AMSTERDAM EN HET INGEZETENENCRITERIUM

paard van troje august de  loor


Dat betekent niet alleen het binnen laten van het Paard van Troje in de binnenstad maar ook in de rest van Amsterdam en uiteindelijk het hele land.

De roep dat Amsterdam het ingezetenencriterium (I-criterium) moet invoeren is een al jaren terugkerende discussie.
De bepleiters van het I-criterium gaan er van uit dat daarmee een forse reductie van het aantal toeristen gerealiseerd kan worden en dat, in hun woorden, ook het laagwaardig coffeeshop- toerisme, wat Amsterdam liever kwijt dan rijk is fors zal afnemen en dus ook de overlast. Wat nieuw is dat, naast het bepleiten voor een I-criterium voor de hele stad, de PVDA (PRO) aandringt op een nieuwe variant van het I-criterium maar dan alleen voor de binnenstad.
In een jaren geleden notitie met dezelfde verwijzing naar het Paard van Troje waarschuwde ik al dat door het I-criterium juist de overlast zal toenemen en ondermijnend uitpakt op een van de kerndoelen van het drugsbeleid van het gescheiden houden van softdrugs met die van harddrugs. In deze notitie herhaal ik deze waarschuwing dat ook de nieuwe variant averechts zal uitpakken op wat de voorstanders van het I-criterium denken te bereiken. Kortom, de verwijzing naar het Paard van Troje blijft overeind!

Het I-criterium, een terugblik
“Sinds 2012 is het ingezetenencriterium opgenomen in het (strafrechtelijke) landelijke kader van het Openbaar Ministerie (OM). Dit criterium houdt in dat alleen personen die in een Nederlandse gemeente staan ingeschreven een coffeeshop mogen betreden.” Deze landelijke maatregel ( waar lokale overheden de vrijheid van invoering bij hielden) was gericht op het stoppen vanuit het over de landgrens wippen van het in de Nederlandse grenssteden kopen van cannabis. In de discussie van het in Amsterdam invoeren van het I-criterium wordt niet stil gestaan bij dat deze maatregel nauwelijks vaste voet aan de grond gekregen heeft. Op een aantal grenssteden na, zoals Maastricht, zagen steeds meer steden ervan af of gaven er geen uitvoering aan, lokaal bestuurlijk weggezet als een “dooie letter“ (zonder te beseffen daarmee vooruit te lopen op wat er nog komen zou). En dat nog komen is nu aan de gang. Als gevolg van een onomkeerbaar Europees politiek proces van een geleidelijke decriminalisering/gedogen van cannabis (in met name ons buurland Duitsland) neemt het over de grens wippen voor de aanschaf van cannabis in Nederland meer en meer af. Kortom, waar het I-criterium voor bedoeld was kan aan de “dooie letter” het woord “achterhaald” worden toegevoegd. De vraag is dus: Als het I-criterium nauwelijks heeft gewerkt, hoe zal dit dan uitpakken in Amsterdam, een stad ver weg van de landsgrens, met een totaal andere nationale en internationale aantrekkingskracht en met een andere doelstelling dan waar het I-criterium voor bedoeld is? En tenslotte of die maatregel niet ook voor Amsterdam een achterhaalde maatregel is?

Bezoekers van coffeeshops
Om deze vragen te kunnen antwoorden moet eerst de vraag worden gesteld wie nou de coffeeshops bezoeken? Zijn dit werkelijk die (laagwaardige) toeristen?
Decennialang beroepsmatig bezoeken van coffeeshops in de binnenstad en de omliggende wijken levert een eenduidig beeld op van uiteenlopende groepen van bezoekers, variërend van buurtbewoners (in leeftijd, sociale achtergrond en etniciteit) van bezoekers werkzaam in Amsterdam die in de regio geen coffeeshop hebben (zoals Amstelveen), van tijdelijke buitenlandse werknemers uit de overslagbedrijven, seizoen-werkers, buitenlandse studenten en expats tot een specifieke categorie van bezoekers van niet- ingezetene (kort/lang tijdelijke) buurtbewoners (de zogenaamde “grijstinten ” tussen geregistreerde en niet geregistreerde, een uitvloeisel van de smeltkroes aan nationaliteiten wat zo kenmerkend is voor Amsterdam). Waar de coffeeshops in de wijken zich in onderscheiden met die in de binnenstad is dat zij procentueel meer bezoekers uit de buurt ontvangen. Daarentegen ontvangen de coffeeshops in de binnenstad bezoekers uit de regio tijdens koopavond, weekenduitjes en de binnenstad-uitgaanskwartieren. Een ander verschil met de coffeeshops in de wijken zijn bezoekers uit binnen- en buitenland. Het zijn bezoekers die het hele jaar door op Amsterdam afkomen voor nationaal en Europees voetbal in de Arena, voor popconcerten in Ziggodome, Paradiso en de Melkweg naast evenementen zoals Koningsdag, ADE, Pride, evenals de tientallen beurzen, tentoonstellingen, en al die andere evenementen waar Amsterdam als nationale, Europese en wereldstad prat op gaat. Het stedentoerisme is daar de afgelopen decennia bijgekomen, van low- middle- tot high- budget toeristen, waarbij slechts een deel als uitgesproken “coffeeshoptoerist“ omschreven kan worden. Het overgrote deel bezoekt namelijk ook al het andere wat Amsterdam te bieden heeft.
Het overzicht maakt duidelijk hoe divers coffeeshops aan bezoekers ontvangen. Het is een indicatie over de mate waarin coffeeshops geïntegreerd zijn in de samenleving. In de woonwijken is deze integratie van coffeeshops te vergelijken met die van het buurtcafé en in het centrum met het nationaal en internationaal karakter van de daar natte horeca. Daarnaast maakt het overzicht de samenhang duidelijk tussen wie de coffeeshops bezoeken met wat er zich in Amsterdam afspeelt, voordoet en aangeboden wordt. Kortom, wat Amsterdam Amsterdam maakt.
Het is deze plaats en functie van de coffeeshops in Amsterdam wat door de voorstanders van het I-criterium in werkelijk elk opzicht over het hoofd gezien wordt. Zodoende ontbreekt het hen ook aan enig besef over wat het I-criterium teweeg zal brengen. Uiteenlopend van tot het in de kern aantasten van de functie van coffeeshops, van het ondermijnen van het scheidingsbeleid tussen soft- en harddrugs, van een toename van blowen in de publieke ruimte, van het uitdijen en verharden van het straatdealcircuit en van het creëren van, Amsterdam onwaardige, bizarre situaties in vooral de binnenstad. En dit alles bij elkaar opgeteld leidt dit alleen maar tot meer (en nieuwe vormen van) overlast, lees precies het tegenovergestelde wat de voorstanders met het I-criterium denken te realiseren.


Een BIZARRE binnenstad
Met de invoering van het I-criterium ontstaat een voor de Amsterdamse binnenstad ongekende nooit eerder vertoonde maar vooral BIZARRE situatie! BIZAR dat al die bovenbeschreven uiteenlopende categorieën van niet-ingeschrevene bezoekers overal in de binnenstad welkom zijn, behalve in een gelegenheid! En dan hebben we het niet over een marginale gelegenheid, met marginale openingstijden voor een marginale doelgroep! Nee, het gaat om een, met andere horeca te vergelijken gelegenheid; de coffeeshop. En wat dit extra BIZAR maakt is dat al die coffeeshops in de binnenstad niet dichtgetimmerd zijn, de voorpui geen donker gat! Niets van dat al. De deuren staan wagenwijd open, verlichting aan, bezoekers binnen maar voor al die bovenbeschreven honderdduizenden buitenlandse bezoekers van ADE tot stedentoerist is dit; VERBODEN toegang! “Het spek op de kat binden”, en: “ De aanlokkelijkheid van de verboden vrucht”, zijn spreuken die hierop van toepassing zijn! En tenslotte; verplaatst je eens in wat zich in de binnenstad kan voordoen: Waar de avond ervoor nog samen internationaal gedanst is in ZIGGODOME, of beide supportersgroepen samen juichen tijdens Nederland/België, de dag later in diezelfde stad elk wederzijds contact in de coffeeshop uit den boze is! Het is deze selectieve ongastvrijheid wat zowel bij de ingezetenen als de niet-ingezetenen van Amsterdam, zacht uitgedrukt, de wenkbrauwen zal doen fronzen. Dit alles is wat Amsterdam met haar binnenstad over zichzelf afroept.

Overlast in de binnenstad, overlast in de woonwijken
Door de invoering van het I-criterium zal de overlast eerder toe- dan afnemen dan wat de voorstanders van deze maatregel beloven (EN zal die overlast zich ook niet meer beperken tot de binnenstad maar tot ver in de woonwijken uitdijen).
Voor de deur van de binnenstadcoffeeshops ontstaat een overlast van tandenknarsende wachtenden die niet naar binnen mogen, van woedende niet- geregistreerde (tijdelijke) Amsterdammers die niet meer welkom zijn in hun favoriete coffeeshop, van al diegenen die alsnog proberen binnen te komen, tot tenslotte al die sores aan de voordeur aan persoonscontrole wat het I-criterium nou eenmaal opeist.
Voor de deur van de coffeeshops in de woonwijken ontstaat overlast door al die toeloop van geïrriteerde groepen die de toegang tot de binnenstadcoffeeshops geweigerd waren. Met vervolgens ook irritatie onder de vaste klanten van de wijkcoffeeshop die zich door die morrende rij naar binnen moeten zien te wurmen. Op een paar aan de rand van de stad na (middel)grote verkooppunten zitten de buurtcoffeeshops niet te wachten op deze (kunstmatige) toestroom van klanten. Het zorgt voor spanningen onder het personeel, die met tegenzin werk moeten uitvoeren en ook nog voor een klantenkring waar zij geen affiniteit mee hebben. Dit alles kan ertoe leiden dat een deel van de coffeeshopeigenaren doet besluiten de buurt/ontmoetingsfunctie op te doeken om zich louter te beperken tot de verkoop van cannabis Maar die koerswijziging zal niets afdoen aan de rij wachtenden. Die zal eerder toe- dan afnemen. (N.B. Het is al jaren een trend dat steeds meer eigenaren de ontmoetingsfunctie van hun coffeeshop sluiten. Meerdere oorzaken, zoals een te strikte controle op de gedoogcriteria liggen hieraan ten grondslag. Deze trend waardoor de coffeeshops tot louter verkoopbalies gereduceerd worden is vanuit de doelstellingen van het drugsbeleid zeer ongewenst wat door I-criterium alleen maar zal toenemen ). Dit alles is wat de woonwijken te wachten staat aan drukte en overlast. Het roept de vraag op hoe de coffeeshopeigenaren hierop moeten reageren? Naar de buurtbewoners, de buurtkaders, de collega-ondernemers in de straat en al die anderen waar jarenlang goede contacten mee zijn opgebouwd? Op hoeveel begrip kan een eigenaar rekenen voor een situatie waar hij of zij niet om gevraagd heeft? En hoe valt het te voorkomen dat de schuld bij de coffeeshops gelegd wordt met de oproep dat ze “motten oprotten”!
In een van mijn meest recente rondgang langs de coffeeshops in de binnenstad en de wijken gaf een coffeeshopeigenaar dit treffend weer; “Stel dat zo een criterium op cafés losgelaten zou worden, dan zou dagelijks de Telegraaf vol staan en het stadhuis te klein zijn!”

Toename blowen in de publieke ruimtes van de stad
Wat het I-criterium ook in de hand zal werken is een toename van het blowen in de publieke ruimtes. In eerste instantie in de binnenstad. Want na de aanschaf van cannabis in de woonwijken maken al die uiteenlopende internationale bezoekersgroepen onmiddellijk rechtsomkeer. De aantrekkingskracht van wat Amsterdam allemaal te bieden heeft ligt namelijk niet in de woonwijken maar hoofdzakelijk in de binnenstad. Maar daar zijn de coffeeshops voor hen gesloten met dus alle kans dat een deel van hen gaat blowen op pleinen, in steegjes, cafés, hotelkamer en andere plekken in de binnenstad ( het nu huidige, behoorlijk succesvolle blowverbod in de binnenstad kan de burgemeester dan op haar buik schrijven). Daarnaast is er ook een toename van blowen, verspreid over de stad op pleinen en in parken te verwachten met alle overlast en irritatie van dien. Al dit publiekelijk blowen bij elkaar opgeteld wat vervolgens jongeren op diezelfde pleinen en parken nieuwsgierig maken waar die wietdampen nou vandaan komen (een ernstige aantasting van het drugspreventiebeleid). Een toename van het blowen in de publieke ruimte staat ook haaks op de roep uit de samenleving in het terugdringen van plat consumptiegedrag in de publieke ruimte in fastfood, alcohol, enz. Niet een I-criterium maar een fijnmazig netwerk aan coffeeshops over de stad met gastvrije ontmoetingsruimtes voor de consument zou voor wat betreft het tegengaan van blowen op straat een pragmatisch antwoord zijn.

Het straatdealcircuit dijt uit over de stad
Wat het I-criterium in eerste instantie zal veroorzaken is de opkomst van een informeel verkoopcircuit in de nabijheid van de binnenstadcoffeeshops; van bezoekers die cannabis inkopen voor bevriende relaties tot doorverkoop aan de verderop in de straat wachtenden die niet meer welkom zijn in de coffeeshop. En bij dat laatste staat sowieso al het huidige doorgewinterde straatdealcircuit in de binnenstad klaar en zal zeker in omvang groeien (dit door het I-criterium gecreëerde schaarste-principe en dat ook nog voor een makkelijk herkenbare klantenkring van allereerst de die voor-de-dichte-coffeeshopdeur wachtenden ). Daar waar nu het straatdealen zich hoofdzakelijk beperkt tot de binnenstad zal door het I-criterium ook een fijnmazig grootstedelijk dealernetwerk ontstaan. Het wordt een netwerk in en rond de toeristen hotels tot ver buiten het centrum (dit fenomeen dook al eerder op bij de vorige poging om het I-criterium in Amsterdam ingevoerd te krijgen. Waar de internationale media deed voorkomen dat toeristen niet meer welkom waren in de Amsterdamse coffeeshops herhaalde het dealernetwerk dit met volle overtuiging, tot zelfs hondsbrutale dealers vanuit de hotellobby’s).
Dit grootstedelijk netwerk is op zich al een zorgelijk vooruitzicht en helemaal als dit zich gaat vermengen met de recente ontwikkelingen van openlijk gebruik en handel van basecoke en andere harddrugs in parken en pleinen verspreid over de stad. En dit zal een forse knauw betekenen in een van de kerndoelstellingen van het Nederlandse drugsbeleid van het gescheiden houden van de softdrugsmarkt met die van de harddrugs. (N.B. een knauw als gevolg van een maatregel tegen coffeeshops, terwijl diezelfde coffeeshops van essentiële belang zijn in het gescheiden houden van de drugsmarkten. Hoe macaber kan het zijn?).
Naast het ontstaan van een grootstedelijk dealernetwerk zijn er nog andere dealsystemen denkbaar die zich specifiek zullen richten op de groepen waar de coffeeshops voor gesloten zijn. Te denken valt aan valse registratieformulieren, van het aan buitenlandse vrienden “informeel” leveren van cannabis tot welkompakketjes in de verhuurkamers voor toeristen. En wat te denken van het risico van het bijverdienen door foute taxichauffeurs, de apps en 06 lijnen hoe je als toerist in Amsterdam aan cannabis kan komen met de al tijden zeer zorgwekkende trend van steeds meer drugwebsites waar alles aan (hard) drugs te koop is plus anabolen, illegale Viagra tot onduidelijke designerdrugs en nepmedicijnen aan toe. (De eigenaren van drugswebsite FUNCAPES die nu jarenlange celstraf boven het hoofd hangen is daarbij het topje van de ijsberg!)

Verharding van het straatdealcircuit
Naast het risico van het verspreiden van het straatdealcircuit over de stad is er nog een ander risico van een verharding van datzelfde circuit. En daarmee kom ik op een van mijn meest bezorgde analyses. Het was tijdens de Coronacrisis wat een stijging van het maatschappelijk isolement onder jongeren teweegbracht met daaraan gekoppeld het ontstaan van (sub)counterculturen onder een deel van hen. Deze ontwikkeling heeft zich de afgelopen jaren doorgezet met het risico dat een desperaat deel van deze jongeren in de drugshandel stapt. Deze instap is ten aanzien van cannabis om twee redenen laagdrempelig. Ten eerste door het I-criterium zelf; het verkopen van cannabis aan toeristen zal door deze jongeren opgevat worden als een legitiem onderdeel van hun (sub)countercultuur. ( met als oneliner: “Het onrecht rechtzetten van dat ook toeristen recht hebben op een vette joint!!). En ten tweede het makkelijk kunnen verkrijgen van een (straat) dealer voorraad cannabis via netwerken met kleinschalige telers ( homegrow) en het momenteel ruime aanbod van (gesmokkelde) legale cannabis uit Amerika en Canada. Deze nieuwe instroom van grotendeels nog onervaren dealers zal ongetwijfeld tot spanningen leiden met de “gestaalde” al bestaande doorgewinterde kaders van straatdealers, met alle risico’s van dien. Van alle, met Amsterdam te vergelijken steden in de wereld, is Amsterdam redelijk gevrijwaard gebleven van extreem hard/onderling geweld tussen de verschillende straatdealcircuits.
Zonder paniek te zaaien moet alles in het werk gesteld worden om die geweldsspiraal voor Amsterdam te voorkomen!

Paard van Troje
Alles bij elkaar opgeteld maakt duidelijk dat, ongeacht welk I-criterium, dit voor een reeks van essentieel Amsterdamse beleidsonderwerpen averechts zal uitpakken. Met daarbij, dat door het I-criterium niet de overlast zal af- maar toenemen en dat over de hele stad.
Het verwijzen naar de geschiedenis van het Paard van Troje is dan ook terecht. Niet alleen voor de binnenstad maar ook voor de rest van Amsterdam. Het risico van het invoeren van I-criterium in Amsterdam is dat, alleen al uit angst voor het waterbedeffect, de rest van Nederland zal volgen. Dit betekent dat waar de nadelen van het I-criterium in het overgrote deel van de grenssteden al jaren onderkend wordt dit via Amsterdam weer ontkend wordt. En hiermee herhaalt zich de geschiedenis van Amsterdam als pioniersstad van het Nederlandse drugsbeleid, maar dan nu in omgekeerde negatieve volgorde. Om met dit laatste toch positief te eindigen zou Amsterdam er goed aan doen om die negatieve volgorde ten goede te keren. Het is een oproep om het I-criterium vaarwel te zeggen als een museumstuk en in te spelen op de wereldwijde- niet- meer-te-stoppen-legalisering van cannabis. Hierbij kan Amsterdam het voortouw in nemen met het, in deze notitie al eerdere oproep, realiseren van een over de stad verspreid netwerk van coffeeshops ( en slim daarbij de regio zoals Amstelveen in mee te nemen, ergo minder druk op de eigen coffeeshops). Met een dergelijk fijnmazig netwerk van coffeeshops (in feite het oude model van café/slijterij maar dan voor cannabis) is Amsterdam goed voorbereid als over een paar jaar het experiment van het reguleren van de achterdeur van coffeeshops daadwerkelijk overgaat tot de legalisering van cannabis in Nederland (een dergelijk voortouw is des te belangrijk aangezien het in het experiment ontbreekt aan politieke en bestuurlijke aandacht hoe het coffeeshopbeleid eruit moet zien als die legalisering van de achterdeur gerealiseerd is). En ook internationaal kan Amsterdam een voortrekkersrol spelen. Waar, al boven beschreven, in de menig Europees land het gebruik van cannabis steeds meer gedoogd/gedecriminaliseerd wordt, vind wereldwijd in steeds meer toonaangevende landen de volgende stap plaats van het volledig legaliseren van cannabis. Opmerkelijk hierbij dat in die landen te weinig het nut van coffeeshops ingezien wordt. Amsterdam, gepokt en gemaasd met meer dan 50 jaar ervaring, kan een voortrekkersrol spelen in het internationaal overtuigen dat de coffeeshop een onmisbare rol vervuld in het in goede banen leiden van de legalisering van cannabis. En dat niet alleen vanuit de gezondheidsoptiek van de consument maar ook vanuit het belang van de samenleving als geheel.


Amsterdam, 22 april 2026
August de Loor Directeur Stichting Adviesburo Drugs (met werkervaring vanaf 1968)
Kerkstraat 260hs 1017 HA AMSTERDAM info@adviesburodrugs,nl
website: augustdeloor.nl

Rapport: Over Last in de binnenstad van Amsterdam, een analyse over de vele problemen in de binnenstad en een uitleg over hoe het harddrugsprobleem op te lossen. 1987 Stichting Adviesburo Drugs,

Rapport: Coffeeshops en hun bezoekers, onderzoek naar de sociale functie van 115 Amsterdamse coffeeshops. 1996 Stichting Adviesburo drugs,

Rapport: Onderzoek naar de bezoekerspatronen in 11 Amsterdamse binnenstadcoffeeshops. 2021 Stichting Adviesburo Drugs.

Ode aan 50 jaar coffeeshop The Bulldog

Beste kijker,

In december 2025 was ik aanwezig op het 50-jarige jubileum van The Bulldog. De bedoeling was om daar een korte speech te geven over het bijzondere van deze coffeeshop. Maar het feest en de speech van de oprichter van The Bulldog, Henk de Vries, was dermate indrukwekkend dat er te weinig ruimte overbleef voor mijn speech. Vandaar mijn besluit om mijn speech op deze website te zetten. Nog in de feestkleren van het jubileum kan je hopelijk genieten van wat ik aan bijzonders over The Bulldog te vertellen heb. Veel kijkplezier!

PS. Dit filmpje is gemaakt door Agnes de Ruyter, een profi documaakster en regisseur van menig VPRO tv-programma.

Nieuws uit de smartshopwereld

Beste lezer,
Hierbij een greep aan artikelen uit de jongste nieuwsbrief voor de leden van de VLOS, de belangenvereniging van ondernemers en vrienden van smartproducten. Artikelen die misschien ook voor jullie interessant zijn. Veel leesplezier!


Muscimol incidenten

In de week van 19 oktober werd het VLOS-bestuur door de Jellinek geïnformeerd over een zorgwekkende ontwikkeling: ziekenhuizen in de regio Amsterdam hebben de afgelopen weken meerdere toeristen opgenomen na het consumeren
van de zogenoemde CannaShock-reep.
Deze personen hadden een volledige reep gegeten en daarmee een hoge dosis
muscimol binnengekregen, wat leidde tot ernstige lichamelijke reacties.
Naar aanleiding hiervan heeft de Jellinek de VLOS benaderd, zodat wij onze leden direct
konden informeren en waarschuwen. Eerder hebben wij in nieuwsbrieven en mailberichten al gewezen op de twijfelachtige juridische status van deze producten en het risico voor consumenten. Ook toen al hebben wij afgeraden om deze producten te verkopen.
Toch is recent een groep toeristen in het ziekenhuis beland. Hoe dit heeft kunnen gebeuren, is een vraag die wij als brancheorganisatie nadrukkelijk stellen. Zodra wij op de hoogte waren van de incidenten, is er in de Amsterdamse binnenstad proactief contact gezocht met ondernemers — zowel leden als niet-leden — en zijn er vlak voor het Amsterdam Dance Event waarschuwingsflyers verspreid. Met dank aan de vrijwilligers van AdviesBuroDrugs!
Ook via de VLOS-WhatsAppgroep is direct een waarschuwing uitgegaan. Daarnaast heeft de VLOS contact opgenomen met de producent van CannaShock. Dit leidde tot een uitgebreide discussie, waarbij duidelijk werd dat de producent zich beroept op de vermeende legaliteit van het product. Onze adviseurs en diverse leden hebben echter gewezen op de Opiumwet:
Amanita muscaria staat op Lijst II van de Opiumwet, omdat de paddenstoel van nature
muscimol en iboteenzuur bevat.
Volgens Artikel 3 van de Opiumwet is het verboden om middelen op Lijst II te bereiden,
bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, vervoeren of aanwezig te hebben.
Het extraheren of bewerken van deze stoffen valt hieronder en maakt productie en
verkoop strafbaar. Hoewel muscimol zelf niet letterlijk op de lijst staat, is de wet duidelijk: deze regelgeving omvat paddenstoelen die deze stoffen bevatten — dus ook Amanita muscaria en afgeleide extracten.

Standpunt VLOS
De VLOS blijft ten strengste afraden om producten met muscimol zoals de CannaShock-reep te verkopen, zowel vanuit consumentenveiligheid als wettelijke verantwoordelijkheid. Wij blijven dit actief monitoren en ondernemen waar nodig actie in samenwerking met partners en instanties.
Tot slot
De veiligheid van consumenten en de integriteit van onze branche staan voorop. Blijf alert, blijf goed geïnformeerd — en raadpleeg ons bij twijfel. Heb je signalen, vragen of wil je incidenten melden?
Neem contact op met het VLOS-bestuur via info@vlos.nl.


Naar aanleiding van deze waarschuwingscampagne heeft onze adviseur, August de Loor een opiniestuk geschreven met als titel: De “versnoeping” van drugs.

De waarschuwingscampagne die de VLOS, naar aanleiding van meerdere ziekenhuisopnames als gevolg van het eten van een reep, in samenwerking met de Jellinek heeft uitgevoerd ( zie bovenstaand) is reden om stil te staan bij wat ik als de
”versnoeping” van drugs omschrijf.
Ziekenhuisopnames door het eten van een reep? “Het moet niet gekker worden”, zou mijn overleden vader zeggen om hem dan te moeten uitleggen dat er steeds meer snoepgoed verkocht wordt waar een psychoactieve stof in verwerkt is (in gewone taal dus; Drugs!). En dat allang niet meer beperkt tot de ouderwetse SPACE CAKE in coffeeshops en het latere fenomeen van designerdrugs (aangeprezen als snoepgoed of, in een geval nog gekker als bonsaimest voor het misleiden van Justitie). Met nu de afgelopen jaren een explosie aan repen, stroopwafels, haribosnoepjes, enz, enz.. En dat niet meer verkocht in druggerelateerde settingen zoals coffeeshops of (drugs)websites maar steeds meer mainstream in smart/toeristenshops of andersoortige winkels eindigend op shop.
En wat zou diezelfde ouwe vader hierop zeggen?

  1. Drugs verpakt in snoep? Is dit niet een tegenstelling tussen snoep en “uit je bol gaan”?
    Van mijn gedachtegang; hoe higher het effect, hoe soberder het uiterlijk van de drug zou moeten zijn!
  2. Het enige voordeel van de illegale status van een drug is een, bij de consument portie
    alerte waakzaamheid bij aanschaf en gebruik. In hoeverre kan binnen een legale
    omgeving zoals die van smartshops diezelfde waakzaamheid geborgd worden?
  3. Als de wasmiddelgigant Ariel waarschuwt dat haar fancykleurige producten onpakbaar
    moet zijn voor kinderen, hoe is dit dan bij versnoepte drugs geregeld?

Deze, en andere fundamentele vragen zijn van belang om daar binnen de VLOS antwoorden op te formuleren is mijn advies. Een discussie met een veel hoger doel dan alleen het voorkomen van ziekenhuisopnames of het voorkomen van de aantasting van het imago van smartshops (met het reële gevaar in Amsterdam waar maatregelen in de maak zijn tegen alles wat als laagwaardig toerisme, drugstoerisme of “platte” feestvierders gezien wordt, in deze opvatting dus ook de klantenkring van smartshops!).
Het antwoord vinden op deze fundamentele vragen raakt ook de discussie over de legalisering van drugs! Van hoe die legalisering vorm moet krijgen op de verpakking van de middelen? Op de kwaliteit van de productinformatie? Van hoe te voorkomen van dat het in handen komt van kinderen? Van een keurmerk van de verkooppunten, enz, enz?

Deze discussie behoort in mijn ogen tot het erfgoed van de VLOS! Want is het niet zo dat de smartshopbranche, begin jaren 90 van de vorige eeuw, ontstaan is vanuit het gedachtengoed om XTC (en andere smartdrugs) te legaliseren? Deze discussie wordt al jaren gekaapt door allerlei instanties die niet tot nauwelijks enige roots hebben met de geschiedenis van de smartshop- en smartproducten gemeenschap! Dus VLOS leden, pak deze uitdaging op en ga hiermee aan de slag!
August de Loor
adviseur VLOS


HHC en de nieuwe NPS-wet

Sinds de invoering van de stofgroepenwet (NPS-wet) op 1 juli 2025 krijgen we regelmatig vragen over HHC. Is het nu legaal of niet? En wat betekent dit voor de verkoop in smartshops?
Het korte antwoord: HHC is op dit moment niet expliciet verboden onder de Opiumwet, omdat het van nature in cannabis voorkomt. Dat klinkt misschien positief, maar in de
praktijk verandert er weinig. Voor producten als vapes en edibles is namelijk een officiële marktautorisatie nodig – en die wordt niet afgegeven, omdat HHC een psychoactieve werking heeft. Daarnaast weten we nog steeds heel weinig over de
veiligheid van HHC. En er speelt meer: de VN heeft dit jaar besloten HHC op te nemen in het internationale verdrag voor psychotrope stoffen. Dat betekent dat Nederland verplicht is de stof binnenkort ook in de Opiumwet te zetten. De verwachting is dat HHC vanaf 1 januari 2026 officieel verboden wordt. Ons advies aan de leden is daarom hetzelfde als eerder: verkoop geen HHC-producten.

Lobbywerk voor de smartbranche
Het afgelopen jaar heeft August de Loor zich opnieuw ingezet voor de belangen van de
smartbranche. In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen heeft hij zijn uitgebreide netwerk binnen de politiek benut om aandacht te vragen voor een eerlijker en toekomstbestendig beleid rond smartproducten en smartshops.
Via gesprekken met Kamerleden, oud-beleidsmedewerkers en de wetenschapsbureaus van verschillende partijen heeft August gepleit voor een duurzaam smart-beleid en erkenning van de smartshopbranche. Daarbij ging bijzondere aandacht uit naar het terugdraaien van onzinnige wet- en regelgeving (zoals de Novel Foodwet en de Opium- en Stofgroepenwet) en het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek naar smartproducten.
Nu de verkiezingen achter de rug zijn en D66 als grote winnaar uit de bus is gekomen, is er hoop dat deze thema’s meer gehoor vinden in Den Haag. D66 heeft zich in het verleden vaker open getoond voor discussie over modernisering van het drugsbeleid en ruimte voor wetenschappelijk onderbouwde benaderingen — een ontwikkeling die perspectief biedt voor de gehele smartbranche.
Ook aanverwante onderwerpen blijven onderdeel van August’ inzet, zoals een landelijk CBDbeleid, erkenning van microdosing met truffels, de legalisering van recreatief cannabisgebruik, en het pleidooi voor een Nationaal Hennep Gilde.
De VLOS blijft deze ontwikkelingen volgen. Meer informatie over August zijn werk en
standpunten is te vinden op augustdeloor.nl.

Cannabis congres PCN 28 nov Evoluon Eindhoven

Na de succesvolle edities in 2022 en 2024 organiseert het PCN (Platform Cannabisondernemingen Nederland) opnieuw een cannabis congres in het iconische Evoluon in Eindhoven. Op 28 november bespreken specialisten en experts uit binnen- en buitenland actuele thema’s en de uitdagingen en kansen voor de cannabisbranche. Klik op onderstaande foto voor meer informatie en tickets (en dan kan je ook meemaken dat ik deelneem aan het slotdebat over onder andere hoe de legalisering van cannabis gerealiseerd kan worden en hoe de legale coffeeshopbranche er idealiter dan uitziet?).

De daklozen opvang in Amsterdam, een( zeer) kritisch commentaar

De MDHG/junkiebond houd zich al jaren ook bezig met de Amsterdamse daklozenopvang via allerlei overleggen, politieke lobby en meer. Met onderstaand artikel ( voor een deel geplaatst in dagblad Het Parool) treed de voorzitter, Dennis Lahey zich voor even buiten die gangbare overlegstructuren. Lees het artikel en begrijp dat daar voldoende aanleiding voor is. Ik vind in ieder geval van wel!


Dennis Lahey
Lang voordat ik bij de MDHG ging werken, wist ik eigenlijk helemaal niets over de maatschappelijke opvang in Amsterdam. Maar net als vrijwel alle Amsterdammers wist ik wel waar ik heen kon gaan als ik ooit dakloos zou worden: naar het Leger des Heils op de plek waar de Spuistraat en de Nieuwezijds Voorburgwal samenkomen. Daar had iedereen de daklozen wel eens voor de deur op een slaapplek zien wachten, en als dakloze zou dat het eerste zijn waar ik behoefte aan had. Daar werkten ook mensen die wisten wat je met welke instantie moest regelen en waar je voor welk probleem kon aankloppen. Kortom: precies wat hulpverlening in een notendop is.
Ideaal was het niet, want -los van de onrust op deze slaaplocatie- was er weinig coördinatie tussen alle instellingen, die ieder op een eigen deelgebied werkten. Het had weinig zin om bij de schuldsanering aan te kloppen als je al je geld direct weer in een pijpje stopte, en een nieuw huis behouden is lastig als je ’s nachts vanwege onbehandelde trauma’s met luid gekrijs je demonen probeert te verjagen.
Trajecten
Dus kwamen er trajecten, waarbij dit alles onder regie van de GGD in samenhang moest gebeuren. Wanneer problemen onoplosbaar bleken, waren er speciale woonvoorzieningen; anders wachtte er -als alle problemen waren opgelost- aan het einde een sociale huurwoning. Dat werkte een tijd heel goed, al was het maar omdat dit zogenaamde ‘Plan van Aanpak’ gepaard ging met extra geld vanuit de Rijksoverheid. Iedereen op straat kreeg een persoonlijke aanpak, waarbij rekening werd gehouden met de behoeftes die mensen zelf hadden. Er was een tijd, nog niet zo lang geleden, dat de gewone Amsterdammer zich verwonderd afvroeg waar alle daklozen waren gebleven. Nou, in een traject dus, of al gewoon in een woning.
Suboptimaal
Ondertussen triomfeerde echter de marktwerking in het woonbeleid en nam het aantal sociale huurwoningen drastisch af. Daardoor zaten er wel veel mensen in de maatschappelijke opvang, maar stroomden er steeds minder mensen uit. En omdat er nog steeds -en meer- mensen dakloos werden, stokten al die trajecten op steeds meer onderdelen. Een leiding met een verstopping aan het einde raakt immers langzaam vol. Het werd daarom steeds lastiger om in de juiste voorziening te komen, omdat die plek bezet werd gehouden door mensen die wachtten op een woning. Als je geluk had, wist je hulpverlener een geitenpaadje te vinden en kreeg je een plek die misschien niet optimaal was, maar dat is beter dan niets. Zodat degene voor wie die plek wel ideaal zou zijn geweest, moest hopen dat zijn hulpverlener ook zo’n geitenpaadje wist te regelen. En zo zaten steeds meer mensen op plekken die eigenlijk niet helemaal aansloten bij hun behoeftes. Wel knap van je hulpverlener, want het kost een hoop tijd om je op zo’n suboptimale plek naar binnen te lullen. Het regelen van een plek nam dan ook steeds meer tijd in beslag van hulpverleners, iets wat uiteraard ten koste ging van het daadwerkelijk helpen met je problemen. Ondertussen werd het ook steeds lastiger om met al die wachtlijsten de samenhang tussen alle hulpverlening te waarborgen, terwijl dat toch het belangrijkste uitgangspunt van het systeem was. Dat is nu zodanig uit de hand gelopen, dat plekken voor een omslagwoning (de laatste stap voordat een woning op eigen naam wordt gezet) in veel gevallen onbezet blijven, omdat personen nog niet op alle vlakken ‘gereed’ zouden zijn.
Buiten slapen
Omdat nu ook de doorstroom stokte, werd het steeds drukker bij de instroom. De eerste nachtopvangplekken raakten vol en steeds meer mensen moesten buiten slapen, of alternatieven zoeken met talloze nadelen (denk bijvoorbeeld aan veiligheid). De hulp die in zo’n prachtig trajectplan zou worden gegoten liet daarmee langer en langer op zich wachten. Beide zaken zorgden ervoor dat de problemen van ‘verse dakloze mensen’ in die cruciale eerste periode in een rap tempo groeiden, en zij dus uiteindelijk een veel groter beroep op de hulpverlening moesten doen. Ik heb de afgelopen jaren talloze voorbeelden voorbij zien komen van mensen die er met een bed en wat ondersteuning waarschijnlijk snel weer bovenop waren gekomen, maar na een half jaar op straat al zoveel extra problemen hadden gekregen, dat ook zij uiteindelijk zo’n jarenlang hulpverleningstraject nodig hadden. Los van de onmenselijke consequenties hiervan, verstopte dat de keten alleen nog maar meer.
Wachtlijstbegeleiders
De eerste periode waarin iemand op straat belandt is cruciaal, zo wijzen praktijk en wetenschap al jarenlang uit. Daar valt ook de grootste winst te behalen. En dus kwamen er wachtlijstbegeleiders, die in deze periode alvast zoveel mogelijk in gang probeerden te zetten. Je Ziggo-abonnement stoppen scheelt bijvoorbeeld iedere maand al wat geld als je dakloos bent en je aanmelden bij hulpinstanties weer wat wachttijd. Maar met de overvolle situatie in de keten en het gebrek aan uitstroom kon je er op wachten: er kwam een wachtlijst voor de wachtlijstbegeleiders. Op dit moment zijn er ruim 1.000 mensen in Amsterdam met een beschikking voor de maatschappelijke opvang (BV/BT-keten noemen ze het nu, want iedere term in deze sector moet blijkbaar om de zoveel jaar worden vervangen), maar daarvan krijgt slechts de helft daadwerkelijk wachtlijstbegeleiding, waarvan ook nog eens de helft slechts een ‘Vinger-Aan-De-Pols’-traject (waarschijnlijk om te checken of je überhaupt nog leeft).
Een kapot systeem
Daarmee zijn we op het punt beland dat de hulpverlening dakloze mensen de twee belangrijkste zaken die zij meteen nodig hebben niet meer weet te bieden: geen dak boven het hoofd en geen ondersteuning. En omdat het er niet op lijkt dat de problemen bij de uitstroom binnen afzienbare tijd zijn opgelost (er zijn de komende jaren waarschijnlijk niet ineens veel meer sociale huurwoningen in Amsterdam beschikbaar), is het voorspelbaar dat het aantal mensen dat door het systeem in de steek wordt gelaten alleen maar zal toenemen.
Dan is het niet voldoende om te zeggen dat de keten vol zit; dan is het systeem kapot.
Plakband
Natuurlijk doen heel veel mensen hun best om met plakband het zinkende schip nog enigszins in de vaart te houden. Neem de wachtlijst voor de wachtlijstbegeleiders. Daarvoor hebben de aanbieders een plan bedacht waarbij toch iedereen wachtlijstbegeleiding krijgt, maar waarbij slechts 250 mensen een ‘echte’ wachtlijstbegeleider krijgen. De ruim 800 andere mensen moeten het doen met twee dagen in de week naar een inloophuis gaan, waar ze dan met vragen terecht kunnen. Verder krijgen ze eens per maand een telefoontje met de vraag hoe het met ze gaat, en om te horen op welke plek ze op de wachtlijst staan. “Collectieve wachtlijstbegeleiding” noemen ze dat. Bij zowel buurtteams als organisaties voor cliëntondersteuning is de angst groot dat zij hierdoor nog veel meer aanloop krijgen dan nu al het geval is.
De kosten van dit wachtlijstbegeleidingsidee bedragen overigens 4,5 miljoen euro per jaar, een bedrag waarvoor je volgens mij gemakkelijk een kantoor kunt openen waar je duizend mensen volledige wachtlijstbegeleiding kunt bieden. Zelfs een ploeg outreachende werkers moet daarvan nog te betalen zijn.
En neem het gebrek aan nachtopvang: ook daarvoor zijn plannen gemaakt om het tekort net wat minder nijpend te maken. Deze LDO (laagdrempelige opvang) moet plek bieden aan zo’n 300 mensen. Daar lijkt niet veel op af te dingen, vooral omdat de gelukkigen een eigen kamer met sanitair krijgen en er 24 uur per dag terecht kunnen (wensen die we bij de MDHG al jarenlang verwoorden).
Het betonrot
Bij zowel de wachtlijstbegeleiders als de LDO is de capaciteit echter ruim onvoldoende om aan de vraag te voldoen. En wanneer dat het geval is, wordt het middel ingezet dat voor het betonrot van het hele systeem zorgt: triage aan de voorkant.
Zo kom je voor een echte wachtlijstbegeleider pas in aanmerking bij een crisis (wat dakloosheid volgens mij overigens per definitie altijd is) of bij risicovol onbegrepen gedrag, maar zal het merendeel van de begeleiders alleen in actie komen voor mensen die binnen vier tot zes maanden bij een instelling kunnen worden geplaatst. Aangezien de wachttijden al snel oplopen tot een jaar of twee, moet je het dus heel lang doen met twee keer per week de mogelijkheid om in een inloophuis advies te krijgen, en word je in die tijd eens per maand gebeld om te horen dat het allemaal niet opschiet.
Volgens de plannen verloopt de triage voor de LDO dan weer via ‘geoorloofde verwijzers’, waarbij ‘een uitstroomperspectief aan de achterkant’ een voorwaarde is. Aangezien deze vorm van opvang kortdurend dient te zijn (3 tot 12 maanden), betekent dat dat je hiervoor dus alleen in aanmerking komt wanneer er zicht is op een plek in de reguliere BV/BT-keten, of op de hoofdprijs van een kraslot. Daarmee is de triage van de LDO overigens nog niet voorbij. Afhankelijk van allerhande kenmerken kom je in de LDO-regulier, LDO-uitstroom of LDO-Intensief en krijg je begeleiding van een wachtlijstbegeleider, een ambulant begeleider of begeleiding van de LDO zelf.
Laagdrempelig
Echt laagdrempelig kun je deze opvang dan ook niet noemen, en daarom wordt er druk nagedacht over een andere naam. Echte laagdrempelige opvang dient er namelijk wel te zijn, zo onderstreepte de rechtbank Limburg recentelijk. In een zaak tegen de gemeente Maastricht motiveerde de rechter dat de eiser wel gewoon toegang tot de opvang had moeten krijgen, omdat:
“Het hier gaat om een algemene voorziening die naar haar aard in beginsel voor iedereen vrij toegankelijk dient te zijn, zonder voorafgaand diepgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers. Daarmee heeft de dag- en nachtopvang feitelijk een vangnetfunctie die dient te voorkomen dat daklozen gedwongen op straat overnachten.”
Tja, en dat soort opvang hebben we in Amsterdam niet meer. Dus zijn er nu plannen om voor de LDO, die dus in feite voor de BV/BT-keten is geplaatst, nog een nieuw bouwwerk neer te zetten: de NO (Nachtopvang).
Ook daar is op zichzelf weinig op af te dingen: hoe meer mensen een plek hebben om binnen te slapen, hoe beter. Maar omdat ook dat niet voor iedereen kan gelden, is er weer een triage aan de voorkant.
Omwille van de leesbaarheid van dit stuk (en omdat er nog volop over gediscussieerd wordt), laat ik de criteria even buiten beschouwing. De Limburgse rechter zal er echter niet tevreden mee zijn, want het voorkomt nog steeds niet dat daklozen gedwongen worden op straat te overnachten.
Als burger van de stad ziet u misschien gewoon een mens die geen andere uitweg ziet dan op straat te verblijven; de hulpverlening ziet zelfredzame en niet-zelfredzame daklozen, regiogebonden en niet-regiogebonden daklozen, rechthebbende en niet-rechthebbende EU-burgers, wlz’ers en wmo’ers, LVB’ers en niet-LVB’ers, LHBTQ+’ers en hetero’s, druggebruikers en niet-gebruikers, ex-gedetineerden en niet ex-gedetineerden, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Voor al die verschillen zijn weer verschillende routes, want alle voorzieningen zijn weer speciaal voor verschillende doelgroepen. En om vast te stellen of iemand dan wel echt recht heeft op die voorziening, wil een heel aantal hulpverleners en ambtenaren telkens weer een gesprek voeren om dat vast te stellen. Dat gebeurt niet één keer, maar in heel veel gevallen wel tien tot twintig keer.
“Hertriage”
In veel gevallen heeft trouwens helemaal niemand iets aan zo’n gesprek, want na de triage volgt de wachtlijst. En als je in de tussentijd een jaar op straat hebt moeten zien te overleven, kan je zomaar van niet-gebruiker in gebruiker zijn veranderd, een justitieel traject ingeloodst zijn of is er -heel gek- plotseling sprake van agressie richting de hulpverlening, wat iedere plek onzeker maakt. In al die gevallen moet nieuwe triage uitmaken in welke categorie je dan nu weer bent te plaatsen, en zit je op een plek die al helemaal niet meer past.
Hoe dan wel?
Hoe moet het dan wel? Daar is uiteraard geen eenvoudig antwoord op te geven, omdat we bijvoorbeeld nog steeds liever ieder jaar ruim 100 miljoen dieren in de landbouw laten schijten dan dat we huizen bouwen. Housing First -en dan bij voorkeur het originele idee van iemand direct een huis geven in plaats van de ingewikkelde variant die we hier hanteren- is bewezen de beste methode. Maar dezelfde gedachte kan ook grotendeels worden toegepast op de opvang. Houd op met je triages aan de voorkant, geef iemand gewoon een plek om binnen te slapen en ga met diens problemen aan de slag. Alle tijd die je mensen binnen laat zijn kunnen ze gebruiken om de rust te vinden om hun leven weer op te pakken; alle tijd die je mensen buiten laat doorbrengen verergert de problemen.
Scheiden van zorg en woning
Het merendeel van de triages wordt gehouden omdat we wonen en zorg aan elkaar hebben gekoppeld en iedere plek voor een specifieke doelgroep hebben bestempeld. Pas als mensen daar na ellenlang wachten zijn ondergebracht, gaan we serieus met hun problemen aan de slag en voelen instellingen zich verantwoordelijk. Terwijl: als al die slaapvoorzieningen, opvangplekken of woningen (je zou daar nog best wat woonstappen voor kunnen verzinnen) nou eens geheel onafhankelijk van de zorg komen te staan, dan kun je gewoon met de problemen aan de slag.
Of iemand dan onder de Wet Maatschappelijke Opvang (WMO) of de Wet Langdurige Zorg (WLZ) valt is een probleem dat de overheid maar zelf administratief moet oplossen, want voor de hulpverlening maakt dat niet zo gek veel uit. Het Rijk, het zorgkantoor en de gemeente moeten onderling maar gewoon facturen op en neer sturen, maar val daar de hulpverlening niet mee lastig.
De meeste dakloze mensen zullen een voorziening als nu bij de LDO voor ogen staat for the time being wel prima vinden. Het zou ze juist rust geven als ze niet iedere keer weer moeten verkassen. Laat de hulpverlening hen daar opzoeken, of laat ze vandaar naar de hulpverleners gaan. En misschien is het wel verstandig om iemand met een dubbele diagnose niet direct naast een moeder met kind te plaatsen, maar laten we niet doen alsof we de rest van de stad ook keurig gesorteerd hebben aan de hand van GGD-criteria.
Hulpverlening en bed centraal
De hulpverlening en een bed dienen weer centraal te staan, niet de triage. Je kunt wel roepen dat iemand zelfredzaam is, maar als het de persoon niet lukt om van straat te geraken, heb je mooi de gelegenheid hem daarbij te helpen zolang hij binnen slaapt. Een Zeeuw zonder regiobinding kun je wel zeggen dat ie in Vlissingen moet zijn, maar de kans dat ie overtuigd raakt dat dit de beste optie is, daar de juiste hulp vindt en daar ook daadwerkelijk aankomt, is klein wanneer je dat alleen maar vanachter een balie mededeelt. Maar bovenal: hoe iemand zich tijdens een hulpverleningstraject ontwikkelt, laat zich vaak moeilijk voorspellen. Als iemand bij iedere onverwachtse ontwikkeling weer z’n spullen moet pakken en moet wachten op een plek elders, begint alles iedere keer weer van voren af aan. Dat is niet alleen schadelijk voor de persoon zelf; het is ook niet vol te houden in een keten die al overvol is.
Je zult in plaats van triage aan de voorkant dus veel meer moeten kijken naar waar de persoon op dat moment het beste bij geholpen is. De angst voor een dergelijk systeem is dat iedereen die zich meldt uiteindelijk het volle pakket aan hulpverlening in Amsterdam opeist, maar dat lijkt me niet nodig. Ten eerste zit het merendeel van de mensen helemaal niet te wachten op meer bemoeienis met hun leven, maar willen ze wel geholpen worden met waar ze zelf niet uitkomen. En juist als je goed kijkt naar de behoeftes van personen, kan je ook vaststellen wanneer je iemand met goed fatsoen (en effectief!) naar Vlissingen kunt sturen, of iemand een keuze laat maken uit de opties die zijn gevonden. Daarbij hoef je niet per se op het afwerken van een heel traject in te zetten. De Amsterdammer die na een flinke mentale dip weer rust heeft gevonden, kan misschien wel in Hoofddorp op een studentkamer terecht. Waarschijnlijk dat hij of zij op meer had gehoopt, maar dat zal ie dan toch echt verder zelf moeten zien te regelen. Zoiets moeten we niet vaststellen als iemand zich in zak en as bij de hulpverlening meldt, maar gedurende het herstelproces. Triage verplaatsen we van de voorkant naar een continu proces binnen de hulpverlening: Wat kunnen we voor je doen? Wat is nog redelijk om van de hulpverlening te verwachten en wat kan de persoon zelf? Is het nog redelijk om je een slaapplek te bieden, of zijn er redelijke alternatieven voorhanden?
Sociale huurwoning
Consequentie van dit alles is dat we ook goed moeten kijken naar de belofte dat er voor iedereen op een gegeven moment een sociale huurwoning in Amsterdam met voorrang beschikbaar is. Als de consequentie daarvan is dat we mensen niet eens meer helpen als ze daadwerkelijk op straat slapen, werkt die belofte uiteindelijk tegen de mensen zelf. Zolang de wooncrisis niet minder wordt, zal de focus voor een deel van de groep erop gericht moeten zijn een suboptimale oplossing te vinden. Zoals er ook Amsterdammers van in de dertig nog bij hun ouders wonen bij gebrek aan een eigen huis.
Er zal nog van alles moeten gebeuren om de wooncrisis iets te verlichten, maar de wooncrisis is niet hetzelfde als de crisis in de Amsterdamse hulpverlening. Door die wooncrisis is het wel hoog tijd om de hulpverlening te hervormen, want het huidige systeem is kapot.

Nationaal Hennep Gilde

Beste lezer
Met gepaste trots kondig ik de oprichting aan van het Nationaal Hennep Gilde. De belangrijkste doelstelling van het gilde is het verbreden van de discussie over het legaliseren van cannabis. Die discussie beperkt zich al decennialang tot alleen de legale verkoop en consumptie van hasj en wiet terwijl de legalisering vele voordelen oplevert zoals innovatie voor al die sectoren die zich met de hennepplant bezig houden. In onderstaande flyer worden daar voorbeelden in genoemd met als politieke vertaling dat deze aansluiten op zowel de hoofdlijnen van de huidige regering als het beteugelen van de klimaatcrisis waar vooral de oppositiepartijen voor pleiten. Kortom, het Gilde kan rekenen op steun van het overgrote deel van de Tweede Kamer.
Het Gilde bevordert niet alleen de innovatie van de hennepteelt in Nederland en haar vele toepassingen maar verhoogt ook het publieke en politieke aanzien van coffeeshops. En dat is hard nodig aangezien de coffeeshop van essentiële waarde is van het succesvol borgen van de legale verkoop en consumptie van hasj en wiet!

August de Loor

HET NATIONAAL HENNEP GILDE

Innoveren door legaliseren

Innoveren door legaliseren

De verschillende sectoren die werken met de hennepplant hebben al decennia te maken met allerlei wettelijke beperkingen. Niet alleen de henneptelers maar ook de industriële hennepsector, de CBD producenten, de medicinale toepassing van cannabis en de coffeeshopbranche ondervinden ernstige hinder van de illegale status van cannabis.

Legalisering van cannabis is de sleutel om al die beperkingen van de toepassingen van hennep weg te nemen. Wat dit allemaal aan innovatie oplevert voor de genoemde sectoren zou DE inspiratiebron moeten zijn voor het politieke debat over legalisering.

De BBB wil innovatie in de landbouw en perspectief voor boeren? Hennepteelt voor bouwmaterialen, de auto-industrie, textiel etc. is het antwoord! Het opheffen van het verbod op het oogsten van henneptoppen? Innovatie van in Nederland geproduceerde CBD! De VVD wil innovatie in de industrie? Zet in op fytoremediatie; hennep om PFAS en ander gif uit de grond te halen. Ziektekosten rijzen de pan uit? Medicinale cannabis kan veel breder worden ingezet en leidt tot besparing. De klimaatcrisis? Het CO2 dossier? Plant meer hennep!

Waarom een Nationaal Hennep Gilde?

Het woord gilde straalt kwaliteit, trots en samenwerking uit. Met het Nationaal Hennep Gilde krijgt publiek en politiek inzicht in wat de hennepplant allemaal te bieden heeft. En inzicht wat de legalisering van cannabis allemaal aan innovatie binnen genoemde hennepsectoren mogelijk maakt (met als bonus de aanpak van de CO2 crisis). Het Nationaal Hennep Gilde levert een bijdrage aan het zo snel mogelijk legaliseren van cannabis.

Bij het PCN Cannabis Congres op 13 december 2024 zei initiatiefnemer August de Loor:
‘Het Nationaal Hennep Gilde is een slimme strategie om de polariserende discussie tussen wel of niet legaliseren van cannabis te verbreden naar veel meer politieke doelstellingen, ook van deze regering. En om met de Tweede Kamer een verbond te slaan dat legalisering innovatie bevordert tot de aanpak van het milieuprobleem aan toe.

Woorden als wapens in de strijd voor (cannabis) legalisering

Als journalist en als activist, zijn woorden mijn gereedschap. Het zoeken naar de juiste woorden is mijn dagelijks werk. Dat luistert nauw. Want zoals de Amerikaanse schrijver Mark Twain noteerde: ‘Het verschil tussen het juiste en het op één na juiste woord is het verschil tussen een glimwormpje en een bliksemflits.’

Anti-haatberichten campagne RTL

De naam van het VOC, Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod, is aan de lange kant, maar heeft twee voordelen. Ten eerste zit onze doelstelling in onze naam: wij willen dat het verbod op cannabis verdwijnt. Ten tweede: onze naam zegt waar we vóór zijn, niet waar we tegen zijn. Positief geformuleerd, niet negatief.

RTL lanceerde vorige maand de campagne ‘Laat haat nooit normaal worden’. Een op de tien reacties op de Instagram accounts van de omroep is een haatreactie. Het campagnespotje laat de gezichten van vier RTL presentatoren zien en letterlijke teksten van haatreacties.

Goed bedoeld, maar verkeerd uitgevoerd, oordeelde Jeanine Mies in NRC. Zij schreef het boek ‘Magneetwoorden’, over ‘de aantrekkingskracht van positieve taal’.

‘Wat je afwijst, bevestig je juist’

De RTL campagne kan zelfs averechts werken, schrijft Mies: ‘De campagne laat zien dat heel veel mensen online haat blijkbaar wél normaal vinden (een op tien reacties!). En we weten uit de gedragspsychologie dat mensen gevoelig zijn voor wat anderen doen. De zogeheten ‘sociale norm’ die de campagne uitdraagt, zal het gedrag daarmee in stand houden. Wat je afwijst, bevestig je juist.’

Je moet niet het ongewenste gedrag laten zien, maar alternatieven. Mies noemt een Engelse campagne tegen straatintimidatie, ‘Have a word’, als voorbeeld van hoe het wél moet. Een jongen spreekt daarin zijn vrienden aan om een meisje op straat met rust te laten.

Haar conclusie: ‘Wil je aandacht? Wees dan ergens tégen. Wil je wat bereiken? Wees dan ergens vóór.’

Uniek taalgebruik van de godfather van de drugsexperts

Dit principe huldigen we bij het VOC al sinds de oprichting in 2009. We zijn vóór thuisteelt en recht op bezit, vóór kwaliteitscontrole en betrouwbare productinformatie, vóór een breder coffeeshop assortiment met edibles en concentraten en betere spreiding van coffeeshops en vóór vergoeding van medicinale cannabis door verzekeraars.

Om een paar voorbeelden te noemen. Allemaal binnen handbereik als het cannabisverbod wordt opgeheven.

August de Loor toont de coffeeshopposter op het PCN symposium in 2022 (Foto: Charlotte Grips/PCN)

Woorden zijn wapens in de strijd voor legalisering, dat weet ook August de Loor. Ooit was hij de allereerste straathoekwerker van Nederland, nu is hij ‘de godfather’ van de drugsexperts die écht weten waar ze het over hebben. August is een pionier in én een onvermoeibare strijder voor progressief drugsbeleid. Een ras Amsterdammer met een uniek taalgebruik, een mix van straattaal, sociologenpraat en ambtelijk jargon.

‘Een tsunami van drugsgebruik’

Als een woord niet bestaat, dan bedenkt hij het gewoon. Zoals vervolksing, één van zijn stokpaardjes. Het gebruik van cannabis is vervolkst sinds de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Toen ging het om een klein groepje studenten, kunstenaars en muzikanten, nu gaat het om alle rangen, standen en leeftijden.

August heeft het nooit over normalisering of normaal worden van drugs. Met die begrippen wordt “een soort tsunami van druggebruik gesuggereerd”, schreef hij me laatst, “terwijl de werkelijkheid anders ligt, complexer tot zelfs precies andersom.”

Het woord normaal kan het beeld oproepen dat “jongeren maar van alles aan drugs naar binnen werken als uitvloeisel van een gebrek aan normen, aan moraal”.

August de loor te gast in de High tea potcast

Vervolksing dus. Wie een uurtje in een coffeeshop doorbrengt, weet wat August er mee bedoelt, ook al staat het woord niet in de Dikke van Dale.

Cannabis is een volksgenotsmiddel geworden, nog zo’n typisch August de Loor woord. Wil je meer weten over deze unieke Amsterdammer en zijn ideeën over drugs? Luister dan naar aflevering 22 van de High Tea Potcast:

Mijn speech tijdens het afscheid van Hans Plomp – 24 aug 2024

 

Ruigoord 24 augustus. In de kerk aldaar wordt de laatste eer bewezen aan Hans Plomp, dichter, schrijver, activist, initiator van Ruigoord en nog veel meer. Met mijn afscheidsspeech geef ik hem de eer die hem toekomt.

CAMPAGNE TER BESTRIJDING VAN SYNTHETISCHE CANNABINOIDEN, een update.

inleiding

In eerdere berichten kun je lezen wanneer en waarom deze campagne gestart is en wat er zoal aan resultaten is geboekt om deze chemische troep van de markt te krijgen. Een van die resultaten is dat de coffeeshopbranche bij haar achterdeur zoveel maatregelen heeft getroffen zodat het haast schier onmogelijk is dat die troep er nog door heen glipt richting de menukaart van de shop. Maar waakzaamheid blijft geboden en draait de campagne nog steeds met druppelsgewijs dat er nog steeds verdachte monsters binnen komen
Onlangs kwam een synthetisch cannabinoïde binnen op ogenschijnlijk normale wiet, gekocht via een website. Het betrof vermalen materiaal dat een beetje vreemd rook maar er verder als normale wiet uitzag. Na gebruik werden meerdere mensen ziek en daarom is besloten deze “wiet” op te sturen voor analyse. Daaruit bleek dat het plantenmateriaal bewerkt was met het synthetische cannabinoïde ADB-BUTINACA wat vele malen sterker is dan de werkzame stof in normale wiet: THC. Bovendien werkt ADB-BUTINACA net iets anders dan THC waardoor het gebruik ervan ronduit gevaarlijk is. Het kan leiden tot opname in het ziekenhuis, uitval van organen en in het ergste geval tot de dood.
Wat zijn synthetische cannabinoïden?
Synthetische cannabinoïden zijn stoffen die erg lijken op plantaardige cannabinoïden, de werkzame stoffen in cannabis. Synthetische cannabinoïden zijn in een laboratorium gemaakt en worden in de wetenschap gebruikt om de werking van cannabinoïden in het lichaam te bestuderen en om nieuwe medicijnen te maken. Los van deze nuttige toepassingen worden synthetische cannabinoïden helaas ook voor recreatieve toepassingen gebruikt. Helaas, omdat synthetische cannabinoïden, in tegenstelling tot natuurlijke cannabinoïden gevaarlijk zijn in het gebruik. Zo binden synthetische cannabinoïden vele malen sterker dan THC aan hun receptoren in het lichaam, zoals de CB1 receptor in de hersenen die het “stoned/high” effect veroorzaakt. Er is dus echt ontzettend weinig van nodig om iemand knetter stoned te maken. Dit lijkt misschien gunstig/voordelig voor de recreatieve gebruiker, maar daar blijft het helaas niet bij. Synthetische cannabinoïden werken vaak net iets anders dan bijvoorbeeld THC. Zo is THC is een gedeeltelijke agonist/activator van de CB1 receptor terwijl de meeste synthetische cannabinoïden, waaronder ook ADB-BUTINACA, volledige agonisten zijn. Als we de CB1 receptor als een moleculaire motor beschouwen dan laat THC deze motor op een laag toerental draaien terwijl een synthetisch cannabinoïde de motor diep in het rood op een zeer hoog toerental laat lopen. Dit kan voor wetenschappelijk onderzoek heel nuttig zijn maar in de praktijk van het menselijk lichaam bestaat er een levensgroot gevaar dat je de motor opblaast met alle negatieve gevolgen van dien. Zo kunnen synthetische cannabinoïden leiden tot hartritmestoornissen, hartaanvallen, hersenbloedingen, ademhalingsproblemen, nierfalen, leverfalen etc., terwijl hier bij de natuurlijke stof THC geen risico op is. Er zijn door de jaren heen dan ook talloze doden gevallen door het gebruik van synthetische cannabinoïden terwijl het risico het risico om te sterven aan het gebruik van THC/cannabis nihil is.
Wat is ADB-BUTINACA?
ADB-BUTINACA is een synthetisch cannabinoïde die net als THC aan de CB1 receptor bindt en daardoor een roes opwekt/stoned maakt. Echter, ADB-BUTINACA is veel sterker dan THC; ADB-BUTINACA bindt 10 tot 100 keer sterker aan de CB1 receptor en is bovendien een volle CB1 receptor agonist, terwijl THC een gedeeltelijke agonist is. Als gevolg hiervan kan je van ADB-BUTINACA niet alleen veel meer stoned worden dan van THC maar ook een aantal (andere) negatieve symptomen ontwikkelen (King et al., 2022), zoals:
• Verminderd bewustzijn
• Epileptische aanvallen
• Hallucinaties
• Verlaagde bloeddruk
• Metabole acidose (bloedverzuring, vermoedelijk door nierfalen)
• Respiratoire acidose (bloedverzuring, vermoedelijk door hyperventilatie)
Ook is er een geval bekend van een drugshond van de politie die waarschijnlijk aan de gevolgen van ADB-BUTINACA is overleden (Tokarczyk et al., 2022).
Verder is er vrij weinig bekend over de potentiële gevolgen van ADB-BUTINACA maar de beschikbare wetenschappelijke informatie wijst er dus op dat het gebruik van ADB-BUTINACA veel riskanter is dan het gebruik van (het relatief onschuldige) THC.
De situatie in Nederland
Zoals gezegd is het gebruik van synthetische cannabinoïden gevaarlijk en zijn er wereldwijd al een aantal doden gevallen. Gelukkig is dit in Nederland tot nu toe nog niet gebeurd. Dit komt waarschijnlijk doordat we in Nederland een relatief ontspannen beleid hebben met betrekking tot cannabis. Je kunt hier zonder problemen naar een coffeeshop om normale wiet te kopen van goede kwaliteit waardoor er weinig motivatie is om te experimenteren met zaken zoals synthetische cannabinoïden. De laatste jaren is er echter een trend dat de bloemen/toppen van hennep, die lijken op wiet maar waar je niet stoned van wordt, te besproeien met synthetische cannabinoïden. Zo kan er dus op een heel goedkope manier een product gemaakt worden dat lijkt op wiet en waar je knetter stoned van wordt, maar wat in tegenstelling tot wiet erg gevaarlijk is. Een nietsvermoedende consument kan zo dus op een levensgevaarlijke manier bedonderd worden. Sinds een paar jaar wordt deze nep-wiet dus ook in Nederland aangetroffen wat een gevaar voor de volksgezondheid oplevert. Sinds 2021 is er een aantal keer het synthetische cannabinoïde MDMB-4en-PINACA op nep-wiet aangetroffen en onlangs is er dus ook ADB-BUTINACA aangetroffen.

Om het gevaar van nep-wiet voor de volksgezondheid tegen te gaan is dus het Kernteam Synthetische Cannabinoïden opgericht. Dit team wordt geleid door August de Loor van “Stichting Adviesbureau Drugs” dat zich al decennialang inzet voor een progressief drugsbeleid dat zich richt op het beperken van de gezondheidsrisico’s voor de gebruiker in plaats van repressie en criminalisering. Daarnaast zit Joost Heeroma in het kernteam. Joost heeft een consultancybureau “Heeroma Biomedical” en voorzitter van het Cannabinoïden Adviesbureau Nederland/CAN. Joost onderzoekt het gebruik van cannabis/cannabinoïden als medicijn en weet alles over de mogelijke medische voor- en nadelen van cannabinoïden. Andere leden van het kernteam zijn: Kaj Hollemans (KH Legal Advice, Expert op het gebied van wet- en regelgeving, strategie en beleid rond alcohol, drugs en tabak), Mauro Picavet (Cannabisindustrie.nl / Stichting Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod, journalist), Ewoud Vijfwinkel (EZ test, ontwikkelaar sneltests voor drugs) en Guy Boels (Sirius, distributeur smartproducten en sneltests voor drugs). Het kernteam werd oorspronkelijk financieel ondersteund door BCD en PCN, de twee coffeeshopbonden in Nederland. Sinds 2023 wordt het kernteam ondersteund door de smartfirma Sirius.
Wat doet het kernteam?
Samen hebben de leden van het kernteam een campagne opgezet om consumenten, beleidsmakers en de cannabisindustrie te waarschuwen voor de levensgevaarlijke gevolgen van synthetische cannabinoïden. Ook is een sneltest ontworpen om aan te tonen of een product CBD-dominant/hennep is of THC-dominant/wiet is. Als een product CBD-dominant is en de consument er toch stoned van wordt is dit verdacht. Tot slot heeft het kernteam ook een postbus opgezet waar verdachte producten anoniem naar kunnen worden opgestuurd zodat deze geanalyseerd kunnen worden. Op die manier kan de consument dus producten laten testen en kan er tegelijkertijd in de gaten gehouden worden of er synthetische cannabinoïden in omloop zijn in Nederland.
Mocht u vragen hebben over synthetische cannabinoïden dan kunt u ons bereiken via de contactpagina op https://augustdeloor.nl/ of https://www.heeromabiomedical.com/.
Sneltests om aan te tonen of een product CBD-dominant/hennep is of THC-dominant/wiet is kunnen gekocht worden bij Sirius.
Mocht u een verdacht product willen laten testen dan kunt u dit opsturen naar:
Adviesburo Drugs, postbus 14828, 1001LH Amsterdam.

Literatuurverwijzingen:
King, A., Hill, S. L., Pucci, M., Bailey, G., Keating, L., Macfarlane, R., Cantle, F., Hudson, S., & Thomas, S. H. L. (2022). Clinical features associated with ADB-BUTINACA exposure in patients attending emergency departments in England. Clinical Toxicology (Philadelphia, Pa.), 1–5. https://doi.org/10.1080/15563650.2022.2101469
Tokarczyk, B., Suchan, M., & Adamowicz, P. (2022). New synthetic cannabinoid ADB-BUTINACA related death of a police dog. Journal of Analytical Toxicology, bkac097. https://doi.org/10.1093/jat/bkac097