De H-gedoogregel voor coffeeshops, een weerbarstige praktijk!

Al in een tweetal eerdere artikelen op deze website heb ik over dit onderwerp geschreven van dat coffeeshops zeer efficiente instrumenten zijn voor een van de meest belangrijkste doelstelling van het Nederlandse drugsbeleid van het scheiden van de markt van die van softdrugs met die van harddrugs. Daar waar binnen de uiteenlopende verkoopcircuits van drugs gebruikers zowel soft- als harddrugs kunnen kopen is dit binnen coffeeshops geenszins het geval

Desalniettemin worden coffeeshops op basis van het overtreden van het H-criterium met (tijdelijke) sluiting geconfronteerd maar is dit louter het gevolg als bij controle kleine porties harddrugs bij een personeelslid aangetroffen wordt. Dat dergelijke incidenten voorkomen  is uiteraard onacceptabel, maar is in bijna alle gevallen het resultaat van slordigheid van het betreffende personeelslid van het, voor de shift niet goed controleren van zijn/haar kleding/rugzak,enz.

De coffeeshopeigenaar doet er dus goed aan om het personeel er constant op te wijzen dat het H-criterium in elk opzicht gerespecteerd dient te worden met alle alertheid van dien van het door het personeel scheiden van het priveleven met die van het werken in een coffeeshop. Het driegen met ontslag incluis het opleggen van een fikse boete is daarbij geen overbodig instrument om die alertheid in stand te houden.

Echter, als zich toch een dergelijk incident voordoet en de coffeeshop wordt met (tijdelijke) sluiting bedreigd zijn hieronder een aantal argumenten beschreven die de eigenaar kan gebruiken in zijn verweer naar de lokale overheid

 

 

  • Benadruk dat het bij het scheidingsbeleid gaat om het scheiden van de VERKOOP van softdrugs met die van harddrugs, ergo dus de overtreding van de H-gedoogregel moet betrekking hebben, lees overtuigend bewijs leveren over de VERKOOP en niet over de aanwezigheid van een harddrug bij een slordige werknemer waar een vleugje harddrugs bij gevonden is,
  • Benadruk dat de Scheidingswet uit 1976 stamt uit een tijd van dat de harddrug hoofdzakelijk heroine betrof, kortom een uiterts gespannen situatie van die van cannabis aan de ene kant en het sterk verslavend, levensontregelend middel heroine aan de andere kant waar de Scheidingswet terecht een enorme muur tussen wilde “bouwen” van geen vermengde verkoop. Sindsdien is het gebruik van harddrugs echter ingrijpend veranderd van veel meer recreatief gebruik van allerlei andere soorten “zachtere” harddrugs dan heroine met in het verlengde een toenemende vervolksing aan gebruikers van XTC, Ketamine, snuifcocaïne, enz.  Dit zijn honderdduizenden mensen die er een gewoon , niet verslaafd leven op nahouden, dus naar school, werk gaan, kinderen opvoeden, enz, met dus meer kans van dat niet de zakken geleegd worden van nog een beetje coke, Ketaminepoeder of XTC tablet van dat weekend uitgaan bij degenen die in een coffeeshop werken.

Kortom, de kans dat bij de controle van de gedoogcriteria door politie/justitie in coffeeshops restjes harddrugs aangetroffen worden bij het personeel is sinds de invoering van de wet in 1976 enorm toegenomen; een aantreffen wat uiteraard niet mag gebeuren maar niets van doen heeft met waar het bij die wet om te doen is van het scheiden van de drugsmarkten tussen die van softdrugs met die van harddrugs.

  • Vervolksing van recreatief gebruik van uiteenlopende soorten harddrugs heeft ook tot vervolksing van de verkooppunten van deze middelen geleidt met de laatste jaren zelfs van verkoop via internet, via mobiele telefoon, enz. Daar waar coffeeshops nooit geschikte gelegenheden zijn geweest voor de onderhandse verkoop van harddrugs is dat door bovenstaande toename aan verkooppunten van harddrugs alleen maar toegenomen.
  • Trouwens, als een personeelslid toch de coffeeshop zou gebruiken als het leggen van het eerste kontakt in de verkoop van harddrugs dan laat ie het wel uit zijn hoofd om harddrugs bij zich te hebben. Trouwens, bij dergelijke onderhandse transacties moet de bezoeker het initiatief nemen in het tonen van interesse in de aanschaf van harddrugs. Kijkend naar de opzet en inrichting van een coffeeshop van een horecagedeelte en waar cannabis aangeschaft kan worden is het bijna onmogelijk om die interesse te laten blijken zonder dat dat opvalt bij de andere aanwezigen van personeel en andere bezoekers
  • Politie/Justitie hanteert al decennialang een bepaalde hoeveelheid aangetroffen harddrugs als een dealerindicatie. Wat betreft bij personeel aangetroffen harddrugs bepleit ik dat van dit traject aan normering afgestapt wordt. Want zelfs als er een dealerindicatie hoeveelheid harddrugs is aangetroffen zal de verkoop onmiddellijk opvallen bij de collega,s, de vaste bezoekers, enz. Kortom, bij de controle op het overtreden van de H-regel is een ander traject gewenst, welke is van nader beraad!
  • Ten aanzien van de sanctie van een (on)bepaalde tijd sluiten van een coffeeshop gaat nauwelijks enig preventief effect uit, eerder het tegendeel.  Het personeel en de vaste bezoekers zullen de sluiting als een overdreven maatregel beschouwen met idem dito irritatie richting “de overheid”, met aan de andere kant dat de sluiting bij de directe omgeving van collega horecaondernemers, hun bezoekers, direct omwonenden tot hele andere gedachtes van negatieve beeldvorming leidt over zowel de  desbetreffende coffeeshop als coffeeshops in het algemeen.
  • Ten aanzien van diezelfde preventie heeft de eigenaar nauwelijks enig instrument van een bij de aanvang van de shift van elk personeelslid controleren op de aanwezigheid van harddrugs.  Dergelijke op het lichaam gerichte controles staan haaks op een normale bedrijfsvoering in de horeca en ondermijnt de vertrouwensrelatie tussen werkgever en werknemer om maar te zwijgen van wat dit aan eenzijdige aandacht opslurpt. Ten aanzien van dergelijke drugscontroles wordt vaak een vergelijking gemaakt met gevangenissen waar, ondanks al die controle, drugs toch binnen komen. Maar deze vergelijking gaat mank aangezien het bij gevangenissen een gerichte handeling betreft van het ten behoeve van de gevangene stiekum binnen loodsen van drugs!  Bij coffeeshops is er sprake van slordig, vergeetachtig gedrag bij een personeelslid van dat ie niet zijn privéspullen checkt als ie moet werken. En als daar dan daarvoor een heel controlesysteem om heen gebouwd moet worden is het middel erger dan de kwaal!

Het zijn deze argumenten die hopelijk de lokale overheid doet besluiten af te zien van een tijdelijke sluiting van een coffesshop. Alle aandacht kan zich dan richten op het personeel van dat zij in de woorden van de voorzitter van de commissie die de scheidingswet heeft bedacht, de frontsoldaten zijn in het scheiden van de markt van die tussen soft- en harddrugs! Hoe meer zij dat beseffen hoe zorgvuldiger zij hun werk in de coffeeshop zullen uitvoeren!

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.