen geeft 57 % van de ondervraagde toeristen aan dat de coffeeshops ook een reden zijn om naar Amsterdam te komen. Dat roept veel vragen op, wat betekent het eigenlijk? Iets meer dan de helft, is dat veel of weinig?
Waarom op de Wallen? Omdat daar veel coffeeshops zijn? Waarom niet bij het van Goghmuseum? (Blowers willen graag de geest verruimen, ook via kunst / cultuur).
En die overige 43% op de Wallen, waar komen die dan voor? Dames? Drank?
* De cijfers stellen ook vast dat bijna 80% van de toeristen die coffeeshops bezoeken in eigen land ook blowen. Ze komen hier niet primair om wiet te kopen, maar omdat het ‘zo gezellig is om samen te roken in de coffeeshop, in een café-achtige sfeer’.

Dat ze thuis ook wiet roken bevestigt dat blowers geen kotsende drugstoeristen zijn. – Ik neem tenminste aan dat ze thuis ook niet op straat of in de gracht (?) kotsen –
Het is wel vreemd dat blowen in de coffeeshop zo populair is, terwijl veel shops in Amsterdam al jaren slechts een afhaalfunctie hebben, maar één of enkele loketten.
De shops waar je nog wel kan zitten en roken hebben meestal weinig plaatsen. Juist het ruimtegebrek binnen kan ertoe leiden dat zich een rij wachtenden op straat vormt.
Maar als toeristen niet voor de aankoop van wiet, maar vooral voor de gezelligheid van het samen roken komen, wat is dan het nut van een verbod op wietverkoop?
Om ‘drugstoeristen’ te weren, zou Femke dus niet de aanschaf van cannabis, maar het samen gebruiken moeten verbieden. Als het onderzoek klopt vervalt daarmee de motivatie om naar Amsterdam te komen, want thuis kunnen ze ook wiet roken.
N.B.: Historisch gezien zijn de coffeeshops juist opgericht om cannabisgebruikers een plek te geven om te roken, zodat ze dat niet op straat hoefden te doen. Het feit dat er weinig gebruik van de rookruimtes werd gemaakt was een van de redenen dat veel coffeeshops op loketten zijn overgegaan, alleen afhalen dus.

T.a.v. het 2e doel: Beschermen van jongeren tegen verslaving
Femke’s verhaal bevat geen onderbouwing van haar plan om jongeren tegen verslaving te beschermen door wiet-verkoop aan toeristen te verbieden.
Het klinkt lekker, maar de praktijk wijst uit dat het omgekeerde waar is.
Het optuigen van coffeeshops was altijd bedoeld om jongeren niet in contact te laten komen met hard drugs, om deze markten te scheiden. En met scherp toezicht en regelmatige controle van de politie wordt die regel al meer dan 50 jaar gehandhaafd.
Als Femke’s plannen doorgaan hebben gebruikers juist méér kans om in aanraking te komen met criminaliteit en verslaving. Als je gedwongen bent om op illegale wijze wiet te kopen, ontmoet je al snel verkopers die ook (en vooral) hard drugs verkopen.
Dat geldt voor toeristen, maar ook voor Amsterdammers, ‘Ingezetenen’ dus, die weigeren zich te legitimeren of als gebruiker te laten registreren (het I-criterium).
(Veel lokale cannabisgebruikers hebben nl. geen enkele behoefte om als zodanig bekend te staan. Voor je carrière is dat geen aanbeveling, noch voor je relaties.)
In dat geval ben je – als toerist en als gebruiker – aangewezen op de zwarte markt.
Daarbij wordt niet de straatverkoop bedoeld, die tijden zijn achterhaald.
Er bestaat namelijk al lang een wijdvertakt, verfijnd en gespecialiseerd netwerk om drugs te betrekken. Het gaat dan om hard drugs als coke, XTC, speed, GHB, etc.
Je belt een nummer, bestelt een drug, zegt hoeveel je wilt, en binnen een half uur staat de Thuisbezorger voor je deur of op een afgesproken plek. Cannabis is nu nog geen courante handel, dat haal je in de Coffeeshop. Maar als je geen wietpas krijgt of niet geregistreerd wilt worden (denk bv. aan de Burgemeesterstweeling, die wordt dit jaar 18!) dan bel je de dealer. En dan zijn opeens alle drugs binnen handbereik. Spannender dan de coffeeshop, en heel gezellig en gezamenlijk.
Zowel voor de toerist die geen wiet meer mag kopen, als voor de Amsterdammer die geen registratie wil, zijn de verboden middelen, criminaliteit en verslaving, opeens niet meer zo ver weg. Maar het toezicht en de sociale controle die de coffeeshop biedt is dan juist wél heel ver weg …….

T.a.v. het 3e doel: Het decriminaliseren van de cannabis-ketens
In 2010 had Amsterdam 223 coffeeshops, in 2020 waren dat er nog 166. Sommige
shops zijn gestopt, anderen moesten sluiten omdat ze te dicht bij scholen stonden. Van deze coffeeshops vormen een aantal een ‘keten’. The Bulldog en Greenhouse zijn de grootste met 5 shops, en er zijn nog een aantal andere eigenaren met 4 of 3 coffeeshops. Femke Halsema wil ketenvorming onder coffeeshops beperken om
Monopolieposities te voorkomen en complexe en niet-transparante ondernemings- en financieringsconstructies tegen te gaan
= De coffeeshops in Amsterdam bestaan al 50 jaar zonder dat iemand zich hier ooit druk over heeft gemaakt. Monopolieposities zijn nooit ontstaan, ketens bestaat uit 5 shops hoogstens. En coffeeshops zijn gedwongen om niet-transparant en complex te opereren in hun constructies. Dat geldt zolang cannabis niet wordt gelegaliseerd.
= Supermarkten, drankwinkels, toeristenwinkels, etc. bestaan wel uit grote ketens. Daarbij is sprake van tientallen of meer winkels in Amsterdam. Bepaalde ketens hebben een monopoliepositie, wat in die branches blijkbaar geen probleem is.
= Al 50 jaar mag er slechts een voorraad van 500 gram cannabis (wiet en/of hasj) in de coffeeshop aanwezig zijn, wat makkelijk in een klein AH tasje past. Om te kunnen verkopen moet er dus voortdurend worden aangevoerd. Volgens Femke worden koeriers die hiervoor zorgen regelmatig beroofd, “vaak jonge jongens die door de georganiseerde misdaad geript en gemanipuleerd worden”. Zij stelt voor dat een shop meer ‘stash’ mag hebben, bv. een paar kilo, een normale AH zak. Dit is het enige concrete plan wat zij noemt om de cannabis-ketens te decriminaliseren.
Maar: Wat heeft dit plan te maken met wel of geen keten-vorming in de wiethandel?
(En zolang die stash nog steeds in het geheim aangevoerd moet worden: Gaat de georganiseerde misdaad juist niet meer interesse tonen als de buit groter wordt?)

Samenvatting:
Femke Halsema komt met een plan om wiet-verkoop aan toeristen te verbieden.
Zij nodigt iedereen uit om haar plan kritisch te lezen en te becommentariëren.
Als binnenstad-bewoonster met enige kennis van zaken is dit mijn mening:
– Het plan is niet of slecht onderbouwd: Toeristen die coffeeshops bezoeken worden verwisseld met groepen toeristen die overlast bezorgen; overlast wordt niet beter gedefinieerd dan ‘in de gracht kotsen’.
– Er worden discutabele cijfers aangehaald om dit plan te ondersteunen, terwijl ze het juist onderuit halen. Genoemde cijfers tonen aan dat toeristen niet voor de wiet komen, maar voor de gezelligheid van het samen roken. Maar zelfs als de wiet-verkoop aan toeristen in coffeeshops wordt verboden, kunnen ze nog steeds gezellig samen roken, in het park of in het hotel bijvoorbeeld.
– Het plan wil verslaving voorkomen, maar het heft de jarenlange scheiding van hard en soft drugs op. Cannabisgebruikers (toeristen én ingezetenen) worden gedwongen zich op een markt te begeven waar ook hard drugs te krijgen zijn.
– Het plan wil cannabis-ketens decriminaliseren, maar die ketens bestaan niet. De grootste keten bestaat uit slechts 5 van de 166 Amsterdamse shops.
Dit idee lijkt ingegeven uit angst: de overheid wil meer zicht en controle op de coffeeshops. Maar omdat de overheid weigert cannabisgebruik te legaliseren, zorgt zij zelf voor de illegaliteit waarin de shops moeten manoeuvreren.

Tot slot: Een van de nare kanten van dit plan is de sensatie-achtige sfeer waarin het wordt gepresenteerd Of de burgemeester het nou zelf bedenkt, teksten citeert, of dat de kranten het ervan maken:
-Dubieuze stellingen worden niet met feiten gestaafd en creëren stemmingmakerij.
-Uitspraken zijn soms onzinnig, bevatten fake-news of kunnen tot hetzes leiden.
Als trotse burger van Amsterdam lees ik bv. de volgende citaten over mijn stad:
= Amsterdam heeft een zelfverkozen status als brandpunt van drank en drugs en
rock-’n-roll. Dit leidt tot ongebreideld drugstoerisme.
= De oververhitte cannabismarkt in de stad moet worden aangepakt!
Veel uitspraken zijn makkelijk te ontzenuwen, met enige kennis van zaken.
Maar ze zijn vaak o zo tendentieus en bevestigen vooral bestaande vooroordelen!

Open brief uit Duitsland over I-criterium

AAN
MEVROUW BURGEMEESTER FEMKE HALSEMA
Amstel 1
1011 PN Amsterdam

EEN OPENBAAR VERZOEK

Zeer geachte mevrouw Halsema,

mijn naam is Michael Kleim. Ik woon in Gera, Duitsland. Ik ben een
protestantse theoloog. In de DDR voerde ik campagne voor democratie en
mensenrechten. Ook toen had ik goede contacten in Nederland. Na 1989 zet
ik me nog steeds in voor mensenrechten. Ik vecht ook tegen antisemitisme
en rechts radicalisme.

Ik voer al jaren campagne voor een humaan drugsbeleid. Dit maakt deel
uit van mijn inzet voor democratie en mensenrechten. Ik ben lid van de
“Schildower Kreis”, een netwerk van drugsbeleid van experts uit
wetenschap en praktijk.

In 1990 bezocht ik Amsterdam voor het eerst. Sindsdien ben ik regelmatig
in deze fantastische stad geweest. Ik heb ook andere plaatsen in
Nederland leren kennen. Ik heb vrienden en kerkcontacten in Nederland.
Ik heb talloze jongerenontmoetingen, opleiding en culturele projecten
georganiseerd tussen mensen uit Duitsland en Nederland.

De Nederlanders, hun cultuur en geschiedenis hebben mij altijd
gefascineerd. Dat het streven naar vrijheid, verantwoordelijkheid en
tolerantie zo serieus werd genomen.

Nu las ik dat de burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema, van plan is
het coffeeshopsysteem in haar stad radicaal aan banden te leggen. Helaas
zijn er altijd overheidsbelemmeringen voor de gedoogde handel in
cannabis. Maar de nieuwste plannen vertegenwoordigen een radicale stap
achteruit.

Ik begrijp dat Amsterdam grote problemen heeft met het massatoerisme.
Aan de andere kant laten de vele bezoekers aan Nederland zien hoe
aantrekkelijk en mooi Nederland en Amsterdam zijn. Ik denk ook dat de
problemen van het sluiten van coffeeshops en het verbieden van toegang
voor buitenlanders niet kunnen worden opgelost.

Maar wat mij beweegt, is iets anders.
Ik las op internet dat uw partij “GroenLinks” zich inzet voor een
democratisch drugsbeleid. Maar hoe valt het te rijmen met het feit dat
U als beroemdheid in Uw partij, Femke Halsema, intensief het
tegenovergestelde doet? Dat schaadt de geloofwaardigheid van Uw partij.
Ik versta dit niet.

Nederland was jaren geleden een rolmodel en stimulans voor democratisch
drugsbeleid. Veel belangrijke impulsen kwamen uit hun land, in
overeenstemming met de traditie van de wil tot vrijheid en kritiek op
onrecht. Inmiddels hebben andere landen Nederland op dit punt ingehaald,
bijvoorbeeld Portugal, Spanje en individuele staten in de VS. Maar
terwijl internationale landen de moed hebben om het verbodsbeleid te
verminderen, wil de vrije, trotse en moedige stad Amsterdam de
staatsrepressie weer opvoeren? ” „HELDHAFTIG VASTBERADEN
BARMHARTIG“?

Ik ben ervan overtuigd dat Uw plannen, mevrouw burgemeester
• passen niet bij het karakter van de stad Amsterdam
• lossen de problemen van het massatoerisme niet op
• zorgen voor meer zorgen
• in strijd zijn met de traditie van tolerantie in Nederland.

Ik ben ervan overtuigd dat de geplande maatregelen weinig praktisch of
concreet voordeel zullen opleveren. Maar de symbolische schade zou erg
groot zijn. Deze repressieve en discriminerende maatregelen zouden de
reputatie van Amsterdam schaden. De symbolische schade voor iedereen die
zich inzet voor een humaan drugsbeleid zou ook groot zijn.

Ik denk ook dat deze plannen onverenigbaar zijn met het drugsbeleid van
GroenLinks. Hoe is het mogelijk dat een prominente politicus als U
beslissingen nam die in het belang zijn van de rechtse politiek?

Ik hoor graag van je.

Met respectvolle groeten
Michael Kleim, Gera

verzonden naar:
Mevrouw Burgemeester Femke Halsema
Fractiebureau GroenLinks Amsterdam
Politieke partij „GroenLinks“

“Coffeeshops ondermijnen de bovenwereld”, het nieuwe Mantra van de Amsterdamse Driehoek

Donderdag 28 januari heeft de gemeenteraad commentaar gegeven op het beheersplan wat op 8 januari door de Amsterdamse burgemeester Halsema (lees de Driehoek) aan de raad is voorgelegd.
Het beheersplan  “naar een beheersbare cannabismarkt” omvat een onderdeel van de aanpak van het terugdringen van het ( massa)toerisme naar Amsterdam. Helaas voor de zoveelste keer worden de coffeeshops als een van de belangrijkste aanjagers van dat massatoerisme nagewezen ( en dan nog van het zogenaamde “laagwaardig” deel daarvan waar de publieke opinie over beweerd dat: “Amsterdam daar geen cent aan verdient, alleen maar overlast aan ondervindt”).                                                                                                            Deze pijlen zijn al 15/20 jaar op de coffeeshops gericht zodat er ondertussen een substantieel aantal coffeeshops  gesloten zijn ( met in die zelfde tijd geen enkele afname maar een mega toename van het toerisme en klagende eigenaren van de nog open coffeeshops van dat de extra toeloop niet bevorderlijk is voor de sfeer in de shop).

Met het beheersplan brengt de Driehoek een volstrekt nieuwe pijl in de strijd tegen het toerisme, een GIFPIJL als zouden coffeeshops de samenleving ontwrichten! Het is op basis van dat dogma waarmee de Amsterdamse Driehoek alsnog het I-Criterium ingevoerd wilt krijgen ( wat in een eerdere raadsvergadering in Oktober niet gelukt was van een meerderheid aan raadsleden tegen dit Criterium)

Het is een nieuwe redenatie wat uitgaat van het Mantra van het landelijke politie en Justitiebeleid wat in 2010 startte onder de regering van VVD,CDA en de gedoogpartner PVV:
“De onderwereld ondermijnt de bovenwereld”! Het is deze Mantra die de Amsterdamse Driehoek naar haar hand zet: “Als we nou de coffeeshops tot die onderwereld rekenen gebiedt de logica van dat door dat vele toerisme de Amsterdamse coffeeshops HEEL VEEL geld verdienen, ergo, de coffeeshops zorgen voor HEEL VEEL ondermijning van de bovenwereld!”
Het is die logica in het beheersplan waarop de invoering van het I-criterium verdedigd wordt met in de ogen van de Driehoek alleen maar winnaars: Van EN geen ellende meer van die horde laagwaardige drugstoeristen (die dronken, blowend, luidruchtig en kotsend het Amsterdamse Werelderfgoed naar de kloten helpt) EN minder ondermijning van de bovenwereld door die verdomde “onderwereld “coffeeshops.

Het is te prijzen van dat de linkse raadsleden het beheersplan van de Driehoek “in de pauze” hebben kunnen zetten voor nader beraad. Los van dat ik de argumenten daarvoor niet zo sterk vond is dit in ieder geval een (klein beetje) positief resultaat.

En wat ik tenslotte nog kwijt wil is dat coffeeshops niets met ondermijning van doen hebben maar juist een bijdrage leveren tegen de ondermijning. Los van het gegeven van wat nou onder de onderwereld en onder de  bovenwereld verstaan moet worden zorgt de coffeeshopbranche er juist voor dat, in tegenstelling tot het buitenland, de inkomsten aan de verkoop van cannabis per direct omgezet wordt in de reguliere landelijke en lokale economie van reguliere werkverschaffing en afdracht van (loon)belastingen van het personeel, werkgelegenheid voor lokale aannemers, loodgieters, voor de horeca toeleveringsbedrijven, enz, enz. Zo heeft The Bulldog  een prachtig hotel, hebben de afgelopen jaren veel coffeeshopeigenaren mee geholpen aan innovatief onderzoek naar de werking van CBD waar de reguliere drogisterijen zoals Kruidvat en Jacob Hooy nu dankbaar profijt van hebben. Dus, hoezo ondermijning!! De coffeeshop is geen noodzakelijk kwaad maar een noodzakelijk goed voor de sociaal/economische verhoudingen in de Nederlandse samenleving en spelen zij een essentiële rol van het in goede banen leiden van verkoop en gebruik van cannabis.

Het Amsterdamse coffeeshopbeleid, hoe de gevreesde afbraak te stoppen?

 

 

Hieronder een schrijven wat alles te maken heeft met het I-criterium, coffeeshopbeleid, leefbare binnenstad, hoe om te gaan met het massatoerisme enz enz.

Het is geschreven voor de Amsterdamse gemeenteraad met mijn commentaar op het beheersplan van de Driehoek met nieuwe voorstellen voor het Amsterdamse coffeeshopbeleid  (januari 2021) Een kritisch schrijven rechtstreeks uit mijn hart omdat de Driehoek in mijn ogen op een verkeerd spoor zit. Mijn advies is dat dit beheersplan ingetrokken wordt en een multidisciplinaire werkgroep met een volstrekt nieuwe visie aan de slag gaat. Dit betekent niet dat er geen interessante en uitdagende voorstellen in het beheersplan staan. Zeker niet, een aantal zijn zeer de moeite waard maar kunnen alleen maar tot hun recht komen bij een andere filosofie over de toekomst van het Amsterdamse coffeeshopbeleid dan waar het beheersplan zich op baseert. Een filosofie van een stad van tolerantie en gastvrijheid van een beleid waar toeristen en al die andere niet ingezetenen van onze stad de coffeeshops mogen blijven bezoeken. En dat op zo’n manier dat dit een positieve bijdrage levert aan het leefklimaat voor allen die wonen en werken in Amsterdam! Dat is de echte uitdaging waar we voor staan en realiseerbaar moet zijn met een andere kijk dan die in het beheersplan beschreven staat.

August de Loor  71 jaar geboren en getogen binnenstadbewoner, 52 jaar dienstbaar aan het Amsterdamse drugsbeleid en leefklimaat

                                         NAAR EEN BEHEERSBARE CANNABISMARKT IN AMSTERDAM

                               Een kritische commentaar op het beheersplan van de Amsterdamse Driehoek

Het beheersplan beschrijft haar doelstelling als volgt: Het realiseren van een beheersbare Amsterdamse cannabismarkt, waarbij niet alleen aan de voorkant ( bij de consument) maar ook aan de achterkant sprake is van een betere scheiding van de harddrugsmarkt en de softdrugsmarkt.

Deze doelstelling roept op zijn zachts gezegd nogal wat vragen op. Bij een beetje kennis van zaken moet de cannabismarkt namelijk als twee strikt van elkaar gescheiden fenomenen gezien worden; het illegale cannabiscircuit ( van productie, (tussen)handel en illegale verkoopcircuit tot straatdealers aan toe) en het gedoogde circuit van coffeeshops. Met het in de doelstelling  negeren van dit wezenlijk onderscheid van de cannabismarkt wordt de indruk gewekt als zou de Amsterdamse coffeeshopbranche zich aan de voorkant schuldig maken aan de verkoop van harddrugs (de consument) en aan de achterkant in de handel van harddrugs ( de begrippen voorkant en achterkant in de doelstelling versterkt die aantijging; in het illegale circuit is er namelijk niet zoiets als een voor- en achterkant, in coffeeshops wel, de voor- en achterdeur).

Met deze inleiding wil ik niet de indruk wekken van dat ik “spijkers op laag water zoek”! Integendeel, het is in de verdere toelichting van het beheersplan wel degelijk zo dat de suggestie gewekt wordt als zouden coffeeshops zich schuldig maken aan harddrugshandel Maar dit alles blijft uiterst vaag, ontbreken de bronnen tot zelfs onlogische redeneringen aan toe!

Zowel uit harde als “zachte” data uit de landelijke als Amsterdamse monitors blijkt al decennia zich nergens een dergelijke vermenging af te spelen en waar dit zich incidenteel in Amsterdam voordoet staat het HIT team paraat met dito sanctionering door het stadhuis van de desbetreffende coffeeshop. Kortom, mocht dit essentiële toezicht op het Amsterdamse coffeeshopbeleid zo in gebreke zijn gebleken bij de Amsterdamse Driehoek is het de plicht van diezelfde Driehoek om met bewijzen te komen ter verantwoording van hun taak van het gescheiden houden van de drugsmarkten

Het negeren in het beheersplan van het fundamentele verschil tussen het illegale circuit en coffeeshops is een ernstige emissie. Zoals gesteld wordt door dit negeren de coffeeshopbranche onterecht in het verdachtenbankje geplaatst terwijl de coffeeshop juist een effectief middel is in het gescheiden houden van de drugsmarkten.

Tenslotte, met het streven naar een BETERE SCHEIDING DER DRUGSMARKTEN staat het beheersplan op gespannen voet met de doelstelling van het softdrugsbeleid van een ABSOLUTE SCHEIDING DER DRUGSMARKTEN. Kortom, een beheersplan met minder ambitie dan het huidige drugsbeleid!

( hierbij nog een korte naschrift over de veronderstelling van harddrugs verkoop in coffeeshop. De praktijk leert dat mocht een coffeeshop zich schuldig maken aan verkoop van harddrugs aan haar bezoekers dit dan eerder opvalt bij de andere bezoekers dan bij de politie en is een coffeeshop in no-time zijn klanten kwijt (onderzoek naar; de sociaal/culturele functie van 115 Amsterdamse coffeeshops  Adviesburo Drugs 1994). Dit rapport, geschreven voor het stadhuis naar aanleiding van toentertijd dezelfde veronderstelling als nu al zouden coffeeshops zich schuldig maken aan de verkoop van harddrugs tot toen heroïne aan toe. Dit rapport heeft toen op voorspraak van de gemeenteraad (met dank aan het opmerkelijke PvdA raadslid Annemarie Grewel) geleid tot de oprichting van de Multidisciplinaire werkgroep: Toekomst Amsterdamse softdrugsbeleid met voorstellen wat decennialang de toets der kritiek kon doorstaan met toen al de oproep voor het legaliseren van de achterdeur van coffeeshop wat helaas met de opzet van het experiment van deze regering nog zeker 8/9 jaar op zich laat wachten, met de onzekerheid of dat überhaupt nog zal gebeuren)

Het zijn niet coffeeshops maar het illegale circuit waar de vermenging van de handel in soft- en harddrugs zich voordoet met steeds meer nieuwe harde producten ( tot zeer recent het, vanuit gezondheidszorg, zeer zorgelijke nieuwe product van Synthetische Wiet) en steeds meer mogelijkheden aan distributiekanalen voor zowel de  tussenhandel als de verkoop aan consumenten van dit illegale circuit, via internet, websites, 06-lijnen.

Op basis van de doelstelling van het beheersplan zou je dus mogen verwachten dat 80% van de notitie besteed zou worden met een overzicht van de huidige stand van zaken van dit uitdijende, lees drugsmarkt gemengde, illegale cannabiscircuit met vervolgens voorstellen van hoe op deze ontwikkeling op een slimme, effectieve manier geanticipeerd moet worden ( lees dus niet met de botte lees repressieve bijl). In het beheersplan staat daar niets over en ontbreekt het dus aan het prioriteit stellen van het Nederlandse dus ook Amsterdamse beleid van het gescheiden houden der drugsmarkten. Een fundamenteel onderdeel van deze prioritering is het als de weerga realiseren van een robuust coffeeshopbeleid. In het beheersplan worden daar wel degelijk een aantal voorstellen voor gedaan ( keurmerk, “oprekken” van een aantal gedoogcriteria) wat meer dan waard is om verder uit te werken met de uitdaging om daar de collega grote steden, de VNG en de landelijke overheid in mee te krijgen.

Maar de voorwaarde om daar vanuit Amsterdam mee aan de slag te gaan is dat het denkraam waar het beheersplan op gestoeld is van tafel gaat met daarvoor in de plaats het werken aan een robuust Amsterdams coffeeshopbeleid zoals hoe met de regio het nuloptiebeleid doorbroken kan worden, behoud van de kleinschaligheid en diversiteit in het aanbod van coffeeshops en dat evenwichtig verspreid over de stad ( zoals IJburg, Noord, Zeeburgereiland en meer woon/werk/groeikernen met zowel coffeeshops voor de yuppen- als de multiculti bewoners aldaar) met als positief  bijeffect van dat dit de bezoekersstroom op de binnenstad coffeeshops doet verminderen. Het is echter het raamwerk van het beheersplan wat dit soort voorstellen naar een robuust Amsterdams coffeeshopbeleid in de weg staat.

HET BEHEERSPLAN

In plaats daarvan zorgt het beheersplan tot een verder verschraling van  het Amsterdamse coffeeshopbeleid zoals de min of meer aankondiging van het verder reduceren van het aantal coffeeshops in de stad. Zo wordt menig keer in het beheersplan de Mantra herhaald van dat Amsterdam bijna 30% van het aantal coffeeshops in Nederland heeft met dus als ondertoon van dat daar makkelijk wel een hoop vanaf kan (en ook in haar publieke optreden over het beheersplan laat de burgemeester zich in die zin uit).

Met een concreet voorbeeld wil ik aantonen dat de geschiedenis zich dan weer zal herhalen zoals in 2012  met de uitruil van de Wietpas van het regeerakkoord uit 2010 met de invoering in Amsterdam van de Scholenafstand, zodat alweer meer coffeeshops dicht moesten zoals al eerder was gebeurd met Project 1012. Met dit puur getalsmatig sluiten zag het stadhuis totaal over het hoofd dat een behoorlijk deel van die coffeeshops populaire coffeeshops waren onder Marokkaanse en andere medelanders. En als er iets niet had moeten gebeuren dan was het dit wel met, ook door mij, een hoop inzet om de woede en frustratie onder deze buitengesloten coffeeshopbezoekers te temperen met bij een van de medewerkers van een gesloten coffeeshop de opmerking;  “Wat zou er gebeuren als bij het lukraak van boven sluiten van een groot aantal cafés daar toevallig veel yuppen-, homo- of korps studentencafés  bij zouden zitten, ik denk dat dat niet onopgemerkt geweest zou blijven bij menig stadhuis beleidsmakers, met bij mijn coffeeshop het risico van dat een deel van de bezoekers in het illegale circuit verdwijnen”!).

En laat nou datzelfde regeerakkoord uit 2010 weer opnieuw leidend zijn voor het Amsterdamse coffeeshopbeleid. Het is namelijk dit regeerakkoord wat het beheersplan in haar toelichting benoemd als denkraam van haar voorstellen, een akkoord  afkomstig van een regering wat onder zowel deskundigen als de volksmond aangeduid als een ; van demeestverstokte-anti -coffeeshop -politieke- partijen- van- VVD,CDA en PVV.

Het waarom het beheersplan voor dit regeerakkoord kiest kan alleen maar met dat de Amsterdamse Driehoek mee gaat in wat omschreven kan worden als de ondermijningstheorie. Het is bovengenoemde regering die als eerste deze ondermijningstheorie ( en de ongefundeerde kritiek op de gedoogpolitiek) vertaalde in ingrijpende nieuwe invalshoeken van het landelijke drugsbeleid ( en wat zich tot op de dag vandaag onverminderd voortzet).

Het is de ondermijningstheorie die in de toelichting van het beheersplan meermaals aangehaald worden als zou de coffeeshopbranche een ondermijnende invloed hebben op de legale bovenwereld, sterker nog van dat er aanwijzingen zijn van dat deze branche de harddrugsmarkt steunt, financiert, faciliteert.

Het wapen die het beheersplan voorstelt om de omvang van ondermijning door de Amsterdamse coffeeshopbranche terug te dringen is het I-criterium. Met dit criterium zakt in de theorie van het beheersplan namelijk het inkomen van de branche, ergo dus ook hun mate van ondermijning van de bovenwereld plus komt de Driehoek hiermee tegelijkertijd tegemoet aan de  toegenomen druk uit de publieke opinie van het terugdringen van het zgn. laagwaardige drugstoerisme; TWEE VLIEGEN IN EEN KLAP!

Het moge duidelijk zijn dat ik zeer bezorgd ben over wat dit beheersplan voor gevolgen heeft voor het Amsterdamse coffeeshopbeleid.

Ten aanzien van mijn andere argumenten van deze bezorgdheid verwijs ik naar mijn website augustdeloor.nl  met meerdere artikelen zoals;

  1. Het paard van Troje, een artikel met een overzicht van wat de gevolgen zullen zijn als in Amsterdam het I-Criterium ingevoerd wordt, een overzicht met veel meer gevolgen dan alleen die van een nog meer ondoorzichtig,dus meer ondermijnend straatdealsysteem
  2. En ook een andere notitie over de geringe bereidheid van bezoekers van coffeeshops om zich, ter preventie van het Coronavirus, te registreren als voorbeeld van dat het I-criterium op een fiasco zal uitlopen ( n.b. om de niet-ingezetenen buiten de coffeeshop te houden moeten ook de ingezetenen gecontroleerd worden wat met het nog steeds heersende stigma ten aanzien van het gebruik van cannabis op weinig medewerking van de coffeeshopbezoekers kan rekenen en het personeel van coffeeshops waar toeristen niet komen tot obstructie zal leiden ( was het niet burgemeester Halsema die tijdens een TV  discussie vraagtekens plaatste bij het invoeren van wetten of regels als die niet op voldoende draagvlak kon rekenen bij vooral degenen die uitvoering aan die wet moeten geven?)
  3. En op dezelfde website kunt u nog vele andere artikelen vinden die zowel indirect als direct betrekking hebben over dit onderwerp, zoals zeer kritische commentaren  als zou Amsterdam de drugshoofdstad van de wereld zijn, hier ten aanzien van drugs maar alles kan en mag ( wijlen Burgemeester Schelto Patijn zou, als bepleiter van de gedoogpolitiek, zich in zijn graf omdraaien bij zulke onzin wat al jaren in de media als Mantra over Amsterdam beweerd wordt!), enz, enz.

 

En  kunt u de komende tijd de volgende notities verwachten van:

  1. Een kritisch commentaar op het O.I.S. rapport over dat 57% van de Wallen/Singel toeristen de coffeeshops bezoeken.
  2. Het 30% dogma van als zou er nog maar 20 coffeeshops in Amsterdam over zijn er nog steeds sprake kan zijn van dat dit nog steeds 30% van het aantal in heel Nederland is, ergo dat hoge percentage weer als argument gebruikt kan worden om nog meer coffeeshops in Amsterdam te sluiten
  3. Een kritisch commentaar op het Breuer rapport over met hoeveel coffeeshops Amsterdam kan volstaan in 2020 en 2025.
  4. Een notitie van dat coffeeshops, in tegenstelling tot wat algemeen beweerd wordt, juist een effectief instrument is tegen de ondermijning.
  5. En wat u ook kunt verwachten is via woord en geschrift mijn visie over een toekomstbestendige Amsterdamse binnenstad voor zowel de bewoners, de werkers als de bezoekers

Multidisciplinair overleg

Tenslotte, met het beheersplan breekt de Driehoek met een lange traditie van dat zeer essentiële onderwerpen aangaande het Amsterdamse drugsbeleid dit altijd als eerste gewikt en gewogen wordt middels multidisciplinair overleg. Voorbeelden te over zoals een integraal drugspreventie beleid grootschalig evenementen, bij meerdere zeer zware beleidskeuzes tijdens de in Amsterdam diep ingrijpende heroïne epidemie. En om bij dit softdrugsdossier te blijven; hoe vaak is er niet multidisciplinair overlegd bij essentiële beleidszaken aangaande het coffeeshopbeleid met als eerste de softdrugswerkgroep in 1993 met alle sleutelfiguren aan de onderhandelingstafel wat een Amsterdams coffeeshopbeleid opleverde wat decennialang  de toets der kritiek kon doorstaan.  Het beheersplan is verre van deze overlegtraditie opgesteld en dat wreekt zich op velerlei manieren met als meest schokkende van dat het raamwerk waarop het beheersplan gebouwd is op drijfzand

Nieuwe impuls waarschuwingscampagne IGNORE STREETDEALERS

Na de Lockdown is er weer meer drukte in het publieke domein aan uitgaanders, toeristen, dagjesmensen met in de schaduw van dat ook het gilde van straatdealers weer wakker is geworden met alle ellende van dien.

Samenwerking tussen de VLOS ( belangenvereniging van Smartshopeigenaren) en het Adviesburo Drugs heeft  onderstaande postercampagne opgeleverd om te waarschuwen voor de praktijken van straatdealers. De campagne wordt via de smartshops landelijk uitgerold aangezien dit staatdealprobleem, ondanks de verschillen in aard en omvang, zich in alle steden van Nederland voordoet ( en dan vooral in steden zonder coffeeshops).

En als we het dan toch over coffeeshops hebben spreken wij onze grote bezorgdheid uit in het voornemen van steeds meer steden in het land om het I-criterium voor coffeeshops in te voeren. Waar de afgelopen jaren steeds meer steden in het land met dit criterium gestopt zijn wil bijvoorbeeld Amsterdam dit toch weer invoeren zonder te beseffen van wat zij daarmee over zichzelf afroept ( zie meerdere artikelen op deze website met inhoudelijke bezwaren tegen dit criterium).

De jongste info uit het veld die het Adviesburo binnen heeft gekregen is dat het Amsterdamse straatdealcircuit al inspeelt op een eventuele invoering van het criterium zoals het aanleggen van voorraden van hasj en Wiet, van “foute “XTC tabletten, versneden coke en speed tot inferieure soorten van designerdrugs aan toe! De ervaring leert nou eenmaal dat dealsystemen die vluchtig van aard zijn (zoals het straatdealcircuit waar de klant geen enkele mogelijkheid heeft om de koopwaar te controleren) verantwoordelijk is voor het aanbod van de meest vervuilde middelen. De IGNORE STREETDEALERCAMPAGNE (2014/2015) voor het waarschuwen van een straatdealer die onder de roepnaam van cocaïne witte heroïne verkocht met drie doden en 14 bijna doden als gevolg is daar een meest extreem voorbeeld van.

Kortom, er is alle aanleiding van dat welke gemeente dan ook afziet van het invoeren van het I-criterium.

Namens de VLOS en het Adviesburo Drugs

August de Loor   0622250820

EXCLUSIVE: Europe Still Processing Over Two Dozen CBD Novel Food Applications

EUROPEAN regulators are still processing over two dozen CBD Novel Food applications, BusinessCann can reveal.

In July, it emerged the European Commission (EC) had halted Novel Food applications after choosing to view CBD as a narcotic and not a food.

At the time it felt like a hammer blow to the continent’s CBD industry, but the EC has confirmed to BusinessCann that it is still considering around half of the 50 applications it has received.

Canna Consultants Director and co-founder Matt Lawson.

And, there may yet prove to be a lifeline for a compliant European CBD sector.

No CBD From ‘Flowering And Fruiting Tops’

The applications still in the system are being allowed to proceed as they consist of CBD extracted from hemp – Cannabis Sativa – fibres and seeds.

Whilst those for CBD derived from the flowering and fruiting tops of the hemp plant, have been halted.

In January 2019, the EC decided to classify CBD as a Novel Food whilst failing to make a distinction between which parts of the plant it was derived.

In July this year, it emerged that the EC now considers CBD extracted from the flowering and fruiting tops of the hemp plant a narcotic, as defined under the 1961 United Nations Single Convention on Narcotic Drugs (SCND).

Those submitted Novel Food applications for CBD, it now views as a narcotic, have been halted for two months to allow applicants to make further submissions on their validity.

Applications for the remaining, non-narcotic, CBD batch are still being considered by the EC.

‘Narcotic’ CBD Cannot Be A Food

The UK-based Canna Consultants were the first to report on this changing approach of the EC to CBD as is defined under the 1961 SCND.

The Canna Consultants Director and co-founder Matt Lawson told BusinessCann: “Governments and the EC who wanted to make the point about CBD as a narcotic, should have been speaking up in January 2019 and saying, ‘CBD is not a novel food, because it cannot be a food’.

Deepak Anand, Chief Executive Officer at Materia.

“They didn’t and, in consequence, led market participants to believe that they could invest on the principle that they could secure a positive outcome for their products.”

Deepak Anand, Chief Executive Officer at Materia, a medical cannabis and CBD wellness company, focused on the European market, said: “The European Commission should not have classified CBD as a novel food in January 2019. Based on this, it was incumbent upon them to have clarified the fruiting versus non-fruiting part.”

A European CBD Avenue Emerging

“CBD derived through the non-fruiting part of the plant isn’t as high – potency-wise – as the fruiting part of the plant but if that the only option the EC decides to permit and doesn’t consider it a Narcotic, I do see it being interesting and really the only avenue for CBD brands looking at the European market. As a result, we might expect increased applications for products derived therein.

“The regulatory situation with respect to CBD and Novel Foods in Europe is extremely volatile for any mainstream CBD brand to consider. Particularly those that want to comply with the regulations entirely or companies that might be publicly listed.”

The EC told BusinessCann that as far as it is concerned it has not changed its position on CBD and has always viewed it through the prism of the 1961 SCND.

EC Blowback On KanaVape Case

However, Mr Lawson believes the potential ramifications of the high-profile KanaVape case have shifted its stance.

To briefly summarise; earlier this year, following a six-year court battle an advisor to the European Court of Justice (ECJ) ruled cannabidiol, or CBD, shouldn’t considered a ‘narcotic’ drug.

This has yet to be ratified by the ECJ, with a decision expected next month.

Mr Lawson added: “Surely the time for the EC to have had a ‘preliminary view’ – and announced it – was in January 2019 when it declared CBD as a novel food.

“Given that it must have been aware that the CBD upon which it was adjudicating emanated from the fruiting and flowering tops – as opposed to the fibre and seed – the announcement should have come in two parts – novel food, if from fibre and seed, and narcotic, if from flowering and fruiting tops.

“Is it that they only decided to deploy this tactic when it became clear to France that it was going to lose the KanaVape issue?”

CBD levels in stalks, seeds and stems of the hemp plant are much less than those founds in the leaves and the flowers.

Moves to amend the status of CBD under the SCND are likely to be made at a United Nations Commission on Narcotic Drugs (CND) meeting scheduled for December this year.

Some WHO cannabis recommendations draw strong opposition at recent UN meeting

Two of the World Health Organization’s (WHO) cannabis scheduling recommendations might face an uphill battle getting adopted later this year by the United Nations’ Commission on Narcotic Drugs (CND).

That revelation stems from an analysis of statements made by U.N.-member states at a recent two-day CND meeting.

Still, many in the cannabis industry are hoping for a positive outcome at the end of the year, when a vote is planned.

The reason: If the two recommendations discussed at the CND meeting in June are approved, international trade in certain CBD preparations is expected to become more free.

That’s because such products would be subject to fewer international controls. And that, in turn, could boost sales.

During the recent closed-door CND meeting, participants discussed two of the WHO’s six cannabis-related recommendations:

  1. Recommendation 5.4 to delete cannabis “extracts and tinctures” from Schedule 1 of the 1961 Single Convention on Narcotics Drugs.
  2. Recommendation 5.5 to add a footnote to the cannabis entry in Schedule 1 of the 1961 Single Convention to clarify that preparations containing predominantly CBD and up to 0.2% THC are not under international control.

The CND’s virtual meeting at the end of June included only U.N. member states and intergovernmental organizations.

But Marijuana Business Daily was able to watch most of the content and concluded that member states which actively engaged in the conversation were largely reluctant to change the status quo.

The debate around Recommendation 5.4 was relatively uneventful because many consider the proposal to be mostly of an administrative nature – intended to avoid repetition of the word “preparations” – rather than a move to reduce any controls.

By contrast, the CBD recommendation had almost no vocal supporters during the meeting.

If adopted, Recommendation 5.5 could have more direct implications for the cannabis industry and result in greater trade in CBD products.

Among those countries voicing reservations were the United States, Canada and Brazil as well as nations such as Kyrgyzstan.

The apparent lack of verbal support is a worrying sign for cannabis companies hoping to capitalize on this possible international change that would clarify that certain CBD products are not subject to the controls of the 1961 Single Convention.

However, it is worth noting that a large number of countries remained silent throughout the meeting. These included European countries that were present at the meeting but only rarely engaged in the conversation.

If those countries support the recommendations in December, the chances of approval would look better than what the June meeting suggested.

In addition, many of the U.N.-member states that expressed disagreement with the two WHO recommendations aren’t current members of the CND, which means their position wouldn’t count in the December vote. These include nations such as Ghana and Singapore.

United States voices opposition

Recommendation 5.5 saw resistance from the United States – which until now had not voiced a firm opinion on this proposal.

But in statements at the meeting, the U.S. was clear it does not intend to support the WHO proposal.

Instead, it would prefer that member states “decide for themselves what an appropriate threshold (of THC) should be.”

The June meeting – as preparation for an expected December vote – was the “first topical meeting” in a series of three during which countries will discuss economic, legal, administrative and other implications of adopting the six WHO cannabis proposals.

The second “topical meeting” is scheduled to be held virtually Aug. 24-25.

In principle, the meeting will also be exclusively for member states and intergovernmental organizations. However, during the first meeting, Canada and Mexico asked the commission to reconsider the exclusion of civil society, such as nongovernmental organizations and reporters.

The ‘experts’

More than 600 participants from more than 100 U.N.-member states registered for the first topical meeting.

Countries also had the opportunity to preregister experts to deliver introductory presentations throughout the meetings, but only the following did so:

  • Algeria.
  • Argentina.
  • Australia.
  • Brazil.
  • China.
  • Colombia.
  • Japan.
  • Nigeria.
  • Russia.
  • Singapore.
  • Turkey.
  • United States.

Most of the experts were government officials either from health or drug enforcement agencies.

European countries not only were largely silent during the open debate, they also did not make use of the opportunity to bring in experts.

Recommendation 5.4

The first day’s discussion was about the proposal to remove cannabis “extracts and tinctures” from Schedule 1 of the 1961 treaty.

Although many consider this proposal to be simply administrative in nature, countries such as Japan expressed concern about the intention behind the recommendation and noted that its adoption might lead to misunderstandings.

Singapore warned during its presentation that this proposal would “result in loss of control.”

Thailand was worried that the proposal could “mislead the general public that they (tinctures and extracts) are not harmful and could be used without any restrictions.”

Recommendation 5.5

If the CBD recommendation is adopted, qualifying products would be exempt from international control.

However, many member countries and the European Commission are still unsure about the possible ramifications of the proposal’s approval.

This was one of the reasons why voting was previously postponed to December.

More recently, the International Narcotics Control Board (INCB) raised questions about the applicability of this recommendation and warned that cannabis cultivation for the purpose of extracting CBD would remain under control even if the proposal is adopted.

Although the 1961 convention exempts from its scope cannabis cultivation for “industrial purposes” – mentioning fiber and seeds as examples – the INCB interprets the examples as exhaustive.

Not everyone agrees with this way of reading the treaty. For instance, the U.S. said in the June meeting that fiber and seed are “suggestions” and “not a hard limitation.”

But when it comes to Recommendation 5.5, the U.S. said that several issues prevent the country from supporting the proposal.

One of several U.S. arguments was that member states should determine for “themselves what a pure preparation of CBD might contain, based on analytical capacity, abuse liability and prioritization of prosecutorial resources.”

In April, the U.S. removed CBD drug Epidiolex from its controlled substances list.

Canada also seemed unsupportive of Recommendation 5.5 as it is written, calling on the WHO to:

  • “Reformulate” the proposal because it is “inconsistent” with the 1961 treaty to specify “what is not subject to control rather than indicating what is subject to control.”
  • “Reexamine the THC threshold” – a position shared by the U.S.

Most of the countries that made statements about Recommendation 5.5 also had opposing positions, but for other reasons:

  • Brazil was worried about several issues, including the possibility of THC products bearing fake CBD labels to disguise international control.
  • Japan showed concern about the potential application of this recommendation to nonmedical products, something “not in line with the (1961) Convention.”
  • Singapore emphasized “preparations containing THC should not be excluded from international control, regardless of the amount.”
  • Indonesia lamented the WHO made a “hasty” decision to say that CBD preparations with minimum THC aren’t liable to abuse and called for more research. The spokesperson of the country said it’s “unnecessary” to use CBD medicines to treat children with epilepsy, as other more efficacious medicines are already available.
  • Turkey criticized the “predominantly CBD preparations” definition as ambiguous. The speaker also questioned the current ambiguity surrounding “cannabis cultivation for nonmedical CBD.”

Alfredo Pascual can be reached at alfredop@mjbizdaily.com